Martha Nussbaum
Boekrecensie -

Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan

Martha Nussbaum, Amerikaans hoogleraar recht en ethiek aan de universiteit van Chicago, is een zeer productieve auteur. Ze is gespecialiseerd in de Oudheid en in politieke filosofie en ethiek. Haar nieuwe boek heet 'Politieke emoties' en is nu in een Nederlands vertaling verschenen. Nussbaum houdt daarin een warm pleidooi voor meer empathie in het politieke denken.

maandag 8 september 2014 13:59




Zoals
zo vaak zegt de ondertitel meer dan de titel van een boek. Dat is ook
hier het geval. Waarom een rechtvaardige samenleving niet
zonder liefde kan
geeft goed weer hoe Nussbaum haar theorie van
sociale rechtvaardigheid in verband brengt met haar denken over het
belang van emoties en het aanwenden ervan.

Volgens Nussbaum zijn
emoties geen wilde, irrationele lichamelijke veranderingen, maar
cognitieve oordelen. Daarmee plaatst ze zich in de traditie van de
Stoïcijnen, die emoties ook als vormen van cognitie begrepen. Maar
in tegenstelling tot de Stoïcijnen, die meenden dat we ons moeten
losmaken van externe zaken en ons door de rede laten leiden, vindt
Nussbaum nu net dat emoties ons iets zeggen over wat en wie we
belangrijk vinden.

Mededogen
en liefde

‘Alle
politieke principes, zowel de goede als de kwade, hebben emotionele
ondersteuning nodig om ze continu in stand te houden, en alle
fatsoenlijke samenlevingen moeten zich tegen verdeeldheid en
hiërarchische verhoudingen wapenen door passende gevoelens van
mededogen en liefde te cultiveren.’ (p. 13) Dat is de basisstelling
van dit vuistdikke boek. Om die te illustreren gaat
Nussbaum vaak te rade bij de literatuur en de muziek. Deze
kunstvormen kunnen gevoelens
en ideeën vaak zo vertolken dat ze ingebed zitten in het
werkelijk geleefde leven en niet in abstracties blijven steken.

Het
is dus zeker niet toevallig dat Nussbaum in haar eerste hoofdstuk
veel aandacht besteedt aan Le Nozze di Figaro, de opera van Mozart
waarin op het einde de gravin de toon zet voor het nieuwe regime
door ‘ja’ te zeggen tegen een pleidooi voor medegevoel. ‘Ik ben
aardiger, en ik zeg ja,’ zingt zij in het Italiaans. Nussbaum: ‘Een
meelevende en genereuze houding ten opzichte van de zwakheden van
mensen – op de eerste plaats van jezelf – is een steunpilaar van
de publieke cultuur, die ik hier aanbeveel en die nauw verbonden is
met de komische geest. Het soort liefde waarvan de genereuze “ja” van de gravin getuigt, impliceert geestelijke souplesse, de
bereidheid om liefde en begrip voorrang te geven boven rigide normen.
Het vereist dat je bij het nastreven van bewonderenswaardige doelen
mannen en vrouwen aanvaardt zoals ze zijn, in plaats van te haten wat
onvolmaakt is. Haar “ja” is een sleutel tot het soort politieke
liefde die de kern vormt van dit boek.’ (p. 30-31)

Nussbaum
benadrukt in al haar werken dat we afhankelijke, kwetsbare wezens
zijn. In plaats van die afhankelijkheid te verwerpen en
onthechting aan te raden, zoals de Stoïcijnen voorstonden, vindt zij
dat emoties belangrijk zijn om een goed leven te kunnen leiden.
Volgens Nussbaum zijn emoties geen wilde, irrationele lichamelijke
veranderingen, maar cognitieve oordelen.

Patriottisme

Politieke emoties bestaat uit drie lijvige delen. In deel een, ‘Geschiedenis’,
introduceert Nussbaum het probleem van politieke emoties in drie
hoofdstukken. Daarin vergelijkt zij respectievelijk de achttiende-eeuwse filosofen Jean-Jacques Rousseau en Johan Gottfried Herder en
hun gedachten over gelijkheid en liefde met de negentiende-eeuwse
denkers Auguste Comte en John Stuart Mill en hun idee van een
‘religie der mensheid’, een godsdienst die kon aanzetten tot
altruïsme en die veeleisende politieke principes kon schragen.
Vervolgens switcht zij naar een recentere periode door in te zoomen
op de Indiase Rabindranath Tagore, die zich eveneens liet inspireren
door ‘de religie van de mensheid’ van Mill en Comte.

