Analyse, Nieuws, Afrika -

Een nieuw ‘Hart der duisternis’? Over beeldvorming en ebola

In 1935 trok Graham Greene door het binnenland van Liberia, een gebied dat toen volgens het Amerikaanse leger bewoond was door kannibalen. Zijn tocht resulteerde in het boek "Journey Without Maps". Het schetst een reis weg van de beschaving, vergelijkbaar met Joseph Conrads klassieker "Hart der Duisternis". Bijna zestig jaar later lijkt, blijkens berichten over de uitbraak van ebola in delen van West-Afrika, in de beeldvorming maar weinig veranderd.

vrijdag 22 augustus 2014 15:08

In 1994 publiceert Robert Kaplan zijn, jammer genoeg,
invloedrijk artikel The coming anarchy, waarin hij de conflicten die zich op
dat moment in Liberia en Sierra Leone afspelen afschildert als irrationeel en
cultureel gedetermineerd. West-Afrika in het algemeen, schrijft hij, is het
beeld van wat “onze beschaving” te wachten staat. Met andere woorden,
een andere wereld die in zich in een staat van complete anarchie bevindt.

Antropoloog Paul Richards heeft deze manier van denken en schrijven onder het
label “nieuw barbarisme” van de hand gewezen door aan te tonen dat de strijders
in deze conflicten passen binnen een sociaal project en uitgevoerd zijn
door rationeel denkende en acterende jongeren[i].
Het nieuw barbarisme hoort thuis in het denken waarbij “de Ander” ingeplaatst
word in een wereld die losstaat van “onze” wereld, in een geografisch en
temporeel ander kader. Antropologen en andere sociale wetenschappers als
Johannes Fabian (1983) en Edward Said (1978) hebben reeds langer gewezen op de
invloed van macht en ongelijkheid op beeldvorming[ii].
Maar daarmee lijkt de kous niet af.

Patroon

De beeldvorming
die geproduceerd wordt omtrent de recente uitbraak van ebola in delen van
West-Afrika, begint nog maar eens twintig jaar later eenzelfde patroon te
vertonen. Toch zijn er ook merkbare verschillen. In dit geval is het
bijvoorbeeld moeilijker om de beschrijving van “de Ander” in een ver land
vast te houden. Toenemende mobiliteit en globalisering maken dat de
verspreiding, of in ieder geval de dreiging, tot aan de eigen grenzen gebracht
wordt. Maar daarover later meer.

Ten eerste is er
de ziekte zelf. Net als over de regio is hierover eigenlijk heel weinig geweten
en bestaan er talloze indianenverhalen over hoe je de ziekte krijgt, hoe ze
zich verspreidt of waar ze vandaan zou komen. Ook binnen westerse media
wordt bijvoorbeeld druk gespeculeerd over mogelijke medicijnen in ontwikkeling
en de mogelijke verspreiding daarvan. In die zin past ebola perfect binnen het
plaatje van het hart der duisternis. Het is een mysterieus iets, waar moeilijk
vat op te krijgen is, net als het water, de mensen en het woud in en langs de
Congo-rivier in Conrads beschrijving of het Liberiaanse binnenland dat Greene
in 1935 doorkruiste.

Ten tweede is er
de reactie van de lokale bevolking op de manier waarop de ziekte wordt
bestreden door de nationale overheden en de internationale gemeenschap. Hier
lijkt het grootste probleem de vertaling van twee tegenovergestelde culturele
werelden. Hier schemert, met andere woorden, Kaplan opnieuw op de achtergrond door.
Ingewikkelde medische terminologie en behandelingswijzen worden vanuit “het
westen” overgebracht naar een context waar de kwaliteit van de gezondheidszorg te
wensen overlaat en waar blijkbaar weinig besef leeft van de ernst van de zaak.
Mediatoren worden ingeschakeld om een medisch-technisch verhaal over te brengen
naar een ‘ongeletterde’ samenleving. Dit proces stuit dan ook op ongeloof en
verbijstering als gemerkt wordt dat dit niet altijd werkt.

