De wonderlijke vermenigvuldiging van leerkrachten

De wonderlijke vermenigvuldiging van leerkrachten

maandag 1 september 2014 11:12
Spread the love

1.Voor elke startende leerkracht die afhaakt zijn er twee vervangers
 
DeWereldMorgen.be
 

De lijn geeft
de leeftijdsverdeling weer van
de 226.507 onderwijs krachten in het Vlaamse gewest op 31/12/2013, nog nooit zoveel,  de 31-33 jarigen zijn het meest aanwezig in de leeftijdsverdeling, hetgeen er op wijst dat vooral tussen 27 en 32 jaar er het hoogste instroomsaldo is, dwz de periode waarin de meesten starten. Als er al starters afhaken, zijn er telkens meer om hen te vervangen.

De 30.900 toen 22-26 jarige onderwijskrachten in 2008 zijn op 5 jaar gestegen met 25%, dwz +7.808 tot 38.708 27-32 jarigen op 31/12/2013. Gesteld dat 1 op de 4 het beroep verliet zijn er dus 2 bijgekomen.

Eerder dan starters en de arbeidssituatie als oorzaak voor een niet bestaand tekort aan te wijzen zou men volgende punten kunnen saneren:
1. Alle uren doen meetellen voor vaste benoeming over de netten heen      

2. Zij-instromers gedurende 5 jaar telkens 2 jaar anciënniteit 
toekennen zodat iedereen van 10 naar 20
jaar anciënniteit kan evolueren                     

3. Anciënniteit in het onderwijs ook valideren in Welzijn en Gezondheid     

Zie ook

De Morgen
01/09/2014
: Wie niet weg is is gezien, cynischer
kan niet In feite is het: wie er is zit er goed, blijft of wordt makkelijk
vervangen

 

Nu stapt
in het secundair onderwijs een op de vier leraren binnen de vijf jaar uit
het beroep
” zo titelde

Klasse in januari 2014

Eerst stond er ‘definitief’ uit het beroep‘.
Op mijn vraag of men in de
toekomst kon kijken werd ‘definitief’ achteraf geschrapt. De Morgen maakt
er vandaag z’n krantenkop van als start voor een reeks artikelen. Uit
onderzoek zou blijken dat er 1 op 4 in het secundair onderwijs (1 op 8 in
het basisonderwijs) het in de eerste vijf jaar voor bekeken houdt.
Daarvoor baseert men zich op een enquête bij leraars, altijd waardevol,
maar enig nazicht van de effectieve tewerkstelling in het Vlaamse
onderwijs door de onderzoekers of journalisten op basis van de RSZ en
RSZ-PPO statistiek had geleerd om het gehele plaatje te bekijken.

Zo vergeten de onderzoekers erbij te zeggen dat in diezelfde
vijf jaar voor elke vertrekkende starter er  twee bijkomen, terugkerende
starters of anderen die na hun studie wat later de overgang maken van een
ander beroep naar het lerarenberoep. In feite levert de ‘startsituatie’
een surplus aan leerkrachten op van 25% op 5 jaar tijd gemeten. Men dient het globale plaatje voor
ogen te houden zo stelden we in januari al.

In feite is er in Vlaanderen sprake van een nooit geziene en extreme
expansie van leerkrachten het laatste decennium, ook de laatste jaren,
terwijl de uitstroom omwille van pensionering nog nooit zo hoog geweest
is, zie grafiek hierboven. Vergeleken met alle andere sectoren doet het
onderwijs in Vlaanderen het ‘super’goed.

En wie niet onmiddellijk in het onderwijs start doet dit blijkbaar op
latere leeftijd, tot 54 jaar zijn er meer leerkrachten die instromen dan
uitstromen. Het onderwijs is er, samen met de Non-Profit in geslaagd om
voor elke beschikbare job het nodige gekwalificeerde personeel te vinden,
en dat zal in de toekomst ook zo blijven. Waarom dan dat negatieve,
zichzelf beschadigend beeld door onderzoekers, journalistiek en niet in
het minst de leerkrachten zelf?

2. Falend enquêteonderzoek, zonder het geheel onder ogen te zien

Blijkbaar is het in beeld brengen van zowel uit- als instroom te veel
gevraagd voor pedagogen die zich met onderzoek gaan bezighouden, en zich
enkel baseren op discutabel ‘enquete’onderzoek, zonder oog te kunnen of
willen hebben voor de rijkdom aan exhaustief (het gehele veld betreffend)
gegevensmateriaal. Gecombineerd met de beperkte visie of te gemakkelijk
overnemen van vermeende wetenschappelijke conclusies leidt dit tot
misleidende krantentitels en artikels die eerder een afschrikkend effect
hebben of andere agenda’s dienen.

