Straf zonder eind: de onmenselijke kant van detentie in België

Dat er met justitie, internering en psychische zorg voor gedetineerden in ons land veel mank loopt, werd dezer dagen nogmaals geïllustreerd met de zaak-Frank Van Den Bleeken die euthanasie als enige uitweg zag. Mensen lijden onder uitzichtloosheid of omdat ze geen schijn van kans krijgen. Dat blijkt ook uit onderstaand getuigenis van gevangenisaalmoezenier Henk van Andel.

maandag 22 september 2014 14:50

Ruim acht jaar was ik aalmoezenier in twee gevangenissen in
België. Ik hoorde verhalen van
mensen die straf hadden gekregen. Zij hadden tenminste de wet(ten) overtreden
en in een aantal gevallen mensenlevens beschadigd. Er werd mij regelmatig
duidelijk gemaakt dat ik niet al hun verhalen moest geloven. Dat deed ik ook
niet, ik zocht vooral naar het mensenverhaal achter de gepleegde feiten. Ik
noemde dat graag, met Abel Herzberg: het zoeken naar ´het fragment van God´ in
de mens die tegenover mij zat. En als dan de – ook vaak beschadigde – harten
opengingen, kwam er weer ruimte voor mens-zijn, verrassend goed voor ieder
mens.

Als er zoveel kapot gegaan is, in en tussen mensen, wat kan dan weer
helend werken? Zeker als er andere mensen levenslang aan kapot zijn gegaan? En
hoeveel kans krijgen veroordeelden dan om uit de fuik te komen van een
misgelopen verleden? Waardoor kon het zo mislopen? En hoeveel kans krijgen
misdadigers om andere mensen te worden, zeg maar weldadigers?

Hoezo einde straf?

In de zomer van dit jaar 2014 begeleidde ik één van hen om buiten de gevangenismuren kennis te maken met woonst (begeleid wonen) en (vrijwilligers)werk. Hij had
bijna twintig jaar vastgezeten voor een brute moord, in een agressief gevecht met
vooral veel drank. Hij had daar nachtmerries van en vond het terecht dat hij
deze straf moest ondergaan. Maar niet dat hij geen schijn van kans
kreeg om te laten zien dat hij ervan geleerd had en een ander mens wilde zijn.
Hij stond in de gevangenis bekend als een vriendelijk mens, met veel humor en
bereidwillig om mee te werken.

Zo leerde ik hem ook kennen, in al zijn
kwetsbaarheid, die vroeger onder veel stoerheid was verstopt. Samen met zijn
toenmalige echtgenote schreef hij zo´n honderd instellingen aan (ik zag zijn
enorme verzameling) om een residentiële opname te krijgen. Hij kreeg of geen
antwoord of hoorde een eentonig liedje: geen plaats, komt niet in aanmerking, enz. De
Vlaamse Ombudsman gaf hem gelijk en stelde de Belgische staat
aansprakelijk voor dat ´geen plaats meer´.
Door deze moedeloos makende uitzichtloosheid liep het huwelijk van de man op de
klippen. Ik heb de eenzame pijn gezien, ook bij zijn moedige vrouw. In de terugkerende
gevangenisrapportages over zijn kansen, was het refrein even onthutsend: hij werkt niet aan zijn reclassering, en het is niet zeker dat hij
niet terugvalt in agressiviteit en drankmisbruik (rapportage tot op
20-03-2014!).

Bijna twintig jaar stond hij droog, was uiterst vriendelijk in de dagelijkse omgang, en wat had hij niet allemaal geprobeerd? Ik werd
woedend. Dat je geen schijn van kans krijgt om te tonen dat je een ander
mens bent geworden, wil worden. Hoe vernederend en verbitterend. Deze mens
heeft het vooral aan zichzelf te danken, dat hij toch nog durfde ingaan op de
kans – veel te laat, pas als ´einde straf´ bijna in zicht is – om met
elektronisch toezicht naar buiten te gaan. Hij had bijna panische angst om naar
buiten te gaan: hoe kan ik die vreemde buitenwereld aan?