De aanhalingstekens wijzen op een bepaalde ironie maar anderzijds wil ik er
expliciet op wijzen dat ook hier machtsverhoudingen spelen die de
beeldvorming rond de bevolking en haar reactie bepalen. Door haar af te
schilderen als een ongeletterd volk dat moeite heeft om de complexiteit van het
medisch-technische discours te vatten, wordt ze automatisch uitgesloten uit de
moderne wereld en weggeduwd in een donker, duister, gat. Beeldvorming en de
politiek van de representatie is hier cruciaal. Het helpt bovendien ook niet om
er constant de aandacht op te vestigen dat mensen hun toevlucht zoeken tot god en
hopen met gebeden de ziekte te verslaan. De rationele wetenschap komt zo
recht tegenover de irrationele spirituele wereld te staan. In een
volgende stap wordt waarschijnlijk hekserij er maar weer bijgesleept om het
beeld van het “nieuw barbarisme” compleet te maken.

Ten derde is er
de manier waarop gecommuniceerd wordt, in de internationale berichtgeving
maar ook door de nationale overheden en hun politiekorpsen. Paniek en sensatie
lijken de bovenhand te nemen over geïnformeerde berichtgeving. En iedereen lijkt
daarbij graag tegen elkaar op te bieden. Vluchten worden geschrapt waardoor het
hele gebied fysiek wordt afgesloten van de buitenwereld. De Amerikaanse zakengoeroe
Donald Trump kon het niet nalaten om zijn bewondering te uiten voor
ontwikkelingswerkers, maar vond het toch een slecht idee of hen terug te
vliegen. Elk mogelijk ebola-geval in het Westen wordt overhaast onder de
aandacht gebracht en uitvergroot.

Quarantaine

De angst die in het westen leeft en
geproduceerd wordt in het westen lijkt in de eerste plaats op een discursieve
manier om de ziekte en de dragers ervan zover mogelijk weg te stoppen in het
hart der duisternis. Ook de nationale overheden van de getroffen landen staan
onder druk om hier zo efficiënt en effectief mogelijk mee om te gaan: nationale
grenzen worden gesloten, hele provincies worden in quarantaine geplaatst, de
politie wordt in stelling gebracht en schiet met scherp, internationale
medewerkers van organisaties worden weggehaald naar hun thuisland, enz. Neem Westpoint,
de wijk binnen Monrovia die het zwaarst lijkt getroffen door deze initiatieven en die, zelfs binnen Liberia, een hart der duisternis binnen een
groter hart der duisternis wordt. Massaal gegroeid tijdens en in de nasleep van het
conflict, en vaak voorgesteld als een wijk bevolkt door criminelen en andere undesirables, lijkt dit nu een gebied dat repressie “nodig heeft”.

Tegelijkertijd blijkt
voedselhulp niet aan te komen in de getroffen gebieden en breekt er ook paniek
en onrust uit onder de bevolking. Die paniek lijkt niet zozeer gevoed door
angst voor de ziekte zelf als wel door de politieke maatregelen die getroffen
zijn. Mensen voelen zich opgesloten en benadeeld. Vertrouwen in een heropbouw
na de conflicten die de regio gekend heeft leek in de laatste paar jaar de
goede richting uit te gaan maar lijken met al deze initiatieven in één
klap opnieuw tenietgedaan. Vertrouwen in de overheid, voor zover dat al bestond,
is tot nul herleid. Dit wantrouwen is niet enkel zichtbaar tegenover
instituten met het in brand steken van een ministerie, maar dringt door tot in
de meest private sfeer. Zo worden zieken weggestoken of worden lijken gewoon op
straat gedumpt.

