Afrikaans mensenrechtenhof is stap in goede richting
Afrika - Ruth Van de steene

Afrikaans mensenrechtenhof is stap in goede richting

Het Afrikaans Hof voor de Rechten van Mensen en Volkeren is een regionaal mensenrechtenhof dat bindende en uitvoerbare uitspraken kan doen in mensenrechtenkwesties. Het Hof moet op die manier een betere bescherming en naleving van de mensenrechten op het Afrikaans continent garanderen. In 2013 deed het Afrikaans Hof zijn eerste uitspraak ten gronde.

maandag 15 september 2014 14:30




Het
Afrikaans Hof bevindt zich in Arusha, Tanzania en is in 2006 in
werking getreden.
Het
heeft als taak de controle- en promotiebevoegdheden van de Afrikaanse
Commissie voor de Rechten van Mensen en Volkeren aan te vullen.

De
Afrikaanse Commissie is net als het Afrikaans Hof een orgaan van de
Afrikaanse Unie (AU), een intergouvernementele organisatie waarvan 54
Afrikaanse staten lid zijn. De Commissie is een quasi-juridisch
instrument gemodelleerd naar het Mensenrechtencomité van de
Verenigde Naties, waarvoor men bij de oprichting vooral een
bemiddelende en verzoenende rol in mensenrechtendisputen voor ogen
had.

Het
Afrikaans Hof is bevoegd om geschillen te beslechten. In het Protocol
ter oprichting van het Hof (Protocol van 1998) is terug te vinden wie
een zaak voor het Hof mag brengen. Dit zijn: de Afrikaanse Commissie,
een lidstaat die een klacht heeft ingediend bij deze Commissie, de
lidstaat tegen wie de klacht is ingediend bij de Commissie, de
lidstaat wiens burger een slachtoffer is van een
mensenrechtenschending en Afrikaanse intergouvernementele
organisaties.

Het
Afrikaans Hof mag relevante ngo’s met status van waarnemer voor de
Afrikaanse Commissie, alsook individuen het recht geven een zaak
rechtstreeks voor het Hof te brengen.

Daarnaast
heeft het Afrikaans Hof een verzoenende bevoegdheid, mag het
advies geven over een juridische kwestie en kan het voorlopige
maatregelen opleggen.

Zaken
voor het Hof gebracht

Een
uitspraak doen over de impact van het Hof op de
mensenrechtenschendingen in Afrika is misschien nog wat voorbarig,
aangezien het pas op 15 december 2009 uitspraak gedaan heeft in zijn
eerste zaak, Michelot
Yogogombaye vs Republic of Senegal
.
Spijtig genoeg werd de zaak toen verworpen wegens onbevoegdheid van
het Hof.

Tot
op heden heeft het Hof 28 aanvragen ontvangen. Momenteel zijn er vijf
zaken hangende, waaronder enkele verzoeken om advies.

De
eerste uitspraak van het Afrikaans Hof over de grond van een zaak
werd uitgesproken op 14 juni 2013. Het Hof stelde in deze zaak vast
dat Tanzania het recht van haar burgers had geschonden om vrij deel
te nemen aan de regering, rechtstreeks of via vertegenwoordiging,
ongeacht tot welke partij ze behoren, door onafhankelijke kandidaten
te verbieden. Tanzania werd veroordeeld tot het nemen van
grondwettelijke, wettelijke en alle andere maatregelen die nodig zijn
om deze schendingen te herstellen.

Op
28 maart 2014 heeft het Hof een belangrijke uitspraak gedaan in een
andere zaak tegen Burkina Faso. De zaak was voor het Hof gebracht
door de familie van Norbet Zongo, een journalist en krantenredacteur
die in 1998 was vermoord. Het Afrikaans Hof stelde vast dat Burkina
Faso de moord niet correct had onderzocht, en dat het land gefaald
had in de verplichtingen om journalisten te beschermen.

Enkele troeven

Volgens
het Protocol ter oprichting van het Afrikaans Hof kan het Hof
uitspraken doen over de interpretatie en de toepassing van het
Afrikaans Handvest, het Protocol zelf en elk ander relevant
mensenrechteninstrument geratificeerd door de betrokken staten. Het
is uitzonderlijk dat “elk ander relevant mensenrechteninstrument
geratificeerd” door de betrokken staten onder de bevoegdheid van
het Hof valt. Door deze bepaling is de rechtsbevoegdheid van het Hof
veel wijder dan die van andere regionale mensenrechtenhoven zoals het
Inter-Amerikaans Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De bevoegdheid van het Afrikaans Hof wordt immers uitgebreid tot elk
mensenrechtenverdrag in Afrika, maar ook tot VN-instrumenten zoals
het
Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele
rechten (IVESCR) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en
Politieke rechten (IVBPR).

