Opinie -

Als moslim ben ik u, Maarten Boudry, dankbaar dat u denkt in mijn plaats

Filosofen hebben als taak fenomenen diepgaand te behandelen en twijfel als uitgangspunt te nemen in hun benaderingen. Maar in Vlaanderen lijkt het alsof filosofen van die plicht ontheven. Je kan stellen dat de boerka erger is dan de swastika en au sérieux genomen worden. En dan moeten wetenswaardigheden over "de koran" en "de jihad" nog beginnen.

dinsdag 16 september 2014 15:40

In 1742 schreef Voltaire, een van de eerste Verlichtingsfilosofen, een
toneelstuk dat de profeet Mohamed voorstelde als een ordinaire veldheer die
oversekst, hypocriet en een schurk was. Dat stuk Le Fanatisme ou Mahomet was geen anomalie. Maar Voltaire – toegegeven,
een mindere god dan Boudry  – gaf later in een brief aan de Pruisische monarch Frederik toe dat hij Mohamed eigenlijk bewust
verkeerd had weergegeven. Later nog plaatste Voltaire de religie waarmee Mohamed kwam af en toe zelfs in een
positief daglicht, hoewel hij als zelfverklaarde deïst steeds kritisch bleef
over de monotheïstische godsdiensten.

Zeggen dat ‘de islam’ vredevol is, of gewelddadig, is eigenlijk niets zeggen. Want
‘de islam’ – ervan uitgaande dat we kunnen spreken over een homogene godsdienst – kan allebei zijn. Je moet de koran lezen in zijn historische context. Als je
dat weigert te doen, dan kom je onvermijdelijk tot een opinie zoals die van Maarten Boudry.

Hoewel ik ondertussen tientallen islamkritische testen had gelezen, had Boudry
toch wel enkele verrassingen voor mij in petto. Het is me een raadsel hoe hij
weet dat er “radicale elementen” de hele moslimgemeenschap
intellectueel gijzelen door “een openlijke
distantiëring van IS als een vorm van verraad en afvalligheid [te]
beschouwen”. Hoe weet Boudry dat er “vooraanstaande moslims openlijk
zwichten … voor de intimidatie van radicale elementen binnen [de
moslim]gemeenschap?” Hopelijk kan Boudry deze – toegegeven, weinig
vooraanstaande – moslim van een antwoord voorzien.

Europese beschaving

Dat Boudry als intellectueel blij is met een distantiëring van onder meer
de Moslimexecutieve zegt veel over zijn vooringenomenheid. De verwachting dat
Belgische moslims zich moeten distantiëren van iets wat duizenden kilometers
verderop gebeurt, raakt kant noch wal. 

Let me explain. Stel dat wijlen mijn opa zou geëist hebben dat de Belgen zich
dienden te distantiëren van de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn opa zou dat recht
hebben gehad, want er hebben heel wat Marokkaanse soldaten hun leven verloren
aan het front tegen de nazi’s. En ja, de nazi-ideologie is een product van de
Europese beschaving, en meer nog: er waren heel wat actieve collaborateurs in
België.

Belgen hadden dus direct of indirect (onder meer) Marokkaans bloed op hun geweten. Maar, uiteraard
stierf er een veelvoud aan Belgen tijdens de nazi-bezetting van België. Om dus van een
slachtoffer te vragen zich te distantiëren van zijn onderdrukker is een absurde
redenering. Maarten Boudry heeft veel gemeen met die fictieve ‘distantiëringsdwingende’
opa van mij. Boudry hoopt dat moslims zich distantiëren van een groep die
vooral moslimbloed aan zijn handen heeft kleven.

Fundament

De ‘westerse’ doden – die in de
media veel meer aandacht krijgen – zijn een uitzondering als je het lijstje
nagaat. Niet eens zo heel lang geleden werden er zelfs enkele soennietische
stammen in Syrië bijna helemaal uitgeroeid omdat ze de wapens tegen IS opnamen. Hadden
we die stamleden moeten vragen om zich te distantieren van IS, net voor ze geëxecuteerd werden, meneer Boudry?

Een distantiëring, meneer Boudry, impliceert dat de ‘vrager’ of ‘eiser’ ervan
vermoedt dat de ‘groep’ schuldig is tot het
tegendeel is bewezen. Daarmee ondermijn je een van de fundamenten van de
rechtstaat; het fundament dat je onschuldig bent tot het tegendeel bewezen is.
Je weet wel, de rechtstaat die een verwezenlijking is van de Verlichting.

