De ideologie achter het Vlaams regeerakkoord: naar een regimewissel
Het idee dat ondernemers diegene zijn die jobs creëren, weerklonk al luid tijdens de laatste campagne. Vooral in N-VA-rangen. Het is een denkbeeld dat kwam overgewaaid uit de VS, alwaar het sinds enkele decennia wijdverbreid is in Republikeinse rangen.
In 1991 reeds sprak Republikein Newt Gingrich over Democraten als vijanden van hen die werk creëren. De reden? Democraten hadden zich verzet tegen het verlagen van belastingen op winst. Volgens Gingrich het bewijs dat zij jaloers zijn op diegenen die echte welvaart creëren in de samenleving door mensen aan het werk stellen.i
Ook in Vlaanderen is een dergelijke retoriek gangbaar geworden. Sterker: het idee dat ondernemers jobs creëren en de bron van waardecreatie zijn, wordt niet langer gezien als een ideologisch uitgangspunt maar als een onomstreden feit. Het is het axioma waarop het Vlaams regeerakkoord valt terug te voeren.
-Ismen
De ondernemer als enige bron van waardecreatie naar voor schuiven in het regeerakkoord, is een door en door ideologische zet. Hoe ideologisch het vertrekpunt is, kan makelijk gestaafd worden wanneer we 'ondernemers' vervangen door een andere economische actor. Stel dat dat er stond: “Zonder arbeiders is er geen waardecreatie en zijn er geen jobs”. Dan zou er honend over 'communisme' of gelijkaardige -ismen worden gesproken.
Maar bij ondernemers is dat niet het geval. Ondernemers als enige job- en waardecreators portretteren wordt ervaren als juist, wetenschappelijk en objectief. Nochtans is het vanuit wetenschappelijk oogpunt omstreden om ondernemers als de enige waarde- en jobcreators in de samenleving te beschouwen. Onder meer Nick Hanauer, zelf een succesvolle ondernemer, bestreed het idee met klem in een ophefmakende TED Talk:
Iedereen gelijk?
Merk op dat de titel van Hanauer's TED Talk luidt: Rich people don't create jobs. Het woord dat hier aandacht moet trekken, is 'rich'. Als we het over ondernemers en ondernemingen hebben, dan hebben we het hoofdzakelijk over grote ondernemingen en rijke, succesvolle ondernemers, is de aanname van Hanauer. Maar dat hoeft dat natuurlijk niet zo te zijn. Het containerbegrip 'ondernemer' slaat niet alleen op de Fernand Hutsen van deze wereld, maar evenzeer op kleine zelfstandigen zoals de slager om de hoek. In een recent interview in Humo verkondigde Peter De Roover dat hij het niet enkel opnam voor ondernemers maar voor alle 'ondernemende mensen'.
Het is net in die constante betekenisverschuiving met betrekking tot het woord 'ondernemer' dat het perverse effect schuilt. Het zorgt ervoor dat er geen semantisch onderscheid meer kan gemaakt worden tussen 'rijken' enerzijds en middenklasse en armen anderzijds. Jonh Stewart zei ooit in The Daily Show dat we rijke mensen niet meer rijk mogen noemen. Rijke mensen zijn voortaan 'creators' en dienen als zodanig te worden aangesproken.ii
In wat al schersend gezegd werd door Stewart schuilt natuurlijk een belangrijke grond van waarheid. Maar wat nog belangrijker is, is dat de vereenzelviging van de ondernemer met de job- en waardecreator de deur wagenwijd openzet naar een beleid waarin rijken kunnen genieten van allerhande subsidies en steunmaatregelen. De voorrang gaat naar de rijken, want zij zijn de bron van waarde. Zij creëren wat daarna dient herverdeeld te worden. Gevolg: het wordt 'rationeler' om een rijke ondernemer te subsidiëren dan om werklozen te subsidiëren. Dat is de absurde ideologie die doorheen het Vlaams regeerakkoord ademt.
