De ene pensioenpijler is de andere niet

De ene pensioenpijler is de andere niet

woensdag 17 september 2014 14:19

Men spreekt nogal lichtzinnig over pensioenpijlers. Mijns
inziens is de woordkeuze misschien niet verkeerd, maar toch dubieus. Men gebruikt
deze begrippen zowel voor de private sector en de overheid door elkaar, wat ook
niet helemaal correct is.

De eerste pijler is het zogeheten wettelijk pensioen van de
private sector. Hier draagt men af naar vermogen, hoe hoger het loon hoe groter
de bijdrage. Men spaart niet voor zijn eigen pensioen, wat nogal eens
verkeerdelijk gedacht wordt. Zij die vandaag werken zijn “solidair” met degenen
die van een verdiende rust genieten. Men noemt dat het principe van de
repartitie.

De rustende ambtenaren krijgen een “uitgesteld loon”. De
instantie die vroeger het loon uitbetaalde betaalt een wedde uit, een wedde
die we eigenlijk verkeerdelijk pensioen noemen. Buiten de stortingen voor
weduwen en wezen draagt de vast benoemde overheidswerker niet bij tot de
federale pensioendienst. Voor de overheidsbedrijven zoals Belgacom heeft men
bij de oprichting van het bedrijf een pensioenfonds opgericht, een fonds (bestaande uit waardepapieren) dat later werd doorgestort naar de federale
pensioendienst. De Belgacom-statutairen kregen de verzekering dat de federale overheid
hun pensioen zou uitbetalen.

De tweede pijler is in feite geen pensioen, maar een
verzekering die de werkgever betaalt en waarvan de werknemer later kan genieten. De
werkgever steunt liever die pijler dan de eerste want dit is goedkoper en
bindt de werkgever in zekere mate aan het betrokken bedrijf. Daar met deze
fondsen gespeculeerd wordt op de beurs is de uiteindelijke uitbetaling van het
kapitaal of de overlevingsrente verre van zeker. In Nederland waar deze pijler
veel belangrijker is dan bij ons, werden deze pensioenen sterk naar beneden
bijgesteld, omwille van het slechte beursklimaat. Dit systeem is je eigen
pensioen en heeft niks met solidariteit te maken, sterker nog, zij die voor een
klein bedrijfje werken, in België is dat 50% van de werknemers, kunnen hiervan
niet genieten. Deze pijler is dus in wezen a-sociaal.

De derde pijler is het persoonlijke pensioensparen. Net
zoals de tweede pijler is dit een vorm van sparen voor zijn eigen pensioen. Het
pervers effect is hier dat wie een hoog loon heeft meer kan recupereren via de
belastingen dan wie een laag loon heeft (Matheuseffect). De progressieve belastingschalen
die voor een sociale herverdeling van de rijkdom zorgen worden hierdoor
ondermijnd.

De vierde pijler is het eigen huis. Wanneer men de trotse
bezitter is van een eigen woning kan die altijd verkocht worden om een
bejaardentehuis te kunnen betalen. Helaas hier geldt ook de regel dat men een
eigen huis moet kunnen verwerven wat op vandaag steeds moelijker en moelijker
wordt.

Algemeen wordt in sociale middens aangenomen dat het “ambtenarenpensioen” de
norm moet zijn. Want deze uitkering zorgt ervoor dat men zijn verworven
levensstandaard kan handhaven. De vakbonden moeten dan ook 100 % gaan voor de
eerste peiler ipv zijn pijlen te verschieten op andere eerder perverse
alternatieven.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!