De problemen oplossen als ze zich voordoen

De problemen oplossen als ze zich voordoen

maandag 8 september 2014 11:11

Iedereen herinnert zich nog het mantra van Jean-Luc Dehaene
(zaliger ondertussen, net als veel van zijn partijgenoten blijkbaar dezer dagen):
We lossen alleen de problemen op als ze
zich stellen.
”  Jean-Luc gaf op het
eind van zijn leven toe dat hij geen politicus meer was voor de 21ste
eeuw (maar had het dan vooral over nieuwe fenomenen, die het leven van
hedendaagse politici niet bepaald makkelijker maken, zoals sociale media, het
lekken van ‘vertrouwelijke’ info over regeringsonderhandelingen naar de media, de
24-hour nieuwscyclus …).

Zijn favoriete adagium mag echter stilaan ook op het 20ste
eeuwse stort van de geschiedenis, me dunkt. Of het nu gaat om Ebola, IS of de
klimaatverandering, the writing is on the
wall
. Als multilaterale fora en regionale/nationale politici zich blijven houden
aan de woorden van Dehaene, dreigen ze almaar nadrukkelijker achter de feiten aan
hollen.

Bij Ebola werd bijvoorbeeld de jongste maanden duidelijk dat gebrekkige
gezondheidszorg in arme Afrikaanse landen (zoals Liberia, Sierra Leone) ook
ons probleem aan het worden is. Idem dito wat betreft de chronische onderfinanciering
van de Wereldgezondheidsorganisatie. Een probleem dat in oorsprong relatief
makkelijk te bestrijden was geweest, volgens bijvoorbeeld Peter Piot, is zo ontaard in
een probleem met globale repercussies (ook al voelen we ons hier nog altijd een
heel stuk veiliger dan in veel Afrikaanse landen, terecht overigens). Een en
ander zal ook een pak meer geld en middelen (om het niet te hebben over het
aantal slachtoffers) kosten dan als we preventief opgetreden waren.

Iets gelijkaardigs geldt voor veel andere 21ste
eeuwse uitdagingen zoals IS of de klimaatverandering, maar bijvoorbeeld. ook toenemende
antimicrobiële resistentie. Hoe langer je wacht met interveniëren of – beter nog
– met de voedingsbodem weg te nemen voor bv. extremisme of het multisectorieel
aanpakken van een probleem  – hoe hoger
de kost oploopt. Vraag maar aan Obama.

Complexiteitsdenken maakt al een tijdje furore, zie recente
bestsellers als The Butterfly defect, en terecht in een globaliserende wereld.
Het ligt voor de hand dat 21ste eeuwse politici en fora een aantal
van die inzichten zullen moeten in rekening brengen, bijvoorbeeld. dat relatief kleine veranderingen
een enorme impact kunnen hebben (en vice versa). In de 21ste eeuw
proberen we systeemrisico’s best in te schatten voor ze zich voordoen (ook al
is dat altijd maar ten dele mogelijk), en treden we best zoveel mogelijk preventief
op (bv. via het voldoende financieren in Globale Publieke Goederen) als er
duidelijke risico’s aan verbonden zijn om dat na te laten, zetten we best in op
het bevorderen van  ‘resilience’ etc.
Vooruitzien is beter dan wachten tot het kalf al verdronken is. Timing wordt nog
belangrijker in deze eeuw.

Al zul je altijd mensen hebben die argumenteren dat we  IS dan maar gewoon terug naar het Stenen Tijdperk
moeten bombarderen (waar ze zich allicht thuis zullen voelen), dat we de ergste
klimaatchaos wel binnen een paar decennia met een veel “kosteneffectiever”
remedie – genre geo-engineering – kunnen afwenden…  

Als we echter iets doordachter een en ander willen
aanpakken, zitten we met een probleem. Op dit ogenblik zijn we structureel niet
echt uitgerust – zowel maatschappelijk, economisch als op politiek vlak – op vooruitzien
en langetermijndenken.

Zo is als we willen overleven in de 21ste
eeuw,  een nieuwe ‘empathie-sprong’ nodig,
zoals we die in de 18de eeuw hebben gekend (volgens denkers als Roman Krznaric ), in
de richting van ‘global citizenship’. Maar voorlopig lijkt de empathie voor de
medemens (en bv. ook voor toekomstige generaties) meer achteruit dan vooruit te gaan. Het besef van toenemende
interdependentie lijkt dus vooralsnog niet te volstaan om je beter te kunnen
inleven in de medemens, allicht ook omdat zowat de hele economische en
maatschappelijke structuur  (sociale
media, de cultus van de competiviteit van de economie, advertisement mega-industrie,
…) lijken samen te spannen in de richting van nog meer competitiviteit,
prestatiecultus, narcisme etc. Maar
onmogelijk is het niet.

Op multilateraal niveau geldt iets gelijkaardigs. Terwijl de
nood aan effectieve global governance-mechanismen nooit groter leek, op een
aantal domeinen, zie je dat terzelfdertijd in veel landen een tendens richting
meer fragmentatie aan de gang is (met Schotland als laatste voorbeeld). Dergelijke
tendens kun je zelfs deels begrijpen, ook al is ze voor een groot stuk
gebaseerd op een fantoom (onafhankelijkheid van een land, in een door en door
interdependente wereld).

Last but not least, als je zou willen dat global publieke
goederen voldoende gefinancierd worden voor de 21ste eeuw, waar zou
het geld dan vandaan moeten komen? Sommigen stellen dat elk land zou moeten
bijdragen, in functie van het inkomensniveau. Maar dat valt minder en minder te
verkopen bij publieke opinies: door de almaar toenemende polarising in veel
landen, ook rijkere, hebben veel gewone mensen het al moeilijk genoeg om de
eindjes aan elkaar te knopen, terwijl terzelfdertijd de top 1 % het wel erg
breed kan laten hangen.

Eén van de conclusies ligt dus voor de hand. Zolang de top 1% en multinationals weigeren om faire belastingen te betalen, moeten zij in
eerste instantie opdokken voor het investeren in globale publieke goederen.

Anders gezegd, de volgende keer dat Donald Trump zijn bek durft
opentrekken
over Ebola, laat hem dan maar ineens ook in zijn dikke portefeuille tasten voor
de WHO en de gezondheidszorg in landen als Liberia en Sierra Leone. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!