Bird People

Pascale Ferrans ‘Bird People’: verzet geeft je vleugels

Met het poëtische 'Bird People' maakt Pascale Ferran een erg hedendaagse film over vervreemding en verzet. Ze verbeeldt het verlangen om uit een gekooid bestaan te breken en de vleugels uit te slaan. Een gesprek met de Franse cineaste.

woensdag 2 juli 2014 10:03

Ik
verdraag deze permanente oorlogssituatie niet”, zegt Gary Newman
(Josh Charles) in het begin van Bird
People. 
“Ik heb het gevoel dat ik als een suikerklontje oplos in een
tas koffie”. Na Petits arrangements avec les morts (1994), L’âge des possibles (1996) en Lady Chatterley (2006) is dit de vierde film van de 54-jarige Franse cineaste
Pascale Ferran. 

Bird People draait rond mensen in crisis, zoveel is duidelijk. Naast
de Amerikaanse informatica-ingenieur Gary is er de Franse
hotelbediende Audrey Camuzet (Anaïs Demoustier). Hij kapt tot
verbazing van zijn omgeving met zijn ‘succesvol’ bestaan, zij voelt
zich niet goed in haar vel en besluit haar vleugels uit te slaan.
Vrij letterlijk.

Een reflectie over verbonden, vervreemde levens

Bird
People

volgt de parallelle avonturen van Gary en Audrey in een deprimerende omgeving: een
hotel op een vliegveld, waar van menselijkheid en natuur
geen spoor te bekennen valt. Toch wordt dit de locatie van het
verzet van twee mensen tegen vervreemding, routine en uitbuiting. Een
puur gevoelsmatige rebellie, maar wel een die leidt tot transformatie.

Een
transformatie van mensen in transit, maar niet van een samenleving
waar verbondenheid toeneemt en contact afneemt. Dat wel. Een
pessimistisch drama? Niet echt, deze fantasierijke film is een
levenslustige, vrolijke ode aan de vrijheid.

 Verbeteringsmogelijkheden

Ook
al gaat het om eenzaamheid in tijden van megaverbondenheid, “we
smachten met velen naar verandering”, vertrouwt Pascale Ferran ons
toe tijdens een gesprek in Brussel.

Is het feit dat er
tussen
Lady Chatterley en Bird
People
acht jaar zitten een bewijs dat het slecht gaat met
de Franse films die je wilt maken? Het soort film dat tussen
mainstream cinema en extreme arthouse cinema zweeft?

“Nee, ik heb er lang over gedaan om een nieuw project te
vinden. Dat vloeit voort uit het feit dat het een tijd duurt
vooraleer ik een afgewerkte film volledig van me af kan zetten. Lady Chatterley was dan nog een extra slopend project, omdat er naast de
bioscoopversie de televisieversie was die ik moest afwerken. Dat
leidde tot een lange montageperiode, terwijl de opnamen van deze
kostuumfilm ook al vermoeiend waren omdat er op heel wat details
diende te worden gelet.”

“Nu doe ik er sowieso
lang over om een film achter me te laten en een nieuwe te starten. Tussen L’âge des possibles en Lady Chatterley
zat ook al elf jaar. Ik moet een nieuw idee vinden voor een film en
vooral een sterk verlangen om die film ook te maken.”

“In dit geval heb ik
eerst, na mijn speech tijdens de uitreiking van de Césars in 2007,
nog veel tijd gestoken in het rapport van de ‘Club des treizes’ over
de toestand van de Franse filmindustrie en de verbeteringsmogelijkheden. Dan
heb ik een jaar of twee aan het scenario van Bird People gewerkt. Daarbij moest ik een
haalbaarheidsstudie maken om te zien hoe de film gedraaid zou kunnen
worden. Vooral het gedeelte met de vogels vormde een groot
vraagteken. Dan kwam het eropaan de financiering te vinden voor deze
niet al te commerciële film. En de locaties en casting dienden op
punt te worden gezet. Zo zaten we snel drie jaar verder.”

Echte mussen en speciale effecten

Leverden de speciale
effecten voor de vogelscènes extra problemen op?

“Niet zozeer de effecten,
maar wel de montage. Ik wou dat het heel realistisch overkwam en
mussen zijn niet zo’n evidente vogels om te ‘regisseren’. We wisten
niet goed hoe dit aan te pakken en nadat we onze ronde bij de
speciale effecten bedrijven gedaan hadden, kwamen we terecht bij BUF,
een briljant Frans bedrijf.”

