Hitserige stoeipoezen en driftkikkerige poenscheppers

Hitserige stoeipoezen en driftkikkerige poenscheppers

woensdag 24 september 2014 14:59

Jongeren willen alleen maar zo vlug mogelijk rijk
worden en jobhoppen daarom dat het een lieve lust is. Een verkeerde
voorstelling van zaken, zo lees ik, 60-plusser, vandaag in De Standaard.
Jongeren willen helemaal geen flexibele baan! Dat is de vaststelling na een
bevraging van jongeren door socioloog Marc Elchardus. “De afgelopen vijftien
jaar hoor ik dat de flexibelere loopbaan beter is aangepast aan onze samenleving
en aan de voorkeur van werknemers, maar dat blijkt niet in de realiteit. Auteurs
van managementboeken kletsen uit hun nek.” 
 

Eveneens vandaag lees ik in de degelijke Britse krant
The Independent de resultaten van een onderzoek door de Verenigde Naties naar
de beeldvorming in de filmindustrie. “Girls and women are twice as likely as boys and men to be shown in
suggestive clothing or naked. Meanwhile, a 13-year-old girl on-screen is as
equally sexualised as a 39-year-old female character.” Wat
had je anders verwacht van de verbeeldingsindustrie par excellence?

Uitgerekend dezer dagen ben ik een zeer interessant boek
aan het lezen met op quasi elke bladzijde een verwijzing naar de nare gevolgen
van versluierende beeldvorming. LTI luidt de titel van dit proza van filoloog
Victor Klemperer (1881-1960), pas enkele jaren geleden uitgegeven door Atlas.
Het letterwoord staat voor Lingua Tertii Imperii, waarvan de vertaling de
ondertitel van het boek is: De taal van het Derde Rijk. Daarin lees ik volgende
anekdote:

“Een SS-Obersturmführer in Halle of Jena, een hoge
SS-officier had zijn vrouw naar een privékliniek gebracht om haar daar te laten
bevallen. Hij bekeek haar kamer; boven het bed hing een Christusbeeld. ‘Haal
dat beeld daar weg,’ eiste hij van de zuster, ‘ik wil niet dat mijn zoon als
eerste een jodenjong ziet.’ Ze zou het haar directrice zeggen, antwoordde de
bangelijke verpleegster ontwijkend, en de SS’er vertrok na zijn bevel nog eens
te hebben herhaald. De volgende ochtend al belde de directrice hem op: ‘U hebt
een zoon, meneer de Obersturmführer, uw vrouw maakt het goed, ook het kind is
kerngezond. Uw wens is in vervulling gegaan: het kind is blind ter wereld
gekomen…”

Dit boek is mij vorige week aangepraat door de
Nederlandse socioloog Kees Schuyt. Ik heb er nog altijd geen spijt van. Over
het hedendaagse taalgebruik stelde hij in De Groene Amsterdammer: “Mij valt het
hyperbolische in de dagelijkse taal op. Het is alsof de boodschap slechts
aankomt als zij gegoten is in reclametaal: hard, onwerkelijk, over the top. De
nuchtere, op de werkelijkheid gerichte analyse van de gebeurtenissen maakt
plaats voor overdrijving. Van de mug wordt telkens een olifant gemaakt. Daar
moeten we niet te gemakkelijk aan voorbij gaan. We weten dat discriminatie
eerder een legitiem trekje krijgt als de eigenschappen van de groep eerst flink
zijn aangezet. Ook dehumaniserend taalgebruik moet achterdocht wekken. Woorden
zijn niet onschuldig als over mensen wordt gesproken als over geiten, ezels,
varkens, adders.”

Ja, wij zullen wel morrende oude knarren zijn, zeker?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!