Faustinamonument, verz. Maagdenhuismuseum OCMW Antwerpen (WikiCommons)
Opinie, Politiek, België - Peter Cousaert

Afschaffing OCMW’s: over privatisering, herverzuiling en centralisering

“We integreren de OCMW’s volledig in de gemeentebesturen (vrijwillig voor de centrumsteden)”, lezen we in het nagelnieuwe Vlaamse regeerakkoord. Toegegeven: een lel voor een believer in het belang van een eigenstandig lokaal orgaan als het OCMW. Kniezen over de integratie doe ik wel in mijn eentje. In een hoekje, met een muziekje vol mineurakkoorden.

woensdag 6 augustus 2014 10:40

Met deze beslissing wordt een strijd beslecht die al woedt van bij de oprichting van de OCMW’s in 1976. Alhoewel de retoriek in de andere richting wijst, is de horizon waartegen men deze beslissing neemt maar voor een miniem deel te verklaren door het efficiëntievraagstuk. De wil om te privatiseren en/of te ‘verzuilen’, én de Vlaamse centraliseringsreflex spelen een veel grotere rol. Wat mogen we de komende jaren verwachten? 

 

Efficiënt?

De OCMW’s als zelfstandige entiteiten houden dus op te bestaan, tenzij de gemeenten kiezen voor Extern Verzelfstandigde Agentschappen (EVA). Tussen neus en lippen: een EVA zou totaal absurd zijn, want het is net de grote mate van autonomie van de OCMW’s die al jaren een doorn in het oog zou zijn van schepenen, burgemeesters en leden van diverse regeringen. 

Ook blijven allerlei tussenstructuren buiten schot. Denk aan decretaal in het leven geroepen organen als de RESOC’s, maar ook intercommunales… Heel bijzonder, want gemeenten hebben vaak minder vat op die structuren. En ze zijn vaak de plaats waar met belastingsgeld minder omzichtig wordt omgesprongen. De nood om daarin te snoeien, is dus groter als het gaat over efficiëntie, transparantie en bestuurlijke verrommeling. 

De efficiëntieredenering is niet sluitend, maar een discussie daarover is wel transparant als ze op basis van de juiste cijfers wordt gevoerd. En als ze wordt aangevuld met een effectiviteitsdiscussie. De efficiëntielogica laat zich hier als volgt samenvatten: “twee lokale besturen zijn geldverslindende machines”. 

Er zijn argumenten voor fusie van gemeente en OCMW, vanuit democratisch oogpunt (meer transparantie voor de burger) en vanuit eenheid van beleid (het lokale beleid in één hand). Maar er zijn ook tegenargumenten. Om samen strategisch te plannen is integratie niet nodig; er is minder bureaucratie binnen de OCMW’s; samenwerking met sociale actoren en doelgroepen gaat vlotter vanuit een welzijnsorganisatie dan vanuit een administratie; verzelfstandiging betekent ook responsabilisering; er wordt minder volgens oppositiemeerderheid en meer vanuit compromis gewerkt. 

Of het daadwerkelijk ook allemaal minder zal kosten, is zeer de vraag. Als een gemeentesecretaris bijvoorbeeld ook het OCMW onder zijn hoede krijgt, dan ontvangt hij in principe 130% van zijn huidig loon. Een besparing van 70%? Nee, want daartegenover worden gegarandeerd extra directeur- en/of staffuncties gecreëerd. Die efficiëntie moet dus nog blijken. 

Herverkaveling OCMW’s? Winst voor de privé en de zuilen

De regeringspartijen beogen niet allemaal hetzelfde, maar ze vinden elkaar in wat daarvoor nodig is: de OCMW’s zoals ze vandaag bestaan uitkleden. Het gaat daarbij vooral om de belangen van de achterban. De OCMW’s zijn een soort wingebied voor private en semiprivate partners. De vergelijking is wat overtrokken en vol gevaar in een postkoloniaal Belgisch tijdperk, maar misschien is de grote rijkdom van Congo wel haar grootste vijand. Iedereen komt een stukje meegraaien. 

Om deze rijkdommen te ontginnen moeten de OCMW’s verkaveld worden. Plusminus nemen de OCMW’s vandaag vier belangrijke functies op: 

  • sociale bijstand (als laatste vangnet)
  • individuele hulpverlening (soms aangevuld met buurtwerk)
  • activeerder
  • aanbieder van publieke diensten (zoals woonzorgcentra en diensten gezinszorg)

Kort door de bocht kunnen we stellen dat N-VA, Open VLD en CD&V samen een oplossing hebben voor elk van deze functies. Oplossing moet u overigens zien in de chemische betekenis. Als een stof die wordt opgelost in een groter geheel. 

Individuele hulpverlening

Zo kan de individuele hulpverlening volgens de CD&V worden overgenomen door de Centra Algemeen Welzijnswerk. De voorbije jaren heeft minister van Welzijn Van Deurzen daar in elk geval al stevig op aangestuurd. 