Gelukkig waren er in
die laatste fase begeleiders van buiten de gevangenis die hem prachtig
opvingen. Als mens met een goede kans! Hij had zijn goede hart gelukkig bewaard. Ik had het met verwondering
gezien en was blij om hem naar buiten te kunnen begeleiden, waardoor hij de
moed om eruit te gaan (Exodus) toch kon opbrengen.

Belgische basiswet
over vrijheidsstraf

Hoe is dat afgesproken in de Belgische wetgeving over de kansen van gedetineerden om terug te kunnen komen in de samenleving? Een intermezzo over de basiswet en de voorwaardelijke in vrijheidstelling (V.I.).

Uit Ontwerp 2004 ‘betreffende het gevangeniswezen en de
rechtspositie van gedetineerden’, basisbeginselen, artikel 5:

§ 1. De vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel
wordt ten uitvoer gelegd in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden
die de waardigheid van de mens eerbiedigen, die het behoud of de groei van het
zelfrespect van de gedetineerde mogelijk maken en die hem aanspreken op zijn
individuele en sociale verantwoordelijkheid.
§ 2. Bij de uitvoering van de vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel wordt er zorg voor gedragen dat de orde en
veiligheid worden gevrijwaard.

In de wet is geregeld dat iedere gedetineerde in aanmerking
komt voor ´voorwaardelijke vrijheid´: als een derde van de straf is
uitgezeten na één veroordeling, na twee derde van de straf bij recidive.
Daaraan zijn een aantal voorwaarden verbonden: woonst, werk, goed gedrag,
begeleiding enz. Mensen van de
Psycho-Sociale Dienst (PSD) bekijken of aan de voorwaarden is voldaan, daarbij
bijgestaan door andere diensten in de gevangenis (VDAB, Justitieel Welzijnswerk,
Psychiaters). De Strafuitvoeringsrechtbank (SURB sinds 2006) beslist
uiteindelijk over wel of niet V.I. Belangrijkste vraag daarbij: hoeveel kans is er op terugval? Die kans wordt
zwaarder gewogen dan de kans op een nieuwe start.

Ook als alles in orde lijkt, kan ´Brussel´ (de Federale Overheidsdienst Dienst Individuele Gevallen, DIG) beslissen
dat er nog te veel risico bestaat of lijkt te bestaan voor herval. Als een gedetineerde dan werk
heeft geregeld en dat weer moet afzeggen (na bijvoorbeeld weer een halfjaar uitstel door de SURB),
dan kan dat niet te vaak gebeuren. Is solliciteren al niet eenvoudig (krijg je op tijd een uitgangspermissie, met of zonder begeleiding? Wat
zijn je kansen?), na herhaaldelijke afmelding van mogelijk werk of woonst wordt
het steeds moeilijker.

De ervaring leert dat steeds meer gedetineerden gaan
voor ´einde straf´ om uit de vaak vicieuze voorwaardencirkel te ontsnappen. Na
teleurstellingen die zich gaan opstapelen… hoe ooit nog te bewijzen dat je oprecht anders wilt of kan zijn dan in
het verleden? De ´vrijwaring van orde en veiligheid´ (art.5 § 2) kan zo´n hangijzer worden, zowel sociaal
als politiek, dat de andere waarden (art. 5 § 1) danig in de knel komen:

– het eerbiedigen van de waarden van ieder
– behoud of groei van het zelfrespect 
– het aangesproken worden op ieders individuele en
sociale verantwoordelijkheid.

Groei van
zelfrespect?

Het voorbeeld van de man is er één uit velen. Ik
heb zijn naam niet genoemd. Velen zijn – vaak uit ervaring – bang voor tegenmaatregelen, als zij hun situatie aan het licht brengen. Dat is al tekenend voor hun positie, lijkt mij.
Ik ga nu het verhaal vertellen van een andere gedetineerde, verblijvend in Penitentiair Centrum Oudenaarde, die besloten heeft om wel genoemd te willen worden. Dirk Blanckaert
is zijn naam, hij heeft al zoveel verloren en heeft niets meer te verliezen. Ik
leerde hem kennen in de gevangenis van Brugge. Langzaam maar zeker wonnen we
elkaars vertrouwen. Dirk is zwaar aangetast door zijn levensverhaal. Ik tekende
verschillende malen zijn achtergrond op, ook in getuigenissen voor colleges die
zijn gedrag moesten beoordelen. 

