(foto Kai Mörk - www.securityconference.de / Creative Commons)
Opinie -

Journalistiek vandaag: een keuze tussen markt en volk

Roberto Savio, medeoprichter en voormalig directeur-generaal van Inter Press Service en oprichter van de nieuwssite Other News, geeft zijn visie op de journalistiek van morgen, weg van de mythes van objectiviteit en neutraliteit van de markt.

donderdag 10 juli 2014 00:25
Spread the love

Na een
lange carrière in de journalistiek heeft men mij gevraagd om mijn mening aan de
jongere generaties te geven over wat journalistiek is.

Het
is een feit dat in één generatie de journalistiek een grote verandering
heeft ondergaan. Het is de moeite waard eraan te herinneren dat journalistiek
oorspronkelijk opgericht werd voor de elites. Op het hoogtepunt van het
koloniale tijdperk verkocht de Times of London een oplage van 50.000 exemplaren,
alleen voor de elite en de ambtenaren van het Britse Rijk. De krant werd pas
een “massamedium” toen de VS in de negentiende eeuw geconfronteerd werd met
een massale immigratie. Ze moesten hun journalistiek aanpassen aan de noden van
deze ‘smeltkroes’, waarin miljoenen mensen uit zeer verschillende
plaatsen en met verschillende achtergronden zich moesten aanpassen aan de
Amerikaanse identiteit of ze moesten adopteren.

Wie,
wat, waar, wanneer, hoe

Dit
is waar de hedendaagse journalistiek vandaan komt, met al zijn zogenaamde
technieken die we netjes aanleren in de opleidingen journalistiek. Dat zijn
onder meer: alle nieuwsberichtgevingen moeten een ‘wie, wat, waar, wanneer en hoe’
bevatten, ‘Hond bijt man is geen nieuws, maar ‘Man bijt hond wel’, enzovoort. Als
men dit echter aandachtig bestudeert, blijkt dat zulke technieken ons niet leren hoe een
betere journalist te zijn. Ze leren je wel aan hoe je informatie moet verpakken op
de meest aantrekkelijke en duidelijke manier voor de gemiddelde
lezer.

Sinds
het ontstaan van de massamedia werd het feit dat je aansprakelijk was ten
opzichte van je lezers een zeer belangrijk onderdeel van journalistiek. Je werd
verondersteld hen te informeren om hen bewust te maken van hun tijd en hun
wereld. Er werd je gevraagd om deze verbanden te geven op de meest uitgebalanceerde en eerlijke manier mogelijk door verschillende standpunten en
bronnen te vermelden. Uitgevers deelden deze deontologische manier van werken,
natuurlijk steeds met een oog op hun persoonlijke belangen.

De
kranten hebben de komst van radio en televisie overleefd, waarna ieder van deze
drie media een gespecialiseerde richting kozen. Na gewerkt te hebben in deze
drie verschillende media, ben ik ervan overtuigd dat de informatiewereld
veranderd is door twee niet gerelateerde gebeurtenissen: de komst van het
internet en het presidentschap van Ronald Reagan (1981-1989).

De
internetrevolutie

DeWereldMorgen.be

Internet veroorzaakte een epische omwenteling: voor de eerste keer in de geschiedenis konden
mensen zelf toegang hebben tot communicatie. Informatie is een verticaal proces waarbij
een beperkt aantal personen feiten en meningen doorgeven aan een groot aantal
mensen. Het is een eenrichtingsverkeer waarvan autoritaire of dictatoriale regimes
snel gebruik wisten te maken om hun verticale relaties met de burgers kracht
bij te zetten. Daarnaast is communicatie een horizontaal proces waarbij diegenen
die informatie versturen ook informatie ontvangen. Daarom heeft China 30.000
mensen voltijds in dienst om het internet te monitoren en te censureren.

Met
de komst van het internet werden de media plots uitgedaagd in hun rol als
poortwachters van de samenleving. Laat me als voorbeeld de stem van de vrouwen
nemen. Op het moment van de Eerste Wereldconferentie over Vrouwen, georganiseerd
door de VN in 1975, was de stem van de vrouw slechts marginaal aanwezig in de
media. Bij  de Vierde
Wereldconferentie over Vrouwen in 1995 was de media-aandacht even zielig, zeker als je de bijna 80 procent van alle
media-aandacht aftrekt die exclusief gegeven werd aan Hillary Clinton, de vrouw
van de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton.