Voorrang
Het idee van ondernemers als 'werkscheppers' of 'waardescheppers' heeft een heel duidelijke en eenvoudig te traceren ideologische oorsprong. In het werk van Ayn Rand, dé moeder van het neoliberalisme, vinden we talrijke passages terug die dit idee weerspiegelen. Hier is er één van:
“Men heeft de mens geleerd dat de hoogste deugd niet bestaat in het verwerven, maar in het geven. Maar men kan niets geven dat niet eerst werd gecreëerd. Creatie komt voor verdeling – anders valt er niets te verdelen. De behoeften van de creator hebben voorrang op de behoeften van iedere mogelijke begunsteling.”iii
In dit citaat zien we de geest van het Vlaams regeerakkoord, en het discours waarop het zich baseert, haast letterlijk terug. Ondernemers dienen gestimuleerd te worden omdat zij creëren wat daarna kan herverdeeld worden.
Maar wat Rand er ook expliciet bij vermeldt, is dat de behoeften van de creator – de ondernemer dus – voorrang hebben. Dit komt natuurlijk minder expliciet aan bod in het regeerakkoord, maar zelfs een oppervlakkige lezing maakt duidelijk dat er bespaard zal worden op zowat alles. Behalve op steunmaatregelen aan ondernemers.
Criminalisering en uitbuiting
Wat zijn de gevolgen van de dominantie van een dergelijk ideologisch discours? Onmiddellijk zien we natuurlijk dat dit discours een herverdeling van arm naar rijk legitimeert. Dat is evident. Maar het is ook belangrijk om in te zien dat deze ideologie een denken implementeert dat sociaal protest marginaliseert en mogelijks criminaliseert.
Dat gaat als volgt. Wanneer we ervan uitgaan dat ondernemers en ondernemingen job- en waardescheppers zijn, dan wordt een alliantie aangegaan tussen werknemers en werkgevers, tussen arm en rijk. Of zoals Siegfried Bracke het eens zo mooi uitdrukte: 'het ergste wat de armen kan overkomen is dat er geen rijken meer zijn'. Arm en rijk, werkgever en werknemer delen een gemeenschappelijk belang.
Binnen een dergelijk discours is er geen plaats meer voor sociaal protest. Sociaal protest wordt betekenisloos. Het kan enkel aanzien worden als een act van sabotage, als het ondermijnen van het algemeen belang. Stakende werknemers worden dan mensen die tegen hun eigen belang in handelen. Het verenigingsleven en het middenveld worden aanzien als krachten die het beleid mee propageren in plaats van als kritische tegenstem te fungeren. Op pagina vijf van het regeerakkoord lezen we dan ook: “we [nemen het] verenigingsleven […] mee in onze ambitie om te verbinden, om mee het draagvlak te creëren voor ons toekomsttraject, om samen vooruit te gaan.”iv
Wanneer die zienswijze gemeengoed wordt, dreigt iedere legitimatie voor sociale conflicten weg te vallen. De volgende stap is dan criminalisering. Voorbeelden van dergelijke criminaliseringen van sociaal protest onder N-VA-bewind zijn helaas niet ver te zoeken. Om er twee te noemen: de foorkramers in Antwerpen of de stakingen bij Lanxess in de Antwerpse haven.v
Het ideologisch discours dat vervat zit in het Vlaams regeerakkoord, effent niet alleen de weg naar een verdere criminalisering van sociaal protest. Het normaliseert ook uitbuiting. In naam van het algemeen belang waarvan de ondernemer de incarnatie is, wordt gepleit dat er bespaard, ingeleverd, geherstructureerd, langer en meer gewerkt dient te worden. Het idee dat werken in loonverband in de eerste plaats een privaat belang dient, verdwijnt volledig naar de achtergrond. Uitbuiting en exploitatie worden op die manier, net zoals sociale actie, haast betekenisloze begrippen.
Overheid als kost
De visie van de Vlaamse regering op wie waarde en jobs creëert heeft ook zware gevolgen voor de overheid. In het Vlaams regeerakkoord bestaat er zichtbaar de neiging om de overheid te reduceren tot een kostengenerende entiteit. De overheid wordt gezien als een bodemloos vat, waarin de door de ondernemers gegenereerde meerwaarde wordt uitgestort. Dit vormt de diepere legitimatie om een afslankingsoperatie door te voeren binnen het overheidsbestel.
