Dwepen met Filip Joos

Dwepen met Filip Joos

zondag 15 juni 2014 15:07

Vrijdagavond net zoals de meeste Vlamingen – al voelen die
zich blijkbaar veeleer Belg tegenwoordig, als ik zo rond me heen kijk in het
straatbeeld – gekeken naar Nederland-Spanje. Of toch tot ik het een kwartier
voor tijd niet meer kon aanzien. Fijne match, zeker na de rust, al kon je niet
anders dan meevoelen met die arme Spanjaarden (Casillas in het bijzonder). Maar
voetbal kan soms wreed zijn, en al zeker als er Hollanders in het spel zijn. Al
hadden ze deze keer (bijna) geen hakkie-takkie nodig.

Soit. Fijne avond dus, met toch één kanttekening – het gedweep
van Filip Joos bij de goal van Van Persie. Ik vind die Joos best een goeie
commentator, maar alsof die twee betweterige Hollanders in de studio niet volstonden,
meende Joos bij de eerste (kopbal)goal van Van Persie “wereldgoal – wereldgoal”
te moeten kreten. Aardig gedaan van Van Persie, daar niet van, en we begrijpen
de ontlading bij hem en zijn al even opgefokte coach aan de zijlijn best, maar
om als commentator met overslaande stem te gewagen van een wereldgoal, bij een
Hollander dan nog, tja, voor iemand die toch zelf voetbalt zoals Joos, die zou eerlijk
gezegd beter moeten weten. Dat Camps het op maandagmorgen over een wereldgoal
heeft in een stukje in de krant, in zijn onnavolgbare proza, daar kunnen we nog
mee leven, maar dit ‘over the top’ geblaas van Joos live op tv werkte vooral op
mijn – na een lange werkweek al genoeg getergde – zenuwen. Al goed dat ik op
zaterdagmorgen van mijn boeddhistische mentor – die de match ook had gezien – te
horen kreeg dat je je weliswaar even kunt ergeren aan sommige “rand/(hoofd?) zaken”
in het voetbal, maar dat je die ergernis ook moet kunnen loslaten. Bij deze.

Ik begrijp wel dat zo’n commentator er een beetje de sfeer
moet inbrengen voor de kijker thuis, en Rik De Saedeleer of Frank Raes naar de
kroon probeert te steken, maar je moet niet overdrijven. Ook al past het stilaan
bij de stijl van het huis, vrees ik ( zie Michel Wuyts in het wielrennen, die
zich af en toe een poëet lijkt te wanen), en zijn veel mannen eerder dan
Vlaming of Belg gesjeesde voetballers in het diepste van hun ziel. Waaronder ondergetekende.

Desalniettemin, in essentie blijft het, zelfs op een WK,
gaan om vetbetaalde vedetten die doen waarvoor ze op het veld staan. Voetballen
en scoren. Als het om een wereldgoal gaat, wil ik dat best horen van Joos, maar
er is een verschil tussen efficiënt vakmanschap en een wereldgoal.  Vraag dat maar aan Maradona. Ik wacht nog
altijd op de eerste nuchtere commentator die het voetbal in dergelijke minder
heroïsche bewoordingen ‘verslaat’. Of omgekeerd over journalisten die zich in even
lyrische bewoordingen als Joos uitlaten over het werk dat verpleegsters en
leraars elke dag leveren, tegen een veel lager ‘remuneratiepakket’.

Ik heb het elders al eens gezegd en geschreven:
voetbaljournalisten en -commentatoren doen me in meer dan één opzicht denken
aan economie-redacteurs waarvan sommigen al blij lijken te zijn als ze op de
koffie mogen bij de een of andere CEO met goeie aandelenkoersen. De idolatrie
is krek dezelfde. Van een overheidszender verwacht ik toch net iets meer
nuchterheid van de journalisten. Laat het ‘fuck the system’-gemekker maar over
aan de Hollanders in de studio, zou ik zeggen.

Dus laat die jongens lekker ballen, en dim het hele circus
rond het WK een beetje. Voetbal is zo al mooi genoeg. En een voetbaljournalist
heeft in die zin toch een beetje een voorbeeldfunctie. Vraag het maar aan Jan
Becaus. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!