De schijn van de neutraliteit

De schijn van de neutraliteit

zaterdag 13 september 2014 14:18

Op 4 september schreef Safâa Achnak, een 22-jarige studente, een opiniestuk waarbij ze haar absolute recht op het dragen van een hoofddoek verdedigde. Het was een pleidooi van absolute vrijheid, volgens haar een voor verzoening door pluralisme, in plaats van een van pluralisme dat vorm krijgt door beperkingen. Het was ook bij wijlen gebrekkig, omdat het, als aanklacht tegen clichés over moslimvrouwen, gestoeld was op argumenten die zelf doordrenkt waren van karikaturen.

Een tegenwoord kon niet uitblijven. En dus schreef Philipp Bekaert, kernlid van Liberales en onderwijsbegeleider bij de VUB, een opiniestuk met als uitgangspunt dat in de hoofddoekenkwestie de collectieve vrijheid primeert boven de individuele vrijheid. De Hijab is geen neutraal kledingstuk en daarom hoort het niet in neutrale ruimten, zoals aan het loket of het onderwijs. Het is hét argument voor een hoofddoekenverbod in onderwijs en overheid. Dat hij zich bezondigt aan een joekel van een reductio ad Hitlerum zien we voor de goede vrede even door de vingers.

Deze discussie laait om de zoveel tijd op, met vurige voor- en tegenstanders. Het debat over de neutraliteit aan het loket, in het klaslokaal of andere publieke ruimten is echter een schijndebat. Te vaak wordt het eerder gevoed door een afkeer van religie in plaats van een vurige overtuiging dat neutraliteit in de praktijk noodzakelijk is en dat ze werkt. Dit staat los van het feit dat de scheiding tussen Kerk en Staat noodzakelijk is. Deze achttiende-eeuwse constructie wordt tegenwoordig echter vervangen door de scheiding tussen Religie en Staat, met niet langer het kruis maar wel de hoofddoek als het te bestrijden symbool van de veruitwendiging van het geloof. Het is niet zozeer de invloed van religieuze instellingen die men vreest, hun impliciete en expliciete politieke macht, maar wel de inhoud van de religie zelf, alsook de missioneringsdrang van de Islam.

De meest tragische uitingsvorm van deze verankering aan valse neutraliteit staat ongetwijfeld op naam van N-VA burgemeester Jeroen Baert uit Boom, die zijn deontologische code voor ambtenaren, waarin het dragen van een hoofddoek of andere religieuze symbolen verboden werd, ook op zijn gemeenteraadsleden wou toepassen, waardoor een van de leden haar hoofddoek niet mocht dragen tijdens de zitting. Neutraliteit werd hier zo ingezet als principe op een platform dat net gemaakt is om verschillen naar boven te laten komen. Democratie is het permanent botsen van meningen en waarden, zodat hieruit een consensus kan voortkomen. Burgemeester Baert schoot de hoofdvogel af, door politici in het keurslijf van de neutraliteit te dwingen. Daardoor wordt vrijzinnigheid een stuurloos schip, dat zich zelf bezondigt aan datgene waar ze zich bij georganiseerde religie zo aan storen.

Nochtans kan de vrijzinnigheid enkele niet onbelangrijke principes claimen. Gewapend met de ratio en de Verlichting proberen vrijzinnigen de wereld te verklaren en te omarmen zonder gebruik te maken van mythes en oude boeken, zonder symboliek en doorgaans zonder dogma’s. Wat we hier echter vergeten is dat vrijzinnigheid ook niet met neutraliteit samenvalt, aangezien het eveneens een levensbeschouwing is, hetzij een die zoveel als mogelijk gebaseerd wil zijn op het empirische. Zoals de dooddoener ons leert: niet-geloven is ook geloven. Toch komt deze rationaliteit met de discussie rond een neutrale overheid en de nood aan een hoofddoekenverbod in het gedrang. Het vurig verdedigen van complete neutraliteit dreigt vanwege de vurigheid waarmee het gebeurt te evolueren in een weinig verhullende poging om het ene dogma te vervangen door het andere. En daar waar de scheiding tussen de instituten Kerk en Staat legitiem is, is het verbannen van iemands identiteit achter het loket dat allesbehalve.

Dit debat vertrekt namelijk vanuit een collectieve en radicale vrijzinnigheid, waarbij het neutraliteitsprincipe een eerlijk debat niet voedt, maar te vaak gebruikt en misbruikt wordt om de eigen bloedhekel aan religie, en in haar kielzog het schaamlapje ideologie. (Want laat ons wel wezen, daar draait het doorgaans niet echt om.) Zoals de missionarissen van weleer de Indianen wouden civiliseren door hen het katholicisme te laten omarmen, zo wensen ook wij de overheidsapparaten te zuiveren van de invloeden van het gevaarlijke geloof, die zich door middel van een kledingstuk door de strot van onwelwillende burgers ramt. Het parlement is reeds allesbehalve een correcte afspiegeling van onze samenleving. Er is te weinig kleur en te weinig diversiteit qua achtergrond en beroepsactiviteit om echte representativiteit te claimen. Door een ambtenaar te verplichten een wit vlak te zijn, laat men diens identiteit in kleine stukjes scheuren en ze afhankelijk van de situatie bij elkaar passen als een legpuzzel. En dan gaat men er vanuit dat identiteit compleet samenvalt met de symbolen van deze individuele identiteit.