Op onze reactie in Klasse van januari 2014
werd aangegeven dat hun conclusie en actie voor betere omkadering van
starters gebaseerd waren op het Arbeidsmarktrapport prognose 2011-2015. Het onderzoek
gaat over starters jonger dan 30 jaar,
Rapport Arbeidsmarkt en
Rapport Brussel.

“En toen waren Katrien Struyen en C)
er als de kippen bij om hun onderzoek in de aandacht te brengen. Ook in ons onderzoek kwamen dergelijke cijfers
naar voren”, zo stelden de onderzoekers Katrien Struyven Sanne Vrancken,
Katrien Brepoels, Nadine Engels en Koen Lombaerts in een reactie op de
Klasse-site met
verwijzing naar Pedagogische Studiën, vol 89,n. 1, pp 3-19. Leerkracht
zijn met mijn lerarendiploma? Neen, dank u. Een onderzoek naar de redenen
van gekwalificeerde leraren om niet te starten in het onderwijs na
afstuderen of na korte tijd er uit te stappen.
Nu hun onderzoek opgenomen werd in het vakblad Teaching and Teacher
Education
, pedagogen onder elkaar, mag het nog maar eens fors in de
aandacht brengen op deze eerste schooldag.


3. Het tegendeel is waar: leerkrachten, beginnen, blijven en/of keren
terug

Op basis van de door npdata.be elk jaar opgevolgde cijfers van
tewerkstelling, met groot detail naar sector en naar gewest, wordt van
jaar tot jaar nagegaan hoe de effectieve tewerkstellingsevolutie is,
ondermeer ook, van de onderwijskrachten, zie
BuG 197. Doordat ook telkens de
leeftijdsverdeling is gegeven, kan van jaar tot jaar of over 5 jaar
nagegaan worden hoe de verschuivingen zijn per leeftijd in de tijd.

Zoals voor Spoor-loos, BuG 230
kan ook voor het onderwijs nagegaan worden op welke leeftijden er instroom
is, op welke uitstroom, en dit op een 2-voudige wijze.

3.1. In- of uitstroomsaldo leerkrachten 2008

Voor de leeftijdsgroep 22-26 jarigen in 2008 kan nagegaan hoeveel er
terugvinden als 27-32 jarigen in 2013. De grafiek van de
leeftijdsverdeling dient dan 5 jaar doorgeschoven, het is de donkerblauwe
lijn, de situatie alsof er niemand bijgekomen of uitgestroomd is.
Daartegenover wordt de effectieve leeftijdsverdeling op 31/12/2013
uitgetekend, de lichtblauwe lijn. Het volume dat tot stand komt onder de
lichtblauwe lijn is instroom, onder de donkerblauwe lijn is uitstroom. En
het betreft hier dus de effectieve aantallen zoals in de werkelijkheid
worden teruggevonden.
  

DeWereldMorgen.be

Voor alle onderwijskrachten samen is er een verhoging van 22-64 jarigen van 220.821
in 2008 naar 226.507 in 2013. In de periode van 5 jaar zijn
voor alle leeftijden samen  29.881 vertrekkers en 35.567 instromers, dus een een tewerkstellingsgroei van
+5.686.

Wanneer de leeftijdsgroep
22-26 jarigen in 2008 vergeleken wordt met de leeftijdsgroep 27-32 jaar in
2014, kan over een tijdspannen van 5 jaar nagegaan worden wat instroom,
uitstroom en saldo is.
De 30.900  22-26 jarige onderwijskrachten in 2008 zijn op 5 jaar
gestegen met 7.808 tot 27-32 jarigen op 31/12/2013, een stijging met 25%
of een kwart.

Gesteld dat 1 op de 4 het beroep verliet in die vijf jaar zijn er
dus 2
bijgekomen. Er is dus alles samen, vertrekkers en instromers, een
instroomsaldo voor deze groep van +7.808 onderwijskrachten.
Bij wijze van oefening hebben we dezelfde berekening gemaakt

– voor 23-27 jarigen in 2008 vergeleken met 28-33 jarigen in 2013: +4.934
– voor 24-28 jarigen in 2008 vergeleken met 29-34 jarigen in 2013: +3.465
– voor 25-29 jarigen in 2008 vergeleken met 30-35 jarigen in 2013: +2.766

De instroom is dus vooral sterk bij leerkrachten tussen 22-26 jaar en
consolideert zich verder jaar na jaar met een afnemende maar toch nog aanzienlijk
instroomsaldo. In het volgend beeld wordt nagegaan tot op welke leeftijd
er sprake is van een stroomsaldo over 5 jaar.

Het is vooral een groei die in de beginjaren van de carrière geboekt
wordt, zoals hieronder verder blijkt.

3.2. Evolutie in- en
uitstroomsaldo over de gehele onderwijsloopbaan

Door na te gaan hoeveel
winst of verlies aan tewerkstelling er is op elke leeftijd, over 5 jaar
beschouwd, kan het percentage berekend worden van in- of uitstroom op elk
leeftijdsjaar, en dit percentage kan geprojecteerd worden (van bovenaf bekeken) op
een lijn, boven de lijn is instroom met aanduiding van het %, onder de
lijn is uitstroom ook in % van de situatie 5 jaar voordien.

