De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Opinie

Vranckx, Sartre en koloniale situatie Palestina

Teaser fallback community afbeelding
“Heeft het zin”, vraagt VRT-journalist Vranckx zich af, “om verder na te denken over dit opbod van oorzaak en gevolg, van schuld en boete?” Koenraad Bogaert (UGent) vindt van wel. Context en geschiedenis zijn wel degelijk uitermate belangrijk.

Hoe begon het ook alweer?

Oog om oog, tand om tand, zo beschrijft VRT-journalist Rudi Vranckx de nieuwe opflakkering van geweld tussen Israël en de Palestijnen. De zoveelste opflakkering. “Hoe begon het ook alweer?”, stelt Vranckx bijna gelaten: “Drie Israëlisch-Joodse tieners bij Hebron ontvoerd en vermoord door een rebelse extremistische Hamasclan?

Een hevige onderdrukking volgt van alles wat Hamas is. Honderden arrestaties en enkele doden aan Palestijnse kant. En dan... een Palestijnse tiener ontvoerd en vermoord, levend verbrand door Joodse extremisten. De lont zat al in het kruitvat, wie steekt er het vuur aan? De mediaoorlog dient als brandstof om het vuur nog aan te wakkeren.  “Heeft het zin”, vraagt Vranckx zich af, “om verder na te denken over dit opbod van oorzaak en gevolg, van schuld en boete?”

Dat is een opvallende vraag voor iemand die al jaren vertrouwd is met de regio en haar geschiedenis. Het is alsof oorzaak en gevolg, na zoveel jaren van aanhoudend geweld, er eigenlijk niet meer toe doet. Iedereen heeft uiteindelijk bloed aan zijn handen. Iedereen is schuldig. Op het eerste gezicht lijkt dit een logisch en verdedigbaar uitgangspunt. Tenslotte, veroordelen we niet elke vorm van geweld?

Morele rechtlijnigheid of erkenning complexiteit

Vranckx’s uiting van verontwaardiging is uiteraard geen unicum in de Westerse media. Het geweld wordt over het algemeen lijnrecht geplaatst tegenover een moreel standpunt dat vertrekt van de rechten van de mens, de democratie en het belang van dialoog tussen tegenstanders. Vanuit zo’n standpunt is het misschien onnodig om ons te verliezen in de complexiteit van oorzaak en gevolg.

De (onschuldige) slachtoffers van het geweld komen immers op de eerste plaats. Die slachtoffers zijn vooral de Palestijnen, die het met hun leven bekopen omwille van de absolute militaire overmacht van het Israëlische leger. Maar ook de Israëli’s die dagelijks in angst leven voor de onberekenbare en extremistische houding van Hamas.

Of zoals Vranckx het verwoordt: “De Palestijnse bevolking is het slachtoffer, Hamas plukt de vruchten. Of hoopt Israël om een verzwakt Hamas een fatale slag te kunnen toebrengen? (…) Aan Israëlische kant winnen bij een oorlog diegenen die de confrontatie prediken, de kolonisten die nieuwe nederzettingen willen bouwen in bezet Palestijns gebied, de uiterst rechtse partijen. Want gesprekken over 'vrede', die al jaren toch niets opleveren, kunnen nu wel vergeten worden. Misschien is het dat wel wat sommigen willen. De officiële agenda is immers nooit de echte in een oorlog hier”.

Een deel van het probleem?

Maar misschien is zo’n moreel standpunt, waarbij het leed van slachtoffers de basis vormt voor het a priori veroordelen van alle geweld, wel een deel van het probleem? Ondanks de goede bedoelingen en de humanistische principes draagt het misschien ongewild bij tot de impasse waarin we vandaag zitten en het negeren van de fundamentele machtsongelijkheid die dit conflict vorm geven.

Zijn die oorzaken nu niet net cruciaal voor een oplossing van het conflict? En is het niet de taak van een kritische media, die een belangrijke democratische rol vervult, om die oorzaken te duiden? Gesprekken over ‘vrede’ leveren misschien al jaren niets op omdat we ons laten verblinden door het geweld van het conflict. Ons moreel kompas en onze principiële afkeer van het geweld laten ons hier in de steek om een kritisch standpunt in te nemen.

Jean-Paul Sartre

In 1972, bijna 42 jaar geleden, reageert de Franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980) op de terroristische actie van de Palestijnse groep Zwarte September – waarbij op de Olympische Spelen in München elf Israëlische atleten en officials gegijzeld worden en uiteindelijk omkomen. (Sartre was filosoof, romanschrijver, scenarist, toneelschrijver en politiek activist, centraal figuur in de filosofie van het existentialisme en de fenomenologie en meest prominente Franse filosoof van de twintigste eeuw.) Zijn woorden lokten toen veel verontwaardiging uit, maar ze zijn niet onbelangrijk in de huidige context:

“Allen die de soevereiniteit van de staat Israël erkennen, en ook menen dat de Palestijnen om dezelfde redenen het recht op soevereiniteit hebben en de Palestijnse kwestie als iets fundamenteels beschouwen, moeten toegeven dat het beleid van de Israëlische regering letterlijk krankzinnig is en doelbewust alle mogelijke oplossingen van het probleem vermijdt.”

