Journalist Fausto Evelio Hernández Arteaga, 54 jaar, werd op 11 maart 2012 door onbekenden met machetes afgemaakt in de Hondurese stad Sabá, voor het oog van meerdere omstaanders. Niemand durft getuigen bij de politie, omdat die als de opdrachtgevers worden beschouwd. Hij werd meermaals anoniem bedreigd, omdat hij kritische artikels schreef over wangedrag door de politie (foto La Tribuna).
Opinie -

Gruwel Islamic State is geen nieuw fenomeen

De misdaden van IS zijn gruwelijk, ze zijn echter geen nieuw fenomeen. Dit soort wandaden zijn een constante in de conflictgebieden van de voorbije twee eeuwen tot nu. De verontwaardiging over deze misdaden is ook niet altijd even groot als nu. Niet elk slachtoffer heeft immers dezelfde relevantie.

woensdag 17 september 2014 17:18

Voorlopig is het einde van de gruwel
van IS niet in zicht. De organisatie dreigt binnenkort opnieuw een
Brit te onthoofden. De verontwaardiging over deze wandaden is groot.
Sommige commentatoren menen zelfs dat een morele grens werd
overschreden. Dit zou een strijd van de beschaving tegen de barbarij
zijn.

Dergelijke gruweldaden zijn
allesbehalve een nieuw fenomeen. De manier waarop hier op deze
misdaden wordt gereageerd, is echter selectief. Blijkbaar zijn niet
alle slachtoffers van bruut geweld evenveel verontwaardiging waard.

Bassam Raies

Dat blijkt onder meer uit de manier
waarop werd gereageerd op het vermoorden van mensen, onder wie ook journalisten, in
Syrië in de voorbije maanden. IS is met de onthoofding van twee
Amerikaanse en één Brits slachtoffer immers niet aan zijn proefstuk
toe. In Syrië werden in de voorbije maanden meerdere Syrische
burgers op gelijkaardige manier afgemaakt.

In de derde week van augustus (de
exacte datum is niet bekend) werd Syrisch journalist Bassam Raies
vermoord. Reporters without Borders en het Committee to Protect
Journalists hadden er geen commentaar bij. In de Europese en
Amerikaanse media werd er geen melding van gemaakt. Tijdens de
recente aanval van Israël op Gaza werden elf mediaprofessionals
gedood (journalisten, cameramannen, geluidstechnici).

Terug in de eigen geschiedenis

De Europese kolonisten pasten routineus
willekeurige onthoofdingen en verminkingen als terreurmethode
toe, van de negentiende eeuw tot de vroege jaren 1960.

Foto’s van
Britse, Franse, Portugese, Nederlandse, Belgische, Duitse, Spaanse,
Amerikaanse en Australische soldaten en kolonisten met in hun handen de hoofden van
weerbarstige inboorlingen werden gretig getoond in kranten en weekbladen (de enige
visuele media van die tijd). Verontwaardigde reacties
waren er niet. Het waren triomffoto’s van de beschaving tegen de
wilde inboorlingen.

El Salvador

In de recentere geschiedenis werden
gruwelijke afslachtingen van onschuldige mensen, waaronder
onthoofdingen, als terreurmethode systematisch toegepast in Centraal-
en Latijns-Amerika. Doodseskaders onder leiding van officieren,
opgeleid in the School of the Americas, pasten de daar aangeleerde
terreurmethodes
toe, met als uitgesproken bedoeling de bevolking in
een permanente staat van angst te brengen, die elke impuls tot
sociaal verzet in de kiem zou smoren.

Tussen 1979 en 1992 werden in El Salvador 75.000 mensen afgeslacht. Tijdens de burgeroorlog werd dat
geweld voorgesteld als gelijk verdeeld tussen de rechtse
doodseskaders met Amerikaanse steun en de linkse guerrilla’s, waarvan
werd beweerd dat ze door de Sovjet-Unie werden gesteund.

Na 1992 wees onderzoek uit dat meer dan
80 procent van de doden door de doodseskaders waren omgebracht. Waar
de repressie van de linkse guerrilla’s was gericht tegen soldaten,
politieagenten en politieke leiders, gingen de doodseskaders echter
achter leraars aan, syndicalisten, journalisten, landbouwingenieurs
en priesters, zowat iedereen die de bevolking een stem wilde geven.

De wreedaardigheden van de Salvadoraanse doodseskaders waren ruim
bekend. Hun terreur was immers bedoeld om gezien te worden door de eigen
bevolking. Er werd in de media ruim over bericht, er werd ook
militair tussenbeide gekomen, weliswaar om de daders te ondersteunen, niet de
slachtoffers.

Guatemala

In Guatemala duurde de burgeroorlog nog
langer, van 1960 tot 1996. Daar was de terreur van de door de VS
opgeleide doodseskaders vooral gericht tegen de autochtone bevolking,
hun leiders en sympathisanten. Ook hier waren onthoofdingen en gruwelijke
verminkingen routine.

De onderzoekscommissie die na de
burgeroorlog onder auspiciën van de VN de slachtingen onderzocht,
kwam tot de slotsom dat hier van genocide sprake was geweest. Ook
deze wreedheden waren ruim bekend op het ogenblik van de feiten zelf.

Rios Montt, één van de generaals
verantwoordelijk voor deze jarenlange slachtpartijen, werd in 2013
door de Guatemalteekse rechtbank voor genocide veroordeeld tot
levenslang. Met ruime financiële steun van Amerikaanse advocaten
wist hij dat eerste vonnis te laten vernietigen op
juridisch-technische gronden. De heropening van zijn proces wordt
door de VS actief tegengewerkt.

