@wBenjamin2014
Yarilien Pringel

@wBenjamin2014 – Theater op de afgrond van onze pretcultuur

Een storm blaast ons uit het aardse paradijs en maakt van de geschiedenis een opeenstapeling van catastrofes. Die storm heet vooruitgang. De filosoof Walter Benjamin, die deze gevleugelde beeldspraak begin vorige eeuw de wereld inblies, is terecht een hooggeprezen icoon uit onze Westerse cultuur.

woensdag 21 mei 2014 09:38

De sociaal-artistieke werkplaats Victoria Deluxe liet deze
denker neerdalen te midden een diverse ploeg vrijwilligers om er
samen met de kamermuziekgroep Het Collectief een
muziektheatervoorstelling van te maken. Filosofie van en voor de
gewone mens zeg maar. Hierbij een recensie, de
voorstelling
is in Gent nog tot zaterdagavond te bekijken.

Walter Benjamin

Bijzonder aan Benjamin is dat hij begin vorige eeuw als wandelaar
doorheen de Parijse passages dwaalde. Op basis van wat hij in deze
overdekte winkelwandelstraten zag opduiken doorheen het
dagdagelijkse, probeerde hij de ontregelde polsslag van zijn tijd te
meten. Het optimisme en consumentisme van het burgerlijke leven
overdag sloeg bij valavond om in een schermerwereld van vertier en
verderf, hoeren en bedelaars.

Benjamin was er zich zeer van bewust dat hij een cultureel
kantelmoment beleefde: zijn tijdgenoten leefden nog in de droom van
de 19de eeuw, met name de roes van het vooruitgangsgeloof,
terwijl het verval van de Verlichtingswaarden rondom rond als het
ware overal door kieren en spleten oplichtte.

De filosoof maakte zijn notities aan de vooravond van de Tweede
Wereldoorlog. Niet veel later probeerde hij als Jood de nazi’s te
ontvluchten. Tevergeefs: moe en uitgeput stapte hij uit het leven in
Portbou, het eerste Spaanse dorpje over de grens met Frankrijk.

Benjamin online

De voorstelling keert echter niet terug naar de tijd van toen. Net
het omgekeerde: het uitgangspunt van de improvisaties met de spelers
was de vraag wat Benjamin van onze tijd zou vinden, waardoor er
meteen ook kan worden ingegaan op de tijd die sinds zijn dood is
gepasseerd.

Terwijl begin vorige eeuw het sociale verkeer in de Parijse passages
zo tekenend was voor de tijdgeest, geldt dat vandaag voor het kabaal
in de vele virtuele vertrekken online, die zo ingrijpend ons leven
bepalen: Facebook, datingsites, chatroulette, gamen, online porno,
Twitter, etc.

Als ware bewakingscamera’s tasten onze ogen voortdurend het scherm
af van onze gsm, computer of TV. Op zoek naar een echte ontmoeting,
een hoopvolle toekomst, een verlossing. De andere kant op kijken lukt
niet echt. Want het catastrofenieuws komt in uiteenlopende gedaanten,
tussen reclame en entertainment door, van alle kanten tegelijk op ons
af.

In het mediaspektakel van onze cybercultuur laat de ziel van onze
tijd zich lezen: eenzaamheid, narcisme, competitie, geschreeuw om
onbeantwoorde liefde. Kortom, een drukke dans rond een diepe leegte.

We vinden zowat alles en iedereen leuk op Facebook. Games en
spelprogramma’s scheren hoge toppen dankzij het eliminatieprincipe.
We willen de armoede de wereld uitzingen met ‘We are the world, we
are the children’.

We blijven zingen, ondanks de lawines aan awards-uitreikingen
die leiden tot een ontwaarding van al wat wezenlijk en echt van
waarde is. We zullen spelen, wachtend, zoals Benjamin zou denken, op
een Messias die niet komt. Ondertussen staan we paraat om ons in de
armen van menig volksmenner te storten.

Montagetechniek

Zoals Benjamin in zijn teksten krantenknipsels, drukwerk en eigen
noties samenbracht en door die onderlinge confrontatie de tegenspraak
van zijn tijdgeest doorprikte, zo ook is deze voorstelling een mix
van scènes. De kijker wordt heen en weer geslingerd van opzwepende
kick ass-fitness, waarbij de spelers in ware combatstyle
hun lichaam proberen te conditioneren, tot een sereen museumbezoek.

Hier zijn een estheet en een wereldverbeteraar onze gids die
beurtelings enkele kitscherige schilderijtjes, weliswaar ’in de
kleuren van Borremans’ duiden. Het gaat om de overbekende
portretten van ‘het huilende zigeunerjongetje’, wellicht het
bekendste en meest gereproduceerde naoorlogse kunstwerk. Kunst is
nodig, zo blijkt, omdat het trauma van de werkelijkheid te groot voor
ons is.

In tempo zappen de spelers doorheen de voorstelling van een linkse
preek voor eigen kerk in tweetstijl naar een Islam-bashende
populismespeech, voorzien van een overdaad aan disneyficatie. Zelfs
Saudi’s zouden er mee kunnen lachen? Elke scène werkt ontregelend,
telkens op een andere manier, en wat we zien is dikwijls even grappig
als gênant. Die pijnlijke vrolijkheid lijkt de inzet: de
afgrondelijkheid van onze pretcultuur doemt op.

Tussendoor komen reclame en videobeelden spoken: de karavaan aan
calamiteiten van de voorbije halve eeuw trekt voorbij, begeleid met
prachtige klassieke muziek van Het Collectief, die voor een
groot scherm post lijken te hebben gevat als het orkest op de
Titanic.

