Het recht van de sterkste: de basis van onze beschaving?

Het recht van de sterkste: de basis van onze beschaving?

maandag 25 augustus 2014 08:13

Dat Bart De Wever niet enkel de voorzitter, maar ook de
ideoloog is van de N-VA, hoeft natuurlijk weinig betoog. Maar als zijn laatste
opiniestuk in De Tijd van 19/08/2014
,
tekenend is voor de ideologie van zijn partij, dan moeten velen zich daar toch
wat ongemakkelijk bij voelen. De wijze waarop hij Keizer Augustus beschrijft als
“de aartsvader van onze beschaving”, moet toch heel wat wenkbrauwen doen
fronsen, zowel binnen als buiten die partij.

Ideologische geschiedschrijving

In het opiniestuk wordt de oude keizer Augustus geroemd om allerhande
aspecten van zijn staatsmanschap zoals het verzekeren van rechtszekerheid voor
burgers, de aanpak van corruptie, de uitbouw van een postnetwerk, versterking
van de brandweer en investeringen in politiediensten – een lange opsomming die alleen
maar bewondering kan oproepen. Naast wat vragen natuurlijk. Want niet alleen
staat die opsomming bol van de anachronismen, een wat grondigere analyse van de
geschiedenis (zoals Loonis Logghe, onderzoeker Antieke Geschiedenis aan de
UGent, dat doet in zijn tegenstuk op DeWereldMorgen)
laat al gauw zien dat sommige van die hervormingen helemaal niet in teken
stonden van het publieke goed en veeleer pogingen waren om zijn macht te
verzekeren.

Discussies over de precieze intentie en resultaten van
Augustus’ politiek laat ik echter graag over aan de historici. Waar het me meer
om gaat is de ideologische besluiten die Bart De Wever uit zijn zeer
persoonlijke lezing van de geschiedenis haalt. Zijn uiteindelijke conclusie
luidt immers dat “Rome onder Augustus meer naar een meritocratie evolueerde dan
naar een aristocratie.” Anders gezegd: Augustus voerde een beleid van mogelijkheden
om kansen te grijpen – wat natuurlijk naadloos aansluit bij de meermaals
herhaalde visie van de N-VA.

Aristocratie, meritocratie, democratie

Maar laat net dat idee van een meritocratie vandaag de dag bijzonder
problematisch zijn. Een meritocratie is helemaal niet zo vanzelfsprekend. We
weten bijvoorbeeld maar al te goed dat het idee van meritocratie voor
allerhande sociale en psychologische uitwassen zorgt wanneer constante
prestatiegerichtheid een absolute norm wordt van de samenleving. Daarnaast
heeft een echte meritocratie nooit bestaan. Integendeel, zoals menig historicus,
socioloog en politicoloog ons kan vertellen, probeerden en proberen bestaande socio-politieke
onevenwichten zichzelf steeds opnieuw te bestendigen waardoor het idee van ‘de
mogelijkheid om je kansen te grijpen als je maar wil’ veelal een fabel is. In
de praktijk is het onderscheid tussen een meritocratie en aristocratie helemaal
niet zo groot. Wie rijk is heeft kansen te over, wie arm is kan ze zich niet
veroorloven. Vaak is er daarom een expliciete interventie nodig om kansarmoede
te doorbreken en volstaat ‘merite’ geenszins.

Het wordt echter nog veel problematischer wanneer De Wever
zijn respect laat blijken voor Augustus’ politieke verwezenlijkingen omdat het
“een man was die inzag dat echte, blijvende verandering slechts door evolutie
tot stand kon komen. Stap voor stap verwierf hij de algehele macht, maar hij
zorgde er daarna voor dat hij zijn feitelijke monarchie verpakte in een
geleidelijk en zorgvuldig uitgewerkt regime dat de elite voldoende
carrièrekansen en zelfrespect bood; dat in zijn zelfrechtvaardiging voortdurend
verwees naar de oude, republikeinse waarden; dat vrijheid van meningsuiting
tolereerde en dat oog had voor de instemming van het volk voor het gevoerde
beleid.”

Als zo’n taal geen rillingen over de rug van vele Vlamingen
doet lopen, wat dan wel? In het hele opiniestuk geen woord over democratie.
Geen woord over zorg voor diegenen die uit de boot vallen. Geen woord over
mensenrechten. Maar wel dit: Augustus is een fantastische man omdat hij op een
slinkse manier de algehele macht naar
zich toetrok. Augustus is een fantastische man omdat hij er voor zorgde dat de
elite van die macht kon meeprofiteren. En Augustus was een fantastische man
omdat hij een bepaald waardenkader wist op te leggen.

En wat de rest van ‘het volk’ betreft, wel ja, haar mening werd
getolereerd en door een juiste verpakking gaf men aan het volk het gevoel dat
ze met het beleid kon instemmen.

Woordenkeuze

Een te verwachten tegenwerping is natuurlijk dat ik De Wever
hier verkeerd interpreteer. Misschien wil hij helemaal niet doen uitschijnen
dat Augustus het volk ‘koest hield’. Misschien wil hij daarentegen net aangeven
dat Augustus een groot man was omdat hij vrije meningsuiting hoog in het
vaandel droeg. Maar mocht dat, ondanks de historische incorrectheid, inderdaad
zijn wat Bart De Wever wil laten verstaan, dan nog is zijn woordkeuze bijzonder
beangstigend. Men leest immers enkel woorden zoals “zelfrechtvaardiging”,
“tolereren” en “instemming” en nergens vind je termen terug zoals “debat”,
“luisterbereidheid” of “inspraak”.

Op zich was het natuurlijk al eigenaardig om Augustus als “aartsvader
van onze beschaving” te omschrijven, maar de reden waarom dat zo zou zijn,
roept nog veel meer vragen op. Wie het opiniestuk leest, krijgt vooral een
lofzang voorgeschoteld van een historisch figuur die goed wist hoe hij een
sterke leider moest zijn, die de teugels stevig in handen kon houden, die de
rijken de kans gaf om rijk genoeg te blijven en die de armen bijzonder
patriarchaal behandelde. Of hoe ‘het recht van de sterkste’ plots wordt
afgeschilderd als de basis van onze ‘beschaving’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!