Debatje Tax Shelter? Bliksemafleider voor besparingen
Opinie -

Debatje Tax Shelter? Bliksemafleider voor besparingen

Cultuurminister Gatz zit al vast voor hij goed en wel is begonnen: hij kan momenteel moeilijk anders dan de sector voorbereiden op zware besparingen. Hij doet dat door de aandacht om te leiden naar een non-discussie over alternatieve financieringen.

woensdag 10 september 2014 08:35




De feiten: de Vlaamse regering wil 8 miljard
euro besparen over vijf jaar, de federale regering mikt op 17,3 miljard jaarlijks.
Wat het Vlaamse cultuurbeleid betreft, is het ook al duidelijk dat de
hakbijl eraan komt
. Logischerwijs moet vandaag
de discussie dus gaan over het waarom van die besparingen. Zijn ze nodig? Zo
ja, hoeveel dan wel? Wat willen we ermee bereiken? In welke sector wordt er
wel of niet bespaard? En wat is de logica van de geplande besparingen per
sector dan? Logischerwijs zal dit op protest botsen, met de eis tot nader
overleg. Zo gaat dat normaal in een democratie.

Beginnersfout

Het is evenwel begrijpelijk dat de
Cultuurminister die discussie nu uit de weg wil gaan, omdat het verzet dat het
losmaakt zijn intrede als nieuwe minister zal bemoeilijken. Hij begon zijn
mandaat dan wel met de boodschap dat er geen Grote Sanering komt, dat sussende
signaal werd vrijwel onmiddellijk door de Minister-President zelf ontkracht. Die
noemde het een beginnersfout van de Cultuurminister. Wat meteen toont dat de
regerende partijen niet bepaald zinnens zijn om elkaars flank af te dekken.

Gatz krijgt als cultuurmens van de sector vandaag
het voordeel van de twijfel. Wegens gebrek aan een uitweg, speelt hij daarom in op
een centrale gevoeligheid van de sector: eerder dan te protesteren, wil die
liever de zaken zelf creatief aanpakken. Dat is immers haar bezieling. De flow van het nieuwe: zet ramen en deuren
open, laat de frisse lucht binnen.

Veel cultuurmakers beschouwen de crisis immers met
enige heroïsche overmoed als iets dat de kunst op scherp kan zetten. De idee
dat creatieve destructie veel kansen in petto heeft, is een populaire gedachte
in een sector waar vernieuwing een noodzakelijke voorwaarde is. Elk verlies is
de basis voor een nieuw begin? Met de kaalslag en omslag richting vermarkting
die er nu als een dubbele golf aangerold komt, zijn dat zelfhulpgroeppraatjes
om de ernst van de situatie niet onder ogen te moeten zien. Gaan we onze
afbraak dan zelf organiseren?

Tax
Shelter?

Dat Gatz als Vlaamse minister net de Tax
Shelter naar voor schuift als boeiende piste, als iets dat misschien ook voor
niet-commerciële cultuurproducten zou kunnen dienen, verraadt meteen dat het om
een afleidingsmanoeuvre gaat. Want dit is federale materie, het valt buiten
zijn bevoegdheid. En federaal is er helemaal geen geld noch marge voor een
fiscaal gunstenbeleid. Gatz merkt dat trouwens terloops zelf op: “misschien is
er binnen twee jaar wel ruimte voor”.

Nog los van de vraag of zoiets als de Tax
Shelter deugt, getuigt het van een neoliberale logica om enerzijds via
besparingen op subsidies de publieke ondersteuning af te bouwen, om dan
anderzijds geld bij te schieten via fiscale voordelen. De inzet is duidelijk:
de omleiding van het gemeenschappelijke naar het private.

Bovendien is het een goeie fopspeen: de valse
belofte dat er elders geld te vinden is, hoewel het in volle recessie duidelijk
is dat ondernemers vrijwel niet willen investeren, tenzij ze op kosten van
Vadertje Staat winst kunnen maken. Om de drooglegging te kunnen starten, worden
er dus oases voorgespiegeld waarvan de weldaad ons wacht, zolang we de tocht
door de woestijn maar aandurven.