“De directeur van BUF was
een vogelliefhebber, dus dat kwam goed uit. Hij zei ons dat we dit
niet enkel met een 3D-model konden doen, omdat het niet realistisch
zou zijn. Men kan in 3D een aantal dingen prima leveren zolang het om
gladde en blinkende materie gaat, zoals een slang. Maar
wanneer het organischer is en er pluimen of haar bij betrokken zijn,
wordt het moeilijker, zeker wanneer er heel wat
beweging komt bij kijken. Dus voor planopnamen konden we wel met 3D
werken, maar voor de close-ups waren echte opnamen nodig en dienden we
stukjes aan elkaar te plakken om de indruk van actie te
ontwikkelen.”

“We hebben dus
gedresseerde mussen moeten vinden en hen filmen, wat niet altijd
meeviel. Soms wilden ze doen wat we voor ogen hadden, andere keren
niet. We schoten heel wat materiaal, zo’n anderhalf uur opnamen voor
een shot van drie seconden, en dat vereiste natuurlijk heel wat
montagewerk.
Ook al omdat er effecten
aan te pas kwamen, om te voorkomen dat de verschillen in shots zouden
opvallen.”

Natuur en vrijheid

In Lady
Chatterley
was de natuur alomtegenwoordig via
dierengeluiden, landschappen, lichtvariaties, wind, water… Hier
bevindt de mus zich eenzaam en alleen in een landschap van gebouwen,
beton en vliegtuigen.

“Wat me in Bird People
interesseerde, was het beschrijven van de wereld waarin we nu leven. We zijn daarom gaan kijken naar plaatsen waar de
dingen anders zijn dan vroeger. De wereld is zich aan het transformeren
en dat heeft een impact op ons gedrag. Nieuwe
technologieën – smartphones, internet, Twitter – wijzigen onze relatie met de tijd en met andere
mensen. Dat was het uitgangspunt.

“Daarbij kwam het verhaal van de
vogel. Geen toeval, want dieren en de natuur interesseren me al lang.
Er duiken vaak dieren op
in mijn films. Bij Lady Chatterley was het de bedoeling een
kostuumfilm te maken die zich afspeelt in de natuur en een tijdloos
karakter krijgt. Bird People is daarentegen een film van
vandaag met hedendaagse architectuur, modern transport en een
stedelijk kader. Het tegenovergestelde van Lady Chatterley
eigenlijk.”

De link tussen beide
films is de zoektocht naar vrijheid.

“Dat klopt, al realiseerde
ik me dat niet meteen toen ik Bird People schreef. Ik had de
indruk dat het twee volledig verschillende films waren. Maar
uiteindelijk zag ik ook die gemeenschappelijke thematiek. Beide
verhalen gaan over een zoektocht naar vrijheid en emancipatie waarbij
we getuige zijn van een zekere renaissance van de personages.”

Hier gaat het om
mensen die afhaken in een wereld waar iedereen verbonden is, maar waar
minder communicatie is.

“Het valt me op dat we
steeds meer verbonden zijn, met beelden die ons vanuit de hele wereld
bereiken en technologieën die ons linken aan anderen, terwijl de
diepere banden met mensen steeds meer breken of ontbreken. Dat is
voor mij een van de meest verontrustende zaken van de hedendaagse
samenleving.”

Van massa naar individu

Visueel begint de film
vanuit vogelperspectief met wandelende mensen die in een luchthaven
via een soort zonnewijzer of uurwerk gestuurd worden in verschillende
richtingen. Daarna zoomen we in op de individuen en horen we hun
gedachten.

“De openingsscène is een
van de eerste dingen die ik op papier heb gezet. Ik wou vertrekken
van de massa, het collectief, en dan naar het individu gaan. De film
start met de massa, met mensen die je van zeer hoog bekijkt en die meer op mieren lijken.
Vanuit de hoogte lijkt
het geen wereld van individuen. Beetje bij
beetje komen we dichterbij en zien we de lichamen van de mensen, hun
postuur, en daardoor worden het personen.”

“Dan zoomen we verder in
en worden de personen ook personages. We bevinden ons in een
metrostel met hen en we interesseren ons gedurende korte momenten in
elk van hen. Op dat ogenblik weten we niet wie de held van de film
zal worden.
Het opzet was om de
kijker alert te maken en in een afwachtende positie te plaatsen. De
film ontvangt het publiek en de kijker weet aanvankelijk niet welk
verhaal verteld gaat worden en wie de hoofdpersonages zullen zijn.
Wat de kijker dwingt om maximaal open te blijven omdat er heel wat
mogelijkheden zijn.”

“Het is ook een statement:
het leven van iedereen is interessant. We zouden tien andere
filmverhalen kunnen vertellen, maar uiteindelijk belanden we bij het
jonge meisje dat zich als enige interesseert in wat er zich buiten
afspeelt. Zij ziet ook een mus en de film gaat haar volgen.”

Twee levensvisies

Waarom koos je
daarnaast voor Gary, de Amerikaanse informatica-ingenieur, als
mannelijke protagonist?

