Afpakken
Nederland was tot voor tien jaar een land met een opvallende generositeit voor bevolkingsgroepen zonder onmiddellijk economisch nut, zoals kunstenaars en studenten. De cultuursector kreeg een royale ondersteuning en kunstenaars een basisinkomen. En ook jongeren konden al studerend starten aan hun eigen leven, moesten nog niet overleven in een marktomgeving. De generositeit is echter verdampt en de ondersteuning grotendeels geschrapt.
Afgepakt van hen die toch niet bijdragen. Want dat is de ondertoon van het neoliberaal beleid dat Europa in haar greep houdt, en nu ook domineert in het zuidelijk deel van de Lage Landen. De boodschap is duidelijk: enkel wie hard werkt zal gewaardeerd worden. Het is, hoe paradoxaal, de seculiere versie van het bijbelse adagium ‘in het zweet des aanschijns zult gij uw brood verdienen’. Wie niet economisch bijdraagt is meteen maatschappelijk verdacht. Voor wat hoort wat, en wie niet bijdraagt hoort er niet meer bij.
Terwijl in Nederland kunstinstellingen de deuren sluiten is ook recent de basisbeurs voor studenten geschrapt en vervangen door een studielening. Zodat studenten na hun studie al in de greep zitten van onze schuldmaatschappij, een andere keuze dan hard werken is er niet omdat de banken hun geld terugeisen.
Ook in Vlaanderen zal een hoger inschrijvingsgeld leiden tot meer studenten die noodgedwongen moeten gaan lenen. Niet toevallig staat het voorstel van studielening in het programma van N-VA. Want het is blijkbaar de bedoeling dat je als student naast kenniskapitaal nu ook studieschuld opbouwt. Tenzij je tot de elite behoort natuurlijk.
Doorschuiven
De Nederlandse politiek is kampioen in doorschuiven van verantwoordelijkheden: naar de gemeenten voor het zorgbeleid, naar de burger voor zowat alles. En dat leidt tot het volgende perfide maar binnenkort herkenbaar beeld: omwille van de bezuinigingen op regeringsniveau moeten de gemeenten besparen, wat ze dan vermommen onder het mom van zich verbinden met de burger. De trek-je-plan samenleving onder de vlag van de participatiesamenleving. Men bazelt veel over samenhorigheid maar bedoelt vooral zelfredzaamheid.
En kijk: wat stelt de Vlaamse Regering voor: de universiteiten krijgen minder geld maar mogen wel zorgen voor meer inkomsten. En over De Lijn de veelzeggende zin in het regeerakkoord: “We passen de beheersovereenkomst van De Lijn aan om de tarieven in grotere vrijheid te bepalen.” De Lijn zal ook meer inkomsten uit reclame mogen halen, terwijl trams nu al rijdende reclameborden zijn.
En ook de forse afslanking van de Vlaamse overheid zal leiden tot een hogere druk op gemeenten zonder dat daar middelen tegenover staan. En de provincies verdwijnen maar we krijgen geen stadsgewesten of een oplossing voor de wirwar van intercommunales. Ook dat is afpakken en trek-je-plan besturen.
De cultuursocioloog Pascal Gielen omschrijft het Nederlandse cultuurbeleid, als voorbeeld van het heersende neoliberale beleid in Europa, als ‘repressief liberalisme’. De vrijheid van het individu wordt omarmd net als het vrij ondernemerschap, de staat moet kleiner en minder regels de norm. Tegelijkertijd neemt echter op het terrein de controle toe, door de overheid en semi-private auditbureaus.
En zo krijgen in Vlaanderen bijvoorbeeld de universiteiten en De Lijn de vrijheid om zelf meer inkomsten te gaan zoeken. Niet de minister heeft de moed om het inschrijvingsgeld zelf te verhogen (of personeel te ontslaan). Maar die vrijheid is beperkt: vanuit het Vlaams Parlement liet de N-VA al weten dat het inschrijvingsgeld niet meer dan 1.000 euro mag zijn. Of hoe populisten van twee walletjes proberen te eten: ze verplichten anderen te saneren, maar tonen begrip als er protest opsteekt over die sanering.
Over de vrijheid van de zwakkeren in de samenleving vernemen we weinig, daar duikt eerder het woord repressie op. Denk bijvoorbeeld aan de werklozen, waarover het regeerakkoord aan duidelijk niets te wensen overlaat: “We scherpen de opvolging en controle van de beschikbaarheid van de werklozen aan.”
Net als mensen die op een zucht van hun pensioenleeftijd de zoektocht naar een job staken omdat geen enkel bedrijf hen nog wil: “De activering van oudere werkzoekenden breiden we uit tot de leeftijd van 65 jaar”.
Een cruciale vraag voor onze democratie is hoe de nieuwe Vlaamse Regering zal omgaan met kritiek uit de samenleving. Want daarover valt het regeerakkoord iets bijzonders te lezen: het vertrouwen in de burger (vrijheid) is blijkbaar voorwaardelijk (repressie).
De zinsnede “we geven meer vertrouwen door minder regeltjes zodat verenigingen zich meer kunnen bezighouden met hun werking,“ wordt meteen gevolgd door “Meteen nemen we datzelfde verenigingsleven ook mee in onze ambitie om te verbinden, om mee het draagvlak te cree?ren voor ons toekomsttraject”.
Wat gebeurt er met verenigingen die werken aan verbinding, maar juist vinden dat het regeerakkoord leidt tot een staat van ontbinding van het maatschappelijk weefsel?
En die eerder werken aan draagvlakcreatie voor bijvoorbeeld Ringland dan Bourgeoisland? Het wegvagen van kritische diensten zoals de Vlaamse Bouwmeester wekt alvast weinig vertrouwen voor blijvende steun van de Vlaamse Regering voor het onafhankelijk middenveld. Het wordt een stevige test voor het democratisch gehalte van deze nieuwe regering.
Dirk Holemans is coördinator van Oikos, Denktank voor sociaalecologische verandering