Naomi Klein trekt klimaatdebat open
Mathias Bienstman

Naomi Klein trekt klimaatdebat open

Het nieuwe boek van Naomi Klein, "This Changes Everything: Capitalism vs the Climate", kreeg in de Nederlandse vertaling de titel "No Time" mee. De titels vatten de boodschap goed samen. De klimaatcrisis staat op een keerpunt, schrijft Mathias Bienstman, beleidsmedewerker klimaat bij Bond Beter Leefmilieu.

dinsdag 16 september 2014 10:27




Wij vroegen drie specialisten om een reactie op “This Changes Everything: Capitalism vs the Climate”. Zijn ze het eens met de radicale stellingen van Naomi Klein en welke conclusies trekken ze zelf uit dit boek? Vandaag Mathias Bienstman van Bond Beter Leefmilieu. Later komen Dirk Holemans (OIKOS) en filosoof Thomas Decreus aan de beurt.  

Grote
maatschappelijke uitdagingen moeten we aanpakken met meer economische
groei, vrijhandel en ondernemerschap. Zo een visie op de samenleving
is niet langer een Angelsaksische aangelegenheid. Ook in Vlaanderen
is het ophemelen van marktoplossingen bon ton. “Innovatie en
ondernemerschap zijn bij uitstek de hefbomen voor duurzame
oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen op het vlak van
o.m. leefmilieu, energie, zorg en inclusie”, lezen we in het Vlaams
regeerakkoord. Een stevige injectie innovatie, technologie en
winststreven zijn de geprefereerde remedie voor zowat elke
maatschappelijke kwaal.

De Canadese auteur en activiste Noami Klein gaat
lijnrecht tegen die idee in. Ondernemingen zullen niet vanzelf voor
een klimaatoplossing zorgen. Bedrijven en landen rekenen op de meer
dan 10.000 miljard dollar aan inkomsten uit onontgonnen
fossiele reserves. De klimaatwetenschap is duidelijk: om klimaatchaos
te vermijden moet het grootste deel van die olie, steenkool en gas
onder de grond blijven.

Mode

In het kapitalisme zijn ondernemingen
voorgeprogrammeerd om zich daar niets van aan te trekken. Ze wegen
enkel financiële risico’s tegen het mogelijk rendement af. Kortom,
het bedrijfsleven is geen erg betrouwbare maatschappelijke kracht
als het erop aankomt fossiele reserves onder de grond te laten. Of
zoals Klein nuchter vaststelt: even was het groene kapitalisme in de
mode. Maar zodra de recessie toesloeg en de beurskoersen kelderden,
bleek het oude, fossiele energiesysteem tóch nog te aantrekkelijk om
al in de steek te laten. Groen verdween weer naar de marge.

Ook op een
techno-fix
rekent Klein niet. Ze besteedt een heel hoofdstuk aan
geo-engineering: pogingen om het klimaat te beïnvloeden door zwavel
in de atmosfeer te sproeien of spiegels de ruimte in te schieten. Ze
kunnen de conditie creëren waarin een stabiel klimaat afhangt van
een voortdurend technologisch ingrijpen, zoals bij een patiënt aan
een beademingstoestel. Naomi Klein wil met haar verhalen onze ogen
openen. Grote, groene ngo’s en verlichte ondernemers krijgen er
stevig van langs.

Richard Branson komt naar voren als een charlatan
die mee surfte op de groene golf omdat het hem goed uitkwam. “Hij
ging het winstmotief inschakelen als klimaatoplossing. Maar telkens
weer ging de drang om een succesvol bedrijfsimperium uit te bouwen
voor op klimaatvereisten.” Ngo’s die zich compromitteren om
steun van bedrijven te krijgen, dwarsbomen fundamentele oplossingen. Naomi Klein brengt in haar boek het onwaarschijnlijke verhaal van een
Amerikaanse natuurorganisatie die schaliegasboringen toeliet in een
natuurgebied.

Positieve boodschap

De auteur van No
Logo
en De Shockdoctrine brengt nochtans een positieve boodschap. In
de inleiding schrijft ze: “We kunnen een sombere
toekomst voorkomen, of die in elk geval een stuk minder grimmig
maken. Maar daarvoor zal alles moet veranderen. Voor ons consumenten
houdt het een verandering van onze manier van leven in, van het
functioneren van onze economie en zelfs van de verhalen die we elkaar
vertellen over onze plaats op aarde. Het goede nieuws is dat veel van
die veranderingen beslist niet rampzalig zijn. Vele ervan zijn zonder
meer opwindend. Maar daar kwam ik pas na een hele tijd achter.”



