Analyse

Amerika is niet voor zwarte mensen

Teaser fallback community afbeelding
De tragische dood van de achttienjarige Michael Brown in het Amerikaanse plaatsje Ferguson, inmiddels al weer tien dagen geleden, heeft heel wat pennen in beweging gebracht. Al vrij snel werd de context van het drama geschetst door Greg Howard, een Amerikaanse journalist en redacteur. Een vertaling van zijn verhelderende betoog, terwijl er nog steeds nieuwe feiten bovenkomen.

De Verenigde Staten van Amerika zijn niet voor zwarte mensen. Dit weten we en we zetten het uit ons hoofd, totdat er iets gebeurt dat ons eraan herinnert. Op zaterdag 9 augustus gebeurde er zoiets in Ferguson, een voorstad van Saint Louis, Missouri: een ongewapende achttienjarige zwarte man werd op klaarlichte dag door de politie doodgeschoten.

Ondertussen gaan de gebeurtenissen in Ferguson over veel problemen van bijkomend belang – zoals het systematische racisme, de militarisering van de politie en op welke manier burgers zulke situaties kunnen aanklagen – en wel in die mate dat het zin heeft ons in te prenten wat er daar precies is gebeurd.

Twee versies

Op zaterdag was Michael Brown rond de middag in het appartementencomplex Canfield Green in Ferguson in het midden van de straat met zijn vriend Dorin Johnson aan het wandelen, toen de twee aangesproken werden door een politieagent in een politiebusje. De agent wisselde enkele woorden met de jongens en probeerde uit zijn auto te komen. Vanaf dat moment zijn er twee versies van wat er zich afspeelde.

Volgens de tot nu toe nog onbekende agent duwde één van de jongens hem terug in het busje en probeerde het pistool van de agent los te wrikken, waarbij hij een schot loste in de cabine. De twee jongens liepen weg, en de politieagent stapte weer uit zijn voertuig en schoot verschillende keren op de wegvluchtende tieners, waarbij hij Brown doodschoot.

Maar volgens Johnson, en andere ooggetuigen, beval de agent de vrienden: “Get the fuck on the sidewalk.” Daarop antwoordden de tieners dat ze hun bestemming bijna bereikt hadden. Op dat moment sloeg de agent zijn deur zo hard open dat deze tegen Brown aan botste en terug dichtsloeg. Toen stak de agent zijn arm uit en greep Brown bij zijn nek, en vervolgens bij zijn T-shirt.

“Ik ga je neerschieten,” zei de agent.

De agent schoot één keer op hem, maar Brown ontkwam, en de twee jongens konden samen weglopen. Toen schoot de agent opnieuw. Johnson dook weg achter een auto, maar het tweede schot zorgde ervoor dat dat Brown ongeveer tien meter van het voertuig halt hield, nog binnen handbereik van Johnson. Verschillende getuigen zeggen dat dit het moment was waarop Brown zijn handen in de lucht stak om te laten zien dat hij ongewapend was. Johnson herinnert zich dat Brown ook zei: “Ik heb geen geweer, stop met schieten!” Toen schoot de politieagent hem dood.

Na deze gebeurtenissen rijmen beide verhalen weer met elkaar. Brown werd achtergelaten waar hij stierf, gedurende enkele uren in de brandende hitte van Missouri, vooraleer hij werd weggehaald door de autoriteiten. De agent werd op betaald verlof gezet.

Vijandige bevolking

Michael Brown is geen uniek geval. Niettegenstaande de specificiteit van dit voorval, is de dood van deze achttienjarige slechts het recentste voorbeeld van politieagenten die ongewapende zwarte mannen doden.

Een deel van de reden waarom er zoveel zwarte mannen gedood worden, is dat politieagenten nu minder gezien worden als leden van de gemeenschap die de vrede willen bewaren, maar meer als soldaten. De war on drugs heeft lange tijd gefunctioneerd als een de kans op werkgelegenheid voor wapenhandelaars. Oorlog had onze kusten bereikt, werd ons verteld, en de politieagenten hadden wapens nodig om ze te bestrijden.

Tegenwoordig hebben agenten tanks. Ze hebben drones. Ze hebben automatische geweren, vliegtuigen en helikopters en ze doorlopen een opleidingskamp in legerachtige stijl. Dit is een niet-aflatende klacht van wat er overblijft van organisaties die opkomen voor burgerrechten in dit land. Afgelopen juni nog stelde het ACLU een rapport op over hoe immens het wapenarsenaal van een politieafdeling tegenwoordig is. Zoals gewoonlijk schonken slechts enkelen hier aandacht aan.

De pijnlijkste kant aan het feit dat onze politieagenten als soldaten worden uitgerust, is van psychologische aard. Geef een man toegang tot drones, tanks en kogelvrije vesten en hij zal, terecht, denken dat zijn job niet simpelweg het bewaren van de vrede is maar veeleer het uitroeien van gevaar. In plaats van beschermen en dienen, is de politie aan het zoeken en vernietigen.