Het zeer uitvoerige deel twee, ‘Doelen, middelen,
problemen’, opent Nussbaum met een schets van een normatieve
wegwijzer voor een fatsoenlijke samenleving. Daarvoor steunt ze op
haar capabiliteitenbenadering, op elementen van de theory
of justice
van John
Rawls, maar ook op de New Deal, aspecten van de Europese
sociaaldemocratieën en aspiraties van de Indiase grondwet. Vervolgens
vraagt ze zich af welke emoties we moeten cultiveren om zulke
beginselen en instituties te ondersteunen en in stand te houden. 

In
het derde en uitvoerigste deel, ‘Publieke emoties’, behandelt Nussbaum het thema patriottische emotie en daarvoor focust zij voornamelijk op
de Verenigde Staten en India. Haar stelling is dat, ondanks de
vele gevaren, een fatsoenlijke publieke cultuur niet kan standhouden
zonder de emotie van vaderlandsliefde in een passende vorm te
cultiveren. Zij pleit voor een humaan en ideëel patriottisme.
Cruciaal in haar denken is het bevorderen van medeleven, waarop zij
in dit deel nogmaals terugkomt. De emotie van medeleven – zij spreekt
ook over ‘het tragische toeschouwerschap’ – is essentieel voor
het in stand houden van altruïstisch handelen en egalitaire
instituties. In het laatste hoofdstuk belicht ze drie emoties die
volgens haar speciale problemen opleveren voor een meelevend
burgerschap: angst, afgunst en schaamte.

Als
water

Nussbaum benadrukt dat de schepping van publieke emoties twee kanten heeft, een motivationele en een institutionele, die nauw moeten samenwerken. In dit boek belicht ze hoofdzakelijk het motivationele aspect (het beïnvloeden van de psyche van burgers door politieke retoriek, liederen of symbolen en door de inhoud en pedagogie van het onderwijs) en slechts in beperkte mate het institutionele aspect, zoals het ontwikkelen van een fatsoenlijk belastingsstelsel. Zij wijdt ook een hoofdstuk aan de emotionele neigingen en capaciteiten van dieren die qua intelligentie en levensvorm het dichtst bij ons staan, zoals chimpansees, bonobo’s, olifanten en honden.

In de epiloog van Politieke emoties anticipeert Nussbaum op mogelijke kritiek wegens te weinig realistisch. Dat is inderdaad ook mijn bezwaar. Dit
boek ‘zweeft’ en glijdt als water door je handen. Je mag van een
filosoof niet verwachten dat hij/zij ook een activist is – alhoewel,
er zijn er wel, met Sartre voorop – maar het hoopvolle betoog van
Nussbaum heeft voor mij weinig of geen aanknopingspunten met de
maatschappelijke werkelijkheid die ons omringt. Wat is haar antwoord
op die kritiek?

‘De criticus zal wel vinden dat een natie behoefte
heeft aan technische calculatie, economisch en militair denken,
computerwetenschap en technologie. Dat is allemaal best, maar heeft
een natie dan geen behoefte aan een hart? Bestaat er behoefte aan
expertise, maar niet aan dagelijkse emoties als medegevoel, aan
lachen en huilen –iets wat we in onze relatie met onze ouders,
geliefden en vrienden vanzelfsprekend vinden –, of aan verwondering
bij het zien van iets moois? Als een natie inderdaad zo is, kun je
maar beter ergens anders gaan wonen.’ (p. 371).

Dat is haar finale
raadgeving en daarom vraag ik me af waarom Martha Nussbaum nog steeds
in de Verenigde Staten woont. Of zou zij toch een beetje wereldvreemd
zijn?

Martha
Nussbaum,
Politieke emoties, Waarom een rechtvaardige samenleving
niet zonder liefde kan, Ambo, Amsterdam, 2014, 430 blz. ISBN
9789026326875

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!