Festival L’Âge d’Or: Speuren naar subversieve films

In oktober blaast Cinematek L'Âge d'Or nieuw leven in. De prijs is genaamd naar Luis Buñuels taboedoorbrekende film uit 1930 en ingesteld door filmmuseumconservator Jacques Ledoux. Hij wilde er poëtische en subversieve films mee ondersteunen. De prijs wordt nu opnieuw uitgereikt tijdens een heus festival. Een verademing in conformistische cultuurtijden.

zondag 21 september 2014 21:57

Films
zoals Los
muertos

(Lisandro Alonso), Hamaca
Paraguay

(Paz Encina), Hors
Satan

(Bruno Dumont) en L’Âge
atomique

(Héléna Klotz) werden de laatste jaren nog bekroond met een L’Âge
d’Or-prijs, maar die gebeurtenissen gingen haast ongemerkt voorbij
omdat de fut wat uit deze in 1958 voor het eerst toegekende prijs
was. Dat
had veel te maken met de wat ongelukkige combinatie van L’Âge d’Or
en het Filmvondsten Festival (opgezet om fragiele films zonder
bioscooprelease een steuntje in de rug te geven) maar nog meer met
het beperkte aanbod aan subversieve films én onduidelijkheid omtrent
de invulling van het begrip ‘subversiviteit’.

Een
nieuw elan

De
Brusselse Cinematek was zich bewust van het probleem en koos voor een
radicale herbronning. L’Âge d’Or wordt ontkoppeld van Filmvondsten
en dient volgens de organisatoren opnieuw aan te sluiten “bij het
avontuur, de durf en de drang naar vernieuwing van dat andere
sleutelevenement uit de geschiedenis van het filmarchief: EXPRMNTL”.

Tijdens
dat festival voor experimentele film (vijf edities tussen 1949 en
1974) – met enige zin voor humor en provocatie georganiseerd in het
mondaine Knokke – werden ook de eerste drie L’Âge d’Or-prijzen
toegekend. Undergroundfilmer Kenneth Anger werd de eerste naam op een
palmares, waar enkele jaren later Martin Scorsese met zijn kortfilm
The
Big Shave

zou prijken.

Het
opzet is om van het vernieuwde L’Âge d’Or een even spraakmakend
festival te maken met een rijke en compromisloze programmatie. Van 8
tot en met 14 oktober zal in Cinematek (Baron Hortastraat 9, Brussel)
een competitie met een twintigtal recente films lopen. Allemaal films die nog
nooit in Brussel werden vertoond.

In
tegenstelling tot traditionele festivals maakt L’Âge d’Or geen
onderscheid naar duur (kortfilms worden er naast epossen
geprogrammeerd), noch naar techniek of formaat (pellicule, video,
digitaal). Het belangrijkste selectiecriterium is dat het vertoonde
werk moet breken met filmisch en maatschappelijk conformisme.

Een
festival van filmervaringen

Omdat
L’Âge d’Or een gebeuren was geworden dat zich afspeelde ver van
filmliefhebbers (met een jury die schijnbaar ongemotiveerde beslissingen nam)
wilden de organisatoren er opnieuw een levendig evenement van maken.
Een ontmoetingsplaats voor mensen die interesse hebben voor poëtische,
subversieve cinema.

Daarom
ook wil men af van het hokjesdenken en de cinematografische grenzen
tussen experimentele film, alternatieve fictie en ideosyncratische
documentaires. Wat telt, is de filmervaring voor filmmakers en
publiek.

Het
nieuwe L’Âge d’Or profileert zich als “een filmfestival dat leeft
van zijn geloof in het aura van de beelden, in de kracht van de
montage, in de juiste lengte van de opnamen, in de kracht van de
klankband… of de stilte”. Kortom, “een festival van
filmervaringen”.

Wordt
verwacht

Uit
23 geselecteerde films kiest de jury – bestaande uit Birgit Hein
(cineast, lesgever), Guy-Marc Hinant (cineast) en Stoffel Debuysere
(lesgever, programmator Courtisane) – een winnaar die met de L’Âge
d’Or-prijs mag gaan pronken.

De
films met titels zoals Les
Tourmentes, Poetry For Sale, I Am Micro, Metamorfoza, Cut

en 2012
zijn het werk van tamelijk onbekende cineasten (Makino Takashi,
Friedl vom Gröller, Martha Colburn, Dellani Lima,…) uit alle
hoeken van de wereld: van Japan en India over Brazilië en Argentinië
tot Frankrijk, Duitsland en de VS.

