Kinderopvang: Niet tevreden? Meer betalen!

Minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) kondigde aan dat kinderopvang duurder zal worden. De nieuwe regering wil 133 miljoen euro besparen op kinderopvang. Dat wil men doen door de dagelijkse minimumbijdrage in crèches op te trekken van 1,5 euro naar 4 euro per dag. Is dat realistisch?

dinsdag 26 augustus 2014 14:41

Een
gemiddelde gesubsidieerde plaats in een kinderdagverblijf kost 12.000
à 15.000 euro per jaar.
Daarvan betalen de ouders meestal een vierde, maximaal een derde. De
rest past de overheid bij. Met de tarieven wordt flexibel omgegaan
door ze onder meer afhankelijk te maken van het inkomen van de
ouders.

De meeste private kinderdagverblijven
ontvangen een beperkte toelage (600 tot 800 euro per kind per jaar), wanneer ze aan een aantal basisvoorwaarden voldoen en
inkomensgerelateerd werken. Zelfstandigen die enkel rekenen op de
bijdragen van ouders, overleven in een beperkt aantal regio’s,
zoals de Vlaamse rand rond Brussel. Daar is het publiek groot en
vermogend genoeg – en zijn de plaatsen schaars.

Kwaliteitsverlies

Volgens Fatiha Dahmani ,
sectorverantwoordelijke kinderopvang bij vakcentrale LBC-NVK, is de
aangekondigde prijsverhoging in strijd met de afspraken: “Tijdens
talloze gesprekken en debatten rond het kaderdecreet was een groeipad
overeengekomen. Het zou uitstippelen hoe de
erkende (gesubsidieerde) met
de private kinderopvang te
verzoenen. Ouders kennen vaak
het verschil niet.”

“De overheid kiest er al meer dan
vijftien jaar voor om extra plaatsen te creëren in de private
opvang. Dat is namelijk veel goedkoper. Wij hebben er als vakbond
altijd op gehamerd dat men moet investeren in de erkende opvang. De
opvang is er beter en duurzamer. Erkende kinderdagverblijven sluiten
niet van de ene dag op de andere, bieden betere arbeidsvoorwaarden en
respecteren strengere kwaliteitsnormen.”

“Als men de erkende en de private
kinderopvang wil verzoenen, dan mag dat niet gepaard gaan met
kwaliteitsverlies. Dus moet  men normen en lonen van
de private sector dichter bij die van de erkende sector brengen.
Maar dat kost handenvol geld. Voor de verkiezingen was er dan ook dat
groeipad overeengekomen. De subsidies voor de zelfstandige sector
zouden stijgen. Nu wordt plots gevraagd om de investeringen die ons
werden beloofd zelf te betalen. De factuur wordt dus doorgeschoven.”

Schijnzelfstandigheid

Fatiha Dahmani wil de besparing zowel in breder perspectief zien als in concrete effecten: “De sector kampt al met heel wat
problemen. In de private kinderopvang is schijnzelfstandigheid meer
en meer de norm. De normen zijn bedenkelijk: te veel kinderen per
verzorger. We zien steeds meer kinderdagverblijven besparen: vers
fruit is te duur en te arbeidsintensief, dus wordt goedkope
chocolademousse het vieruurtje.”

“Kinderopvang
is geen lucratieve business, ondanks de grote vraag. De kosten zijn
hoog en er is dan ook weinig zekerheid. Misschien moeten we gewoon
besluiten dat kinderopvang niet lucratief hoort te zijn.”

Ten
slotte heeft Fatiha Dahmani een open vraag, die ze hardop
stelt: “Intussen
blijft men vaag over eventuele bijkomende plaatsen: komen die er en
zo ja, waar dan? In de erkende of de private sector?”

Geen
plaats of dure plaats

Return on investment is
een riskant uitgangspunt bij zorg. Op de vrije markt moeten kosten zo
laag mogelijk blijven. Dat betekent een minimale opleiding,
bedenkelijke arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden en zoveel
mogelijk kinderen per verzorger. Nu al is de kwaliteit ondergeschikt
aan de kwantiteit, aangezien politici afgerekend worden op
wachtlijsten.

Het
plaatstekort blijft een pijnpunt in grotere steden, ondanks
bijkomende plaatsen en wat extra middelen. De gemiddelde duur van de
zoektocht naar een opvangplaats loopt in sommige steden op tot tien
maanden. Dat betekent dat ouders gedwongen worden om een beroep te
doen op peperdure private opvang van veelal bedenkelijke kwaliteit,
om tijdelijk deeltijds te gaan werken, verlofregimes (borstvoeding,
ouderschap) in te roepen of zelfs onbetaald verlof te nemen of hun
job op te zeggen. Sommigen moeten jobs weigeren of opleidingen
stopzetten.

Momenteel
zijn er 44.000 opvangplaatsen te kort. In de huidige
begrotingscijfers zijn er geen bijkomende middelen voorzien.

