De presidentsverkiezingen in Turkije naderen

De presidentsverkiezingen in Turkije naderen

Mijn vorige artikel sloot ik af met de constatering dat de in Turkije regerende Partij voor Gerechtigheid en Democratie (AKP) voorbijging aan waarschuwingen over de inval bij het Turkse consulaat in de Noord-Iraakse stad Mosul door de Islamitische staat voor Irak en Levant (ISIS).

maandag 23 juni 2014 10:32

De volgende dag namen deze terroristen de in het
consulaat werkzame diplomaten en militairen in gijzeling. Precaire
omstandigheden voorafgaand aan de presidentsverkiezingen in Turkije
over anderhalve maand.

Censuur

Ondertussen
zijn we bijna twee weken verder en worden de gijzelaars nog altijd
vastgehouden. ISIS wist zelfs nog vijftien andere Turken in gijzeling
te nemen. Wat de AKP-regering onderneemt om hen vrij te krijgen is
onduidelijk, wat niet in de laatste plaats komt omdat de media een
verbod opgelegd kregen tot berichtgeving in deze. De internationale
journalistenorganisatie Reporters Without Borders noemde dat censuur.

Dat
mediaverbod kwam er officieel om de gijzelaars te beschermen, maar en
passant blijft het falende buitenlandbeleid van de AKP zo
geriefelijk buiten beschouwing. Laat er echter geen twijfel over
bestaan dat de ontstane situatie een direct gevolg is van de Turkse
bemoeienissen in Syrië. Daar steunde de AKP immers tegen al-Assad
strijdende jihadisten, die zich uiteindelijk tegen Turkije keerden
toen een open oorlog tegen de regering in Damascus uitbleef.

Een
van de eerste gevolgen was de desastreuze aanslag vorig jaar in de
aan de Syrische grens gelegen stad Reyhanli. Daarna volgden meer
aanslagen op Turkse doelen en uiteindelijk dan de gijzeling van
consulaatpersoneel in Mosul.

Columnisten
van de AKP-gezinde krant Yeni Akit geven er hun eigen draai aan. Voor
hen gaan achter ISIS de VS schuil, wat past binnen hun theorie over
de grote wereldsamenzwering tegen Turkije die op gang kwam sinds het
daar zo enorm goed gaat.

Buitenlandminister
Davutoglu houdt het op een (stille) alliantie tussen ISIS en
al-Assad. Daar valt, hoe bizar het ook klinkt, nog iets voor te
zeggen ook gezien de gemeenschappelijke vijand al-Nusra. Erg
overzichtelijk wordt het zo in ieder geval niet. Sterker, de
tegenstrijdigheden vliegen je om de oren. Zeker als blijkt dat de
Syrische Koerden de AKP er begin deze maand nog van beschuldigden
ISIS te steunen.

Ankara
ontkent steun aan wat voor jihadistische beweging dan ook, dus ook
aan ISIS. Mijn interesse werd gewekt door een onderminister van
Buitenlandse Zaken. Die zei dat de ongelukkige Turken in Mosul niet
worden gegijzeld, maar slechts worden ‘vastgehouden’. Het ontbrak
er nog aan dat ze volgens hem te gast zijn bij ISIS. Zo wordt ISIS
alsnog min of meer de hand boven het hoofd gehouden. Godvruchtige
soennieten onder elkaar?

Je
zou kunnen zeggen dat ISIS daar iets anders over denkt. Dat de AKP
daar als een stel westerse ongelovigen wordt beschouwd. Al is het
maar omdat Erdogan vrouwen een hand geeft, een stropdas draagt en
geen baard heeft. Staat tegenover dat de baardmansen van ISIS nogal
praktisch zijn ingesteld. Als ze willen voetballen en ze hebben geen
bal, dan nemen ze gewoon een afgehakt hoofd. Dus wie weet komen de
gijzelaars wel kort voor de presidentsverkiezingen in Turkije vrij,
zodat Erdogan alle eer naar zich toe kan trekken. Zou hem goed
uitkomen. Als we de geruchtenmolen mogen geloven, kan hij namelijk wel
een opsteker gebruiken.

Stemmenverlies

Een
tijdje geleden kwam uit opiniepeilingen al naar voren dat onder
AKP-stemmers twijfels bestaan over het Syrië-beleid van de regering.
Dat had vooralsnog geen consequenties, maar boze tongen beweren dat
Erdogan recentelijk peilingen uit liet voeren waaruit bleek dat de
AKP naar 33 procent van de stemmen is gedaald. Dat wil zeggen, tien
procent minder dan bij de laatste verkiezingen op 30 maart.

Met
dat vermeende stemmenverlies werd een poging gedaan om te verklaren
waarom Erdogan zich nog altijd niet officieel kandidaat heeft gesteld
voor de presidentsverkiezingen. Of dat de werkelijke reden is, staat
niet vast. Het is ook mogelijk dat hij wacht omdat binnen zijn AKP
een machtsstrijd gaande is over zijn opvolging als premier.

Laten
we er voor het gemak van uitgaan dat de AKP nog altijd op 43 procent
staat. Dat is dan sowieso niet genoeg voor Erdogan om in de eerste
verkiezingsronde het presidentschap naar zich toe te slepen. Daarvoor
heeft hij 51 procent nodig. Het voorkomen van een tweede
verkiezingsronde is belangrijk voor hem, omdat zo de basis gelegd kan
worden voor een sterk presidentschap waarbij hij alle middelen kan
inzetten die de grondwet hem toestaan.

Ihsanoglu

Om
een tweede ronde te vermijden heeft Erdogan steun nodig van een van
de oppositiepartijen. Van de fel tegen hem gekante Republikeinse
Volkspartij (CHP) en de Partij van de nationale beweging (MHP) hoeft
hij die uiteraard niet te verwachten. Die partijen besloten onlangs
tot een gemeenschappelijke kandidaat.

