Waarom ik van Turkije houd

Wie regelmatig over een voor velen beladen onderwerp publiceert, kan reacties verwachten. Die krijg ik dan ook. Ze verschijnen onder mijn artikelen, maar nog vaker ontvang ik ze via de sociale media. De positieve meestal via Facebook, de negatieve vaak via Twitter

maandag 22 september 2014 12:15

Een aparte categorie zijn de reacties waarin een artikel wordt aangegrepen om tot conclusies te komen waar ik zelf huiverig tegenover sta. Dat gebeurt wanneer mijn kritiek op de regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) als een bevestiging wordt beschouwd voor de stelling dat Turkije niet in de EU thuishoort. Daar heb ik het moeilijk mee, want ik ben een voorstander van het EU-toetredingsproces voor Turkije.

Turkije is een in strategisch en economisch opzicht belangrijk land tussen oost en west. Er wordt van verschillende kanten aan getrokken. Door Europa en door landen in oostelijke richting waar mensenrechten geen hoge prioriteit krijgen. Wanneer het EU-toetredingsproces stil komt te liggen, bestaat het risico dat Turkije zich op de normen over mensenrechten zal richten die maatgevend zijn in de lidstaten van de Shanghai Cooperation Organization (SCO), een samenwerkingsverband waar onder andere China en Rusland bij aangesloten zijn. Dat Turkije sinds enige jaren de observer status kent bij de SCO, is een teken aan de wand.

Het definitief opgeven van Turkije als potentieel EU-land komt in dit licht al snel neer op het opgeven van de mensenrechten. Aldus zouden de tientallen miljoenen Turken die sterk aan een verbetering daarvan hechten in de steek worden gelaten. Doorgaan met onderhandelen over het EU-lidmaatschap is de enige manier om te voorkomen dat Turkije definitief in de greep van de SCO komt. Mensenrechtenschendingen en corruptie die nu al in Turkije plaatsvinden, zijn geen geldige redenen om daarvan af te zien. Als daar de grens lag, was de EU echt een stukje kleiner geweest. Neem Bulgarije en Roemenië maar.

Negatieve visie

Verder wordt me soms verweten misstanden in Turkije onder de aandacht te brengen zonder er begrip voor te tonen dat het om een land in ontwikkeling gaat. Natuurlijk kunnen op betrekkelijk korte termijn geen wonderen verwacht worden, maar wel degelijk dat Turkije zich in de juiste richting ontwikkelt. Zoals ik onlangs schreef was dat in de eerste AKP-jaren het geval. Turkije werd toen democratischer, terwijl de mensenrechten verbeterden. Bovendien nam de armoede af.

In hetzelfde artikel schreef ik dat deze tendens rond 2008 omsloeg. Daar is tot op heden geen verandering in is gekomen. De armoede groeide weer en het aantal ongelukken op werkplaatsen nam toe. Dat zijn geen ontwikkelingen in de goede richting. De onlangs ingevoerde wet die vrijheden op internet beperkt, is dat al evenmin. Dat deze wet haaks staat op democratisering zeg ik niet als enige, mensenrechtenorganisaties doen dat eveneens.

Nep-Turken

Negatief reagerende lezers interpreteren kritiek op het AKP-beleid als een anti-Turkse opstelling. Voor het gemak wordt dan vergeten dat circa 50 procent van de Turken minstens zo afwijzend tegenover de AKP staat als ik. Zijn dat zelfhaters of zo? De vriendschapsverzoeken voor Facebook die ik ontvang, zijn bovendien nooit afkomstig van Nederlanders die op anti-etnische gronden iets tegen Turkije hebben, maar hoofdzakelijk van Turken of Koerden. Zo heb ik al heel wat vriendschappelijke betrekkingen met Turken en Koerden in België en Nederland aangeknoopt.

Zou dat gebeuren wanneer ik in algemene zin iets tegen Turkije had? Nee, het ligt anders. Wat hier speelt, is dat Turken die kritisch ten opzichte van de AKP staan niet als volwaardige landgenoten worden beschouwd door medestanders van die partij. Dat merk ik bijvoorbeeld wanneer Turkse critici van de AKP door aanhangers daarvan als ‘nep-Turken’ worden weggezet op internet. Zo valt eenvoudig vol te houden dat kritiek op de AKP Turkije als geheel treft.

Al even dubieus is het verwijt dat ik met mijn kritiek op de AKP een negatieve stemming rond Turken in Nederland zou kweken. Daar kan ik kort over zijn. Het zijn president Erdogan en zijn marionet premier Davutoglu die dat doen, niet de publicisten die hun beleid beschrijven. Don’t shoot the messenger!

Islam

Nog verder gaan zij die menen dat kritiek op de AKP volgt uit een negatieve opstelling ten opzichte van de islam. Dit lees ik gelukkig minder vaak, maar dat maakt het nog niet tot minder grote onzin. 95 procent van de Turken behoort tot de islam en daar valt ook de 50 procent onder die afwijzend tegenover de AKP staat.

