Analyse, Nieuws -

Amerika is niet voor zwarte mensen

De tragische dood van de achttienjarige Michael Brown in het Amerikaanse plaatsje Ferguson, inmiddels al weer tien dagen geleden, heeft heel wat pennen in beweging gebracht. Al vrij snel werd de context van het drama geschetst door Greg Howard, een Amerikaanse journalist en redacteur. Een vertaling van zijn verhelderende betoog, terwijl er nog steeds nieuwe feiten bovenkomen.

dinsdag 19 augustus 2014 12:46

De Verenigde Staten van Amerika zijn niet voor
zwarte mensen. Dit weten we en we
zetten het uit ons hoofd, totdat er iets gebeurt dat ons eraan
herinnert. Op zaterdag 9 augustus
gebeurde er
zoiets in Ferguson, een voorstad van
Saint Louis, Missouri: een ongewapende achttienjarige
zwarte man werd op klaarlichte dag door de politie doodgeschoten.

Ondertussen gaan de gebeurtenissen in Ferguson
over veel problemen van bijkomend belang
– zoals het systematische racisme, de
militarisering van de politie en op welke manier burgers zulke
situaties kunnen aanklagen – en wel in
die mate dat het zin heeft ons in te prenten wat
er daar precies is gebeurd.

Twee versies

Op zaterdag was Michael Brown rond de middag in
het appartementencomplex Canfield Green in Ferguson in het midden van
de straat met zijn vriend Dorin Johnson aan het wandelen, toen de
twee aangesproken
werden door een politieagent in een politiebusje. De agent
wisselde enkele woorden met de jongens en probeerde uit zijn auto te
komen. Vanaf dat
moment zijn er twee versies van wat er zich afspeelde.

Volgens de tot nu toe nog onbekende agent duwde
één van de jongens hem terug in het
busje en probeerde het pistool
van de agent los te wrikken, waarbij hij een schot loste in de
cabine. De twee jongens liepen weg, en de politieagent stapte weer
uit zijn voertuig en schoot verschillende keren op de wegvluchtende
tieners, waarbij hij Brown doodschoot.

Maar volgens
Johnson
, en andere ooggetuigen, beval de agent de vrienden: “Get
the fuck on the sidewalk
.” Daarop
antwoordden de
tieners dat ze hun bestemming bijna bereikt hadden. Op dat moment
sloeg de agent zijn deur zo hard open dat deze tegen
Brown aan botste
en terug dichtsloeg. Toen stak
de agent zijn arm
uit en greep Brown bij zijn nek, en vervolgens
bij zijn T-shirt.

“Ik ga je neerschieten,” zei de agent.

De agent schoot één keer op hem, maar Brown
ontkwam, en
de twee jongens konden samen weglopen. Toen schoot de agent opnieuw.
Johnson dook weg achter een auto, maar het tweede schot zorgde ervoor
dat dat Brown ongeveer tien meter van het voertuig halt
hield, nog binnen handbereik van
Johnson. Verschillende getuigen zeggen dat dit het moment was waarop
Brown zijn handen in de lucht stak om te laten
zien dat hij ongewapend was. Johnson
herinnert zich dat Brown ook zei: “Ik
heb geen geweer, stop met schieten!
” Toen schoot de
politieagent hem dood.

Na
deze gebeurtenissen rijmen beide verhalen weer met elkaar. Brown werd
achtergelaten waar hij stierf, gedurende enkele uren in de brandende
hitte van Missouri, vooraleer hij werd weggehaald door de
autoriteiten. De agent werd op betaald verlof gezet.

Vijandige
bevolking

Michael Brown is geen
uniek geval. Niettegenstaande de
specificiteit van dit voorval, is de dood van
deze achttienjarige slechts het recentste
voorbeeld van politieagenten die ongewapende zwarte mannen doden.