Denk maar aan de manier waarop hij in het dossier van de schuldhulpverlening de CAW’s budgethouders maakte in projecten voor de kwaliteitsverbetering van preventie van schuldenlast en kwalitatieve schuldhulpverlening. En dat terwijl meer dan negentig procent van de schuldhulpverlening door de OCMW’s wordt opgenomen. 

Een ander voorbeeld is het decreet werk- en zorgtrajecten, waarin de Vlaamse regering een poging doet om voor mensen met medische, mentaal, psychiatrische, psychische of sociale problemen (de doelgroep die men labelt met de vreselijke term MMPP) geïntegreerde trajecten uit te werken. De OCMW’s hebben zich in dat dossier binnengewerkt. Van Deurzen aanvaarde dit uiteindelijk met lange tanden. Verwonderlijk is dit niet: kabinetten van Welzijn worden door afgevaardigden van zuilenorganisaties bevolkt. Experts uiteraard, maar men zit daar vooral voor de belangen van de zuil. 

Activering

De activeringstaak kan naar de VDAB. De voorbije jaren werd het activeringsbeleid van de OCMW’s telkens bekritiseerd: pure framing en gebrek aan kennis, zoals ik eerder schreef (zie Activeer de beleidsmaker). 

De OCMW’s bouwden decennia geleden een activeringsbeleid uit, toen bleek dat de dan net opgerichte Vlaamse publieke arbeidsmarktbemiddelaar met hun doelgroep niet aan de slag ging. Ook recente Vlaamse experimenten zijn niet echt bemoedigend. De OCMW’s staan al jaren garant voor een integrale benadering, al is daar ook nog ruimte tot verbetering. 

We weten intussen ook dat OCMW’s die inzetten op een meersporenbeleid betere cijfers halen. Het is de mix aan maatregelen die het succes maakt van een activeringsbeleid. Het Vlaams beleid blijft te veel uitgaan van een one size fits all. 

Het adagium lijkt: ‘wat we Vlaams doen, doen we beter’. In plaats van elkaar te proberen dribbelen, bundelen we beter lokale én Vlaamse krachten. De Vlaamse Regering neemt graag de term multilevel-governance in de mond, maar het blijft wachten tot ook haar hart ervan overloopt. 

Publieke diensten

De publieke diensten kunnen we privatiseren (N-VA en Open VLD) of naar de zuilenorganisaties doorschuiven (CD&V). Bij de lokale politici van de drie partijen was er de voorbije jaren al heel veel goesting (pun intented) om publieke diensten af te stoten. 

Bij heel wat besturen liggen scenario’s klaar om woonzorgcentra en diensten gezinszorg te verkopen (of is dit intussen gebeurd). Soms uit budgettaire overwegingen, vaker omwille van de belangen van de achterban. Soms mag dit zelfs extra geld kosten. De kloof tussen de maandelijkse kostprijs en de mogelijkheden van de bewoners wordt overbrugd door een financiële steun. 

Bij één OCMW bleek de jaarlijkse massa aan (terechte) steun groter dan het jaarlijks deficit van het woonzorgcentrum. Efficiëntie of bediening van de achterban? Twee bedenkingen horen daar nog bij. 

Ten eerste: wat is de betekenis van dit ‘verlies’? Laat ons de kostendekkingsgraad bekijken en bediscussiëren hoeveel publieke middelen we willen investeren in zorg. De kostprijs van de progressieve tarieven worden bijna altijd meegerekend in de kostprijs van de OCMW-woonzorgcentra. Niet verwonderlijk dat OCMW’s dan minder efficiënt zijn dan private spelers. 

Ten tweede zorgen de (relatief) lage dagprijzen van de lokale besturen voor een regulering van de markt. Dit is noodzakelijk om het voor de burger betaalbaar te houden. 

Bijstand

Van de bijstand kan een gemeentelijke dienst worden gemaakt. Dit roept heel veel vragen op, maar dit blijft lokale materie. Ik werk dit dus niet verder uit.

Integraal beleid uit beeld?

De beschreven belangen gedijen het best bij een gebrek aan transparantie. Het uiteindelijke doel wordt ook het best bereikt door middel van sluipende regelgeving en vage taal. Wat men doet is een van oorsprong integraal beleid opdelen en verspreiden over deeldomeinen, sectoren en instellingen. Integraal is nochtans het nieuwe normaal. Of zou dat toch moeten zijn. 

Maatschappelijke of individuele problemen doen zich niet opgedeeld voor. OCMW’s beroepen zich al vele jaren op de kracht van integrale hulp- en dienstverlening. Uit onderzoek blijkt de grote noodzaak van afgestemde hulp- en dienstverlening. De sociaal zwakkere wordt gegarandeerd het slachtoffer van de instellingen- en belangendiscussies die aan de ‘inkanteling’ van de OCMW’s ten grondslag liggen.