Meneer Boudry gaat
verder en zingt de loftrompet over de westerse seculiere democratische
samenleving. Dat is uiteraard zijn goed recht, maar onze filosoof mag best
beseffen dat er meer dan één bril is waarmee we naar de werkelijkheid kunnen
kijken. De Eyptische denker Fahmy Howeidy schreef een boeiend essay over Islam
en democratie. Zelf een democraat, merkt hij op hij dat de discussie over concepten
als democratie, grondwet en secularisme belast is met de trauma’s van de
geschiedenis.

Vanaf het moment dat Arabieren in contact kwamen met de seculiere
democratie, werden ze geconfronteerd met de kunst van het hoofden afhakken. Toen
Napoleon de Franse Revolutie wou exporteren naar Egypte, werden de Egyptenaren
geconfronteerd met nogal wat IS-taferelen. Je kan dat nakijken in het boeiende
relaas van de Amerikaanse historicus Juan Cole Napoleon in Egypt en de vele memoires
van Franse wetenschappers die deelnamen aan de bezetting van Egypte.

Umma

Nog steeds begaan seculiere
mensen die de democratie af en toe lippendienst bewijzen misdaden, maar ik zal
nooit vragen aan Boudry om zich van hen te distantiëren. Niet omdat hij
niet vooraanstaand zou zijn, maar gewoon omdat ik niet verwacht dat hij zich
moet verontschuldigen voor iets dat hij niet gedaan heeft; en eveneens omdat ik niet
geloof in het bestaan van een umma van seculiere democraten.

Ook van de islamitische wetenschappen heeft Boudry weinig kaas gegeten. Zijn
claim dat de naskh, oftewel abrogatie, ervoor heeft gezorgd dat de vreedzame
koranverzen worden tenietgedaan door verzen die oproepen voor geweld, is ronduit
verkeerd. De vier klassieke naslagwerken die ik heb geraadpleegd om te zien
welke verzen er zijn geabrogeerd, bevatten geen van de koranverzen die Boudry
aanhaalt.

Bovendien maakt Boudry de klassieke fout van mensen die het Arabisch niet
machtig zijn. Hij claimt: “Datzelfde boek
verbiedt u ook om vriendschappen met ongelovigen te sluiten, en wijdt 164
verzen aan de jihad, de heilige strijd tegen niet-moslims.”

Meneer Boudry – en met hem vele anderen – weten niet dat de term jihad, of
afgeleiden ervan, meestal niet verwijst naar een gewelddadige strijd.

Qitaal

Voor een gewelddadige strijd hanteert de koran een andere term: “qitaal“. Dus de verzen waarin God
de gelovigen ondubbelzinnig oproept, bijvoorbeeld

«Aan hen die
bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God
heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn,
alleen maar omdat zij zeggen: “Onze Heer is God”  – en als God de
mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven,
kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker
verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en
machtig.
» (Koran 22:39-40)

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie
bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de
grenzen] niet.
» (Koran 2:190).

« Aan jullie is
voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien
staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie
iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet.
 » (Koran
2:216)

«Doodt hen waar
jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben.
Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee,
zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden,
strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen.
 (Koran 2:191)

In al deze koranverzen waarin ondubbelzinnig wordt verwezen naar een
gewapende strijd, is het woord ‘jihad’ onbestaande. Het woord dat staat voor
strijden, is dus ‘qitaal’. Het vertalen van de koranische term jihad door ‘heilige
strijd’, getuigt van een grote onwetendheid met betrekking tot het
koranische lexicon.

Kritisch

Dus meneer Boudry, wees welkom om de koran aan een kritisch licht te
onderwerpen. Dat hebben vele moslims ook al gedaan. Maar voor u eraan begint, raad ik als niet-specialist aan om u wat te verdiepen in de enorme literatuur over de onderwerpen die u
probeert aan te snijden.

Maar meneer Boudry, verwacht niet dat ik mij zal
verontschuldigen of distantiëren van de gruwelijke daden van de ongeveer 0,00013% van de
globale moslims. Het zijn mijn geloofsgenoten die vooral sterven, en die zich
verzetten tegen een groepering die vaak de steun heeft gehad van verlichte
seculiere staten. Als u werkelijk een humanist was, dan zou een innige
deelneming gepaster zijn geweest.  

Nvdr: er zijn inmiddels meer publieke tribunes verschenen naar aanleiding van de tekst van Boudry. Ze zijn hier te vinden (als hyperlinks naast een reactie van deze wetenschapsfilosoof aan de UGent)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!