Een deel van de reden waarom er zoveel zwarte
mannen gedood worden, is dat politieagenten nu minder gezien worden
als leden van de gemeenschap die de vrede willen
bewaren, maar meer als soldaten. De war
on drugs
heeft
lange tijd gefunctioneerd als een de kans op werkgelegenheid
voor wapenhandelaars. Oorlog had onze
kusten bereikt, werd ons verteld, en de politieagenten hadden wapens
nodig om ze te bestrijden.

Tegenwoordig hebben agenten tanks. Ze hebben
drones. Ze hebben automatische geweren, vliegtuigen en helikopters en
ze doorlopen
een opleidingskamp in legerachtige stijl. Dit
is een niet-aflatende
klacht van wat er overblijft van organisaties
die opkomen voor burgerrechten in dit land. Afgelopen juni nog
stelde het ACLU een
rapport
op over hoe immens het wapenarsenaal van een
politieafdeling tegenwoordig is. Zoals gewoonlijk schonken slechts
enkelen hier aandacht aan.

De pijnlijkste
kant aan
het feit dat onze politieagenten als soldaten worden uitgerust, is
van psychologische aard. Geef een man toegang tot drones, tanks en
kogelvrije vesten en hij zal, terecht, denken dat zijn job niet
simpelweg het bewaren van de vrede is maar veeleer het uitroeien van
gevaar. In plaats van beschermen en dienen, is de politie aan het
zoeken en vernietigen.

Indien
politieagenten soldaten zijn, dan worden de buurten waar ze
patrouilleren slagvelden. Indien hun werkterrein een slagveld is, dan
volgt daaruit dat de bevolking de vijand is. Omwille van deze
correlatie, die teruggaat
op historische onrechtvaardigheid
tussen zowel misdaad en inkomen
als inkomen en ras, zal de vijandige bevolking grotendeels bestaan
uit gekleurde mensen, in het bijzonder uit zwarte mannen. Over heel
het land zijn politieagenten belachelijk frequent zwarte mannen aan
het doden. Ze voeren letterlijk een oorlog tegen mensen als Michael
Brown.

Microkosmos

“Raciale
spanning en onbegrip hebben een lange
voorgeschiedenis in deze streek,”
vertelde Aisha Sultan, columniste
bij de St. Louis Post-Dispatch,
me gisteren aan
de telefoon. “In het bijzonder in het Noorden.”

Een gebeurtenis als deze – vooral in het noorden – wordt al te
snel verbloemd wanneer we haar in een groter geheel proberen te zien.
Ferguson is een kleine stad, met 21.000 inwoners die tot de jaren
’60, toen de blanken vluchtten naar elke plek waar geen zwarten
waren, overwegend blank waren. Inmiddels is Ferguson, dat ten noorden
ligt van Saint Louis, overwegend zwart. De politie van Ferguson en
het departement van Saint Louis is daarentegen overwegend blank. Dat
is typisch het grootstedelijk gebied geflankeerd door twee rivieren
die buurten en regio’s verdelen door ras, het
zesde meest gesegregeerde
in de Verenigde Staten.

Voor mensen van de kuststreek zoals ik  – ik ben
afkomstig uit Maryland – kan Saint Louis overkomen als een
leegte in het midden van het land, een plek waar mensen en zelfs
ideeën vast komen te zitten op weg naar iets beters, of tenminste
naar ergens anders. Maar Saint Louis is zoals New York (de vierde
meest gesegregeerde grootstad van Amerika), Los Angeles, Miami,
Dallas of Washington DC, alleen nog wat sterker. Saint Louis is verre
van een leegte, deze stad wordt vaak beschouwd als de meest
Amerikaanse
der Amerikaanse steden.

“Het is een microkosmos van de rest van het
land,”, zegt Sultan. “Als dit in Saint Louis kan gebeuren, kan
het in elke
stad gebeuren.”