Naast
de competitie worden er enkele speciale vertoningen
georganiseerd. Juryvoorzitster Birgit Hein stelt de openingsfilm
Baby,
I Will Make You Sweat

voor, Gustav Deutsch zal aanwezig zijn bij de avant-première van
Shirley:
Visions of Reality
en
de Indische cultfilm Om
Dar-B-Dar

wordt uit de obscuriteit gehaald.

Verder
is er een historisch luik waarin wordt gefocust op het werk van
de Amerikaanse onafhankelijke filmmaker en filmtaalvirtuoos Gregory
Markopoulos (1928-1992), op de Italiaanse avant-gardecinema uit de
periode 1964-1975 (onder meer het epos Anna
van Alberto Grifi & Massimo Sarchielli uit 1975) en als
slotfilm op de experimentele western van Adolfas Mekas, The
Double-Barreled Detective Story.
Tevens
wordt er hulde gebracht aan kunstenaar en vernieuwer Stephen Dwoskin
(1939-2012), in 1982 winnaar van de L’Âge d’Or-prijs met de filmische mokerslag Outside
In
.

Zoeken
naar een tegenfilm

Het voornemen om poëtische en
subversieve films te ondersteunen is lovenswaardig. Zeker op een
moment dat cultuur meer en meer in de richting van conformisme en
hersenloos entertainment wordt geduwd. Net
zoals de film van Buñuel kan L’Âge d’Or (het festival en de prijs)
tegen de stroom oproeien en hopelijk choqueren of ten minste tot
denken aanzetten. We zijn immers toe aan een flinke dosis tegenfilm.

Alleen
blijven termen zoals ‘subversieve cinema’ en ‘tegenfilm’ discussie
uitlokken. Er is wat onenigheid over hoe de concepten
gedefinieerd kunnen of moeten worden. Nieuw
is dat gegeven allerminst. Zelf herinneren we ons heroïsche,
door conservator Jacques Ledoux in een Brussels Chinees restaurant gevoede, discussies tijdens
juryberaadslagingen van edities van L’Âge d’Or uit lang vervlogen
tijden.Ondanks alle argumenten bleek subversiviteit beoordelen toch vooral iets heel intuïtiefs.

Elke discussieronde leverde nieuwe vragen op. Wanneer
is een film subversief? Volstaat choqueren voor subversiviteit?
Kunnen enkel voor het reguliere circuit verbrande films in aanmerking
komen voor het L’Âge d’Or-aureool? Wat geldt nog als taboe? Hoe
bevrijdend moet zo’n compromisloos werk zijn? Is wansmakelijkheid
subversief?

Deze
en andere vragen gingen over en weer, terwijl films gewikt en gewogen
werden. Wie deze oefening ooit meemaakt, weet dat de keuze nooit
vanzelfsprekend kan zijn en dat onenigheid onvermijdelijk is. Zelf
blijven we het subversief wansmakelijke
Caniche

van Bigus Luna uit 1982 de meest verdiende prijswinnaar ooit vinden,
maar anderen zullen zich blijven ergeren aan de gezochte esthetiek
van het lelijke die deze hondse, zwarte komedie kenmerkt. Het zij zo.

Rebels
kijkplezier

Toch
bestaat er een kader waarbinnen subversiviteit beoordeeld kan worden. De
ideale prijswinnaar is de film waarvan de vindingrijkheid en de
filmische kwaliteiten van een vrije en subversieve geest getuigen. Het is een
film die modern is, maar breekt met maatschappelijk en
cinematografisch conformisme. Het
gaat dus om een ‘tegenfilm’, een werk dat onder meer taboes doorbreekt, tradities ondergraaft, experimenteert met nieuwe vormen, ethische en esthetische normen
verlegt en kritisch kijkt naar systemen en structuren.

Tegenfilms
verzetten zich tegen de heersende moraal, tegen de mainstream cinema, en pleiten
in woord en daad voor rebellie en verandering. Zaken waaraan vandaag de dag de nood
hoog is. “Film
is een gevaarlijk wapen in handen van een vrije geest,” wist L’Âge
d’Or
-regisseur
Luis Buñuel, “het beste middel om de wereld van dromen, emoties en
instincten uit te drukken. Film kan het onbewuste leven, waarvan de
wortels in het hart van de poëzie liggen, uitdrukken”.

De
films van Buñuel waren het voorbeeld van wat goede cinema kan en moet
zijn: films waarbij betekenis wordt opgeheven zonder dat het absurd
wordt, films die los van elk dogmatisme tot denken aanzetten. Zo’n
films verdienen uitgeroepen te worden tot prijswinnaar op het L’Âge
d’Or-festival. Dit jaar en de volgende jaren. “Mijn
opzet is mensen te verontrusten en het conformisme te doorbreken dat
iedereen wil doen geloven dat we in de beste van alle werelden leven”
zei Buñuel. Die geest komt hopelijk weer tot leven.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!