“Omdat ik het interessant
vond de verhalen van Audrey en Gary te spiegelen. Zij is een 20-jarige Française met geldproblemen die een mini-job als
kamermeisje in een hotel aanvaardde om haar studies te betalen, maar
die vaststelt dat het een voltijds werk is geworden.
Een overgangssituatie
dreigt zo permanent te worden en dat frustreert haar. Audrey droomt
graag terwijl Gary haar tegenpool is. Hij is een nuchtere 45-jarige
Amerikaan die vol in het leven staat, sociaal geslaagd is, een
familie en zakenpartners heeft. Gary leeft heel de tijd tussen twee
vliegtuigen en brengt veel tijd door in hotels.”

“Audrey en Gary hebben
ogenschijnlijk weinig gemeen – ze komen niet uit hetzelfde sociaal
milieu, ze verschillen in leeftijd en beroepssituatie – maar bizar
genoeg delen ze een ongenoegen met hun leven.
Ze hunkeren beiden naar
iets anders. Het is boeiend om die malaise vanuit twee invalshoeken,
twee levensvisies te bekijken. Dat gaat uitstekend samen met het
multiculturele aspect van de film – mensen van alle nationaliteiten
kruisen elkaar – dat de hedendaagse realiteit weerspiegelt.”

“Daardoor krijgt Bird
People
een universeel karakter. Het lijkt of heel de wereld zich
dezelfde vragen stelt, worstelt met dezelfde frustraties en
verlangens.”

Van malaise naar verzet

Audrey en Gary voelen
een malaise maar kunnen er moeilijk over communiceren.

“Hij weet nochtans wel wat
hij moet doen. Van het moment dat hij beslist heeft, ook al is het
een beslissing die hem overvalt, doet hij alles om zijn voornemen te
communiceren. Maar zijn omgeving wil het niet geloven, zowel zijn
zakenpartner als zijn vrouw geloven dat er een mysterie achter zijn
besluit schuilgaat. Moet schuilgaan.”

“Hij kan misschien niet
alles formuleren, maar zijn intieme waarheid is dat hij het niet meer
aankan. Het is een kwestie van overleven geworden, hij heeft het
gevoel dat wanneer hij er niet uitstapt het slecht met hem zal
aflopen. Al wat hij hun kan zeggen, is: ‘Ik kan niet meer, ik wil
stoppen’.”

Het is niet iets dat
hij wil doen, hij heeft eigenlijk geen keuze.

“Inderdaad, hij kan enkel
verder leven wanneer hij compleet breekt met zijn oude leven. Een
breuk die mogelijk is omdat hij financieel stevig staat, maar vooral
ook omdat hij overtuigd is en niet langer compromissen wil sluiten.”

Gemeenschapsgevoel

Reeds in de sixties waren er mensen die uit het
systeem wilden stapten. Alleen ging de ‘drop out’ toen gepaard met
‘tune in’. Er was toen ook meer sprake van verzet en een keuze voor
positieve alternatieven. Gary wil ‘eruit’, maar weet niet goed waar
hij naartoe wil.

“Ik kan me vergissen, maar
ik heb de indruk dat in de jaren zestig en zeventig het collectieve
gevoel nog zeer sterk was. Vandaag denk ik, al is dat niet definitief
en onherroepelijk zo, dat een gemeenschapsgevoel moeilijker te
bereiken is. Mensen staan daardoor vaker alleen met hun vragen, het
afwijzen van bepaalde toestanden is individueler en minder ingebed in
een beweging. Toch verschilt de
problematiek niet zo sterk van vroeger. De druk op de mensen lijkt me
wel sterker te zijn geworden in de hedendaagse samenleving. Met het
ritme, de crisis, de concurrentie. En het gevoel van
uitzichtloosheid.”

De revolte van de
sixties en seventies viseerde ook structuren: de paternalistische
maatschappij met zijn religieuze onderdrukking en vrijheidberovend
conformisme, terwijl het invidividu nu geconfronteerd wordt met een
systeem, een kapitalistisch systeem dat ziek maar machtig is.

“Mede door een
verbondenheid die niet de vermeende vrijheid oplevert. Ik heb het
gevoel dat hoe sterker de wereld verbonden is, hoe krachtiger de
droom van het doorbreken van die verbondenheid wordt.
De vraag is: wat doen we
met al die dingen die ons als mens weinig bijbrengen? Het besluit van
Gary om ‘stop’ te zeggen lijkt me heroïsch; hij stelt zich opnieuw
open voor mensen, mogelijkheden en de natuur. Zijn horizon kan
daardoor veranderen, de menselijkheid en de kracht die hij terugvindt
bieden nieuwe perspectieven.”

Een surrealistisch sprookje

Waarom koos je voor
een fantastische stijl en niet voor naturalisme?