De
keuze van de CHP en de MHP viel op de niet-partijgebonden Ekmeleddin
Ihsanoglu, de voormalige secretaris-generaal van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC). Bij zijn benoeming tot die positie
in 2004 werd Ihsanoglu gesteund door de AKP. Vorig jaar keerde de AKP
zich tegen hem toen de OIC niet overging tot een veroordeling van de
machtsovername in Egypte, waarmee een einde kwam aan de regering van
Mohamed Morsi, die evenals Erdogan aan de Moslim Broederschap is
verbonden.

Het
vertrek van Morsi maakte een einde aan Erdogans droom over een Syrië
onder de Moslim Broederschap. AKP-gezinde journalisten benadrukken
dat het hoofdkwartier van de OIC is gevestigd in Saoedi Arabië, dat
de machtsovername in Egypte evenmin veroordeelde. Dan handelt die
Ihsanoglu natuurlijk al snel in opdracht van de Saoedi’s voor hen.

Kemalisme

Binnen
de CHP werd menigeen onaangenaam verrast door de keuze voor
Ihsanoglu. De linkervleugel van de partij had liever een
socialistische georiënteerde kandidaat gezien, want dat is de
conservatieve Ihsanoglu zeker niet. De hardcore kemalisten binnen de
CHP betwijfelen daarnaast of hij de opvattingen van Mustafa Kemal
Atatürk – de oprichter van de Turkse Republiek – wel deelt.

Een
saillant detail bij dat laatste is dat Ihsanoglus vader – een sheik
naar verluidt – door Atatürk werd verbannen en daardoor in Caïro
terechtkwam. Ihsanoglu groeide daar op. Dergelijke aspecten plaatsen
hem voor fanatieke kemalisten te dicht in de buurt van het islamisme.
Alleen draagt zijn echtgenote geen hoofddoek, wat weinig typerend is
voor een islamist. Verder zei Ihsanoglu dat hij Atatürk zeker
respecteert.

Maar
een link met de islam is er via de OIC natuurlijk hoe dan ook bij
Ihsanoglu. Daar bevindt zich ook de reden waarom CHP-leider
Kilicdaroglu en MHP-leider Bahceli voor hem gaan. Het spreekt voor
zich dat zij via zijn religieuze trekjes conservatieve stemmen aan de
AKP willen ontfutselen.

Kilicdaroglu
en Bahceli vinden overduidelijk dat iedereen beter is als president
dan Erdogan. Kritiek vanuit de linkse en kemalistische fracties van
de partij neemt Kilicdaroglu daarbij voor lief. Ook als die komt van
voormalig partijleider Deniz Baykal. Die wilde als tweede kandidaat
namens de CHP aan de verkiezingen deelnemen, maar daar stak
Kilicdaroglu een stokje voor. Binnen de MHP is overigens geen kritiek
hoorbaar op de keuze voor Ihsanoglu, maar in die partij is het woord
van de leider traditiegetrouw wet.

De
grote vraag is natuurlijk of Ihsanoglu kans maakt tegenover Erdogan.
Een nadeel is zijn relatieve onbekendheid in Turkije en dat hij maar
weinig tijd heeft om daar verandering in te brengen. De laatste week
werden veel grapjes gemaakt over zijn in Turkije ongebruikelijke
voornaam. Het valt voor Ihsanoglu te hopen dat zijn potentiële
stemmers die uit kunnen spreken tegen de tijd van de verkiezingen…

BDP/HDP

Toen
bekend werd dat de CHP en de MHP de krachten zullen bundelen bij de
presidentsverkiezingen, zei Selahattin Demirtas namens de Koerdisch
georiënteerde Partij voor Vrede en Democratie (BDP), en de daaraan
verbonden Democratische Volkspartij (HDP), dat hij overwoog zich
daarbij aan te sluiten. Als hij tenminste kon leven met de
opvattingen van de gezamenlijke kandidaat.

Voordat
de naam van Ihsanoglu viel ,keerde Demirtas al op zijn schreden terug.
Hij kon niet akkoord gaan met een kandidaat die door de zeer
anti-Koerdische MHP wordt goedgekeurd. Niet zo vreemd, gezien de
uitspraak van MHP-leider Bahceli dat de Koerdische jongeling die
onlangs een Turkse vlag naar beneden haalde een ‘kogel door het
voorhoofd’ verdiende. Tja, reken dan nog maar eens op Koerdische
instemming. Zonder steun van de BDP lijken de kansen van Ihsanoglu
niet al te groot, al zou hij voor conservatieve Koerden niet eens
zo’n gekke keuze zijn.

Zo
lag de weg weer open voor steun van de BDP aan Erdogan, waar sinds
het begin van het door de AKP geïnitieerde vredesproces met de
Koerden druk over gespeculeerd wordt. Daarom kwam het als een
verrassing dat BDP en HDP vervolgens zelf iemand als potentiële
kandidaat noemden: Riza Türmen, een voormalige rechter van het
Europees hof voor de mensenrechten. Een verrassende manoeuvre,
aangezien Türmen parlementslid is van de CHP, een partij die zacht gezegd weinig enthousiast is over Koerdische wensen als
autonomie. Türmen zei vereerd te zijn door het voorstel, maar wees
het van de hand. Daarmee ontstond opnieuw de vraag wat de Koerdische
politici zullen doen. Dat zij de sleutel van de
presidentsverkiezingen in handen hebben, is echter nu al duidelijk.

Volg
Peter Edel op Twitter

Peter
Edel is schrijver van
De diepte van de Bosporus, een politieke
biografie van Turkije (2012, uitgeverij EPO, Antwerpen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!