Dirk werd geboren als ongewenst (zoveelste) kind. Toen
hij opgroeide, kreeg hij dat van zijn ouders te horen: we hebben jou niet
gewenst, maar je kunt er zelf wat aan doen om er bij te mogen horen. Maak maar
van elke gelegenheid die we je geven, een dief. De omstandigheden waarom zij zo
met hem omgingen, ken ik niet, wel zijn ervaringen als kind. “Ja, aalmoezenier, als kind groeide ik op als
gangster, de enige manier om nog iemand te zijn”. Hij vertelt hoe hij van kwaad
naar erger ging, terechtkwam in een maffiose onderwereld. “Je hoefde ook niet
te proberen daaruit te komen, ook dan kon je je leven wel vergeten”. Dan weer
opgepakt, dan weer ontsnapt, avontuurlijk gereisd, relatief genoten ook van die
ruimte, maar wel verder levend als gangster. Op de vlucht.

Uiteindelijk,
uitgeput van het zwervende en opgejaagde bestaan, zichzelf aangegeven bij Justitie in België. Vele jaren gevangenschap zijn voorbijgegaan. Hij vertelt mij:“Ik ben toen op een
dieptepunt gekomen, toen ik zeker wist dat ik het vanaf nu anders
wilde. Ooit zou ik graag mijn hoofd willen neerleggen met het besef ´ik ben
toch een goed mens geweest´.” Dirk besloot om zijn toekomstige (vrije?)
leven te wijden aan kinderen zonder kans. Hij heeft in zijn cel een project ontwikkeld
om mensen, zeker ´die de Bijbel kennen´, ervan te overtuigen dat aan ieder kind
dat ter wereld komt gegarandeerd moet
worden waar hij of zij recht op heeft: voedsel, woonplek, onderwijs, gezondheid. In
de gevangenistijd gebruikte hij zijn eigen cellen om dit project uit te werken,
in de hoop op ondersteuning van al bestaande ontwikkelingsorganisaties. Zijn
cel was er vol van, van dit verlangen.

Als ik er met hem over praatte, zag ik zijn hart bewogen
zijn voor de gekwetste kleine levens, zijn verlangen om weerbaarheid te geven
aan die eerste groeijaren, weerbaar voor later. Verbijsterd als hij is – samen
met mij en anderen – over een wereld die eindeloos toelaat dat kinderen niet
tot hun recht kunnen komen. Zijn ´eigen kind´ kan hem daar veel over vertellen!
Zijn ervaring geeft hem lef.

Altijd een dief?

Deze mens zal nooit goedpraten wat hij gedaan heeft,
maar vraagt zich terecht af wat voor kans hij kreeg om het anders te doen.
Voor hem alle reden om nu die kans zelf te maken en ik ondersteun hem daarin.
Vanuit zijn ervaring ´ik heb de diepste diepte gezien´ en zijn geloof dat het
anders kan. Een gegroeid vertrouwen met daarbij het grondige besef dat hij daar
begeleiding voor nodig heeft, na zoveel jaren vervreemding, detentieschade ook.
Zijn ervaring in de gevangenis? Vrijwel niemand neemt hem echt serieus, noch
zijn sociale begeleiders die steeds terugvallen op zijn verleden, noch de
commissies en rechtscolleges die hem doorverwijzen naar een volgend
psychiatrisch onderzoek. Dat hij overigens zelf moet betalen, een
onmogelijkheid in zijn situatie.

Laatst
zei hij bijna wanhopig voor een zoveelste zitting over ´wel of niet voorwaardelijk vrij´: “de vraag
is of zij mij willen vernietigen of gaan vertrouwen…” Hij zocht ondertussen
hartgrondig met mij naar een nieuwe invulling van oude Bijbelwoorden: over
ballingschap en bevrijding, over opstaan uit de dood, uit de diepte roepen tot
God, over goedheid, over heilige Geest tegenover wat een mens de adem beneemt.