Al deze reacties hebben niets te maken met een bevolking die,
geconfronteerd met de moderne wereld, in paniek slaat en op een irrationele en
primitieve manier reageert . Ze hebben wel alles te maken met historische processen
van ongelijkheid, uitbuiting en marginalisering, evenals met sociale processen
van exclusie en stratificatie. En dit soort processen vertaalt zich ook in
het belang van een cultuur van geheimhouding. Opnieuw, het belang van
geheimhouding en van geheime genootschappen in de regio heeft niets te maken
met een irrationeel geloof. Eerder met de transmissie van kennis en
processen van sociale reproductie. Maar dit is niet het moment om hier dieper
op in te gaan.

Hysterie

In Liberia, net
als in Sierra Leone, zijn het vaak de armsten, verzorgers en medische
vrijwilligers, schrijft Aminatta Forna voor the Britse krant The Guardian, die
tot de grootste risicogroep behoren. Voor hen staat het meest op het spel en
zij krijgen, binnen de opbouwende hysterie rond de berichtgeving in de
internationale media, het minst de aandacht. De stem van nog maar eens een country
director
van een internationale organisatie (De Standaard, 22/08/2014) geeft vaak een
beeld vanuit een wereld die meekijkt en de hierboven beeldvorming reproduceert
eerder dan nuanceert of deconstrueert.

Joseph Conrads Heart Of Darkness verscheen in 1902. In 1935 wist Graham Greene: “This is territory the United States map marks so vaguely and
excitingly as ‘Cannibal’”. De huidige internationale berichtgeving toont over het algemeen aan hoe een beeld van
het hart der duisternis en een ongetemde en wilde bevolking nog steeds gereproduceerd
wordt en hoe de bestaande machtsverhoudingen daardoor mede gelegitimeerd.
Er zou een correcte, gecontextualiseerde en dus genuanceerde
berichtgeving mogen zijn, gebaseerd op feiten. Elke dag sterven mensen aan ziektes
overgedragen door slecht drinkwater, aan malaria, aan niet-gedetecteerde of
onbehandelbare ziektes waar veel minder aandacht wordt aan besteed. Ook in westerse media heerst kennelijk paniek en sensatielust.

Bronnen

Fabian, Johannes 1983 ‘Time and the
Other: How anthropology makes its object
’. New York: Columbia University
Press

Greene, Graham 2006 Journey Without Maps,
London: Vintage Books

Højbjerg,
Christian 2009 ‘Root Causes: The inversion of cause and consequences in civil
war’. Journal on Ethnopolitics and Minority Issues in Europe, 8(2)

Kaplan, Robert 1994 ‘The Coming Anarchy:
how scarcity, crime, overpopulation, tribalism and disease are rapidly
destroying the social fabric of the world’. The Atlantic, February

Richards, Paul 1996 ‘Fighting for the
Rainforest: war, youth and resources in Sierra Leone
’. London: James Currey

Richards, Paul 2005 ‘To fight or to farm?
Agrarian dimensions of the Mano River conflict (Sierra Leone and Liberia)’. African
Affairs
, 104 (417)

Said, Edward 1978 ‘Orientalism’. New
York: Pantheon


[i] Richards (2005) is ervan overtuigd dat de conflicten in Liberia en Sierra
Leone gezien kunnen worden als een soort klassenstrijd. Eerder dan in de
stedelijke gebieden zoekt hij de oorzaak voor de conflicten in de landelijke
gebieden die nog vertrouwen op landbouw als bron van inkomen. Hij ziet
een gerontocratische samenleving waar “jongeren” toegang tot land en de
mogelijkheid om te trouwen bemoeilijkt wordt door de invloed van de “ouderen”
die op die manier controle behouden over goedkope arbeid. Deze analyse is
ondertussen ook deels weerlegd door o.a. Højbjerg (2009)

[ii] Fabian heeft daartoe het begrip “coevalness“ geïntroduceerd waarmee hij
wijst op het feit dat “de Ander“ vaak in een ander tijdelijk kader wordt
voorgesteld. Dit heeft ook geleid tot zelfreflectie bij antropologen die
“Andere culturen” vaak als het object van hun studie zagen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!