“Als toeschouwer heb ik
een probleem met veel Franse films. Men beschrijft vaak het leven van
mensen op realistische wijze en ik mis daarin een bijdrage van de
verbeelding. Dat is een kwestie van smaak, ik houd al sedert heel lang
van fantastische literatuur.
Ik had zin om het leven
van mensen te tonen maar niet te focussen op het naturalistische
aspect. Wat me boeit, is wat er omgaat in de hoofden van mensen. Welke
dromen, verlangens, fantasmen daar spoken. Kortom, ik wou hun
fantasie tonen.”

“Het verlangen om te gaan
vliegen, om weg te vliegen, is iets dat tegelijk universeel en
tijdloos is. Reeds in de Griekse mythologieën was er sprake van dat
verlangen om te vliegen, maar het is ook geactiveerd in de huidige
samenleving. Juist omdat er heel wat weegt op de mensen.
Hoe zwaarder de druk, hoe
sterker de drang naar speelsheid en een vlucht als uitweg. Als
toeschouwer en lezer ben ik ook sneller geneigd om realistische
elementen te aanvaarden wanneer mijn verbeelding ook wordt
aangesproken.”

Met de nacht, als alles in een stroomversnelling geraakt, belanden we ook in de
wereld van de droom.

“Voor mij is wat er die
nacht gebeurt geen droom, maar is alles mogelijk. Zeker is dat we in
een andere dimensie belanden. Het wordt donker en de scherp
afgelijnde realiteit wordt meer flou.”

Vliegen met David Bowie

In de scène van de
nachtelijke vlucht over Roissy duikt ‘Moonage Daydream’ van David
Bowie zowat op uit het niets.

“Het werkte perfect toen
ik het tijdens de montage uittestte omdat het voor het beoogde effect
zorgt: een gevoel dat een combinatie is van opwinding, vrijheid en
optimisme. Op dat moment van de film is alles mogelijk. Inclusief het
gebruik van een bekend nummer in een film die niet met sterren werkt.
Ik houd bijzonder van
Bowie’s muziek uit die periode (The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars, 1972, nvdr), ook al omdat ze verbonden is met mijn
adolescentie. Gelukkig kon mijn producent Denis Freyd de rechten voor
een redelijke prijs verwerven.”

Welke rol speelt de
mus in het leven van de personages?

“Voor Gary is de mus een
metafoor voor de vrijheid. Hij wil vrij zijn als een vogel. En zonder
te veel prijs te geven over het verhaal: voor Audrey is het een
metamorfose, wanneer het fysieke overneemt verliest ze haar
menselijke reflexen.
Ik wil er niet te veel
over zeggen, het is aan de kijker om alles te interpreteren. Ofwel is
er geen symboliek, ofwel zit het vol symbolen.”

“Al wat ik geprobeerd
heb, is het echt en geloofwaardig te houden.
Dingen gebeuren en plots
heeft men niet hetzelfde lichaam. Audrey wordt een dier en bekijkt de
menselijke soort niet meer als haar soort. Ze bekijkt mensen anders,
ziet niet langer hun verschillen maar hun overeenkomsten.”

De reddende transformatie

Gary en Audrey zijn
veranderd aan het slot. Is
Bird People een
optimistische film?

“Ik geloof het wel. Hij
heeft de juiste beslissing genomen en haar al dan niet denkbeeldig
avontuur heeft Audrey getransformeerd. Ze ziet de wereld niet meer op
dezelfde manier. Bovendien zijn ze beiden menselijker geworden. Die
menselijkheid herkennen ze in elkaar.”

Het is opmerkelijk dat
ze hun menselijkheid terugvinden in een wereld die, naar het beeld
van de piano die zonder pianist speelt, onmenselijk is.

“Alles is clean, gesloten
en onpersoonlijk. Doods eigenlijk.”

Tot slot, je had het al even over je speech tijdens de uitreiking van de Césars. Daarmee schudde je de Franse
filmwereld wakker. Is er na het rapport dat de ‘Club des
treizes’ achteraf opstelde iets veranderd?

“Op het vlak van productie
is er een en ander veranderd. Er zijn
enkele goede hervormingen doorgevoerd, minder sterk dan we gewild
hadden, maar het ging wel de juiste richting uit.
Helaas heeft men zich
niet ontfermd over de zaaluitbating en de distributie van films, waardoor de zaken op dat vlak problematisch blijven. Ondertussen
gingen er ook enkele jaren voorbij en zijn de dingen geëvolueerd en
verslechterd. Er is dringend actie nodig.”

Zoals een nieuw
rapport?

“Ja, maar het zal zonder
mij moeten gebeuren. Ik heb al gegeven, met het vorige rapport ben ik
een jaar zoet geweest, dat volstaat. Het is nu aan anderen.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!