De wereld van de 206 miljoen werklozen

De wereld van de 206 miljoen werklozen

Met 206 miljoen werklozen in de wereld anno 2014. En het risico dat dit oploopt tot 610 miljoen. Geen kleine uitdaging voor de discussie hier over het "recurrente item", werkgelegenheid ditmaal.

zondag 1 juni 2014 16:10

Vorige donderdag werd
hier op de Internationale Arbeidsconferentie het jaarlijkse vlaggenschiprapport
World of Work
gelanceerd. Wereld van de werkloosheid had als titel ook gekund. De wereldwijde werkloosheid was al
hoog. En dan kwam daar eind 2008 nog
eens de financiële crisis bij. Je komt uit op de noodzaak
wereldwijd meer dan 600 miljoen banen te creëren. En dan heb je nog geen oplossing voor de
mensen die inmiddels wegens het aanhoudende banenkort de arbeidsmarkt de rug
hebben toegekeerd.

610 miljoen jobs te creëren

Met die centrale uitdaging, 610 miljoen jobs creëren,
start een van de besprekingsrapporten die hier voorliggen op Internationale
Arbeidsconferentie: Employment policies
for sustainable recovery and development
.
Dit voor de bespreking in de zgn. commissie
voor het recurrente item.  Die commissie
startte in 2010 in opvolging van de Verklaring van de IAO voor Sociale
Rechtvaardigheid en voor een Rechtvaardige Mondialisering. In die verklaring werden vier strategische
objectieven voor de IAO uitgelijnd: werkgelegenheid, sociale bescherming,
sociale dialoog en fundamentele arbeidsnormen. Met onderlijning ook van het samenspel, de “interdependentie” tussen die
vier doelstellingen. Elk jaar komt een
van de vier doestellingen aan bod op de Conferentie, het zgn. recurrente
item. In 2010 werd gestart met
werkgelegenheid. Vier jaar later staat dat opnieuw op de agenda. Er vooral op gericht het werk van de IAO rond
werkgelegenheid te oriënteren voor de komende vier jaar.

Het 
nieuwe normale

En dat tegen de
achtergrond van een arbeidsmarkt die globaal verder is verslechterd, met een
werkloosheid die blijft stijgen, eerst en meest ten koste van de jongeren. Met bovenop de ondertewerkstelling, in het
bijzonder in de informele economie en via onvrijwillige
deeltijdcontracten. Terwijl de
beleidsaandacht is verslapt. Volledige
werkgelegenheid lijkt te zijn opgegeven als beleidsdoelstelling. Hoge werkloosheid, zei  Sharan Burrow, secretaris-generaal van het
Internationaal Vakverbond hier begin deze week voor de deelnemers van het IVV,
lijkt de new normal te zijn
geworden. En zelfs moest de strijd tegen
de werkloosheid nog een beleidsdoelstelling zijn, dan is het beleid in elk
geval niet navenant, met een macro-economisch beleid dat onvoldoende banen
oplevert of in het ergste geval banen vernietigd.  Niet voor niks is Risk of a jobless recovery dit jaar de ondertitel van het Global Employment Trends-rapport van de
IAO.

Dat
werkgelegenheidsthema na vier jaar hernemen bij aanhoudende werkloosheid, leidt
uiteraard tot veel Aha-erlebnis in het debat, met het hernemen van de oude
discussies en stellingen. En toch, er
klinken nieuwe geluiden en er zijn nieuwe deeldiscussies. En dus is het vooral uitkijken naar de
uitkomst van die discussies. Effe
overlopen.

De nieuwe geografie van de groei

Eén, de vaststelling
dat de evoluties in de wereld zeer ongelijk zijn.  Het is niet allemaal treurnis. Meer nog, intussen is duidelijker dan ooit
dat wat vanaf 1998 een globale crisis wordt genoemd, toch vooral een selectief
probleem werd van de Verenigde Staten en nog meer Europa. De terugval van hun importen contamineerde
uiteraard ook andere landen, maar zonder dat ze een sterke groei moesten
prijsgeven, enkel wat getemperde groei.  
Kortom,  er ontstond “een nieuwe geografie van de groei”, stelt
het besprekingsrapport. Meer nog, een reeks ontwikkelingslanden in de wereld
hebben het de laatste jaren beter gedaan dan in vorig decennium, zowel in Azië,
Afrika als in Latijns-Amerika, beter zelfs dan de geavanceerde economieën,
zodat die zich bij de convergence club hebben
gevoegd.  En dus is het niet slecht eens
goed te bekijken waarom die het zo goed hebben gedaan. Hetgeen – op de
werknemersbank – al snel tot de vaststelling leidt: precies die landen die het
neoliberale receptenboek in de vuilbak hebben gekieperd, met een intelligente
mix van overheidssturing en gereguleerde ruimte voor privaat initiatief.
Waardoor die landen (en dus niet langer Europa) model zijn beginnen staan.