Als we de discussie over de Tax Shelter dan
toch moeten voeren, wordt het al snel duidelijk dat het zowel in de praktijk
als in theorie een onding is. Zoals dat met dergelijke discussies gaat, kunnen
er wel een paar goeie voorbeelden bedacht worden. Het probleem is echter niet
alleen dat er van dit beleidsinstrument veel te veel wordt verwacht. Omdat het
ook de taak heeft een neoliberaal discours te legitimeren, is er amper
bereidheid om de nefaste gevolgen ervan ernstig ter discussie te stellen.

Verdienmodel

De vorige jaren bleek al dat dit instrument in
zijn experimentperiode meer kwaad dan goed veroorzaakte. Het immers al lang
geweten dat dergelijk fiscaal vrijstellingsbeleid in de filmwereld totaal
ontspoorde in een obscene graaicultuur (25/11/2012, Knack):
investeringsbedrijven als Scope
Invest misbruiken de wetgeving met facturatieadressen en een
zwendel in onderaanneming, maar beloven wel tweecijferrendementen die ze
generen uit lucratieve belastingvrijstelling. Sinds 2004 zouden (vooral
buitenlandse) bedrijven zo al minstens 800 miljoen euro opgestreken hebben, op
kosten van de belastingbetaler. Voor bedrijven is het duidelijk een verdienmodel, geen investeringsmodel.

Desondanks spreekt Open VLD in haar
verkiezingsprogramma liever van ‘bedrijfsmecenaat’ voor onze filmwereld, hoewel
‘onze’ filmmakers juist door dit beleid voorrang moeten geven aan de agenda van
internationale productiehuizen die hier om lucratieve redenen op locatie komen
filmen. Ter vergelijking: het kunstenbudget via het Vlaams Kunstendecreet
bedraagt iets van 100 miljoen euro. Toch maar uitbreiden, die schraapzuchtige
Tax Shelter, of eerder wat minder besparingen?

Wie vandaag nog stelt dat dit allemaal maar
overkomelijke ontsporingen zijn, maakt de mensen wat wijs. Hoeveel voorbeelden
moeten er dan gegeven worden van ‘ontspoorde’ privaatpublieke constructies
vooraleer de discussie gevoerd mag worden over het feit dat de ganse logica
achter de privaatpublieke draaideur intrinsiek problematisch is?

De Tax Shelter lijkt misschien een
houvast, het dient vooral als ideologisch sterkhoudertje voor de minister. En als
schaamlapje voor de sector, in het belang van haar zelfrespect, om zichzelf
wijs te maken dat ze toch niet in haar blootje wordt gezet. In plaats van bij
de start van zijn nieuw parlementair mandaat de Tax Shelter als wondermiddel te
promoten, zou Gatz in het belang van goed bestuur beter oproepen tot een
parlementaire onderzoekscommissie, om te onderzoeken wat er nog allemaal fout
ging. Want wat aan Tax Shelter-misbruik geweten is, is het topje van
de ijsberg.

De
bemiddelende klasse

Ook in theoretisch opzicht is het duidelijk een
ideologische miskleun. Open VLD wil, conform haar programma, het bestaande ondersteunende
cultuurbeleid transformeren naar een Angelsaksisch model van
belastingvrijstelling (btw-verlaging, fiscaal gunstbeleid). Liberalen
willen sowieso ‘minder belastingen’, bijgevolg dus ook minder middelen voor
cultuur. Tegelijk willen ze via private inmengingen de bemiddelde klasse aan de
macht. Dit gaat verder dan een financiële kwestie. Wanneer meer sponsorgeld
rechtstreeks van de bemiddelde klasse naar de sector gaat, spoort dat
natuurlijk met bepaalde inhoudelijke condities en voorkeuren. Zo dreigt
de bemiddelde klasse systematisch ook de bemiddelende
klasse te worden.

Want wie niets in te brengen heeft, verliest via deze
privaatgerichte cultuurpolitiek recht op inspraak. Die mag al blij zijn om
eventueel nog wat aan zijn of haar trekken te komen als cultuurconsument. De liberale
waarden en normen die dan worden uitgedragen, moeten we er dan allemaal maar bijnemen.

