Spiegels noch pluimen
Opinie -

Spiegels noch pluimen

In de weekendkrant (DS 17 mei) klaagde Sven Pichal het gebrek aan tolerantie van burgerlijke holebi's tegenover genderbendende holebi's aan. Hij nodigde daarmee deze eerste groep uit om in eigen boezem te kijken. Dit verblijdde mij enorm, tot ik merkte dat de heer Pichal het bij een brave oproep tot reflectie hield die niet meer voorstelde dan wat gerommel in de marge van de oude burgerlijkheid.

donderdag 22 mei 2014 14:02

DeWereldMorgen.be

Holebi’s
moeten inderdaad toleranter worden, maar dat is geen kwestie van een
gebrek aan zelfaanvaarding. Het probleem zit dieper dan dat en daagt
beide groepen holebi’s uit. In plaats van te berusten in oude of
nieuwe burgerlijkheid, zouden zij beter (terug) eens wat radicaler
worden.

Halfnaakte
dansers en mannen in jurken, nonchalant uitziende vrouwen en
flamboyante heren, felle kleuren en provocerende klederdracht: het
moet allemaal kunnen. Het hoort bij de Pride en het is een duidelijk
signaal aan het adres van het vermoeiende man-vrouw-denken en de
normaliteit. Transgenders zijn (eindelijk) steeds meer een onderdeel
van de holebibeweging. Zij spelen met de grenzen van vrouwelijkheid
en mannelijkheid. Travestie, transseksualiteit en androgynie worden
complexe(re) begrippen en tonen de beperkingen aan van identificatie
louter op grond van seksuele voorkeur. Dit alles is een bevrijdende
stap vooruit die niet alleen het stereotiepe rollenpatroon doorbreekt,
maar eveneens een emancipatiestrijd heeft ingeluid die van
bijvoorbeeld huilende mannen of gespierde vrouwen geen anomalieën
meer maken.

Burgerlijke
holebi’s

De
holebi’s die de heer Pichal hekelt, zijn in zekere zin de ‘burgerlijk
geïntegreerde’ holebi’s. Zij die, hoewel homoseksueel, nog steeds
met achterhaalde normen zitten wanneer het aankomt op de rol en
uiterlijke kenmerken van mannen en vrouwen. Voor hen is het storend
als clichés bevestigd worden, zoals vrouwelijke mannen en mannelijke
vrouwen, waardoor de ‘goede naam’ van de holebigemeenschap zou
bezoedeld worden.

Het
is ironisch te merken dat ze hierdoor vasthouden aan de oude
normaliteit die uitgerekend door diezelfde holebigemeenschap
bestreden werd. Deze ironie heeft kunnen postvatten doordat de oude
burgerlijkheid een schijnbaar progressieve dimensie kreeg, namelijk
via de aanvaarding van minderheidsgroepen zoals holebi’s. Schijnbaar,
want het blijkt om niets meer te gaan dan een vorm van moral
licensing
. U kent dat wel: “ik heb niets tegen holebi’s, maar…”
Moral licensing normaliseert dus discriminatie, ook in holebimilieus.

Die
hernieuwde, schijnbaar progressieve burgerlijke mentaliteit is een
groter probleem bij holebi’s dan de heer Pichal doet uitschijnen. De
holebigemeenschap is al jarenlang steeds meer in zichzelf aan het
keren – hierin verschillen ze trouwens niet van wat een globale
tendens lijkt te zijn, denk maar aan de toenemende
identiteitspolitiek.

Holebi’s
zijn tegelijk meer dan ooit in het vaarwater van de markten terechtgekomen, met de commodificatie en commercialisering van hun
geaardheid als resultaat. De radicale emancipatiestrijd is verstomd
doordat holebi’s gebruikt worden als marketingproduct, als doelgroep
die geld opbrengt en als trendpeilers en -setters – meer consument
en producent dan mens dus.

Nu
de belangrijkste rechten verworven zijn, zien we bovendien, net als
in Nederland en Frankrijk, steeds meer holebi’s naar de rechterzijde
overstappen. Dat heeft deels te maken met de (in perceptie?)
toegenomen homofobie in en agressie vanuit migrantencircuits, maar
het heeft ook te maken met de maatschappelijke tendens steeds meer te
gaan navelstaren en de oorzaak van structurele problemen te
verschuiven naar (andere) minderheidsgroepen.

Nood
aan radicalisering

De
holebibeweging kan heel wat leren van de radicale strijd die ze zelf
ooit aanging met de burgerlijkheid en opgelegde normaliteit. In
plaats van N-VA-campagne te laten voeren in ZiZo of zelfgenoegzaam op
te kijken naar Di Rupo, zou ze beter eens (terug) gaan radicaliseren
en met andere minderheidsgroepen strijden tegen de steeds heviger
tendens om alles te normaliseren, zélfs discriminatie. Dat doe je
niet door een meer exuberante levensstijl te adopteren, zoals in
sommige holebikringen als antwoord op de oude burgerlijkheid gedaan
wordt.

Ik
heb er dus geen boodschap aan dat een andere homo mij ‘niet in het
reine met mezelf’ noemt wanneer ik mijn reservaties heb bij de
Pride. Als ik de feestpropagerende praalwagens zie, de peperdure
merk- en fetisjkledij en de politieke stemmenronselarij, heb ik
gegronde redenen om een term als ‘aanstellerig’ te gebruiken en het
hele gebeuren niets te vinden – zij het om geheel andere redenen
dan wat de heer Pichal mij aanwrijft.

Niet
iedereen die gekant is tegen het extravagante gefeest en de vaak lauw
provocatieve, oppervlakkige en gratuite profilering, is een
homoseksuele homofoob of zit nog voor de helft in de kast. In mijn
geval gaat het om een terechte frustratie omdat wat de hoogdag zou
moeten zijn van holebi- en transgendertolerantie, wegdeemstert door
feestgedruis en uitblinkt in een totaal gebrek aan een
sociaal-maatschappelijke visie – wat iets geheel anders is dan een
uitgesproken partijpolitieke voorkeur hebben! Spiegels noch pluimen
dus. Holebi’s zouden er beter aan doen te radicaliseren door zich te
verzetten tegen de commodificatie van hun geaardheid en de strijd aan
te gaan met de interne neiging om een nieuwe burgerlijkheid of
navelstaarderige levensstijl te aanvaarden.

Stuk in DS:  Holebi’s, word zélf (weer) tolerant

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!