Het uitgangspunt van de voorstanders van complete neutraliteit is het volgende: Iemand met een hoofddoek of iemand met een T-shirt “Kerncentrales neen” kan nooit op een neutrale manier een paspoort afgeven. Meer zelfs, iemand zou zich gekwetst kunnen voelen door de implicaties van de boodschap. Een homoseksueel die een loketbediende met hoofddoek ziet, zou zich gekwetst kunnen voelen door de homofobie die in menig heilig boek zit vervat, los van het feit dat monotheïstische religies zeker geen monopolie op homofobie hebben. Een medewerker van Doel zou zich kunnen storen aan de afkeer voor kernenergie. Maar stel dat ik weet dat iemand praktiserend moslim is? Of dat iemand een afkeer heeft voor kerncentrales? Of dat iemand bijzonder homofoob is?

Maar dat probleem wordt volgens de voorstanders van neutraliteit opgelost door het afwerpen van de hoofddoek of het dragen van een witte T-shirt. Vraag is of deze negatieve of pejoratieve eigenschappen geen rol meer spelen in de dienstverlening als we ervoor zorgen dat ze niet veruitwendigen. En omgekeerd, is dit wel het geval als het zichtbaar is of ligt het probleem dan enkel de associatie van de excessen van een religie of ideologie? En wat doen we met verkozen mandatarissen die tegelijk een functie in de administratie bekleden? Zij zijn met hun ideologische voorkeur naar buiten getreden, maar van hen geloven we wel dat ze ten volle neutraal hun werk kunnen doen, los van hun impliciet zichtbare partijkaart. Zijn het werkelijk de uiterlijke tekenen die neutraliteit in gevaar brengen, en omgekeerd, neutrale voorkomens die neutraliteit verzekeren? Ik vrees dat dat wereldbeeld net iets te simplistisch is en de gelaagdheid van identiteit en individualiteit totaal miskent. Moest iemand deze paradox kunnen ontkrachten, eeuwige dank.

Wanneer iemands geloofsovertuiging of ideologie in de weg zou staan om een goede dienstverlening te garanderen, bijvoorbeeld wanneer hij weigert een vrouw of een allochtoon te helpen, dan bestaan daar reeds klachtenprocedures voor, talloze klachtenprocedures zelf. En er zijn desnoods zelfs nog klachtenprocedures over de klachtenprocedures. Net zoals geweld op basis van racisme of seksisme niet meer of minder bestraft moet worden dan andere soorten geweld, hebben de klachten die voortvloeien uit een bedreiging van de neutraliteit en de billijkheid geen extra aandacht nodig.

Het probleem van onze samenleving is net dat we ons maar al te vaak opsluiten in ons eigen, kleine, gekende wereld, en te weinig in contact komen met een ander die we maar al te graag vanop een afstand of vanachter een computerscherm verketteren en verantwoordelijk achten voor al het slechte en lelijke in de wereld. Tot spijt van wie het benijdt, wie een hoofddoek of de Islam associeert met homofobie doet teniet aan de individualiteit van de mensen die de religie praktiseren, die net zoals bij katholieken ook onderscheid maken op basis van eigen ervaring en zo hun individueel waardepatroon construeren. Het is niet omdat mijn paraplu nat is dat het geregend heeft, en het is ook niet omdat iemand gelovig is dat ze homofoob zijn, of dat ze homofoob zijn omdat een oud boek hen dat oplegt. Pluralisme moet in al z’n facetten gezien worden als iets positief, en kwaliteit, en niet neutraliteit, moet voorop staan in dienstverlening. Kwaliteit impliceert neutraliteit, los van iemands identiteit.

Een overheidsinstelling, of welke andere plek dan ook, bestaat uit mensen met ideeën, meningen, visies en wensen. Deze zullen altijd een effect hebben op beslissingen of houdingen ten opzichte van anderen. Het zou ons ‘ongelovigen’ sieren de (vroegere) fouten van de ‘gelovigen’ niet te herhalen, en ons niet op het pad van de dogma’s en de bekering te begeven. Een seculiere staat komt niet in het gedrang door pluralisme, maar een pluralistische staat komt wel in het gedrang door een radicaal secularisme, dat vanwege haar eigen schizofrene zelve de samenleving nog meer verdeeld. Radicalisme leidt in dat geval tot nog meer radicalisering. Vrije meningsuiting beschermen door andere ideeën, meningen en levenswijzen te beperken of te verbannen naar de private sfeer, is zoals een vrije markt realiseren door het invoeren van spelregels en barrières. Het is of het een of het ander. Dienstverlening moet neutraal zijn, maar het neutraliteitsprincipe mag niet ingeroepen worden om identiteit te beperken. Pogingen ondernemen om religie zoveel mogelijk uit het gezichtsveld te krijgen, is kortzichtig, hypocriet en doet noch de vrijzinnigheid, noch de neutraliteit en noch de religie enige eer aan.

Dit is een warme oproep voor een pluralistische samenleving, die zoveel als mogelijk haar weg vindt naar en binnen de overheid, de bedrijfswereld en de politieke klasse, zodat elke minderheid zich voldoende vertegenwoordigd voelt op die plaatsen waar het toe doet. Dat is de echte kracht van democratie. We moeten dus pleiten voor een neutrale dienstverlening, waar iedereen een gelijke en eerlijke behandeling krijgt. Maar dit is zoveel meer dan een droge, (schijn)neutrale overheid.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!