Open VLD wil niet alleen dat cultuur opbrengt via
allerhande verwachtingen rond economische return, maar is vooral geïnteresseerd
in de vraag ‘wie’ en bijgevolg ‘wat’ de cultuursector representeert. Door
zoveel mogelijk private spelers in de cultuursector binnen te smokkelen, wordt
cultuur steeds meer een zaak van financiële machten, en dus van de eigen achterban.
Dan worden het de banken en de grote ondernemers die de sector representeren,
niet de gemeenschap.

Volgende stap: via deze privatisering kan
het symbolisch kapitaal van de cultuursector toegeëigend worden:
creativiteit, innovatie en vrijheid worden plots wezenskenmerken van het
kapitalisme, ook al bewijst de geschiedenis dat de meeste grote
wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen – zoals het internet als
militaire toepassing – tot stand kwamen in publieke universiteiten en andere
onderzoeksinstellingen. De huidige vermarkting van onderwijs en cultuur knijpt
het fundamentele onderzoek en de artistieke innovatie net af, ten voordele van
marktgerichte vernieuwing. 

Die innovatiecrisis, zeg maar, legt de pathologie van
onze tijd bloot: er gaat zoveel meer studiewerk naar de smaak van tandpasta dan
naar een levensbedreigende tropische ziekte, want daar is geen lucratieve markt
voor. Waarom zouden we dan volharden in het geloof dat kunst hier een
uitzondering op de regel kan zijn?

Reactionaire
media

‘Ja maar, is het aantrekken van privaat geld van
cultuurliefhebbers dan verkeerd?’ – dat is de voorspelbare, ontwijkende repliek.
Het punt is dat deze discussie aan de vooravond van een historische besparing
vooral als verdovend middel dient. De hamvraag is nu: hoe mobiliseer je een
tegenmacht?

Dat
is niet evident, onder meer omdat de commerciële media in aanloop naar de verkiezingen
zowat elk cultuurprotest al afschoten als ‘corporatisme’. Dat is wel het
klassieke verwijt van rechtse lui aan elke sector die voor haar sociale en
publieke rechten strijdt, wat betekent dat deze kritiek vooral veel zegt over
wie hem maakt. 

Dat
commerciële media inzake cultuurpolitiek graag mee op de kar springen van een
neoliberaal discours, bleek trouwens nog eens in De Morgen (9 september): Luc
Tuymans zou blij zijn dat de Cultuurminister eens uit liberale hoek komt, zo
kopte de voorpagina. Het is maar wat je uit een lang persoonlijk interview destilleert als boodschap. Des kunstenaars woorden worden duidelijk verdraaid,
want Tuymans out zich hier
helemaal niet als liberaal. 

Wat
hij wil zeggen is dat een minister uit liberale hoek volgens hem niet
noodzakelijk een probleem is omdat hij
goede ervaringen heeft met Patrick Dewael. Tuymans verwijst daarmee naar een
gevoerd cultuurbeleid in economisch betere tijden, niet naar een
partijideologie. Want in datzelfde interview lezen we tussendoor: Ik ben bang dat we hier met een reusachtige
afbraak beginnen van de sociale zekerheid. In een samenleving waar armoede
steeds meer als een ziekte wordt beschouwd, worden sociale zekerheden waar onze
grootouders jaren voor geknokt hebben zomaar naar de prullenmand verwezen.”  Dat was blijkbaar geen quote waard. 

Als
afsluiter, in datzelfde interview konden we lezen dat politieke kunst volgens
Tuymans propaganda is. Wat hij daar dan precies mee bedoelt, is zeker een
discussie waard. De Nederlandse kunstenaar Jonas Staal, die van 19 tot 21
september met zijn New World Summit
in KVS te gast is, denkt daar duidelijk anders over. Volgens hem kan kunst,
vooral in tijden van besparing, een
wapen van verzet zijn waarmee we de wereld opnieuw maken
.
Politieker dan de politiek zelf. Dat zullen we in onze reactionaire media
natuurlijk niet snel lezen.

take down
the paywall
steun ons nu!