Een beeld als dit behoort tot het verleden
Opinie -

Bericht aan de bevolking over de ‘depolitisering’ van de Brusselse binnenstad

Op de trappen van Beurs in Brussel is er geen plaats meer voor politiek. Actievoerders en betogers worden verwezen naar minder zichtbare plaatsen. "De meest publieke ruimte van Brussel, zo al niet van België, een waar amfitheater van het politieke en sociale leven in ons land, wordt ons afgenomen", schrijft filosoof Lieven De Cauter.

vrijdag 19 september 2014 15:09

Jarenlang had ik vanuit mijn appartement in de Ortsstraat uitzicht op
het beursgebouw. Vanop mijn balkon kon ik bijna elke dag een
evenement zien passeren: voetbalfans na een match, vakbondsacties,
protestacties allerhande, en natuurlijk betogingen.

Alsof de
actualiteit er een podium had gevonden. Ja, ik had echt het gevoel
dat ik vanaf mijn balkon uitkeek op een politiek en sociaal theater;
niet zomaar een mooi straatzicht maar een glimp van de wereld. De
trappen en het voorplein van de beurs vormden ook letterlijk een
soort van theatrale ruimte, waar het politieke en de geschiedenis een
tastbare, zichtbare vorm kregen.

Ik heb er later ook zelf vele malen
gestaan en geregeld korte, geïmproviseerde redevoeringen afgestoken.
Voor televisiecamera’s was het een fraai en dankbaar decor. Maar
dat is allemaal verleden tijd…

Toen ik aankwam eind augustus vorig jaar op een manifestatie tegen
een toen op handen lijkende interventie in Syrië, waar ik mee voor
gemobiliseerd had – in 24 uur hadden we 200 man op de been gekregen
en nationale radio en televisie! – merkte ik tot mijn ontsteltenis,
dat de trappen en het voorplein van het Beursgebouw ons door de
politie werden ontzegd. Het argument was dat de trappen en het
voorplein de toegang waren geworden van een museum en dat politieke
acties daar dus niet langer thuishoorden.

Ik wist niet wat ik hoorde.
We moesten aan de overkant gaan staan, tussen de betonnen
plantenbakken. Een miezerig plekje gewoon, niks zichtbaarheid,
niks amfitheater, geen podium voor het politieke. Ook de VRT-cameramensen vonden er heel moeilijk een goede hoek.

Het is belangrijk te beseffen wat hier gebeurt: de meest publieke
ruimte van Brussel, zo al niet van België, een waar amfitheater van
het politieke en sociale leven in ons land, wordt ons afgenomen.
Niets minder. Je kon er jarenlang als het ware de temperatuur meten
van de tijd en de actualiteit volgen. Uitzinnige voetbalfans,
boze vakbondsmensen of verontwaardigde contestanten, allemaal kozen
ze de trappen en het voorplein van de Beurs als podium of als
belangrijke halte. En ze wisten waarom. Daar moest je zijn.

GAS-boetes

Natuurlijk, het ene gebruik van de trappen is het andere niet. Ik wil
wel eens zien of ze de voetbalfans na een belangrijke overwinning ook
met de politie zullen tegenhouden? Natuurlijk niet. Ook de strenge
burgemeester van Antwerpen vond het verstandig om vorig jaar de
protestactie van voetbalfans te gedogen en geen GAS-boetes uit
te delen ook al hadden ze geen toestemming voor een manifestatie
gevraagd.

Dit in schril contrast met de GAS-boetes die uitgedeeld
werden aan mensen die vorig jaar op de Meir wilden protesteren tegen
de privatisering van het zaaigoed door multinationals als Monsanto
via patentering van GGO’s.

The bottom line is natuurlijk dat
politieke actie niet welkom is en feestende of protesterende
voetbalfans politiek onschuldig en dus sympathiek zijn (en vooral ook
potentieel gewelddadig). Dit is elk geval een sterk staaltje van
subtiele onteigening van onze publieke ruimte in de sterke zin van
het woord, als ruimte voor het politieke.

Belgian Beer

Het is natuurlijk allemaal niet toevallig: de neoliberale stad lust
geen uitingen van het politieke. The Belgian Beer-tempel, de
toekomstige bestemming van de Beurs, moet een plek worden die het
toerisme in Brussel moet boosten, konden we in de krant lezen.
Als in een shopping mall of een themapark: hou het gezellig.
‘Hier doet men niet aan politiek’.

Maar dat kan en mag geen
excuus zijn. Trouwens, toeristen houden van een beetje spektakel en
dan kunnen ze met hun eigen ogen zien dat Belgen actief aan
democratie doen. Ik wil met de toeristische diensten zelfs een heel
marketingplan helpen opstellen om er een bezienswaardigheid van te
maken.

Je kan het zo oppompen dat toeristen ontgoocheld zijn als er
geen groepje mensen met spandoeken en megafoons en een paar media te
zien zijn op de trappen van de beurs, de dag dat zij er passeren.
Enfin, misschien laat ik mij meeslepen maar je weet wat ik
bedoel. 