8,5
miljoen jobs laten liggen

Twee, de groeiende
overtuiging, vooral door de ervaringen in Europa, hoe schadelijk voor de
werkgelegenheid die eenzijdige klemtoon op versnelde, overhaaste sanering van
de openbare financiën is. Al zijn we nog
ver van een consensus, kan men bezwaarlijk omheen de confronterende
vaststellingen in het bovenvermelde rapport Global
Employment Trends 2014
over de kost van overhaast saneren: 8,5 miljoen jobs
in  de G20-landen met hoog inkomen. Het aanhouden tot 2020 van het beleid van de
versnelde afbouw van overheidsdeficit en -schuld,  zou op zich 2,4 miljoen kosten. En door het schuldige verzuim om een
uitgesproken anticyclisch beleid te voeren laten we ook nog eens 6,1 miljoen
jobs liggen.

Jobonzekerheid 
vergoe(roe)lijkt

Drie, een sterke focus
in het besprekingsrapport op de belabberde kwaliteit van veel jobs. Met enderzijds de problematiek van de
werkende armen: wel aan het werk, maar niet uit de armoede. Met 839 miljoen zijn ze, de werkenden die
geen 2 dollar verdienen per dag,  bijna 1
op 3 (31,4%) van de werkgelegenheid in de wereld. En anderzijds opmerkelijk veel aandacht in het
rapport voor jobonzekerheid. En dan gaat het in de benadering van de IAO niet
enkel over onzekere contracten, maar ook over de subjectieve onzekerheid, in
het bijzonder de angst zijn job te verliezen. Waarbij het rapport inzoomt op de crisis in Europa. In Griekenland is het aantal werknemers dat
vreest zijn job te verliezen gestegen van 8,2% in 2007 naar maar eventjes
36,5%.  Maar neem Duitsland: ook daar
een stijging van 6,1% naar 10,8%.  De auteurs lijken weinig onder de indruk te
zijn gekomen van de vergoelijking door de goeroes van het arbeidsmarktbeleid,
dat werkzekerheid belangrijker is dan jobzekerheid. Integendeel, ze hebben er geen goed woord
voor over .  Jobonzekerheid schaadt het
welzijn en de psychische gezondheid, de betrokkenheid bij het werk, de
verhouding met de werkgever, het ziekteverzuim, de jobtevredenheid, de gezinsvorming,
de consumptie, de investeringen in huisvesting en onderwijs, de sociale
zekerheid globaal… Wordt nog een
moeilijk debat met de werkgevers. Net
als de vorige jaren overigens. Precarisering krijgen die niet over de lippen. En de verspreiding van atypische contracten
heeft volgens hen ook positieve effecten. Daarom zijn we nooit verder gekomen
dan de afspraak in de commissie voor het recurrente item twee jaar geleden dat
atypische contracten verder moeten worden onderzocht op hun positieve en
negatieve aspecten. Zal het deze keer
anders zijn? 

Langdurig werklozen te lang in dode hoek

Vier, opvallend veel
aandacht in het rapport voor de langdurige werkloosheid. Vanuit de vaststelling dat veel van de
crisisslachtoffers inmiddels langdurig werkloos zijn. En dat nu ook in de Verenigde Staten, dat
nochtans bekend stond voor zijn capaciteit om werkloosheid veel sneller op te
slorpen. Al, stelt de IAO, weten we nog
te weinig over die langdurige werkloosheid en hoe ze best bestrijden en ligt
hier de vraag voor mandaat te krijgen voor verder onderzoek en debat. Een koppel rapporten is trouwens al in
voorbereiding. Alvast dit, stelt het
besprekingsrapport, een verbod op discriminatie van langdurig werklozen bij
rekrutering kan helpen; ook voor België een te onderzoeken piste.  En, stel t het rapport vast, er zijn geen
aanduidingen dat hogere werkloosheidsuitkeringen de duur van werkloosheid
verhogen. Eat that, N-VA en VLD.  Al
maakt dat hier weinig indruk op de werkgeversbank,  die maar blijven stellen dat lagere
uitkeringen de motivatie om werk te zoeken zouden opdrijven.

Ongelijkheid goed voor groei?

Vijf, een interessante
benadering van de IAO ook over de band tussen ongelijkheid en werkgelegenheid. If we want a wealthy society, we will have
to tolerate wealty men
(willen we een welvarende samenleving, dan moeten we
ook de welvarenden aanvaarden), klonk deze week in het Belgische debat. Gevleugelde
woorden van Churchill, maar nog eens opvliegend als uitsmijter in een
opiniestuk vorige donderdag in De Standaard, van Geert Noels en Geert Janssens,
naar aanleiding van het boek van Thomas Piketty en het debat over een hogere
belasting op (inkomens uit) vermogen dat zich deze week ontspon naar aanleiding
van Rerum Novarum.  Een variant op de
benadering ter rechterzijde dat ongelijkheid goed is voor groei. Niks van, is hier de benadering van de IAO, eerder
het tegendeel. Hoge ongelijkheid is
niet alleen slecht voor sociale rechtvaardigheid en cohesie, maar het beperkt
ook de vraag en de consumptie, waardoor het een belemmering is voor jobcreatie. Hoe minder arbeidsinkomens en hoe meer
vermogensinkomens, hoe zwakker ook de binnenlandse een consumptie, omdat
inkomsten uit kapitaal nu eenmaal minder worden geconsumeerd dan lonen. Hetgeen hier leidt tot een van de
interessante debatten, in de nasleep van Piketty’s boek, maar net zo goed de actuele
beleidszwenking bij IMF en de OESO,  over
hoe minder ongelijkheid goed kan zijn voor groei en werkgelegenheid.

