Moestuin op het terras van Voouit (foto:fietsbult.wordpress.com)

|Transitiereeks| “Misschien zit er isolatiepotentieel in oude teddyberen”

Steeds meer dringt door dat de samenleving voor enorme uitdagingen staat op vlak van duurzaamheid. Het begrip "duurzaamheidstransitie" of kortweg "transitie" wint terrein. Heel wat individuen en organisaties wachten niet en gaan zelf het engagement aan. Dat doen ze om ecologische en sociale redenen, maar ook om een rol te spelen als geëmancipeerde burgers. DeWereldMorgen.be belicht deze week enige transitie-initiatieven. Vandaag: Greentrack.

donderdag 26 juni 2014 11:55

Gent was er al
langer mee bezig, Leuven ook, en sinds een halfjaar heeft Antwerpen eveneens de stap gezet om de culturele sector officieel te
vergroenen. Green Track heet het initiatief en heeft als doel een
netwerk van verschillende cultuurhuizen samen te brengen en te
begeleiden naar een duurzamer beleid en praktijk. Initiatiefnemer is
Prospekta, het centrum voor kunstcommunicatie van de provincie en
stad Antwerpen.

Orphee Mariën:
“Prospekta is wellicht niet zo bekend bij het grote publiek, maar
misschien rinkelt er een belletje als ik zeg dat wij de
jaarlijkse Cultuurmarkt van Vlaanderen organiseren. In 2011 had die
Cultuurmarkt “ecologie” als thema. We kregen daar toen nogal wat
kritiek op: “De Cultuurmarkt draait om cultuur, niet om het
milieu”, hoorden we dan, maar wij vinden net dat die twee met
elkaar verbonden moeten zijn. We hebben er toen wel de Green Event
Award voor het meest milieuvriendelijke evenement van Vlaanderen mee
gewonnen, een bevestiging van onze overtuiging dat de culturele
sector dringend moet vergroenen.”

“In die periode
lieten we een onderzoek uitvoeren naar het ecologische beleid in
het Antwerpse kunstenveld en daaruit bleek dat er nood was aan een
netwerk, omdat iedere organisatie op zichzelf bezig was telkens het
warm water uit te vinden. Zelf hoefden wij ook het warm water niet
uit te vinden, gezien Green Track al in ander steden bestond.”

Charter

“We hebben nu
achttien Antwerpse culturele huizen samengebracht. Dat is niet zo
bijster veel, maar we zijn nog maar zes maanden bezig. Er staan
verschillende organisaties aan de zijlijn om in te stappen. In
januari zijn we officieel van start gegaan, ieder huis heeft toen het
charter ondertekend, als engagementsverklaring.”

“Met het charter
engageren de huizen zich om hun ecologische voetafdruk te verkleinen
en een concreet actieplan uit te werken. We komen maandelijks bijeen
om ideeën uit te wisselen en oplossingen te zoeken voor
struikelblokken. Naast
de individuele actieplannen nemen we gemeenschappelijke acties.
Voor deze gemeenschappelijke acties werken we met een thema. Dit jaar
is dat mobiliteit.”

Een rondje bellen
naar enkele van die deelnemers leert dat er bij het ene huis meer
werk aan de winkel is dan bij andere. Bij Muziektheater WALPURGIS zit het denken over duurzaamheid ingebakken in de werking. Zij
hadden een buurtmoestuin en waren bezig met het opstarten van een
bijenkast. Ellen Fransen van WALPURGIS: “Toch vonden wij het nuttig
om ons aan te sluiten bij Greentrack, omdat het altijd leerrijk is om
informatie uit te wisselen. Bovendien bieden het charter en het
vereiste actieplan een houvast om echt werk te maken van ingrepen die voordien veeleer vrijblijvend op een vergadering
ter sprake kwamen: energiebesparing, beter omgaan met papierverbruik,
dat soort kleine dingen.”

Voetafdruk

WALPURGIS is een
kleine organisatie, waarvoor ingrepen als overschakelen naar
gerecycleerd papier inderdaad simpel zijn. Bij grotere
organisaties ligt dat net iets moeilijker. Het stadsmuseum
Plantin-Moretus bijvoorbeeld kan minder
flexibel werken door een loggere structuur. Kris Geysen: “We
hadden zelf de ambitie om onze werking te vergroenen. Duurzaamheid is
ondertussen een belangrijk aandachtspunt in onze beleidsnota. Steven
Vroman is een workshop komen geven over hoe we onze ecologische
voetafdruk konden verminderen en hij heeft ons in contact gebracht
met Greentrack.”

“In ons actieplan staat onder meer dat we afval beter
scheiden, led- en spaarlampen gaan gebruiken. Bij tentoonstellingen
voorzien we 10 procent extra middelen voor duurzame materialen. Tijdens
recepties bieden we voortaan bioproducten aan. We zoeken naar
milieuvriendelijk aanbod in onze museumshop en ga zo maar door. We
denken eraan om met greenseats te werken voor internationele
transporten. Het is allemaal nog pril. Gelukkig steunt de directie
het duurzaamheidsprincipe ten volle en is er een ecoteam met enkele
collega’s. Het is niet altijd eenvoudig om intern draagkracht te
vinden voor verandering. Je moet een hele mentaliteitsverandering
teweegbrengen binnen de organisatie, dat vergt wat tijd. Maar het
lukt.”