Kwaliteit
onder druk

We
mogen kinderopvang niet enkel beschouwen als een instrument voor
arbeidsparticipatie. Het is ook een investering in de toekomst van
kinderen, een belangrijk element in de emancipatie van vrouwen en een
hefboom voor sociale gelijkheid. Uit dat perspectief moet
voorschoolse zorg van hoge kwaliteit zijn en de emotionele en sociale
ontwikkeling van kinderen versterken. Dat vereist
professionalisering: betere opleidingen, betere arbeidsvoorwaarden en
statuten, en een doordachter kader.

Volgens
een rapport van het Innocenti Research Centre (IRC), Unicefs
onderzoeksinstituut in Florence, scoort Vlaanderen een matige zes op
tien inzake kwalitatieve kinderopvang. Dat is het gevolg van
systematische onderfinanciering.

Wetenschappelijk
wordt steeds duidelijker dat kinderopvang, met name voor baby’s en
peuters, zowel positieve als negatieve impact kan hebben. Ondermaatse
of kwalitatief slechte kinderzorg kan leiden tot een zwakke basis
voor de toekomst van een kind, aldus het rapport.

Enkel
Scandinavische landen scoren bovengemiddeld volgens het
Unicef-onderzoek, met Zweden en IJsland als toppers. Niet toevallig
zijn dit de landen met het hoogste budget voor kinderopvang, waar
opleidingen degelijk zijn en waar het aantal kinderen per verzorger
aanzienlijk lager ligt dan de Vlaamse norm.

De huidige situatie

Unicef
hanteert 3 kinderen per verzorger als norm voor baby’s, 3,5 voor
peuters. In Vlaanderen mocht tot voor kort een verzorger instaan voor
maximaal 6,5 kinderen. Het decreet dat onlangs werd goedgekeurd, zet
dat maximum op 8 à 9 kinderen. Gedurende twee uur per dag mag
het aantal zelfs stijgen tot 14 baby’s per enkele verzorger.

In
die omstandigheden is persoonlijke, liefdevolle zorg nauwelijks
mogelijk. De werkdruk is hoog, het ziekteverzuim ook. Door de overbelasting worden kinderverzorgsters genoodzaakt zich te beperken tot
wat absoluut noodzakelijk is: voeden, verschonen, medicatie toedienen
en in bed leggen.

Geen
wonder dat er wantoestanden ontstaan. zoals een kind dat over een
balkon gehouden wordt, kinderen die hun braaksel moeten opeten of er
zelfs in stikken. Meer zorgwekkende situaties die te weinig
sensatiewaarde hebben om het nieuws te halen: baby’s die in een
autostoeltje voor de televisie worden geparkeerd, een baby die in het
toilet wordt gezet omdat het huilen niet ophoudt, kinderen die moeite
hebben met inslapen en uren alleen liggen huilen in bed, baby’s die
aan ouders worden meegegeven met een propvolle luier en geïrriteerde
billen.

Bovendien
moeten kinderdagverblijven bij voorkeur vol zitten, met het oog op
maximaal rendement. Kinderen van voltijds werkende ouders krijgen dus
voorrang. Terwijl heel wat ouders net willen investeren in hun
kinderen door de eerste jaren wat minder te werken en zelf wat meer
zorg op zich te nemen.

Moeders
terug naar de haard

Kinderopvang
is cruciaal om de arbeidsparticipatie te bevorderen. Wat ooit werd
bedacht als instrument om vrouwen kansen te bieden en te emanciperen,
is intussen onontbeerlijk in ons socio-economisch systeem, waarin
iedere burger geacht wordt mee te draaien en actief bij te dragen aan
de economische groei.

Bezuinigen
op de kinderopvangtoeslag zal de arbeidsparticipatie van met name
jonge moeders sterk doen afnemen. Het behoeft weinig verbeelding om
in te zien dat vooral zij zullen thuisblijven om de zorg
voor de kinderen op zich te nemen, onder meer omdat zij door de regel
minder verdienen.

Activering
van werklozen is een stokpaardje van de nieuwe regering. Om ouders in
staat te stellen buitenshuis betaald werk uit te voeren, moet er een
bevredigende oplossing zijn voor de opvang van hun kinderen. Volgens
de Vlaamse Armoedemonitor 2014 leven 680.000 Vlamingen (zo’n 11
procent van de bevolking) onder de armoederisicodrempel. Niet
iedereen kan maandelijks 650 euro neertellen voor een opvangplaats.
Sommige gezinnen met twee jonge kinderen betalen maandelijks een
klein netto maandloon aan kinderopvang.

Wie
de bevolking massaal aan de slag wil en armoede wil bestrijden, zou
de opvangmogelijkheden moeten uitbreiden en de drempel verlagen. Dat
mensen worden aangemaand meer en langer buitenshuis te werken en
vervolgens meer moeten betalen voor een moeizaam veroverde en dure
plaats in de opvang voor hun kinderen, dat staat in schril contrast
met de reële noden van ouders en kinderen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!