Naomi Klein (foto: Ed Kashi)

De
klimaatstrijd biedt volgens Klein de ideale kans om voor alles te
ijveren wat de samenleving beter kan maken. De democratie versterken,
de ongelijkheid tegengaan, werkgelegenheid creëren en afscheid nemen
van de ratrace
en consumptiedwang. Daartoe moet de overheid wel het geweer van
schouder veranderen. Ze zal opnieuw moeten inzetten op regulering,
publieke diensten en herverdeling. Zonder een sterke sociale beweging
zal het zover niet komen.

De Canadese gaat op pad om verslag uit
brengen bij de frontlinie van de klimaatstrijd. Ze ontdekt hoe
inheemse gemeenschappen zich organiseren, ontmoet hele dorpen die de
bouw van oliepijpleidingen tegen houden en ontdekt de mogelijkheden
van lokale, hernieuwbare energie.

Doorheen het boek
en zeker op het einde komt zachtjes aan een milieufilosofie tot
uiting. Het is een filosofie die de kwetsbaarheid en regeneratie van
alle leven centraal stelt. Ze plaatst die levensfilosofie tegenover
een kille, instrumentele visie op de natuur. Een aantal persoonlijke
ervaringen die ze beschrijft, maken die filosofie doorleefd. Het
geeft No Time extra zeggingskracht.

Analyse

Ideologisch
positioneert Klein zich ergens tussen Groen en de PVDA in. Veel van
de thema’s die ze aansnijdt, kwamen ook aan bod in het De mythe
van de groene economie
van Mathias Lievens en Anneleen Kenis. Dat
werk kon op redelijk wat belangstelling rekenen. Omdat Klein een
goede verhalenverteller is, met gemak begeesterende quotes neerpent
en degelijke journalistieke skills heeft, zal haar boek mainstream
gaan. De Canadese heeft de bijzondere vaardigheid om met een
postkapitalistische boodschap Vogue te halen. Waarschijnlijk
zal No Time
een duw geven aan de klimaatbeweging die op 21 september massaal de
straat opgaat. Dat is geleden van de klimaattop in Kopenhagen. Ze kan
er ook voor zorgen dat brede lagen van de bevolking meer radicale
acties zoals desinvesteringscampagnes of blokkades omarmen als een
noodzakelijk antwoord op de klimaatcrisis. De milieubeweging heeft
baat bij de opkomst van een radicalere flank, hoewel het de interne
discussies niet zal vergemakkelijken.

De
verdienste van het boek No Time is dat het de klimaatcrisis aangrijpt om een
debat te voeren over de grote maatschappelijke keuzes. Zijn
vrijhandel, economische groei en ondernemerschap altijd een zegen… of
net niet? Klein geeft een antwoord vanuit de Noord-Amerikaanse
context, waar het klimaatdebat duidelijk al meer gepolariseerd is. Ze
formuleert een visie die in zowat alles het tegendeel is van de Tea Party.
Door het klimaatdebat ideologisch te voeren, stelt ze zich bloot aan
kritiek. Wat als de klimaatcrisis wél bedwongen kan worden in het
huidige economische systeem? Maak je een dringende oplossing niet
nog een stuk onwaarschijnlijker door het strijdperk zó te vergroten:
van broeikasgasemissies naar het economisch systeem van de VS, China,
Duitsland, Brazilië en andere grootmachten?

Europese
beleidsmakers zullen niet nalaten te beklemtonen dat we qua
emissiereducties nog enigszins op koers liggen. Niet alleen door de
crisis en het vertrek van vervuilende industrieën, maar ook door het
gevoerde klimaatbeleid. In 2020 zullen de broeikasgasemissies
ongeveer 24 procent onder het niveau van 1990 liggen. De klimaatwetenschap
vraagt dat het minstens 25 procent zijn. Ze zullen argumenteren dat een
economische omwenteling nogal een omslachtige omweg is om die paar
procentjes meer emissiereducties binnen te halen.