De
echte vrouwenproblemen zelf kregen nauwelijks aandacht, alleen wat er gebeurde
op de conferentie zelf. Het is namelijk zo dat de conferentie in Beijing overgenomen
werd door de vrouwen, die het internet gebruikten om een gemeenschappelijk
platform te creëren. Zo werden de aanwezige vertegenwoordigers, hoofdzakelijk
mannen, gemarginaliseerd.

Het was duidelijk dat de vrouwen die genderbewust waren, niet konden rekenen op de media om de informatie te verkrijgen die ze nodig
hadden. Dankzij het internet werden duizenden netwerken gecreëerd die zich
focusten op vrouwenkwesties, kwesties waar de media nooit met enige diepgang
konden mee omgaan. Hetzelfde geldt voor mensenrechten, het milieu, de maatschappij
enzovoort. Geen enkele medium kan die competitie met het internet aan.

Ronald
Reagan wordt president

DeWereldMorgen.be

De
tweede belangrijke gebeurtenis was de inauguratie van Ronald Reagan in 1981 als
president van de VS. Ronald Reagan veranderde bijna helemaal alleen, met de hulp
van Brits premier Margaret Thatcher (1979-1990), het concept van internationale
relaties, die tot dan toe gebaseerd waren op het idee van internationale
samenwerking.

Reagan was de eerste politicus die eenvoudige antwoorden gaf op
ingewikkelde vragen. Zijn antwoorden waren ‘soundbites’ van zijn politieke
overtuigingen. De milieubewegingen wees hij af door te stellen:“Bomen veroorzaken
meer vervuilingen dan auto’s”. Hij verminderde de belastingen voor de rijken met
de bewering “De rijken produceren welvaart, de armen gebruiken ze”. Thatcher
verklaarde vervolgens: “Er bestaat niet zoiets als de samenleving. Er zijn alleen individuele mannen en vrouwen”.

Dit
gebeurde in de periode dat de neergang van de VN begon en hiermee de
neergang van het idee van ontwikkeling en internationale solidariteit. De
slogan van de dag werd: “Geen hulp maar handel”. De Washington Consensus [1]
riep op tot de afbouw van de welvaartsstaat en de inkrimping van alles wat
publiek was. Hij werd over heel de wereld opgelegd door de Wereldbank, het
Internationaal Monetair Fonds (IMF) en het Amerikaanse ministerie van Financiën.
Deze nieuwe kijk op de wereld drong door tot in alle internationale
organisaties, vooral in de EU. 

De
val van de Muur

DeWereldMorgen.be

Vervolgens
werd in 1989 de Berlijnse Muur neergehaald. Deze overwinning was niet
eenvoudigweg de overwinning van één tegenstander tegen de andere, het was de
overwinning van het kapitalisme over het socialisme. Het was “het Einde van de
Geschiedenis”, zoals Francis Fukuyama schreef in 1992. Globalisering was
aangekomen en daar kennen we allemaal het resultaat van.

De driehonderd rijkste mensen
ter wereld hebben evenveel rijkdom als de drie miljard armste mensen. De laatste vijf jaar
is 75 procent van alle geproduceerde rijkdom gegaan naar de 1 procent van de reeds
steenrijke mensen. De honderd rijkste mensen ter wereld hebben hun rijkdom in 2012
verhoogd met het equivalent van de nationale begroting van Brazilië en Canada.

Ik
blijf erbij dat beide factoren een zeer grote impact hadden op de media en op hun
waardesysteem. De oplagen van de kranten verminderden, omdat steeds minder
jonge mensen de krant kochten en radio en tv enkel voor hun recreatieve waarde
gebruikten. Ze hebben zich gericht op het internet, waar ze hun dagelijkse
informatie en analyses geheel kunnen afstemmen op hun individuele interesses. Media zijn als
gevolg hiervan niet langer meer een welvarende business. De reactie was concentratie
van de media om zo de kosten te drukken. Hiervan is mediamagnaat Rupert Murdoch het beste
voorbeeld.

