Hoe de Rode Duivels hun betrokkenheid bij de maatschappij zouden kunnen tonen in de 21ste eeuw

Hoe de Rode Duivels hun betrokkenheid bij de maatschappij zouden kunnen tonen in de 21ste eeuw

Ik heb het interview met Steven Martens in Terzake niet gezien, vrijdag, maar blijkbaar zei de voetbal CEO onder meer dat het belangrijk is dat de Rode Duivels zich ook “betrokken tonen bij de maatschappij”. Heeft hij zonder meer gelijk in. Vraag is hoever die maatschappelijke betrokkenheid zou kunnen reiken. Verder dan nu, lijkt het me.

maandag 9 juni 2014 10:14

De Rode Duivels en het WK in Brazilië zijn op dit ogenblik
om vanzelfsprekende redenen alomtegenwoordig in de media, en zowat elke mogelijke
invalshoek wordt aangewend om een facet van de ploeg en het aanstaande WK
circus toe te lichten. Met één uitzondering.

Blijkbaar durft geen enkele journalist, voetbal-of algemeen
journalist, zelfs niet de obligate “Hollander-met-de-grote-bek-commentator”,  het aan om het debat open te trekken naar de
buitensporige verloning en ‘geschatte waarde’ van topvoetballers – met onder
meer drie Rode Duivels bij de 60
duurste
voetballers in de wereld 
(Kompany, Hazard, Lukaku) – of over de sjeiks en andere schimmige
Abramovich’en in het voetbalwereldje, én
een en ander te koppelen aan het debat over globale ongelijkheid dat o.m. op de
economiepagina’s al jaren een belangrijk item is. Zie het harde bezuinigingsbeleid
in Europa, of recent nog het debat over Piketty’s werk, of de sociale onrust in
Brazilië zelf.

De corruptie bij de FIFA, de vragen die in Brazilië gesteld
worden over het organiseren van een duur WK in een land dat nog altijd kampt
met enorme sociale problemen en gebrekkige openbare voorzieningen, de goede
werken van Rode Duivels die hun roots niet verloochenen (zie bv. de mooie
reportage over Moussa Dembele die nog eens langs ging bij jongens op een Antwerps
voetbalpleintje), en meer in het algemeen duidelijk een stel gewone jongens zijn
die geen “dikke nek” hebben – zoals o.m. blijkt uit een mooi item in Iedereen
Beroemd
, … het komt allemaal aan bod dezer dagen. En terecht. We mogen
allemaal trots zijn op een multicultureel team dat fijn voetbal brengt en die rolmodellen
vormen voor tal van jonge spelertjes in dit land.

Maar de enorme bedragen die in het internationale topvoetbal
bon ton zijn, daar wordt niet over
gerept, en geen “moeilijke” vraag over gesteld, ook niet aan voetballers die nochtans
over wel meer zaken een gefundeerde en onderbouwde mening hebben, ik denk bv.
aan Kompany en Vertonghen, en die daar met aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid wél een opinie over hebben. Blijkbaar mag het daar niet over
gaan, nu we met zijn allen – na een
droogte van twaalf jaar – in de ban zijn van het WK en een ploeg waarvan we met
zijn allen hopen dat die hoge toppen gaat scheren in Brazilië.

Welaan, ik hoop dat we dit debat toch kunnen hebben, en
liefst nog voor ze de strijd aanvatten met Algerije en co. Dit om te vermijden
dat het daarover zal gaan, nadàt ze eventueel vroegtijdig de aftocht zullen
moeten blazen (wat ik niet hoop)  –
waarbij dan wél termen als ‘buitensporig betaalde vedetten’ niet geschuwd
zullen worden. Daar kun je gif op innemen, zo werkt het blijkbaar in de media.