Moeten OCMW’s dan niet samenwerken met private en semiprivate spelers? Tuurlijk, maar als er vandaag een organisatie bestaat die zaken bundelt op de eerste lijn en dus vanuit generalistische expertise opereert, moet je dat dan niet net verder versterken? En de diensten die gespecialiseerder zijn hun specialismen verder laten ontwikkelen? 

Mieke Vogels gaf met sociale huizen een belangrijke boost aan de toegankelijke hulp- en dienstverlening op lokaal niveau. De sociale huizen zouden dé plek worden waar diensten de krachten bundelen in functie van betere antwoorden op vragen van burgers. Van Deurzen holde het concept helemaal uit en versterkte onthaalfuncties in het algemeen welzijnswerk, in de jeugdbijstand… en hij maakte samenwerking tussen het lokaal niveau en andere diensten moeilijker door voortdurende fusiegolven te initiëren binnen de sectoren waarvoor hij verantwoordelijk is.

Regie en actor: 1+1=0?

De sociale huizen brengen ons bij een ander kritiek punt voor de lokale publieke dienstverlening in het Vlaams regeerakkoord. “De lokale besturen (gemeente en OCMW) erkennen we volmondig als cruciale partners in het welzijns-, gezondheids- en gezinsbeleid. We erkennen hun regierol en vinden het belangrijk dat ze deze rol op een of andere manier duidelijk scheiden van hun mogelijke rol als actor, om op die manier het vertrouwen van alle actoren op het terrein te winnen.”

Lokale bestuurders zijn ontevreden over de wijze waarop ze het beleid kunnen regisseren. Vlaanderen schreef regierollen voor lokale besturen in diverse decreten. Die regierollen missen telkens doorzettingsmacht en betekenen eigenlijk weinig in de praktijk. Daarin is Vlaanderen wel heel consequent. Ook het Agentschap Binnenlands Bestuur erkent dit sinds enige tijd. Er is met andere woorden meer nood aan: ontvoogding, juridisch-technische instrumenten en politieke garanties voor regie. 

Wat de Vlaamse regering nu van de besturen vraagt, is dat ze minstens de regierol en de actorrol (uitvoerder van dienstverlening) van elkaar afscheiden. Een opmerkelijke constructie waardoor het lokaal niveau zal moeten meedingen naar door haarzelf uitgeschreven opdrachten. Wat men vroeger binnen de eigen diensten deed, kan hierdoor verder worden geprivatiseerd of verzuild.

Meent deze Vlaamse regering het werkelijk met die regierol? Er stappen al (vooral semiprivate) organisaties naar lokale bestuurders met de boodschap: “Eigenlijk moeten jullie focussen op jullie regierol en niet meer op de actorrol”. Eigenlijk zegt men aan het lokaal bestuur: we hollen jullie bevoegdheden volledig uit, want jullie doen dan niet meer mee op het terrein (actor) en een echte regierol hebben jullie nergens. Als de Vlaamse regering die regierol niet volwaardig regelt in de verschillende beleidsdomeinen, wat is dat lokaal beleid dan nog waard? En dat terwijl het de lokale politici zijn die door burgers worden aangesproken over de problemen op hun grondgebied. 

Dag Vlaanderen: wat wordt het?

We mogen ons verwachten aan een privatiseringsgolf aan de ene kant en meer verzuiling (herverzuiling). Dat is de Vlaamse regering met de huidige en nieuwe bevoegdheden van zin. Dat moeten we doen met de woorden van Luc Huyse in ons achterhoofd: de zuilen zijn niet langer gebaseerd op een sociologische realiteit maar opereren nu volgens bedrijfseconomische principes. Intussen blijft de oude politieke steun aan de zuil intact. Mieke Vogels maakte in haar politiek testament een bilan op van de kostprijs van de verzuiling. 

Dit gaat ook gepaard met een verdere centralisering van beleid op het Vlaams niveau. Het oude federale centralisme (met haar regeldrift) werd doorheen de jaren gewoon vervangen door een Vlaamse variant. Zeker in het activeringsbeleid lijkt de drang groot, ondanks OESO-studies die al het belang van lokale activeringsstrategieën en een te grote centralistische reflex van het Vlaams beleid blootleggen. 

Gaat deze Vlaamse regering de lokale besturen de kans geven om beleidsdomeinen aan elkaar te blijven koppelen? Geeft deze Vlaamse regering de lokale besturen de kans om de sociaal zwakkeren te blijven ondersteunen? Want stel je voor dat sociale correcties verdwijnen. En zal het lokaal bestuur kunnen mee blijven zorgen voor prijsstabilisatie? De komende jaren zullen het uitwijzen. Vlaanderen kan maar beter voorzichtig zijn. 

Peter Cousaert is voorzitter van Groen Waarschoot en lid van de Politieke Raad van Groen. Dit is een persoonlijk standpunt

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!