Deze
concentratie heeft gezorgd voor een vermindering van diversiteit en stijl.
Sinds Murdoch de Times of London heeft overgenomen, heeft deze krant twintig
procent van zijn woordenschat ‘verloren’. Taal heeft zijn literaire waarde
verloren om plaats te maken voor kortere zinnen, waarin bijvoeglijke
naamwoorden ‘verbannen’ zijn. Berichtgeving over wat er in de wereld gebeurt, wat
op zichzelf reeds complex is, verliest terrein en terwijl homogenisering van de
media aanvankelijk eerder een superstructureel fenomeen was, bereikt het nu het
nationale niveau. 

De
oude deontologie heeft afgedaan

Dit
gaat gepaard met een serieuze verandering van deontologie. Media moeten
verkopen om te overleven. Informatie wordt meer en meer gebeurtenisgericht en
niet meer procesgericht. De Noorse socioloog Johan Galtung schreef in de jaren 1970
over een “schaal van informatiewaarden”: 

  • iets dat dicht bij jou gebeurt verkoopt
    beter dan iets ver weg; 
  • een gekende persoon zal beter verkopen dan
    een gewone burger; 
  • iets dramatisch en ongewoon verkoopt meer
    dan een onaantrekkelijke economische analyse of iets dat kan beschreven worden
    als een normaliteit; 
  • het negatieve trekt meer aan dan het
    positieve, enzovoort.

Dat
is nu tot in het extreme doorgetrokken. De allereerste online-krant, de Huffington Post,
heeft zijn pagina’s opengesteld voor iedereen. Het betaalt auteurs van
artikels evenredig met het aantal keer dat het artikel wordt aangeklikt. Welke
artikels worden meer beloond, een artikel over de liefdesverhalen van de Franse
president François Hollande of een artikel over zijn beleid inzake
werkgelegenheid? Het gevolg is dat mensen die geïnteresseerd zijn in het
centrale vraagstuk van de impact van het bezuinigingsbeleid dat Europa kapot
maakt, klikken op Troika Watch en daar ontdekken wat de media ons niet
aanbieden.

Ik
spreek uit persoonlijke ervaring. Nadat ik het beu werd dat mijn vrienden
minder geïnformeerd waren over wereldwijde kwesties, begon ik met de dagelijkse informatiedienst Other News met dezelfde criteria als een
persagentschap, maar met het internet als bron en niet journalisten, om zo een
gratis dienst te kunnen aanbieden. Het begon met zestig geabonneerden, nu is het al
gegroeid tot meer dan 20.000 gebruikers, zowel in het Engels als in het Spaans.
Indien je geïnteresseerd bent, ga naar Other News en zie wat je niet zal terugvinden in je
dagelijkse krant. Duizenden sociale activisten, internationale ambtenaren en
academici hebben dankbetuigingen gestuurd nadat ze daar een andere visie op de
dingen vonden… wat een bisschop ooit ‘de andere zijde van de maan’ noemde. 

De media, een spiegel van de maatschappij? 

Het
echte probleem is echter dat journalistiek een spiegelbeeld van onze tijd is
geworden en elke sociale functie heeft verzaakt om slechts een verschaffer
te worden van informatie als verkoopproduct. Onze tijden worden gekenmerkt
door het neoliberalisme. Ondeugden zoals hebzucht en individualisme zijn
deugden geworden, verheerlijkt door Hollywood en gehomogeniseerd door de
media.

De ontwikkelingswaarden, belichaamd in alle moderne instellingen, waren
onder andere sociale gerechtigheid, gelijkheid, solidariteit en participatie.
Hier tegenover staat globalisering in het centrum, gelijkgesteld aan welvaart en succes en de
overwinning van het individu met de markt, niet de man.
Ontwikkeling was een proces waar je op het einde meer was dan voorheen – globalisering gaat er over dat je meer hebt. Voeg
aan deze waardeveranderingen het ongehoorde feit toe: 

  • dat we vandaag per persoon meer geld
    uitgeven aan reclame dan aan onderwijs;
  • dat de politieke instellingen de visie en
    ideologie hebben verloren om pragmatisch (eigenlijk utilitaristisch) te worden,
    met steeds minder en minder participatie van de bevolking; 
  • dat de financiële wereld de
    wereldproductie in globale termen heeft overgenomen (1 triljoen dollar per dag
    in productie, 40 triljoen dollar in financiële transacties); 
  • dat we nu predikanten hebben van een
    “nieuwe economie”, die de structurele werkloosheid als een noodzakelijkheid beschouwen; 
  • en het is dit wat gereflecteerd wordt in die
    spiegel van de media. 