Indien politieagenten soldaten zijn, dan worden de buurten waar ze patrouilleren slagvelden. Indien hun werkterrein een slagveld is, dan volgt daaruit dat de bevolking de vijand is. Omwille van deze correlatie, die teruggaat op historische onrechtvaardigheid tussen zowel misdaad en inkomen als inkomen en ras, zal de vijandige bevolking grotendeels bestaan uit gekleurde mensen, in het bijzonder uit zwarte mannen. Over heel het land zijn politieagenten belachelijk frequent zwarte mannen aan het doden. Ze voeren letterlijk een oorlog tegen mensen als Michael Brown.

Microkosmos

“Raciale spanning en onbegrip hebben een lange voorgeschiedenis in deze streek,” vertelde Aisha Sultan, columniste bij de St. Louis Post-Dispatch, me gisteren aan de telefoon. “In het bijzonder in het Noorden.”

Een gebeurtenis als deze – vooral in het noorden – wordt al te snel verbloemd wanneer we haar in een groter geheel proberen te zien. Ferguson is een kleine stad, met 21.000 inwoners die tot de jaren ’60, toen de blanken vluchtten naar elke plek waar geen zwarten waren, overwegend blank waren. Inmiddels is Ferguson, dat ten noorden ligt van Saint Louis, overwegend zwart. De politie van Ferguson en het departement van Saint Louis is daarentegen overwegend blank. Dat is typisch het grootstedelijk gebied geflankeerd door twee rivieren die buurten en regio's verdelen door ras, het zesde meest gesegregeerde in de Verenigde Staten.

Voor mensen van de kuststreek zoals ik  – ik ben afkomstig uit Maryland – kan Saint Louis overkomen als een leegte in het midden van het land, een plek waar mensen en zelfs ideeën vast komen te zitten op weg naar iets beters, of tenminste naar ergens anders. Maar Saint Louis is zoals New York (de vierde meest gesegregeerde grootstad van Amerika), Los Angeles, Miami, Dallas of Washington DC, alleen nog wat sterker. Saint Louis is verre van een leegte, deze stad wordt vaak beschouwd als de meest Amerikaanse der Amerikaanse steden.

“Het is een microkosmos van de rest van het land,”, zegt Sultan. “Als dit in Saint Louis kan gebeuren, kan het in elke stad gebeuren.”

Gezworen

Inderdaad. Op 5 augustus werd in Beavercreek, Ohio, de 22-jarige John Crawford doodgeschoten in een Walmart toen het speelgoedgeweer dat hij in de winkel gekocht had kennelijk voor een echt geweer werd aangezien. LeeCee Johnson, die twee kinderen met Crawford had, zegt dat ze op dat ogenblik met hem aan het telefoneren was. Zijn laatste woorden voor ze de geweerschoten van de agenten hoorde, waren “Dit kan niet waar zijn.

Op 17 juli werd in Staten Island, New York, de 43-jarige Eric Garner, een bekende in de buurt die illegaal sigaretten verkocht en die er een oogje in het zeil hield, gedood nadat hij tussenbeide was gekomen in een gevecht. Op deze astmatische man had de politieagent van NYPD, Daniel Pantaleo, een onwettige wurggreep uitgevoerd. “Ik kan niet ademen,” zei Garner voor hij stierf. “Ik kan niet ademen.”

In de nacht van 14 september 2013 werd in Charlotte, North Carolina, de 24-jarige Jonathan Ferrell gedood nadat hij een auto-ongeluk gehad had. Hij klom uit het achterraam van de auto, strompelde naar het dichtstbijzijnde huis en klopte op de voordeur om hulp te roepen. De eigenaar van het huis verwittigde de politie, die vervolgens aankwam bij het huis. Ferrel werd getasered, daarna schoot agent Randall Kerrick tien keer op hem.

Daarnaast was er Trayvon Martin in Sanford, Florida, Oscar Grant in Oakland, Californië, en nog vele anderen. De dood van Michael Brown was totaal geen verrassing. Over heel het land worden ongewapende zwarte mannen gedood door mensen die gezworen hebben hen te beschermen. Dit is ook al heel lang aan de gang. Het lijkt bijna alsof de agenten er niet zijn voor de zwarte mensen.

Erkenning

Na de dood van Brown kwam de demonisering. Eerst kregen we te horen dat Brown weg was gevlucht omdat hij snoep gestolen had uit een winkel. Vervolgens werden we bestookt met een foto van Brown in een rood mouwloos shirt, terwijl hij poseert in een gebogen houding.

Deze foto, waarin Brown met een teken van een bende pronkte – het was eigenlijk een teken van vrede – werd voorgesteld als bewijs dat de tiener een misdadiger was. Zijn vrienden en familie moeten nu niet enkel hun verdriet verwerken, maar ook een postume lastercampagne tegengaan. Johnson beschreef zijn vriend in een interview aan MSNBC als een coole en stille jongen. De oom van Brown, Bernard Ewings, zei in een interview dat Brown van muziek hield. De moeder van Brown, Leslie McSpadden, zei dat hij grappig was en mensen aan het lachen kon maken. Hij was in de lente afgestudeerd en stond op het punt om verder te studeren met het oog op een carrière in warmte- en koeltechnieken. Maandag zou het zijn eerste dag geweest zijn.

