25 mei: het Waterloo van N-VA?
Het blazoen van N-VA raakte doorheen deze campagne steeds meer besmeurd. Waar bij aanvang van de campagne de N-VA nog kon wegkomen met de baseline 'sociaal maar niet socialistisch', ontpopten de Vlaams-nationalisten zich in de laatste weken van de campagne tot liberale hardliners. Niet alleen de hardvochtigheid viel op, maar ook de manipulatieve manier waarop N-VA bepaalde thema's op de agenda zette. Dat kwam vooral tot uiting in het discours over werklozen.
De 1 procent
Tijdens de campagne heeft N-VA er alles aan gedaan om te laten uitschijnen dat er in België een groot aantal werkonwilligen bestaan. Het beeld van de langdurig werkloze die vier appartementen bezit, passeerde meermaals de revue. Een bewuste poging om steuntrekkers af te schilderen als een in de hangmat wiegend profitariaat.
De N-VA hoopte natuurlijk dat ze door deze karikatuur aansluiting zou vinden bij het buikgevoel van menig Vlaming. Het idee dat onze sociale zekerheid niet langer houdbaar is door een te lakse toewijzing van uitkeringen is inderdaad wijdverbreid.
Maar hoe sterk een buikgevoel ook moge zijn, het is geen garantie op waarachtigheid. Uit een fact check van deredactie.be bleek dat fraude en misbruik alvast niet van die aard of omvang zijn dat ze het systeem van werkloosheidsuitkeringen bedreigen. In een artikel op DeWereldMorgen.be wees Wouter Wittevrongel er op dat slechts 1,01 procent van de werkzoekenden effectief als werkonwillig kan beschouwd worden.
Nog een N-VA-these die door feiten werd ingehaald: eergisteren beweerde Sigfried Bracke dat vakbonden te winnen hebben bij een hoge werkloosheid. Want voor iedere werkloze ontvangt de vakbond een bepaald geldbedrag, zo argumenteerde Bracke. Uit een reactie van de RVA blijkt echter dat dit geldbedrag slechts van die grootte is dat de vakbonden verlies maken op iedere werkloze die ze begeleiden. Voor de vakbonden is iedere werkloze dus een kost.
Leugens
Met andere woorden: het N-VA-riedeltje over werkonwilligen, fraudeurs of vakbonden stemt niet overeen met de feiten. Hier zijn slechts twee verklaringen voor te geven. Ofwel heeft de N-VA een zeer slecht presterende studiedienst die dringend aan vervanging toe is, ofwel worden leugenachtige karikaturen heel bewust verspreid.
Beide mogelijkheden dienen somber te stemmen. Als Vlaanderens grootste partij over een dergelijke erbarmelijke studiedienst beschikt, dan geeft dat te denken over de haalbaarheid van het N-VA-programma en de geloofwaardigheid van de partij als geheel. Als N-VA tegen beter weten in leugenachtige karikaturen verspreid, dan zitten we met een partij die platte manipulatie als legitiem campagnemiddel beschouwt.
Dat laatste bleek ook nog uit de kleine rel die zich ontrolde naar aanleiding van de zogenaamde interne peiling bij Open VLD. In het programma Jambers in de politiek gaf De Wever te kennen dat hij de resultaten van die interne en geheime iVox-peiling had binnengekregen via “zijn spionnen”. Smalend verkondigde hij dat de liberalen bedroevend slecht scoren in de peiling.
Opvallend: zowel de liberalen als iVox ontkennen formeel het bestaan van een dergelijke peiling. Of de peiling nu al dan niet bestaat, het gedrag van De Wever is een sterk staaltje van machiavellistische politiek waarin het doel schijnbaar ieder middel rechtvaardigt. Erg deontologisch of ethisch kan dit soort van campagne niet genoemd worden.
Rechtzettingen
N-VA lijkt haar doorgaans gracieus communicatief gedribbel vervangen te hebben door agressief paniekvoetbal. Anderhalve week geleden verscheen het bewuste interview met Jan Jambon in het Nieuwsblad. Hij stelde daarin dat een huiseigenaar zijn eigendom moest verkopen om in aanmerking te komen voor een leefloon. De inkt was nog niet droog of een heuse storm trok over het medialandschap. Het draagvlak voor Jambons standpunt bleek de oppervlakte van het uiteinde van een biljartkeu te hebben.
Dat realiseerde N-VA zich ook. Vandaar dat Jambon algauw op z’n woorden terugkwam. Op een inderhaast bijeengeroepen persconferentie beweerde hij dat de journalist in kwestie zijn betoog verkeerd begrepen had. Vreemd, want die journalist had – zoals het een correcte journalist betaamt – een uitgeschreven versie ter goedkeuring voorgelegd aan Jambon.
Net toen de Jambon-rel vergeten was, maakte de voorzitter zelf een uitschuiver van jewelste. Door te beweren dat een goed cv volstaat om werk te vinden, kreeg N-VA opnieuw half Vlaanderen over zich heen. Toen De Wever zich bewust werd van de impact van zijn uitspraak, haastte hij zich om te zeggen dat zijn woorden verkeerd begrepen waren. Opnieuw een weinig geloofwaardige en pijnlijke rechtzetting.
Nog pijnlijker was de reactie van enfant terrible Sigfried Bracke die er – na de rechtzetting van De Wever – een schepje bovenop deed: De Wever had volgens hem op treffende wijze ‘de realiteit’ beschreven. Wat die realiteit betreft: volgens de meest optimistische becijferingen, staat er één vacature open per vijf werkzoekenden in Vlaanderen. Opnieuw een leugen uit domheid of electoraal winstbejag dus.
Stress
In de laatste weken van de campagne lijkt N-VA in al haar overmoed tegen een muur op te lopen. Het aura van de overwinning lijkt zijn glans te verliezen en dat resulteert in een potje paniekvoetbal.
Dat is meer dan louter een indruk. Op basis van de provinciale peilingen die De Morgen publiceerde, blijkt dat de overwinning van N-VA lang niet zo spectaculair zal zijn als de N-VA zelf in gedachten heeft. Ook de populariteit van De Wever zelf is dalend, zo berichtte De Standaard op basis van een peiling. “Incontournable” is een woord dat met steeds meer aarzeling wordt uitgesproken. Bovendien ziet het ernaar uit dat Groen en PVDA+ wel eens de echte verrassingen van deze verkiezing zullen worden.
Natuurlijk, peilingen zijn slechts peilingen. Maar toch lijkt er iets te kenteren op het eind van deze campagne. Door het communautaire achter zich te laten en zich voluit op het domein van het sociaal-economische te storten, stelt N-VA zich kwetsbaar op. Het lijkt erop dat N-VA de sociale reflex van haar potentieel electoraat heeft onderschat.
Of om het in grondstromen uit te drukken: doorheen Vlaanderen loopt ook een sociale grondstroom. Het ruimere middenveld met zijn talloze verenigingen, vrijwilligers en geëngageerde medewerkers, ons uniek sociaal systeem en de belangrijke rol van de vakbeweging daarin, wordt door vele Vlamingen nauw aan het hart gedragen. En het hart van de Vlaming is misschien iets guller dan De Wever & co vermoeden.
Hoe dan ook, 25 mei wordt een verrassing. De vraag is alleen voor wie.