Noch de tempel noch de toeristen hoeven overlast van
manifestanten te vrezen, temeer daar we ook in de krant konden lezen
dat de Biertempel zijn toegang krijgt via de zijkant van het
gebouw. Ongestoorde toegang verzekerd dus. De trappen zijn nu
zeker beschikbaar, van ons, van iedereen en niemand. 

De trappen
van de Beurs zijn ook meer dan een platform voor protest. Het is een
vaste afspraakplaats voor heel diverse mensen. Van clochard tot
zakenman of Amerikaanse toeriste: je spreekt af aan de Beurs en als
het te lang duurt, neem je plaats op de trappen. Het is gewoon een
machtig meeting point. Zeker nu het Beursplein weldra (???)
autovrij wordt. Tegelijk moeten we vermijden dat het autovrij worden,
niet een dekmantel wordt om het centrum nog meer als apolitiek
pretpark te framen. Ik ben er eerlijk gezegd bang voor.

Vele steden zouden ons een plek als de trappen van de beurs benijden:
een ultieme democratische plek, omdat daar, naast dagjesmensen en
krantenkiosken, vreugdekreten en proteststemmen hun plaats vinden:
een localiseerbaar domein van de vrije meningsuiting, de ware
symbolische plaats van de openbaarheid, die zich voor het overige in
kranten, televisie, radio, internet, kortom in een virtuele ruimte
afspeelt. Dit is gewoon straffer dan Speaker’s Corner in
Hyde Park.

Ik denk daarom dat het stadsbestuur zijn beslissing moet
bijsturen of de zaakvoerders van het beursgebouw op hun civieke
plichten wijzen. Het gaat hier om een heuse erfdienstbaarheid aan de
democratie, misschien niet de jure maar wel de facto. We
mogen ons als Brusselaars, en zelfs als Belgen, deze unieke plek niet
laten afpakken. Ik roep bij deze het Picnic the Streets-netwerk
op om, eventueel in samenwerking met de vakbonden en allerlei
activistische organisaties, een ‘Reclaim the steps‘ te
organiseren.

Post scriptum: Maar dat is nog niet alles. Mijn open brief van
vorig jaar aan Picnic the streets en co, was duidelijk te
gefocust, en daardoor een beetje bijziend (misschien dat hij daarom
is blijven liggen…).

Alle betogingen waarin ik heb meegelopen
sindsdien (en dat zijn er toch een paar), vertrokken, zoals sinds
mensenheugenis, vanaf het Noordstation maar werden dan gewoon de
kleine ring op geleid in plaats van af te slaan zoals, ook sinds
mensenheugenis, naar de centrale as richting Brouckère, met halte en
hoogtepunt aan het Beursplein.

Vaak ging het dan verder richting
Zuidstation, waar de eindspeeches plaats vonden, maar velen bleven
hangen rond de beurs (en gingen daar in de buurt een welverdiende
pint pakken).

Nu loopt de stoet dus rond de stad. We lopen te
schreeuwen in het Niets, tegen de lege kleine ring en zijn gebouwen.
Geen publiek. De betogingen worden zo bijna letterlijk van hun
publieke karakter ontdaan: een betoging zonder voorbijgangers en
toeschouwers, zou net zo goed door de velden kunnen lopen.

Een
betoging vindt plaats in het hart van de stad, een politieke
handeling hoort in het hart van de polis. Toch? Volgens mij zit hier
method in de madness. De trappen van de beurs zijn maar één
pijnpunt (ja, het doet me zeer), maar het gaat in feite om de hele
binnenstad. Men wil de stad vrijwaren van al dat kabaal.

De vijfhoek
moet een vredig themapark zijn voor toeristen en één grote
shopping mall voor dagjesmensen. ‘Winterpret’ (de vreselijk uit
zijn voegen gebarsten kerstmarkt die Brussel wekenlang voor de
bewoners tot onuitstaanbare klankenlichtshow omtovert, tot no go zone
want overspoeld door dichte drommen toeristen) maar dan het hele jaar
door.

Politiek protest past niet in de plaatje. Dus van de trappen
van de beurs moeten we uitzoomen naar de hele binnenstad als we ‘het
recht op centraliteit’ van het protest wil verdedigen. We moeten
met andere woorden de stad weer expliciet gaan doorkruisen met onze
manifestaties en desnoods bezetten (of in zekere zin ontzetten van de
verprekparking en commercialisering) om haar te vrijwaren van totale
depolitisering.

Vandaar dit bericht aan de bevolking, deze oproep aan
de hele civiele maatschappij, aan alle organisaties die nog een
betoging organiseren: het moet dwars door het centrum of er komt
hommeles van. Zeg dat maar aan de politie. Een spergebied rond het
parlement en zo, o.k., tot daar aan toe. Maar geen spergebied in de
benedenstad! De stad is van ons. Reclaim the Steps? Ook. Maar
nog belangrijker: Reclaim the City [Godverdomme]!  


Lieven De Cauter is cultuurfilosoof

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!