DeWereldMorgen.be

In
1950 veroorzaakte de Amerikaanse financier Bernard Baruch een schandaal toen
hij zei dat de baas van een bedrijf vijftig maal meer mocht verdienen dan zijn
werknemers. Vandaag is het zelfs meer dan vijfhonderd keer en het blijft stijgen. Elke
maand worden er boetes van tientallen miljoenen dollars opgelegd aan banken
voor frauduleuze activiteiten, maar dit haalt het nieuws niet meer. Hetzelfde
geldt voor onthullingen van politieke en economische corruptie. Mensen hebben
het eigenlijk opgegeven en leggen zich erbij neer of worden passief, met hulp
van het verdovende effect van tv-shows zoals Big Brother

Om de
banken te redden hebben we het equivalent van duizend dollar per inwoner moeten
uitgeven. Het kostte Spanje in 2012 alleen al meer dan het jaarlijkse  budget
voor onderwijs en gezondheidszorg… maar het lukt ons niet om bijna één miljard
mensen te voorzien van degelijke voeding, terwijl het aantal mensen met obesitas
bijna even groot is als het aantal ondervoede mensen. De London School of
Economics heeft een studie uitgebracht die een terugkeer naar de tijden van
Queen Victoria voorziet tegen het jaar 2030, toen in die stad een obscure
filosoof genaamd Karl Marx in de bibliotheken van het British Museum zijn essays
aan het schrijven was over kapitaal, arbeid en uitbuiting en er zijn communistisch
manifest aan het uitdiepen was. 

Overgang 

Wij
bevinden ons in een overgangsfase, van een wereld die niet langer meer leefbaar
is – een wereld waar de financiële wereld niet gereguleerd wordt en waar het
aan zichzelf overgelaten kapitaal zichzelf meer en meer vernietigt – naar
een wereld die een globale bestuursmethode moet vinden.

We slagen er niet in om
ook maar één enkel mondiaal probleem op te lossen, van milieu tot hongersnood,
van nucleaire ontwapening tot immigratie, van controle op kapitaal tot fiscale
paradijzen (waar tientallen keren het bedrag zit niks te doen dat nodig is om
hongersnood op te lossen, voor onderwijs en gezondheidszorg). We kunnen
blijven doorgaan. 

Dit
toont allemaal aan hoe we er niet in slagen om te zorgen voor een betere wereld
voor de komende generaties. Ooit werd de protestantse ethiek wereldwijd
geprezen als zijnde strikter dan de katholieke. De laatste jaren echter zijn
Wall Street en de City van Londen een nest geworden van ongekende hebzucht en fraude. Paus
Franciscus is vandaag de enige stem die nog de armen verdedigt. Hij roept op
voor sociale gerechtigheid, klaagt ongelijkheid aan en vraagt vrede en
samenwerking. In welke handelsschool of economische faculteit hoor je iets over
deze christelijke sociale doctrine? 

Een
andere journalistiek

We
hebben dus nood aan een nieuwe vorm van journalistiek, niet zomaar een update
van de oude. Het is duidelijk dat het geen beroep zal zijn gelinkt aan glamour
en het goede leven, zoals het dat tot een generatie terug was. Zelf de
succesvolle overlevende media zijn aan het snoeien in hun uitgaven (met andere
woorden in het aantal werknemers). Mensen worden betaald per stuk en ze ontvangen niet veel. 

In
de sociale media heb je om te overleven nood aan reclame en aandacht, die aan
het inkrimpen zijn door het enorme aanbod op het internet. Voor degenen die
journalist willen worden, is dit dus de eerste les: als je dit doet, dan doe je
het omdat je gelooft dat je iets nuttig doet en dat je het zelf realiseert door
het te doen… anders moet je maar gaan werken in een bank, waar er minder
stress is en meer geld en respect. Tegenwoordig bieden echter weinig jobs zo
een belangrijke, noodzakelijke en meetbare impact op de samenleving. 