Het is zeker dat Brown ‘één van de goeden’ was. Maar, dit gezegd zijnde, op verschillende manieren uitleggen waarom hij het niet verdiende op straat te sterven als een hond, is op zichzelf schandelijk. Discussiëren over of Brown al dan niet een goede jongen was, komt neer op een discussie voeren of hij het werkelijk verdiende te sterven. Dit zou op een of andere manier legitimeren dat sommige zwarte mensen doodgeschoten moeten worden.

Dit element in de discussie erkennen is de start van een breder debat over de waarde, zelfs over de individualiteit, van een zwarte man in Amerika. Deze erkenning betekent zich engageren in een kosten-batenanalyse, mogelijkheden afwegen, en de afweging maken van de waarde van het leven van Brown ten opzichte van de bedreiging die hij vormde voor het leven van de man die hem gedood heeft. Deze erkenning houdt een ontkenning in van de structurele redenen waarom Brown werd gedood, terwijl James Eagan Holmes, die op 20 juli 2012 een bioscoopzaal binnenwandelde en begon te schieten op het publiek met 12 doden en 70 gewonden tot gevolg, slechts in de boeien geslagen werd.

Angst

Dit geheel toeschrijven aan de minachting voor zwarte mannen ziet echter een essentiële variabele over het hoofd: een echt Amerikaanse angst voor hen. Zij, wij dus, worden onverklaarbaar beschouwd als een groot leger van mogelijke moordenaars, bekwaam en koelbloedig genoeg zodat slechts één een bedreiging zou kunnen vormen voor een getrainde politieagent in een kogelvrij vest. Er zijn redenen waarom blanke wapenrechtenactivisten kunnen binnenwandelen in een Chipotle restaurant met een groot geweer en slechts beschouwd worden als onhandige hinderpalen, terwijl ongewapende zwarte mannen gedood worden omdat ze naar hun portemonnee of gsm grijpen of omdat ze een speelgoedgeweer dragen. Geweren zijn ook niet voor zwarte mensen.

Zondag was er een wake voor Brown waarbij enkele honderden mensen in Ferguson waren samengekomen. Ze begonnen al protesterend te wandelen naar het politiestation van Ferguson. De politie kwam hen tegemoet gelopen in volle uitrusting, met geweren, schilden, helmen, honden en gasmaskers. De manifestanten riepen “Geen rechtvaardigheid, geen vrede!” Ze noemden de politie moordenaars. Ze hieven hun handen op, alsof ze zich overgaven, terwijl ze zeiden: “Niet schieten, ik ben ongewapend.”

Toen sommige burgers begonnen in te breken, te roven en de etalages van winkels in hun eigen gemeenschap in brand staken, begon het protest gewelddadig te worden.

De politie schoot met traangas en rubberen kogels. Die nacht werden 32 mensen gearresteerd en twee politieagenten raakten gewond. Er is niet onmiddellijk een manier om te begrijpen wat er die nacht gebeurde. Het was een zinloze en contraproductieve aanval op de gemeenschap; het was een met wrok doordesemde aanval van mensen die wisten dat zij het hadden kunnen zijn, of hun vrienden, of hun broers of zonen. Wat het ook was, het werd beantwoord met geweld.

Terug

Op maandagochtend keerde Aisha Sultan terug naar Ferguson, waar ze zag hoe burgers het puin van de nacht aan het opruimen waren. Sommige waren geschokt door het geweld, anderen zeiden dat ze tegen de muur geduwd waren, gedwongen om aan dit soort noodzakelijk kwaad te doen. Sultan interviewde een elfjarig jongetje over de rel. “Het lijkt wel alsof de politie klaar staat om een oorlog te beginnen met de mensen,” zei hij.

Maandagnacht bezette de politie opnieuw de straten, terwijl demonstranten opnieuw in een geweldloos protest betoogden met hun handen in de lucht. De politie vuurde opnieuw met rubberen kogels en traangas, en sloot opnieuw de grote straten af, zodat niemand eruit of erin kon. De politie werd gefotografeerd terwijl ze binnendrong in zijstraten, en geweren richtte over hekken in achtertuinen. Dit ging vandaag zo verder. Er waren helikopters en drones, ze schoten met traangas en ze joeg burgers op getrokken geweren.

“Ga terug naar jullie huizen,” riepen de agenten door de megafoon.

“Dit is ons thuis,” antwoordden de inwoners van Ferguson. Er viel, en er valt, niet veel meer te zeggen.

De oorspronkelijke versie van dit artikel vind je hier. Meer berichten van Greg Howard zijn te vinden via zijn Twitteraccount.

Vertaling: Vera Tylzanowski.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?