We kunnen het
huidige economische systeem net zo goed op hernieuwbare bronnen laten
draaien. Dat tonen de talloze routekaarten naar een koolstofarm
systeem aan. Door een combinatie van investeringen in infrastructuur
en gedragsveranderingen bouwen we in een goede drie decennia een
koolstofarm systeem op. Of denk aan de Duitse Energiewende, een
transitie die Klein als voorbeeld aanhaalt. De Energiewende
inspireert door de decentrale hernieuwbare energieproductie in handen
van coöperatieven. Maar het is een transitie die definitief vorm
kreeg door de regering van Angela Merkel, niet onmiddellijk het
schoolvoorbeeld van antikapitalisme.

Moeilijke vragen

De
economische dimensie van de transitie naar een hernieuwbaar
energiesysteem, is door Klein niet altijd even helder uitgewerkt. Ze is duidelijk een voorstander van een postkapitalistische
economie die zich niet langer richt op (materiële) groei. Ze is ook
een hevig tegenstander van het neoliberalisme. De recepten die ze
voorschrijft, zijn tamelijk divers. Dwingende regulering, massale
overheidsinvesteringen, het toepassen van het principe ‘de
vervuiler betaalt’ of een transitie gedreven door coöperatieven.

Daarbij ontwijkt ze moeilijke vragen. Hoe worden investeringen
gefinancierd in een economie die niet groeit? Wat met de
werkloosheid waartoe productiviteitsverbeteringen in een economie
zonder groei leidt? Hoe financieren overheden de transitie met
belastingen, als ze zich in een fiscale concurrentieslag met andere
overheden bevinden? Naomi Klein wekt vooral de indruk dat alles anders doen
dan wat nu gebruikelijk is, sowieso het beste is.

Toch
valt er veel te zeggen voor haar keuze om het klimaatdebat open te
trekken. De achilleshiel van veel studies over een koolstofarme
toekomst is dat ze zich schromelijk miskijken op hoe macht werkt.
Meestal komt het zelfs niet aan bod. Wat als een goed georganiseerde
groep ondernemingen en politici vasthouden aan de winstkansen van het
fossiele energiesysteem, zoals we nu in Canada en Australië zien? De
theoretische mogelijkheid van een hernieuwbaar energiesysteem zal
daarin niet veel verandering brengen. Ook de transitieprocessen zijn
klein bier vergeleken met de macht van de oliebedrijven. Klein wil
tegenmacht opbouwen. Ze beseft dat ze daarvoor de ideologie van de
fossiele, kapitalistische economie midscheeps moet raken.

Consumptieverlies

In
het Westen vertraagt de economische groei vanzelf omdat de
bevolkingsgroei stagneert en de productiviteitsverbeteringen
vertragen. In plaats van minder groei te problematiseren, denkt Klein
al een stap verder. Enkel lokale jobcreatie, herverdeling en
solidariteit maken minder economische groei maatschappelijk
aanvaardbaar. Ze schrijft terecht dat er niet veel zal bewegen, zolang de vervuilende industrie
goed betaalde jobs kan aanbieden en de groene transitie te veel op
goodwill
drijft.

Een overheid die wil inzetten op
jobcreatie binnen de grenzen van het ecosysteem, zal zich mogelijk
moeten afschermen van marktkrachten en de internationale
concurrentie. Dat staat gelijk met het loslaten van het streven naar
een geliberaliseerde markt. Het kan wat consumptieverlies opleveren.
Vandaar het belang om het referentiekader te veranderen. Op een
bepaald punt is meer niet beter. Dat punt zijn velen in het Westen
volgens Klein al even gepasseerd. Het groenlinkse denken van Klein
bevindt zich nog in een buitenbaan van het economische debat, maar
heeft potentieel.

No Time biedt geen blauwdruk voor de transitie
naar een nieuwe economie. Maar het boek start wél met het
noodzakelijk sloopwerk van enkele heilige huisjes. De
spirit
waarmee het geschreven is, zal
het maatschappelijk debat over de klimaatverandering dynamiseren en
politiseren. Een nieuwe beweging die tegenmacht opbouwt, zal heel
wat inspiratie aan het boek ontlenen.

Mathias
Bienstman, beleidsmedewerker klimaat Bond Beter Leefmilieu

take down
the paywall
steun ons nu!