Het
is de taak van de post-Reagan-journalistiek (of om minder provocerend te zijn, weg
van het post-hoogtepunt-van-neoliberalisme, dat nu zijn glans aan het verliezen
is) om de waardeschaal te herijken en de mens terug het centrum van de wereld
te maken. Dit zou niet moeten gebeuren als het resultaat van de leer van paus
Franciscus. Je hebt de genade van het geloof niet nodig om te beseffen dat deze
wereld een onrechtvaardige en gepolariseerde wereld is, een wereld waar het
middenveld, net als de middenklasse, aan het verschrompelen is.

De nieuwe
journalist moet er zich van bewust zijn dat de huidige status quo een
onhoudbare situatie in stand houdt voor miljarden mensen, vooral vrouwen,
kinderen en jonge mensen. Hij/zij moet daarom de drie valkuilen ontwijken die
deze status quo in stand houden. 

De
valkuil van de objectiviteit 

De eerste valkuil is de mythe van objectiviteit te geloven. Filosofen en
wetenschappers zullen je vertellen dat die niet bestaat. Diegenen die succesvol
varen op de golven van de globalisering zullen je zeggen dat je objectief bent door
niet te luisteren naar de misnoegde minderheden en daar niet over te
rapporteren.  

De
enige manier om naar je land te kijken, is volgens de ‘objectieven’ via de macro-economie die de
welvaart verdeelt per persoon, en niet via de micro-economie die vastloopt in
ingewikkelde factoren zoals het inkomensniveau, welvaartsherverdeling, sociale
mobiliteit, enzovoort. In de naam
van objectiviteit moet je enkel rapporteren wat het systeem zegt, zonder jezelf
op te zadelen met de zovele uiteenlopende stemmen van de straat. Politici
worden verkozen, leiders van de gemeenschap niet.  

Alleen
officiële statistieken zijn betrouwbaar, die van Oxfam over hongersnood of van
Greenpeace over het milieu zijn niet objectief. Hetzelfde geldt voor de
bevindingen van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Control) waarin
wordt opgeroepen om bepaalde milieubewuste beslissingen te nemen om de planeet te
redden. Deze beslissingen zijn tegen economische groei en tegen onze
levensstijl. Wanneer men je vraagt objectief te zijn, open dan je oren: er wordt
je in feite gevraagd om mee te helpen aan de instandhouding van de status quo.

Het valluik van ‘de betrouwbare bron’

Het
tweede valluik is te geloven dat alleen zij die macht uitoefenen ook alle
informatie hebben en daarom meer gekwalificeerd zijn om verklaringen af te
leggen. Zij hebben inderdaad alle informatie, maar ze lezen ze vaak niet of ze
negeren al wat niet strookt met hun eigen visie. Nooit eerder had iemand zoveel
informatie als de Amerikaanse regering via de NSA, die alle communicaties over
heel de wereld doorpluist. Heeft dat enige verbetering gebracht in het
Amerikaanse beleid? 

Het valkuil van de elite 

De
derde valkuil is dat je meer aanzien denkt te verkrijgen omdat je een grotere toegang hebt tot
de elite. Dat is gewoon een vorm van coöptatie. Je eerbiedwaardigheid moet je
bij jezelf vinden, je moet kunnen doen wat moet gedaan worden, en dit is net
wat niet wordt gedaan. Geef een stem aan de machtelozen, aan echte mensen,
niet aan de winnaars in een casinowereld. 

Al
de cijfers staan trouwens aan jouw kant. De overgrote meerderheid zit niet in
die top 1 procent die 54 procent van de wereld bezit, maar in de 75 procent die
slechts 15 procent bezit. Dat is de realiteit van onze tijd. Wij moeten een
stem geven aan die 75 procent, aan hun problemen om een fatsoenlijk dagelijks
leven te hebben. We moeten, wanneer we naar de wereld kijken, in staat zijn om te
benadrukken wat kan leiden tot vrede en internationale rechtvaardigheid, en om dat
wat tot oorlog en
onrechtvaardigheid leidt te ontmaskeren. Dit moet allemaal gedaan worden met
een eenvoudig professioneel criterium: geef een stem aan alle standpunten en
rapporteer zo getrouw mogelijk wat er gebeurt. 