DeWereldMorgen.be

De instroom gebeurt fors tot 31 jaar, deze 31 jaar slaat
dus op de generatie die vijf jaar geleden 26 jaar was. Daarna is er
continue instroom tussen 5 à 9% over 5 jaar tot de leeftijd van 54 jaar.
Pas op 55 jaar zijn er in het onderwijs in Vlaanderen meer uitstromers dan
instromers, met een forse verhoging van de uitstroom vanaf 58 jaar en een
piek op 60 jaar.

4. Maar goed dat er vertrekkers zijn?

Dat 1 op 4 starters binnen de vijf jaar andere horizonten opzoekt,
al of niet defnitief, is uit diverse oogpunten te begrijpen. Niet
iedereen is
voor het lerarenschap geboren en na enkele jaren kan men zelf tot
die
conclusie komen. De onzekerheid over vaste benoeming, en dat men
maar enkel
vastbenoemde uren kan behalen binnen een net, en niet over de
netten heen
is daarbij een stuitend anachronisme. De ondersteuning van
beginnende
werknemers, ook de leerkrachten zal altijd wel beter kunnen. Maar
zaak
is dat het lerarenberoep, bij saldo, expansief is zoals nooit
gezien in het
verleden, en niets wijst er op dat dit zou veranderen.

Het constant negatief beeld dat men van het lerarenberoep geeft, of dat men
van zichzelf geeft, het
eenzijdig beeld van starters die het beroep verlaten, zonder ook te hebben
voor de instroom, ook op latere leeftijd, dus op de constante aantrek, dynamiek en groei van het aantal leerkrachten doet
meer kwaad dan goed.

5. En de VDAB-pool, is die nog altijd werkloos?

Zal zoals vorig jaar de poling-cel bij de VDAB om werkloze
onderwijskrachten door te verwijzen met de handen in de schoot zitten,
wegens de goede matching van vraag en aanbod in het Vlaamse onderwijs. Zelfs van frictiewerkloosheid leek geen sprake.

6. En kunnen de belangenvertegenwoordigers wat meer van zich afbijten?

– Alle uren te doen meetellen voor vaste benoeming over de netten
heen. Is het nog altijd zo dat uren die aanmerking komen voor vaste
benoeming en verworven in het publieke net niet meetellen wanneer men
naar het katholieke net overgaat. Alsof enkel anciënniteit meetelt in
katholiek ziekenhuizen en deze wegvalt als men in een publiek ziekenhuis
gewerkt heeft. Wat een aberratie.
– Alle zijstromers in het onderwijs gedurende 5 jaar telkens 2 jaar anciënniteit 
toekennen zodat iedereen van 10 naar 20
jaar anciënniteit kan evolueren in deze legislatuur. Het idee alleen al om
nieuwe zij-instromers tot 20 jaar anciënniteit te laten valoriseren
terwijl zij die het in het verleden gedaan hebben maar maximum 10 jaar te
laten behouden, is stuitend en onaanvaardbaar in een rechtstaat. De Raad
van State heeft er gelukkig een stokje voor gestoken.
– Anciënniteit in het onderwijs ook valideren in Welzijn en Gezondheid,
zodat een grotere mobiliteit mogelijk wordt tussen de Onderwijs- en de
non-Profitsectoren.
– Opwaarderen van de barema’s van arbeidend, bedienden en opvoedend
personeel in het onderwijs naar het niveau van de Welzijnssectoren in
Vlaanderen. Budgettair is dit een peanut zoals al bleek uit een
werkgroep Non-Profit-Onderwijs met Walter Cornelis waar ook al Jos van Der
Hoeven al deel van uitmaakte. Hij kan de nota’s van indertijd nog een
opzoeken, we willen graag een update maken.
– En toch nog eens de Vlor-werkgroep heropstarten over de toekomst van
het lerarenberoep, waarbij ons gevraagd werd om de ervaringen van de
Non-Profit eens toe te passen op het onderwijs. Op de eerste studiedag met
een 30-tal aanwezigen werd hiervan, samen met een 9-tal andere inleiders,
verslag gegeven. Allen bestond de vakbond in al z’n onderdelen het om deze
dag, en later het gehele project te boycotten omdat het onder leiding
stond van LVB, een oud vakbondsman die niemand meer kon pruimen. Ook deze
nota’s kunnen terug uit de kast gehaald en door de Vlor kan dit
toekomstproject opnieuw geactiveerd. Het kan soelaas bieden ten aanzien van een
falende of onvolledige wetenschappelijke analyse en een te weinig
kritische journalistiek zoals maar weer eens blijkt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!