Voor mij staan die zaken echter los van elkaar: als voetballiefhebber
hoop ik dat ze het voetballend uitstekend zullen doen, maar zelfs als ze de
Wereldtitel zouden pakken – iets waar ik niet van uitga, ze missen toch een
beetje een ‘killer spits’ – blijf ik vinden dat het debat over excessieve
bedragen in de voetbalwereld gevoerd moet worden. Eigenlijk moeten vakbonden,
NGO’s, … maar ook dus topvoetballers zelf – dit doen. Als we terecht de – riante
– bedragen aanklagen die Carlos Brito en Johnny Thijs binnenrijven, omdat ze blijkbaar
veel ‘waarde creëren’ voor aandeelhouders, kun je bij topvoetballers niet doen
of je neus bloedt, omdat we toevallig van het spelletje houden. Ook al gaat het
om jongens die soms van erg gewone komaf zijn, en van wie je blij bent dat ze
hebben gehaald,  “against the odds” soms –
zie bv. Anthony van den Borre.

Maar net omdat ze hun sociale roots niet verloochenen, lijkt
het me ook opportuun om hun dergelijke vragen te stellen. Dat lijkt me ook te
vallen onder ‘betrokkenheid bij de samenleving’, eerlijk gezegd. Misschien
kunnen ze dat niet, om contractuele redenen – het zou me niet verbazen – maar dan
moeten journalisten, vakbondstoplui, NGO’s die in de favela’s en in Brazilië
werk leveren, of ex-topvoetballers (die niet meer contractueel gebonden zijn)… in
hun plaats het thema op de kaart zetten. Als Romario dat kan in Brazilië,
waarom zou dit niet kunnen in België?  

Misschien gaat hun ‘entourage’ het niet appreciëren, dat zou
kunnen, er cirkelen nogal wat haaien en andere louche figuren rond
topvoetballers, het schijnt. Maar ze kunnen niet doen of hun neus bloedt. En ik
zou hun aanraden om het te doen nu het nog meezit met hun voetbalkundige
prestaties, niet als het gaat tegenzitten – want dan ga je de bloedhonden in de
media plots wel horen.

Ik heb veel respect voor veel van de jongens bij de Rode
Duivels, en ik hoop – net als veel Belgen – dat ze de pannen van het dak gaan
spelen in Brazilië. Maar ook al begrijp ik dat ze gefocust zijn op het toernooi
dat eraan komt, er is meer in het leven dan voetbal alleen.

De KBVB en de Rode Duivels in Mexico starten toendertijd ‘Casa
Hogar’ op, een opvangtehuis voor straatkinderen. Deze nieuwe generatie voetballers
lijkt me klaar voor een meer ‘structureel’ debat over ongelijkheid in de globale
maatschappij, en de groteske rol van internationaal topvoetbal in dat debat.
Wie neemt er het voortouw? Kompany? Steven Martens samen met wat sleutelspelers? 

Als rolmodel voor kinderen in heel de wereld, zou ook dat
een erg belangrijk statement zijn. Als Kompany of Hazard zich zouden uitspreken
over de excessieve bedragen die ze ‘verdienen’ – what’s in a name – dan zouden
kinderen luisteren, gegarandeerd. En misschien krijgen we dan – op termijn –
misschien een iets minder harde en minder discriminerende maatschappij, waarin
meer jongens van gewone komaf iets van hun leven kunnen maken.

Het frisse Rode Duivels ‘brand
dat blijkbaar wereldwijd op de kaart gezet moet worden, zou ongetwijfeld wat
ruimte kunnen bieden aan spelers die een zinnige bijdrage leveren aan dit – in
mijn ogen, cruciale – structurele debat. Of is dat toch net iets te veel
gevraagd, qua maatschappelijke betrokkenheid, Steven en co? Zouden de ‘sponsors’
à la ING dan ook nog staan te dringen?   De vraag stellen is ze beantwoorden, vrees ik.

Maar los daarvan, hoop ik dat ‘onze jongens’
inderdaad minstens de halve finale halen, en onder meer de “Mannschaft “ een
poepje laten ruiken. Ik ga ze alleszins aanvuren, chips en (meer dan één)
biertje in de hand. Carlos Brito zal content zijn. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!