Drakendromen

Drakendromen

woensdag 25 juni 2014 12:50

Ik ging een paar dagen op opleiding.  Een cursus met een titel die rijzende wenkbrauwen en wablieften veroorzaakt. Een cursus dragondreaming. Het is een methode voor het co-creëren van projecten gebaseerd op noties van de Aboriginals. Oh yeah.  Er zijn vier stadia, zo leren we: dromen, plannen, doen, vieren. En we blijken in ons deel van de wereld vooral goed in het plannen en het doen. Het ambitieus dromen van een project en het vieren van het geslaagde, het gefaalde, het onverwacht geleerde, daar zit serieus wat groeipotentieel.

In de tweeënhalve dag die de cursus duurt, krijgen we theorie en praktijk over elk onderdeel van de projectcirkel. We moeten als nieuwgeknede groep erg nauw samenwerken en worden dan ook regelmatig uitgenodigd om ons ‘inner weather’ met elkaar  te delen en ook onze ‘aha’s’, kwestie van niet alleen van de lesgevers en de methode maar ook van elkaar te leren.

Onderweg naar huis. Mijn reisgezellen praten de opleiding van zich af. Mijn lijf blijft bij hen zitten, mijn gedachten willen alleen zijn. Na de druk bevraagde aandacht van de voorbije dagen gaan mijn indrukken nu meanderen doorheen het treincompartiment. Een van de deelnemers was een Litouwse, we laafden ons allen aan het plezier dat ze uitstraalde en de rust die ze ademde.

Tijdens het koken vroeg ik haar de kleren van het lijf. Elders geboren en hier je leven uitbouwen, hoe gaat dat. Niet in je eigen taal leven, hoe is dat. Ver weg zijn van je familie, hoe went dat. We praten honderduit, het doet deugd om tussen de blokken door gedachten te verzetten en te kletsen. Litouwen is vers toegetreden tot Europa. Het zal confronterend zijn om te zien in euro’s wat mensen er verdienen, zegt ze.

Ze vertelt over haar opgroeien en familie. Ze hadden weinig maar dat gold voor bijna iedereen, ze hadden eigenlijk ook niets tekort. Ze kweekten hun voeding, ze maakten hun eigen kleren, ze waren erg dicht bij de natuur. Dingen kopen, dat was iets uitzonderlijk. Er circuleerde weinig geld. Ze waren inventief. Ze kochten met een paar kinderen één kauwgom en deden er een week mee. Ze gaven ‘m aan elkaar door en als ie geen kleur meer had, deden ze er een gekleurd papiertje bij om ‘m weer kleur te geven. Tjonge. Ik bedoel, aha.

Twee conducteurs passeren met ferme pas. Een reiziger loopt achter hen aan. Het is een zwarte man van eind de dertig, zo schat ik. Hij draagt blinkende schoenen, een geklede jeans en een trui met lichtgroene strepen die worden afgewisseld met witte stroken. Ze vertellen iets met hun pas. Een irritatie. Een misverstand. Ze openen de deur en hopen op in het tussencompartiment.

‘Nee, hier kan u niet mee, hier start de eerste klasse,’ zegt een van de conducteurs. De automatische deur gaat dicht. Het geluid is weg. De zwarte man is rustig maar aanhoudend. Hij wil iets van de conducteurs. Hij haalt 10 euro uit zijn portefeuille. De ene conducteur staat klaar aan het klasse één compartiment. De andere trekt zijn handen achteruit, weg van het biljet, hij raakt het, het valt op de grond. Een andere reiziger komt vanuit klasse één de gang binnen. De deur van ons compartiment gaat even open. ‘U gaat dat biljet oprapen en mij met respect behandelen,’ zegt de zwarte man, uiterlijk merkwaardig kalm maar met gedecideerde stem.

De conducteur aan de eerste klasse zucht luid en schudt zijn hoofd. De automatische deur gaat weer dicht. De andere conducteur maakt allerlei bewegingen ter plaatse. Hij trekt zijn handen op. Hij doet even zijn kepie uit en wrijft over zijn hoofd. Hij wijst naar het biljet op de grond, trekt zijn schouders op en draait zich om. De eerste conducteur opent de deur naar de eerste klasse. Ze verdwijnen in de treinaccordeon. De zwarte man zet nog even twee stappen vooruit, staat een paar tellen stil voor de open accordeon, keert terug en raapt het biljet op. Hij opent de deur en beent langs me heen om wat verder te gaan zitten. 

Niet veel later komen we aan in Gent. Hij passeert opnieuw en wacht in de gang tot we stil komen te staan. Ik verzamel mijn spullen en ga achter hem staan wachten. De trein vertraagt zachtjes en schudt een beetje. We rijden het station binnen. Zijn haar is kort geschoren. Van dichtbij zie ik dat er korte witte haartjes tussen de zwarte uitsteken. Ik spring uit de trein en land op het perron. Rechts in de verte staan de twee conducteurs op het perron te praten bij de kop van de trein. De zwarte man kijkt een paar tellen naar ze. Dan recht hij zijn schouders en stapt naar ze toe. Vijf stappen later houdt hij halt en draait zich om. Ik durf hem niet aan te kijken, hij loopt langs me heen. Hoe zit dat, vraag ik me af, met deze man en zijn ‘inner weather’.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!