Werkzoekenden zijn het beu om ‘lui’ genoemd te worden

Werkzoekenden zijn het beu om ‘lui’ genoemd te worden

maandag 22 september 2014 14:55

De
arbeidsmarkt is geen wandeling in het park, daar moét aandacht op worden
gevestigd. Deze ochtend las ik
een artikel in het opiniërende Gentse tijdschrift Dzjoef, ‘Is dit nu de moderne arbeidsmarkt?’, over (jongeren)werkloosheid,
interimkantoren, VDAB en de publieke opvatting. Een van de gedachten die eruit
spreekt, wordt door vele werkzoekenden gedeeld: stop als samenleving met op deze
manier de druk steeds op te voeren en ons een schuldgevoel aan te praten. 

Inspanningen

Laat me kort mijn
eigen situatie schetsen. Ik werkte een master Twee Talen (Nederlands – Engels)
af aan de UGent, vatte een master Journalistiek aan in Brussel (EHB), liep
stage bij Klara (VRT), mocht daar enkele freelance-opdrachten uitvoeren, deed
een interim van twee maanden aan de Hogeschool Gent en werkte vier maanden voor
Handelsbeurs Concertzaal. Mijn hele studententijd lang werkte ik als
vrijwillige barman in de Hot Club de Gand (jazzcafé), waar ik een tijdlang deeltijds
gerant was. Daarnaast schreef en schrijf ik vrijwillig recensies voor enola.be,
vlabin.be en artikels voor het tijdschrift Jazzmozaïek.
Ik reageer op meerdere vacatures per week, weet heel zeker dat mijn
motivatiebrieven goed zijn opgesteld, en heb een novelle bij een aantal
uitgeverijen liggen waarop al voorzichtig positief is gereageerd. 

Ondanks al deze
inspanningen en uiteindelijk geen onaardig traject blijft het moeilijk om de vernederende
reacties weg te lachen en de druk die voortdurend heviger wordt te weerstaan.
Want ik weet waar ik heen wil, maar dat heeft – zeker op de huidige
arbeidsmarkt – tijd nodig. Tijd die ik en vele anderen niet krijgen, omdat
zelfs mensen waarvan je het niet verwacht zich vragen beginnen te stellen bij
je engagement.

‘Doe gewoon
iets’

De algemene
teneur is: ‘Doe dan toch gewoon voorlopig iets. Als je maar geld verdient. Hou
je daarnaast dan bezig met wat je écht wil.’ Hoe logisch dit ook kan klinken in
de oren van sommigen die een job hebben die ze ongetwijfeld graag doen, voor
een behoorlijk actieve werkzoekende, met ambitie en prille ervaring in meerdere
sectoren, is dit om vele redenen niet zo vanzelfsprekend. 

Ten eerste wil niemand
in een situatie gedwongen worden waar je een job moet invullen die je helemaal
niet graag doet. Wie zich in die situatie kan verplaatsen, begrijpt wat ik
bedoel. Je elke dag naar je werk slepen, je er niet op je gemak bij voelen en dat
werk uiteindelijk ook gewoon niet goed doen. Dat werkt zelfs nog meer
demotiverend dan solliciteren en systematisch worden afgewezen in de eerste
ronde (wat in mijn geval gelukkig niet zo is). 

Ten tweede wil niemand
vast komen te zitten in een job die je helemaal niet ambieert, bij een bedrijf
waarin je jezelf niet herkent, waar je geen groeimogelijkheden ziet en waar
niets je vooruit helpt op het pad dat je met voorzichtig, wisselend succes aan
het bewandelen bent. Ook dat zou demotiverend werken. 

Ten derde ben ik
ervan overtuigd, ik spreek namelijk uit ervaring, dat je bij het beoefenen van
een job die je aanneemt ‘omdat je toch geld moet verdienen’ niet thuiskomt met
de gedachte: ‘Nu ga ik nog eens iets doen voor mezelf.’ Als je, zoals ik, de
ambitie hebt om te leven van je pen (niet enkel literair), dan zijn daar nog mogelijkheden. Je moet
er enkel nog zin in hebben na een lange werkdag. Anderen in mijn situatie
hebben andere dromen, waar ze zelfs gewoonweg geen tijd meer voor zouden hebben. 

Ten vierde
solliciteer ik naar werk waarvan ik weet dat ik het graag en goed zou doen. Als
je ‘gewoon iets gaat doen om geld te verdienen’ en er valt plots een
schitterende kans uit de lucht, dan zit je alweer in de problemen. Volgens de
regels van de logica krijgen sollicitanten van vergelijkbaar kaliber voorrang
als ze onmiddellijk beschikbaar zijn. Weg droomjob. Als jonge sollicitant moet
je daarnaast opboksen tegen kandidaten met bakken vacaturegerichte ervaring,
doorgaans ‘jobhoppers’. Die wegen dan ook zwaarder als je beide een
ontslagperiode moet uitzitten. 

Oplossingen

De oorzaken van een
langer durende werkloosheid liggen voor een groot stuk ook bij de gevoerde politiek, de
publieke opinie, de bedrijven en de instellingen. De eersten zouden
constructiever aan de slag moeten met werkzoekenden en er eerder van uitgaan
dat iedereen wil werken, maar ook wil
kunnen kiezen. Dat zou een stuk
motiverender zijn. De laatsten ontbreekt aan geld (én het lef) om jongeren zonder ervaring een
eerlijke kans te geven om die nodige ervaring ter plaatse op te doen. Ik ben
bij de weinige gelukzakken die al een aantal zuinige mogelijkheden kreeg.

Laat me tot slot en voor de duidelijkheid nog stellen:
ik sta zeker achter een doorgedreven activeringsbeleid. Iedereen die geschikt
is moet worden ingeschakeld en moet haar of zijn steentje bijdragen aan de
samenleving. Maar stop met de schuld en de oorzaak enkel en alleen bij de
werkzoekenden te leggen. We zijn niet ‘lui’ als we weigeren om mijlenver naast
onze ambitie of onder ons diploma te werken. Ik spreek vermoedelijk niet enkel
voor mezelf als ik poneer dat ik geen stuk ijzer met bedrading ben, dat
kan worden geprogrammeerd voor eender welke taak. Of wordt de Wegwerpmens van
Tuur Viane toch meer dan ooit een feit?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!