De
mythe van de journalistieke neutraliteit

Het
probleem is dat een journalist vandaag niet altijd onpartijdig kan blijven.
Laat ons klimaatverandering als voorbeeld nemen. Je kan niet de belangen van
de oliebedrijven op hetzelfde niveau zetten als die van de mensheid.
Door dit te doen zou je een mythe in stand houden, die het resultaat is van een
specifieke kijk op de wereld.

Die visie stelt dat de markt de welvaart wel zal
herverdelen via een ‘trickle-down effect’ tot bij de laatste mens onderaan in de wereld,
dat oorlogen en armoede zal doen verdwijnen, ook al heeft deze visie geen enkele
wetenschappelijke onderbouw. Met deze ‘objectieve’ aanpak hoor je er rekening mee te houden dat
oliebedrijven werk geven aan tienduizenden mensen en dat hoe meer geld ze verdienen,
hoe beter dat voor ons allemaal is. Dit is dezelfde logica die het Amerikaanse
Hooggerechtshof ertoe heeft gebracht om vast te leggen dat bedrijven dezelfde
rechten hebben als individuen en dus in volledige vrijheid en zonder limiet
bijdragen mogen leveren aan politieke campagnes.

Vandaag
hebben journalisten een waardevol werkinstrument waar wij in onze tijd nog niet over beschikten: de
mogelijkheid om dingen op te zoeken op het internet, mensen te interviewen
zonder er naar toe te moeten reizen, of smartphones voor applicaties zoals
Skype, als camera of als videorecorder.

In mijn tijd waren communicatie- en
reiskosten enorm en was het de regel om een fotograaf mee te hebben. Een
televisieploeg bestond uit tenminste vijf personen met meer dan 300 kilo
bagage. Vandaag roep je een journalist met zijn/haar smartphone en je bent vertrokken. 

De
dingen ‘kunnen zien’

We
leven in andere tijden, op vele vlakken is die niet beter, maar wel met een
grote technologische vooruitgang, die het een journalist mogelijk maakt vrijuit
rond te zwerven en een zoektocht te beginnen. Het probleem gaat echter om wat
Leonardo da Vinci beschreef als “saper vedere”: het ‘kunnen zien’. Journalistiek
is uiteindelijk de mogelijkheid om te kunnen zien, om wat je hebt gezien in een
juiste volgorde te kunnen plaatsen en mee te delen aan je lezers. Het is daarbij
niet hoe je het schrijft wat het verschil maakt, maar hoe je het hebt ‘kunnen
zien’!

DeWereldMorgen.be

We
zijn duidelijk in een overgangsperiode naar een nieuwe wereld, die moeilijk valt
te voorspellen. Antonio Gramsci, Italiaans communistisch denker (1891-1937), schreef in zijn
gevangenisschriften (Quaderni del carcere): “De oude wereld is aan het
afsterven en de nieuwe wereld heeft moeite om op de voorgrond te treden: dit is
het moment voor monsters”. We hebben nood aan een nieuwe journalistiek die ons
door deze periode zal leiden, de monsters zal identificeren en die van de stemmen
van de mensheid in zijn geheel de weg naar de nieuwe wereld zal maken.

Roberto Savio

De auteur is mede-oprichter
en voormalig directeur-generaal van Inter Press Service (IPS). Zijn website is www.robertosavio.info

Journalism today: A choice between market and people werd overgenomen van Other News en vertaald door Bavo Vanoost

©  Other News


[1]  De Washington Consensus is de term voor het gemeenschappelijke financieel-economisch beleidsadvies van de in Washington gevestigde instellingen van het Internationaal Monetair
Fonds (IMF), de Wereldbank en het Amerikaanse ministerie van Financiën. Hun adviezen werden beschouwd als ‘noodzakelijk’ om de
Latijns-Amerikaanse landen te helpen uit de economische en financiële
crisissen van de jaren 1980. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!