Nicaragua

Nicaragua was nog een ander
Centraal-Amerikaan land dat kreunde onder een burgeroorlog van 1979
tot 1990. Toen de linkse guerrilla van de Sandinisten in 1978 prowesterse dictator Anastasio Somoza van de macht wist te verdrijven,
hergroepeerde de VS onder president Reagan onmiddellijk de verslagen
presidentiële garde in buurland Honduras. Reagan noemde de
‘Contra’s’ zijn ‘vrijheidsstrijders’.

Tijdens hun slachtingen werd dat
geweld voorgesteld als een burgeroorlog tussen links en rechts.
De onderzoekscommissie na 1990 stelde vast dat de de Contra’s
systematisch alle projecten en personen hadden geviseerd die de
economie en de sociale samenhang van het land probeerden te
herstellen. Zo werden bijna alle landbouwscholen vernietigd, leraars
inbegrepen. Ook hier waren onthoofdingen en gruwelijke verminkingen
onderdeel van de toegepaste terreur.

Colombia

In Colombia heerst nog steeds een
burgeroorlog, die al sinds 1948 bezig is. Doodseskaders
terroriseren er nog steeds grote gebieden. Hier paste president
Kennedy (1960-1963) voor het eerst de nieuwe militaire doctrine voor
Latijns-Amerika toe van ‘nationale veiligheid’.

De
Latijns-Amerikaanse legers moesten zich niet meer beperken tot de
klassieke taak van elk nationaal leger, namelijk het verdedigen van
het territorium, maar namen de handhaving van de openbare orde over
van de politie.

In het Colombiaanse parlement hebben
vandaag nog meer dan veertig procent van de leden banden met
paramilitaire doodseskaders (‘paramilitair’ betekent illegale
gewapende organisaties met een interne ‘militaire’ structuur –
dikwijls waren het ook gewoon echte militairen of politieagenten die zonder uniform
opereerden).

Colombia is al tientallen jaren het land met het grootste aantal interne vluchtelingen ter wereld en is al even lang één
van de gevaarlijkste landen ter wereld voor journalisten en
vakbondsactivisten.

Van Colombia in 1948 over Centraal-Amerika in
de jaren 1980 terug tot nog steeds Colombia vandaag, kenmerkten deze
doodseskaders zich door de openlijke brutaliteit waarmee ze te werk gingen.
Onthoofdingen, verminkingen, folteringen, niet alleen van mannen,
maar ook van moeders en kinderen, tienduizenden werden vermoord.

Over de nieuwe terreur van doodseskaders in Honduras sinds de staatsgreep van 2009 is amper iets te lezen, horen of zien. In 2009 waren er onder de slachtoffers van de repressie drie journalisten, elf in 2010, zes in 2011, zeven in 2012, twee in 2013 en dit jaar 2014 tot nu twee.

Waardige en onwaardige slachtoffers

In 1988 schreven econoom en
media-analyst Edward Herman en Noam Chomsky, professor linguïstiek
en politiek criticus van het Amerikaanse buitenlandse beleid, het boek
Manufacturing Consent. Het werd heruitgegeven met nieuwe
hoofdstukken in 2002 en een hernieuwde versie wordt volgend jaar
verwacht.

In dit boek leggen beide auteurs uit
hoe de vrije media functioneren, aan de hand van vijf
filters die bepalen wat nieuws is en hoe het nieuws wordt gebracht.
Daarnaast leggen ze het concept ‘waardige en onwaardige
slachtoffers’ uit.

In grote lijnen komt die opdeling hierop neer.

Waardige slachtoffers zijn de
slachtoffers van onze vijanden, onwaardige slachtoffers zijn de
slachtoffers van de misdaden die we zelf begaan of onze partners en
bondgenoten. Die status bepaalt of een slachtoffer nieuwswaardig is en
indien zo, op welke wijze ze in het nieuws aan bod
komen.

Elke politieke moord is een misdaad, ook als we ze zelf begaan

Zelfs de meest uitgesproken critici van de westerse invasies in Irak en Afghanistan veroordelen de wandaden van IS. Een wereld waarin rechtvaardigheid ernstig wordt genomen, zou echter niet zo selectief omgaan met deze brutaliteiten.

Hoe erg onthoofdingen van onschuldige
journalisten ook zijn, ze zijn niet minder gruwelijk dan
drone-bombardementen in Afghanistan en Pakistan, waarbij duizenden onschuldige slachtoffers
vallen, ze zijn niet minder erg dan bombardementen van een
weerloze bevolking in Gaza. De onthoofdingen van IS onderscheiden
zich hiervan enkel in de aard van de slachtoffers.

Zolang de wereld wordt opgedeeld in ‘waardige’ en ‘onwaardige’ slachtoffers, zal aan deze gruwel geen einde
komen. Deze gruwel kan slechts stoppen als wij hier de verantwoordelijkheid erkennen
voor wat de voorbije dertien jaar in onze naam is gebeurd in het
Midden-Oosten en als wij de misdaden, begaan in onze naam, durven erkennen.

Nieuwe bombardementen zijn niet de
oplossing voor IS. Het is uit de woede en de onmacht veroorzaakt door deze massale luchtaanvallen dat de gruwel van IS is ontstaan.  Nieuwe luchtaanvallen zullen de onveiligheid in
het Midden-Oosten en de rest van de wereld alleen maar vergroten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!