Hoe een mens kan stikken in de herhaaldelijke beeldvorming van ´altijd zo
geweest´, er lijkt geen ontkomen aan: in deze mens niets goeds te vinden? We
praatten over Abel Herzberg, gevangengezet in het concentratiekamp Bergen-Belsen, met zijn geloof in ´een fragment van God
in ieder mens´. Ik zie hem groeien in zijn bewustwording, in zijn geloof, hoop
en liefde. Wat kan hij nog doen om nieuw vertrouwen te krijgen? Als iemand
echte bekering beleeft, maar doodgewoon niet wordt geloofd? Dringend
blijft zijn vraag: willen ze mij eens vertrouwen of voorgoed vernietigen?

Vastgepind…

In 2011 kreeg Dirk vanuit de gevangenis de kans om zijn
verhaal nog eens voor te leggen aan een gerechtspsychiater. Het bleek een
gerenommeerde naam te zijn van iemand die in datzelfde jaar in een
Panorama-uitzending, over de beoordeling en kansen van geïnterneerden-in
hun-vergeetput, vertelde hoe slecht de voorwaarden waren voor
gerechtspsychiaters om hun werk te doen. Hij deed dat samen met andere
collega´s. Hun refrein in dat programma Te gek om los te lopen was: “het is
gewoon één grote loterij”. Dirk Blanckaert was opgetogen na zijn gesprek met deze
psychiater. Eén gesprek van slechts drie kwartier! Hij had het gevoel dat er
goed naar hem geluisterd was. Des te groter was de schok, die ik meebeleefde in
zijn cel. In de rapportage van deze gerechtelijke beoordelaar stond dat deze man nooit meer de samenleving in mocht. Dat was
niet als een vermoeden geformuleerd, maar als een feit. Hij had bizarre
gedachten en was op zijn minst psychisch niet in orde, aldus het rapport.

Bij elke poging om een uitgangsvergunning te krijgen om aan
zijn toekomst te werken, kwamen er drie argumenten naar voren om zulk
verlof niet toe te staan:

– zijn vlucht van 1998
uit het justitiehuis
– zijn criminele feiten
van vóór 2005
– de beoordeling van een
gerechtspsychiater (2010) na één gesprek van drie kwartier.

Ik schreef de betreffende
psychiater om te vragen hoe hij was gekomen tot zo´n absoluut oordeel en of het
ook mogelijk was dat een mens veranderd was, zoals drie aalmoezeniers,
onder wie ik, in hun jarenlange contact met hem hadden gezien? Hoe hij veranderd
was na zijn gevangenisopname in 2005, dus na alle feiten en
vluchtpogingen! De aangeschreven en
aangesproken man wilde mij noch antwoorden noch te woord staan. Hoewel ik hem juist
aansprak op zijn eigen uitspraken in het genoemde Panorama-programma: over de
onmogelijkheid om te werken als gerechtspsychiater. Ik sprak hem aan op zijn
openheid toen, die ik buitengewoon had gewaardeerd als gezonde zelfkritiek.
Jammer genoeg sloeg hij de deur keihard dicht… Met rampzalige gevolgen.

Eind november 2013 was einde straf aangebroken voor Dirk, na tien jaar detentie.
Er waren nog tien jaar Terbeschikkingstelling van de Strafuitvoeringsrechtbank (zie bijlage TBS) aan de oorspronkelijke veroordeling toegevoegd, voor het geval dat… er
nieuwe feiten gepleegd zouden zijn of deze mens onverbeterlijk zou blijken te
zijn.

Er waren geen nieuwe feiten, en
drie aalmoezeniers hebben gezien en getuigd dat deze mens heel graag een goed
mens wil zijn. Ondanks de verschillende getuigenissen daarover werd Dirk
Blanckaert geruisloos de TBS ingeloodst. En met welke argumenten? Dezelfde drie
hierboven genoemd, aangevuld met een vage aanduiding van ´bizarre gedachten´.
Zou dat gaan over zijn hartenwens om alle kwetsbare kinderen deel van leven te geven?
Graag deel ik met hem en anderen dit soort bizarre gedachten.