Geen
enkel ander regionaal mensenrechtensysteem past de verdragen toe van
een ander regionaal systeem, of van het VN-systeem. De bevoegdheid
van het Hof omvat zelfs Afrikaanse verdragen zoals het herziene
Verdrag van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten
(ECOWAS) of het Verdrag tot Oprichting van de Afrikaanse Economische
Gemeenschap (AEG-Verdrag).

Het
Hof kan, in tegenstelling tot de Afrikaanse Commissie, orders geven
om schendingen te verhelpen en het kan geldelijke compensaties of
herstelbetalingen opleggen. Zoals
ook blijkt uit zijn eerste uitspraken kan het Hof bevelen dat de
betrokken staat in een specifiek geval de schending herstelt, terwijl
het in andere gevallen kan bevelen dat de nationale wetgeving, of
praktijken die aanleiding hebben gegeven tot de
mensenrechtenschendingen, worden verholpen of herroepen.

Cruciaal
voor de mensenrechtenbescherming in Afrika is dat de beslissingen van
het Afrikaans Hof worden nageleefd door de betrokken staten. Partijen
bij het Protocol ter oprichting van het Hof engageren zich om de
uitspraak van het Hof na te leven. Leeft de betrokken staat zijn
verplichtingen niet na, dan heeft de Afrikaanse Unie nog een aantal
middelen tot haar beschikking. Zo kan de Afrikaanse Unie sancties
opleggen wanneer een lidstaat niet voldoet aan de beslissingen en het
beleid van de Afrikaanse Unie. Zo’n sanctie kan bijvoorbeeld zijn
het verbieden van transport en communicaties met andere lidstaten van
de Afrikaanse Unie.

Uitdagingen

Een
belangrijke kritiek op het Afrikaans Hof is de organisatie van de
directe toegang tot het Hof voor individuen en ngo’s. Die toegang
hangt af van een afzonderlijke verklaring van het betrokken land.
Deze toegang is cruciaal voor de mensenrechtenbescherming in Afrika;
zoals de ervaring van de Afrikaanse Commissie heeft aangetoond,
starten Afrikaanse staten heel zelden formele procedures tegen
elkaar. Het zal dus vooral van individuen en ngo’s afhangen om
mensenrechtenschendingen aan te kaarten en dit wordt bemoeilijkt door
de vereiste van de verklaring. In maart 2014 hadden nog maar zeven
staten de vereiste verklaring afgelegd, namelijk Burkina Faso,
Malawi, Mali, Tanzania, Ghana, Rwanda en de Republiek Ivoorkust.

Het
Hof staat of valt met de politieke wil van de lidstaten van de
Afrikaanse Unie ten aanzien van zijn functioneren. Afrikaanse leiders
hechten veel belang aan hun onafhankelijkheid en het principe van
niet-inmenging in interne zaken. Om het Hof te doen werken, moeten ze
echter een deel van hun soevereiniteit afstaan. Het is cruciaal dat
de betrokken staten tonen dat ze volledig achter het Hof staan. Er
zijn tot nu toe nog maar 27 Afrikaanse staten die het Protocol van
1998 hebben geratificeerd, en deze ratificaties waren alleen
mogelijk na zwaar lobbyen. Een snelle ratificatie door de 27 andere
AU-lidstaten zou al een hele stap vooruit zijn.

Besluit

De
verwezenlijking van het Afrikaans Hof voor de Rechten van Mensen en
Volkeren is ongetwijfeld een stap in de goede richting. Het bestaan
van het Hof zendt het signaal uit dat men iets wil doen aan de zware
mensenrechtenschendingen op het Afrikaans continent en dat dictators
en militairen niet straffeloos vreselijke misdrijven kunnen begaan.

Voor het eerst kunnen er afdwingbare juridische beslissingen
uitgesproken worden om de mensenrechtenschendingen te doen ophouden.
Er is reeds kritiek op het nieuwe Hof, en kritiek is nuttig als ze
voor verbetering zorgt, maar ze mag niet tot resultaat hebben dat ze
elk lovenswaardig mensenrechteninitiatief in de kiem smoort. Een
Afrikaans regionaal mensenrechtenhof is hopelijk een stap in de
richting van meer toerekenbaarheid en rechtvaardigheid in Afrika.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!