“Daarom is het politiek beschouwd juist om te zeggen dat Israël en de Palestijnen in staat van oorlog verkeren. In deze oorlog is terrorisme het enige wapen van de Palestijnen. Het is een verschrikkelijk wapen, maar de arme onderdrukten hebben geen ander en de Fransen die destijds het terrorisme van de FLN [1] goedkeurden, moeten nu ook het Palestijnse terrorisme goedkeuren” [2].

Als we dit in zijn hedendaagse context vertalen, dan zou Sartre niet opwerpen dat we ons allemaal achter de radicaal Islamistische Hamas moeten scharen, maar wel dat, als we het recht op soevereiniteit van de Palestijnen erkennen, we Hamas niet los kunnen zien van de Palestijnen.  Met andere woorden, volgens Sartre kunnen we het niet opnemen voor de Palestijnse slachtoffers terwijl we tegelijkertijd het Palestijnse terrorisme veroordelen.

Hamas is gevolg van bezetting en kolonisatie

Hamas zijn de Palestijnen in Gaza en omgekeerd. Dit betekent niet dat elke Palestijn automatisch een aanhanger is van Hamas of zich ideologisch kan vinden in Hamas, maar wel dat Hamas een product is van Gaza, een gevolg van een bezetting die al decennia aansleept, het resultaat van een koloniale situatie waarbij de Palestijnen hun recht op soevereiniteit wordt ontzegd door Israël.

Hamas staat niet zomaar op zichzelf, hun ideologie evenmin. Beide zijn een product van jarenlange onderdrukking en repressie, van het ontzeggen van dat fundamentele recht op soevereiniteit. Hamas zou niet zijn wat het vandaag is, zonder die koloniale situatie. Elke rechtgeaarde democraat krijgt waarschijnlijk de kriebels van een beweging zoals Hamas, van haar extremisme, van haar ideologie.

Zou een linkse, liberale of nationalistische variant van Hamas daarom minder geweld gebruiken in eenzelfde situatie? Hamas is niet zozeer een religieuze beweging maar een politieke verzetsbeweging en wie zijn wij om te oordelen hoe dat verzet er moet uitzien?

Geweld is gevolg, niet oorzaak

Een zelfde redenering kunnen we maken met betrekking tot het geweld op zich. Geweld wordt in dit conflict vaak gezien als de oorzaak voor het uitblijven van een oplossing, zoals ook Rudi Vranckx ook suggereert. Maar hiermee slaan we een stap over. Geweld is eerder het gevolg van het uitblijven van een oplossing. En in die zin onthult het geweld ook een blinde vlek in ons moreel kompas.  Want dezelfde humanistische – vaak zelfverklaarde Westerse – waarden die het geweld veroordelen en de slachtoffers verdedigen, zijn in principe ook niet te rijmen met de koloniale situatie zelf waarin het verzet ontstaat.

Vandaag lijkt het haast onmogelijk dat we zouden terugkeren naar een tijd waarin Europa de rest van de wereld effectief koloniseert zoals in het midden van de vorige eeuw nog het geval was, of waarin we het apartheidsregime in Zuid-Afrika zouden verdedigen (of negeren).

Vandaag is het ook perfect mogelijk om het toenmalige verzet tegen de Europese kolonisator of de blanke onderdrukking in Zuid-Afrika als legitiem te beschouwen. Er zijn er weinigen die Nelson Mandela vandaag nog als een terrorist zouden omschrijven. Maar weigeren we hetzelfde te doen in het geval van het Israëlisch-Palestijns conflict?  Waarom weigeren we te vertrekken vanuit de erkenning en de kritiek op de koloniale situatie waarin de Palestijnen en Hamas leven?

Alsof het huidige geweld werkelijk het gevolg is van de ontvoering van drie jongens en niet van een decennialange onderdrukking, van de moord op duizenden Palestijnse kinderen in de voorbij jaren, de voortdurende checkpoints, de dagelijkse vernederingen, de politiek van de joodse nederzettingen, de uithuiszettingen van duizenden Palestijnen, enz.

Het geweld, met andere woorden, onthult daarmee ook de Westerse verantwoordelijkheid voor het negeren van deze koloniale situatie, het uitblijven van een unanieme en krachtdadige veroordeling van de Israëlische bezetting en de weigering om resoluut de kant te kiezen van de onderdrukte.

Koenraad Bogaert

Koenraad Bogaert is als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de vakgroep Conflict- en Ontwikkelingsstudies (UGent) en lid van de onderzoeksgroep Middle East and North Africa Research Group (MENARG). 

[1] Het Front de Libération Nationale (FLN) werd in 1954 opgericht door Algerijnse politici die onafhankelijkheid van kolonisator Frankrijk nastreefden. Hun gewapende vleugel Armée de Libération Nationale (ALN) voerde een guerrilla-oorlog met het Franse leger. Aan beide zijden werden gruwelijke schendingen van de mensenrechten gepleegd. Het FLN werd als terroristische organisatie vervolgd en zo ook gebrandmerkt in de Franse media. Uiteindelijk was Frankrijk verplicht met het FLN te onderhandelen, wat leidde tot de onafhankelijkheid van Algerije in 1962.

[2] Welten, R. (2006). Zinvol geweld, Zoetermeer: Klement (pp.7-8).

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?