Dirk Blanckaert bleek tot en met
verbeterlijk, ´de gevangenis´ bleek keihard en onverbeterlijk.

Menselijkheid
voorop

Als een mens na een bizar of tragisch verleden anders wil
zijn, zou vanuit de bovengenoemde wetgeving grote blijdschap moeten bestaan. Want dan wordt het menselijke
doel bereikt, natuurlijk met de nodige nuchterheid van geboden begeleiding
en goede opvang van gezonde of liefst nieuwe netwerken. Een moeilijk verleden verander
je niet zomaar, maar het zou mooi zijn als de bereidheid om te
veranderen –onomstotelijk, tegelijkertijd met de nodige voorzichtigheid – werd erkend en zeker aangewakkerd. Blijdschap
ook, als er partners zijn of familieleden die aan een mens trouw zijn gebleven
en blijven geloven in een mens die nooit samenvalt met zijn daden. Zoals bij
Heidi, de vrouw van Dirk en haar familie, die taai in zijn goedheid blijven
geloven! Een hele klus voor verwanten en vrienden om hun engagement vol te
houden!

Er is in ons gevangenisstelsel te veel angst om los te laten. Angst die
soms uit terechte bezorgdheid komt (recidive), maar te veel gevoed wordt door wat
samenleving (´men´) en politiek
(´stemmingmakerij´) vinden. Waardoor mensen veiligheidshalve vastgehouden worden,
ook al is dat tegen de hierboven vermelde beginselen van de Belgische basiswet over
vrijheidsstraf, artikel 5. Gedetineerden zelf hebben geen stem, en hun aantal
is verwaarloosbaar voor stemmenwinst.

Tot er einde straf is en een langgestrafte vrijkomt,
nogal eens zonder enige vorm van begeleiding omdat er geen plaats voor opvang
is. Of iemand naar buiten komt vol van bitterheid over de diep gevoelde
vernederingen. Dat ligt dan meestal niet aan het bewakingspersoneel, dat ik
steeds meer ben gaan bewonderen. Onder vaak niet-menselijke voorwaarden pogen
ze de menselijkheid hoog te houden. Niet het minst de vrouwelijke
medewerkers, ook toch veel mannen, vooral als ze een lange ervaring hebben. Het
euvel ligt aan een verstikkend stelsel, dat mensen systematisch uitsluit.

België is al regelmatig beboet of op de vingers getikt
vanwege de uitzichtloze situatie van de minstens 1000 geïnterneerden, de
overbevolking van de gevangenissen, de middeleeuwse toestanden in een aantal
gevangenissen.

En perspectief?

Aan dat laatste zou ik nog willen toevoegen: de
uitzichtloosheid van gedetineerden om er werkelijk als mens uit te komen. Soms
lees of hoor je een moedig antiverhaal, van een enkele gevangenisdirecteur of
bewogen beambte, soms zijn er oproepen van advocaten en mensrechtenliga´s. Maar ze
lijken gericht aan dovemensoren. Ondertussen lijden mensen onder hun
uitzichtloosheid of onder het geen schijn van kans krijgen. Leven zonder
perspectief? Dodelijk als geweld!

Ik pleit ervoor dat er in die schijnwereld volop licht
wordt aangebracht, door mensen die de moed hebben om dit onrecht te veranderen
in doordachte menselijkheid. Menswaardigheid voor de slachtoffers van misdaad
en geweld – uiterste zorg voor hen! – en menswaardigheid voor hen die in de
tragische spiraal van misdaad en geweld zijn terechtgekomen. Dat ook hun leven
weer terecht kan komen. Zeker als zij dat zelf zielsgraag verlangen.

Henk van Andel is gepensioneerd protestants aalmoezenier
van de Penitentiaire Centra Ieper en Brugge (mannenafdelingen) en gepensioneerd
predikant van Ieper. Hij woont sinds april 2014 in Zutphen, Nederland
.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!