Ophee Mariën: “Grote
cultuurhuizen zijn instituten hé. Ze werken net zoals een bedrijf en
zijn ook bezig met “hoeveel gaat ons dat kosten”. Dat is
normaal en het is logisch dat kleine organisaties makkelijker kleine ingrepen kunnen doorvoeren dan grotere. Hét grote
pijnpunt zijn de gebouwen. Cultuurorganisaties huizen vaak in
stadsgebouwen en/of gebouwen die erfgoed zijn. Op een van de
bijeenkomsten zei een grote organisatie tegen mij: “We willen best
allerlei ingrepen gaan invoeren zoals ecologische schoonmaakproducten
gaan gebruiken, maar ons stokoude stadsgebouw wordt door een verwarmingsinstallatie iedere dag tot veertig graden gestookt, zodat
we alle ramen moeten openzetten. Dan lijken al die andere dingetjes slechts een pleister op een houten been.” Tja, dat is dan
zeer frustrerend”, vertelt Orphee.

Stimulans

Groot blijkt echter
niet altijd log en traag, toch niet wat mentaliteit betreft. Het
Toneelhuis, qua omvang letterlijk en figuurlijk geen kleine speler,
heeft al vier jaar een ecoteam. Debbie Bevers is een van de ecocoaches. Het team probeert het huis stap voor stap te vergroenen met ingrepen als
Donderdag Veggiedag, meer fietsenstallingen bij de
Bourla en alle locaties aan te sluiten bij energieleverancier Eneco
die honderd procent groene energie levert.

Debbie: “De samenwerking
met Green Track is een extra stimulans om aandacht te blijven
schenken aan een groenere werking. Het dwingt ons om het nog
concreter te maken. We gaan bijvoorbeeld bijhouden hoeveel afval we
jaarlijks buitenzetten. Dat is een serieuze inspanning, maar omdat je
het op papier zet, wordt het dwingender om er echt werk van
te maken. Hetzelfde geldt voor de bakfiets die we al lang plannen aan
te kopen om klein materiaal van hier naar het décoratelier te
vervoeren.”

“Een ander
voordeel is dat je samen sterker bent. Dit jaar is het thema
mobiliteit. Samen met het netwerk kunnen we makkelijker
samenwerkingen met de stad aangaan: om voor meer fietsenstallingen
te zorgen bijvoorbeeld, of samenwerkingen met De Lijn organiseren.”

Orphee: “Qua
woon-werkverkeer zit het bij de meeste Antwerpse cultuurhuizen wel
goed, zeker bij de kleinere huizen. Daar komt tot 80 procent van het
personeel met de fiets of met het openbaar vervoer. Nu zijn we binnen
het netwerk vooral aan het nadenken over hoe we het publiek kunnen
aansporen om op die manier naar de voorstellingen of tentoonstellingen
te komen. De Filharmonie heeft al een samenwerking met De Lijn: bij
ieder ticket zit een gratis vervoersbewijs. Het zou fijn zijn als
ieder cultuurhuis zoiets kon aanbieden. Helaas kondigde de NMBS
onlangs aan enkele late treinen af te schaffen. Dat is natuurlijk
een ramp voor de culturele sector.”

Materiaalgebruik

“Een ander
pijnpunt is het vele reizen van gezelschappen en tentoonstellingen:
daar wordt serieus wat voor afgevlogen en rondgereden – het is héél
moeilijk om daar structureel iets aan te veranderen. En wat pas echt een uitdaging wordt, is het thema dat in 2015
centraal zal staan: duurzaam materiaalgebruik. Dan ga je ingrijpen in het artistieke proces. Er zijn al
stappen gezet richting een netwerk om materiaal uit te wisselen en
ook met de kringwinkels worden al afspraken gemaakt. Dat zijn
alvast haalbare ingrepen.”

“In het theater is
het moeilijk om ecologische keuzes te maken op het podium”, vertelt
ook Debbie Bevers van Het Toneelhuis. “Dan raak je inderdaad aan
het artistieke proces en dat is voor kunstenaars heilig. Daar mag je
niet aan tornen. Er zijn theatermakers die hier wel mee bezig zijn
hoor, zoals Dimitri Leue en hier in huis Benjamin Verdonck, maar ze
zijn zeldzaam. Op dat vlak wacht er ons nog een grote uitdaging.”

Orphee: “De
eerste stappen zijn gezet. Diegenen die al met ecologie bezig waren,
hebben nu een stok achter de deur om er nog concreter werk van te
maken, diegenen die er nog niet mee bezig waren kunnen nu leren van
de good practice van collega’s in het veld. Ik geloof er echt in
dat we op lange termijn iets kunnen veranderen. Alle beetjes samen
leiden tot grootste resultaten.”

Oude teddyberen

Jasper Posson van
Rataplan ziet het wat die kleine beetjes betreft zo: “Als
wij op jaarbasis 10 procent minder papier kunnen verbruiken, liters
klassieke schoonmaakproducten vervangen door ecologische producten,
het transport voor onze acteurs en decors efficiënter organiseren,
ja, dan denk ik dat dat zeker een verschil maakt.”

“En er is nog iets
belangrijk waarvan ik hoop dat het zal groeien”, vertelt Orphee.
“Ik vind dat we de transitie naar een duurzamere culturele sector
ook moeten proberen wat minder ernstig te zien, wat speelser. Ik zeg
maar iets: misschien zit er wel isolatiepotentieel in oude teddyberen
of zo.”

“Ik bedoel, we zijn toch de culturele sector? Het is aan ons om
er inventief en speels mee om te gaan. Het zou fijn zijn als deze
uitdaging niet alleen als een probleem, maar vooral als een prikkelend spel werd gezien. Bij dezen dus een oproep aan het netwerk: maak er
iets creatiefs van!”

take down
the paywall
steun ons nu!