AKP-medestanders hebben daar een simpele verklaring voor. Alleen moslims die hun partij steunen, zijn echte gelovigen. Een totale vertekening van de werkelijkheid, want zelfs de meest seculiere anti-AKP-moslims in Turkije bidden vaak vijf keer per dag en doen niet zelden aan de ramadan. Toch heten zij door hun afwijzing van de AKP ‘ongelovigen’ voor medestanders van die partij. Kortom, hetzelfde proces van uitsluiting dat ik hierboven beschreef.

Vrijheid

Ik verdedig het recht voor eenieder om wat voor levensbeschouwelijke overtuiging dan ook te volgen. Dat recht ken ik zelfs vooral aan degenen toe die leven op een manier waar ik me persoonlijk niets bij voor kan stellen. Dat heet vrijheid en daar valt niet aan te tornen. Individuele vrijheid eindigt echter waar die van een ander begint. Vrijheid van religie is een schitterend beginsel, maar wanneer het tot dwang leidt heeft het niets met vrijheid te maken.

Daar is de schoen gaan wringen onder de AKP. Lang niet alle Turken vinden het vanzelfsprekend dat het geloof richting geeft aan het openbare leven. Zij houden religie liever binnen de persoonlijke sfeer en zien het als een keuze die in vrijheid genomen wordt. Die vrijheid komt in gevaar wanneer jonge kinderen op scholen zonder ontsnappingsmogelijkheid met eenzijdige religieuze dogma’s worden bestookt. De AKP-regering stimuleert die praktijk en werd daar onlangs nog door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR) voor op de vingers getikt.

Wie dergelijke kritiek in een anti-islamitische hoek plaatst, weet niet wat vrijheid inhoudt. De achterliggende gedachte laat zich raden. In een wereld waarin velen met afschuw vervuld zijn over Geert Wilders en zijn vreselijke soortgenoten, kan kritiek op islamistische politici eenvoudig in een kwaad daglicht worden gesteld door met anti-etnische of anti-islamitische opvattingen te verbinden. Zoals kritiek op Israël maar al te gemakkelijk aan antisemitisme wordt verbonden. Maar of die strategie nu door zionisten of islamisten wordt gevolgd, ze blijft ongenuanceerd en goedkoop.

Respect

Tijdens de laatste ramadan gebeurde iets dat me trof. Ik bezocht een Turkse kennis met wie ik soms een glaasje drink. Hij neemt het doorgaans niet zo nauw met de door de islam opgelegde verboden, maar tijdens de ramadan verandert dat en drinkt hij geen druppel. Hij verraste me door plotseling een glas whisky voor mijn neus te zetten. Om zo zijn respect uit te drukken voor de manier waarop ik leef. Ik kan me voorstellen dat zoiets in andere landen met een overwegend islamitische bevolking sporadisch voorkomt, maar in Turkije is het geen punt.

Een paar jaar geleden was ik in Turkije op een bruiloft. In een moskee, wat betekent dat het een erg religieuze bruiloft was. Ik kreeg de bruid ook niet te zien. De mannen namen me mee naar de gebedsruimte, waar ik geduldig probeerde de preek van de imam te volgen. Dit werd als een belangrijk teken van respect ervaren. Niemand wees me erop dat ik als atheïst een levenswijze volg die niet aansluit bij de islam.

Zo hoort het: respect beantwoordt met respect. Daar heeft de nadruk van de AKP op religie gelukkig niets aan veranderd in Turkije.

Geschiedenis

Tel hier de spreekwoordelijke Turkse gastvrijheid bij op, en het is goed toeven voor een buitenlander in Turkije. Maar er is meer dat me in dit land aantrekt. Dat is het voortdurende gevoel dat hier dingen kunnen veranderen. Een heel verschil met Nederland, waar de geschiedenis voorbij lijkt. Op de inspirerende dynamiek die hiervan uitgaat heeft de AKP, met haar grootspraak dat ze Turkije tot het einde der tijden zal besturen, geen greep. De vaart waarmee die partij aan het begin van het vorige decennium opdook, leert juist hoe snel alles hier om kan slaan.

Die andere kant van Turkije, waar ik zo van onder de indruk ben, komt met name tot uiting in de kunst. Die maakt hier een enorme opkomst door. Als kunst de schaduw is die de toekomst voor zich uitwerpt, zoals Harry Mulisch schreef, is de geschiedenis in Turkije nog lang niet voorbij en heeft dit land de toekomst veel te bieden. Die belofte maakt het fascinerend om de ontwikkelingen hier te volgen, ook al gaan die momenteel in een minder positieve richting dan ik de Turken wens.

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politiek biografie van Turkije. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!