Gezworen

Inderdaad.
Op 5 augustus werd in Beavercreek, Ohio, de 22-jarige John Crawford
doodgeschoten in een Walmart toen het speelgoedgeweer dat hij in de
winkel gekocht had kennelijk voor
een echt geweer werd aangezien.
LeeCee Johnson, die twee kinderen met Crawford had, zegt dat ze op
dat ogenblik met hem aan het telefoneren was. Zijn laatste woorden
voor ze de
geweerschoten van
de agenten hoorde, waren “Dit kan niet
waar zijn.

Op 17 juli werd in Staten
Island, New York, de 43-jarige Eric Garner, een bekende in de buurt
die illegaal sigaretten verkocht en die
er een oogje in het zeil hield, gedood
nadat hij tussenbeide was gekomen in een
gevecht. Op
deze
astmatische man had
de politieagent van NYPD, Daniel
Pantaleo, een
onwettige
wurggreep uitgevoerd
.
“Ik kan niet ademen,” zei Garner
voor hij stierf. “Ik kan niet ademen.”

In de nacht van 14
september 2013 werd in Charlotte, North Carolina, de 24-jarige
Jonathan Ferrell gedood
nadat hij een auto-ongeluk gehad had
. Hij klom uit het achterraam
van de auto, strompelde naar het dichtstbijzijnde huis en klopte op
de voordeur om hulp te roepen. De eigenaar van het huis verwittigde
de politie, die vervolgens aankwam bij het huis. Ferrel werd
getasered,
daarna schoot agent Randall Kerrick tien keer op hem.

Daarnaast
was er Trayvon Martin in Sanford, Florida, Oscar Grant in Oakland,
Californië, en nog vele anderen. De dood van Michael Brown was
totaal geen verrassing. Over heel het land worden ongewapende zwarte
mannen gedood door mensen die gezworen hebben hen te beschermen. Dit
is ook al heel lang aan de gang. Het lijkt bijna alsof de agenten er
niet zijn voor de zwarte mensen.

Erkenning

Na de dood van Brown kwam de demonisering.
Eerst kregen we te horen dat Brown weg was gevlucht omdat hij snoep
gestolen had uit een winkel. Vervolgens werden we bestookt
met een foto van Brown in een rood
mouwloos
shirt, terwijl hij poseert
in een gebogen houding.

Deze foto, waarin Brown met een teken van een
bende pronkte – het was eigenlijk een teken van vrede – werd
voorgesteld als bewijs dat de tiener een misdadiger was. Zijn
vrienden en familie moeten nu niet enkel hun verdriet
verwerken, maar ook een postume lastercampagne tegengaan. Johnson
beschreef zijn vriend in een interview aan
MSNBC
als een coole en stille
jongen. De
oom
van Brown, Bernard Ewings, zei in een interview dat Brown van muziek
hield.
De moeder van Brown, Leslie McSpadden, zei dat hij grappig
was en mensen aan het lachen kon maken. Hij was in de lente
afgestudeerd en stond
op het punt om verder te studeren met het oog op een carrière in
warmte- en koeltechnieken.
Maandag zou het
zijn eerste dag geweest zijn.

Het is zeker dat Brown ‘één van de goeden’
was. Maar, dit gezegd zijnde, op verschillende manieren uitleggen
waarom hij het niet verdiende op straat
te sterven als een hond, is op zichzelf
schandelijk. Discussiëren over of Brown al dan niet een goede jongen
was, komt neer op een discussie voeren of hij het werkelijk
verdiende te sterven. Dit zou
op een of
andere manier legitimeren
dat sommige zwarte mensen doodgeschoten
moeten worden.

Dit element in de discussie erkennen is de
start van een breder debat over de waarde, zelfs over de
individualiteit, van een zwarte man in Amerika. Deze erkenning
betekent zich engageren in een kosten-batenanalyse, mogelijkheden
afwegen, en de afweging maken van de waarde van het leven van Brown
ten opzichte van de bedreiging die hij vormde voor het leven van de
man die hem gedood heeft. Deze erkenning houdt een ontkenning in van
de structurele redenen waarom Brown werd gedood, terwijl James Eagan
Holmes
, die op 20 juli 2012 een bioscoopzaal
binnenwandelde en begon te schieten op het publiek met 12 doden en 70
gewonden tot gevolg, slechts in de boeien geslagen werd.