Sociaal model afbouwen om economie op te
bouwen?

Zes, sociale rechten
blijken goed te zijn voor werkgelegenheid. Ook die ongemakkelijke waarheid voor de werkgevers is een driegdraad van
de IAO-benadering. Of het nu gaat om
billijke lonen, beperking van de arbeidsduur, sociale zekerheid,  centrale collectief onderhandelingen, of
bescherming tegen ontslag, systematisch wordt ingegaan tegen de
verdachtmakingen van werkgeverskant dat die werkgelegenheid doden.  Eerder
dan arbeids- en sociale bescherming af te zwakken, moet je ze versterken, stelt
het rapport World of Work onomwonden,
omdat het belangrijke ingrediënten zijn voor economische groei, kwaliteitsvolle
jobs en menselijke ontwikkeling. Neem de bescherming tegen
ontslag. In België zie je bij de regeringsvorming  hoe de rechterzijde en de werkgeverszijde
alweer ideologisch zitten te pushen voor een afbouw van de ontslagbescherming,
zelfs nu de inkt van het nieuwe eenheidsstatuut nog niet droog is.  De arbeidsmarktimpact van ontslagbescherming
moet je nochtans empirisch benaderen, stelt de IAO, eerder dan theoretisch. En
dan blijkt uit onderzoek enerzijds dat die impact beperkt is  en anderzijds dat een steviger bescherming ook
positief kan zijn voor de werkgelegenheid. Ruimer bekeken: “de conventionele idee dat er een trade-off is tussen kwantiteit en kwaliteit van jobs is ofwel fout,
ofwel zwaar overroepen”, stelt de IAO in zijn nieuw rapport World of Work.

Stop de plik en plok

Zeven, de benadering
wint veld dat een beleid voor meer kwalititatieve jobs een all-in strategie
vergt: geen losse initiatieven, geen plik-plok-beleid, maar een gecoördineerde
werkgelegenheidsstrategie waarin je de jobmotor aanzwengelt met synchrone
acties op diverse terreinen: minimumlonen, collectieve onderhandelingen, actief
arbeidsmarktbeleid, arbeidsbescherming, sociale zekerheid, onderwijs en opleiding,
investeringen…  Hier het comprehensive framework genoemd. Waarbij essentieel is dat de neuzen van de
Ministers van Financiën en Economie in dezelfde richting staan. En dat dus het macro-economisch beleid een
“dubbel mandaat” krijgt: niet enkel gaan voor macro-economische stabiliteit,
maar ook voor jobdynamiek.

Jobs voor ontwikkeling

Acht, waardig werk is
essentieel voor ontwikkeling. Een van de
belangrijke manco’s van de Millenniumdoelstellingen voor 2015 van de Verenigde
Naties was nu net het ontbreken van kerndoelstellingen inzake waardig werk en
sociale zekerheid. Deze recurrente
discussie op de Conferentie is dus ook te beschouwen als een opwarming voor het
debat dat vanaf september 2014 wereldwijd start over de doelstellingen voor na
2015, de post-2015 agenda. Met vanuit de
IAO uitdrukkelijk de ambitie om tot een stand-alone
doelstelling te komen inzake waardig werk. Net zoals het debat loopt over sociale bescherming als aparte
doelstelling.

Kapotte Mp3-speler

Op veel enthousiasme
heeft het besprekingsrapport nog niet kunnen rekenen op de werkgeversbank. Die voelen zich miskend. Omdat onvoldoende recht wordt gedaan aan de
ondernemingen als scheppers van werkgelegenheid. Omdat landen zich eerst en vooral moeten
inzetten voor het bevorderen en vergemakkelijken van privé-investeringen. Omdat
sociale bescherming de motivatie om te werken kan doden. Omdat ze vinden dat de
IAO geen model moet opdringen. Enzovoorts.  Enzovoorts. Broken
record,
noemden de Zuid-Afrikaanse vakbonden het hier. Kapotte mp3-speler, varieerde Helen Kelly van
Nieuw-Zeeland, hier woordvoerdster van de werknemersgroep in de commissie voor
het recurrente item.  De metafoor van de
kapot gespeelde grammofoonplaat is dus ook buiten Vlaanderen gekend.

Chris Serroyen

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!