Wat hier plaatsvindt, is een reductie. De overheid wordt steeds minder aanzien als de representant van een algemeen, publiek belang. In plaats daarvan wordt het één van de vele particuliere actoren binnen een allesomvattend economisch spel. Een bedrijf tussen andere bedrijven dat 'gezond' dient te zijn. Getuige daarvan is dat het regeerakkoord niet langer melding maakt van burgers, maar van 'overheidsklanten'. Ook de burger wordt dus van een politieke tot een economische entiteit gereduceerd.
Die economisering trekt zich door op andere vlakken. In de dagen na het bekendmaken van het regeerakkoord ontstond reeds een polemiek over het afschaffen van het gratis beleid.vi Gratis bestaat niet, zo luidde de redenering van de nieuwe Vlaamse machthebbers. Want alles heeft zijn kost en die kost wordt altijd door iemand betaald. Dat klopt natuurlijk vanuit een eng economisch perspectief. Niemand die daaraan twijfelt.
Maar het aanbieden van gratis diensten staat daar los van. Gratis gaat over het toegankelijk maken van diensten of goederen aan bepaalde groepen vanuit het oogpunt van het publiek belang. Dat is de reden waarom we onderwijs of openbaar vervoer (nagenoeg) gratis aanboden. Gratis laat zich nooit legitimeren vanuit een economisch belang, maar wel vanuit een politiek en publiek belang.
Dat geldt ook voor de overheid als dusdanig. De legitimering van de overheid valt niet vol te houden vanuit een economisch perspectief, maar kan enkel betekenis krijgen vanuit een politiek en dus publiek perspectief.
Conclusie: naar een regimewissel
Het Vlaams regeerakkoord is, herleid tot zijn kern, een door en door ideologisch document. De ideologische stellingname dat ondernemers bron van welvaart en werk zijn, is de inhoudelijke knoop die alle schijnbare losse eindjes van het regeerakkoord verbindt. Die ideologie heeft potentieel gevaarlijke consequenties: ze delegitimeert sociale actie, legitimeert uitbuiting en de afbouw van het overheidsapparaat. Ieder fenomeen wordt gereduceerd tot zijn economische dimensie.
Wanneer ideologie verbonden wordt met machtsposities, dan leidt dat tot reële, materiële veranderingen. Het Vlaamse regeerakkoord vormt in die zin de verbindingsschakel tussen idee en realisering. Het is een niet mis te verstane voorbode van wat ons te wachten staat.
En wat ons te wachten staat is niet min. Het is een regimewissel. Het naoorlogse compromis waarbij sociale partners mee aan tafel schoven om een sociaal en economisch beleid mee uit te tekenen is dood en begraven. Beste bewijs daarvan is dat vakbonden en andere belangrijke partners niet geconsulteerd werden tijdens de regeringsformatie.
In plaats van een overlegmodel wordt aangestuurd op een conflictmodel. Een conflictmodel dat de grootste politieke kracht in Vlaanderen zal aanwenden om aan te tonen dat België niet werkt. De links-rechts-tegenstelling zal communautair gelezen en verklaard worden. Dat is en blijft de langetermijnstrategie van N-VA: aantonen dat België niet werkt. Met alle mogelijke middelen.
Noten
i http://www.alternet.org/story/152574/why_aren%27t_ayn_rand%27s_wealthy_%22job_creators%22_..._creating_jobs
ii http://thedailyshow.cc.com/videos/ysht1r/daniel-radcliffe
iii Rand, For the New Intellectual, p.80.
iv Regeerakkoord, p. 5
v Voor meer info over beide sociale conflicten, zie bv. http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2014/03/28/lanxess-eist-1500-euro-per-uur-schadevergoeding-van-stakers en http://www.standaard.be/cnt/dmf20140329_01046735
vi Vlaams regeerakkoord, p. 18.