Angst

Dit geheel toeschrijven
aan de minachting voor zwarte mannen
ziet echter een essentiële variabele over
het hoofd: een echt Amerikaanse angst
voor hen.
Zij, wij dus, worden onverklaarbaar beschouwd als een groot leger van
mogelijke moordenaars, bekwaam en koelbloedig
genoeg zodat slechts één een bedreiging zou kunnen vormen voor een
getrainde politieagent in een kogelvrij vest. Er zijn redenen waarom
blanke wapenrechtenactivisten kunnen binnenwandelen in een Chipotle
restaurant met een groot geweer en
slechts beschouwd worden als onhandige hinder
palen,
terwijl ongewapende zwarte mannen gedood worden omdat ze naar hun
portemonnee of gsm grijpen of
omdat ze een speelgoedgeweer dragen. Geweren zijn ook niet voor
zwarte mensen.

Zondag was er een wake voor Brown waarbij
enkele honderden mensen in Ferguson waren samengekomen. Ze begonnen al
protesterend te wandelen naar het politiestation van Ferguson. De
politie kwam hen tegemoet gelopen in
volle uitrusting, met geweren, schilden, helmen, honden en
gasmaskers. De manifestanten
riepen “Geen rechtvaardigheid, geen vrede!” Ze noemden de politie
moordenaars. Ze hieven hun handen op, alsof ze zich overgaven,
terwijl ze zeiden: “Niet
schieten, ik ben ongewapend.”

Toen sommige burgers begonnen in te breken, te
roven en de etalages van winkels in hun
eigen gemeenschap in brand staken,
begon het protest gewelddadig te worden.

De politie schoot met traangas en rubberen
kogels. Die nacht werden 32 mensen gearresteerd en twee
politieagenten raakten gewond. Er is niet onmiddellijk een
manier om te begrijpen wat er die nacht gebeurde. Het was een zinloze
en contraproductieve aanval op de gemeenschap; het was een met wrok
doordesemde aanval van mensen die wisten dat
zij het hadden kunnen zijn, of hun vrienden, of hun broers of zonen.
Wat het ook was, het werd beantwoord
met geweld.

Terug

Op maandagochtend keerde Aisha Sultan terug
naar Ferguson, waar ze zag hoe burgers het puin van de nacht aan het opruimen waren. Sommige waren geschokt door het geweld,
anderen zeiden dat ze tegen de muur geduwd waren, gedwongen om aan
dit soort noodzakelijk kwaad te doen. Sultan interviewde een elfjarig
jongetje over de rel. “Het lijkt wel alsof de politie klaar staat
om een oorlog te beginnen met de mensen,” zei hij.

Maandagnacht bezette
de politie opnieuw de straten, terwijl demonstranten
opnieuw in een geweldloos protest betoogden met hun handen in de
lucht. De politie vuurde opnieuw met rubberen kogels en traangas, en
sloot opnieuw de grote straten af, zodat niemand eruit of erin kon.
De politie werd gefotografeerd terwijl ze binnendrong in
zijstraten, en geweren richtte over hekken in
achtertuinen. Dit ging vandaag zo verder. Er waren helikopters en
drones, ze schoten met traangas en ze joeg burgers op getrokken
geweren.

“Ga
terug naar jullie huizen,”
riepen de agenten door de megafoon.

“Dit is ons thuis,” antwoordden de inwoners
van Ferguson. Er viel, en er valt, niet veel meer te zeggen.

De oorspronkelijke versie van dit artikel vind je hier.
Meer berichten van Greg Howard zijn te vinden via zijn
Twitteraccount
.

Vertaling: Vera Tylzanowski.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!