‘Hoe zou het de wereld zijn vergaan sinds Walter Benjamin van ons
is heen gegaan?’ Deze karamellenvers is de ondertitel van de
voorstelling – de titel zelf verwijst naar een Twitteradres dat al
een tijdje op goed geluk om de aandacht van zijn volgelingen dingt.
Het caleidoscopische spel op de planken biedt via een allegorische
voorstelling een openhartig maar confronterend en veelstemmig
antwoord op deze vraag.

Ook vandaag zitten wij op een scharniermoment. We weten best wel dat
er zich nu sociaal, ecologisch en economisch een omslag voltrekt. We
weten alleen niet (genoeg) hoe we daar samen mee kunnen omgaan.

Kritiek 2.0?

Mijn poging om enige verklaring voor de voorstelling te vinden bij de
dramaturg Robrecht Vanderbeeken ving bot. Hij wou wel aangeven wat er
zoal te zien was (zoals een typische Facebookscène die van een lief
gesprek ontaardt in een scheldpartij, een degeneratie eigen aan het
medium) maar niet waarom.

Er was immers net veel moeite gedaan om de scènes open te laten,
zodat de kijker ze als een spiegel kan gebruiken en misbruiken.
Tegelijk kan men ook al zijn of haar eventuele vooroordelen, onder
meer naar de makers toe, projecteren.

Ik kreeg wel een les over kritiek: de maatschappijkritische
intellectueel die degelijke traktaten schrijft, is vandaag
gemarginaliseerd geraakt. Het gezaghebbende woord moest plaats maken
voor een audiovisueel spektakel.

De kritiek voor een breed publiek probeert te overleven door zich aan
te passen en is nu terug te vinden onder de gedaante van schalkse
amusementsprogramma’s zoals De
Ideale Wereld
, animatie zoals Wall-E of South Park,
of stand-up comedians zoals Theo
Maassen
.

Een filosoof als Slavoj Žižek zou dat goed begrepen hebben: via
uitdagende analyses
over de gebruiken in onze populaire cultuur, zoals Hollywood of ander
speelgoed, scherpt hij ons politiek bewustzijn aan. Hij hanteert
voortdurend grappen om via de logica ervan de hypocrisie van de
publieke opinie te ontmaskeren. Zijn jokes
zijn recent nog afzonderlijk uitgegeven bij de prestigieuze
wetenschappelijke uitgever MIT press. Dat zegt genoeg?

Ook de voorstelling zoekt naar artistieke strategieën via
uitvergroting, omkering en onaangepaste combinaties, zoals een a
capella van Astrid en John versus Walter Benjamin: ongemakkelijk maar
heel herkenbaar en ontwapend zombieplezier. De aanwezigheid van
klassieke muziek is hiervoor heel dankbaar. Die clasht zowat met
alles uit de entertainmentindustrie, de onderwereld van Grand
Theft
in het bijzonder. Vandaag een van de meest gespeelde games
trouwens, en volgens onze politie zou het de criminaliteit op straat
verminderen? Life is bigger than art.

Sociaal-artistiek, containerbegrip

De regisseur Dominique Willaert getuigt opgetogen: “Benjamin
wandelde tussen de gewone mensen, hij is dus een ideale gast in ons
huis. Wie mij kent, zou misschien verwachten dat de voorstelling een
verdoken politieke boodschap heeft en het ontregelde spel daarom
misschien van een hoog agitprop gehalte vinden.”

“Maar met een kritische communistische cultuurdenker als onderwerp,
mag je natuurlijk niet met een zacht, schattig en warm verhaal
afkomen. Dan ben je het aan jezelf verplicht onomwonden kritisch te
zijn, of dat toch te proberen. Wij doorprikken trouwens evengoed onze
eigen positie in de voorstelling. Als je de pretentie hebt onze
cultuur op de sofa te leggen, moet je er zelf bij gaan liggen
natuurlijk.”

“We hebben een teveel aan effect proberen te vermijden en vooral
naar waarheidswaarde gezocht: een verhaal dat de spelers mee willen
uitdrukken. Is dit een sociaal-artistieke voorstelling? Ach, het zijn
inderdaad vrijwilligers en we werkten vanuit hun ervaring en kracht.
Maar ‘het sociaal-artistieke’ is als containerbegrip een
gemakkelijkheidoplossing, een houvast voor wie nieuwe ontwikkelingen
een plaats wil kunnen geven.”

Victoria Deluxe is een huis waar al wat geen plaats meer vindt
in de sociale en artistieke sector samenstroomt. Van heel politiek en
sociaal (zoals de opvang van daklozen in een kraakpand onder het
principe ‘recht op wonen’), tot sociaal-artistiek (het
jongerenproject ‘superdiversiteit’) tot artistieke experimenten,
zoals dit stuk.

“Wat ik toch even wil meegeven, om aan te tonen hoe de
werkelijkheid doorspeelt in dit stuk: de persoon die Walter Benjamin
speelt, overleefde jaren tussen de boeken en kranten in bibliotheken.
Een computer kent hij niet, de verschijning van het ding alleen al
maakt hem zenuwachtig. Hij doorbrak zijn sociaal isolement tijdens de
repetities en speelt nu grandioos voor een volle zaal, even vlot in
het Nederlands als het Duits. Prachtig toch?”

Nog eentje: “één van de spelers leefde lange tijd vooral online,
een virtuele vlucht in games, en maakte daarbij heel wat ruimtereizen
met een mix aan verdovende middelen. De ploeg kijkt elke speelavond
zelf met verbazing toe, hoe deze jonge man terug is neergedaald en
uitermate alive and kicking staat te headbangen tijdens de
Belgium Got Talent-scène. Waar hij overigens ‘de gouden
kaart’ wint en dus naar de finale mag. (schaterlach).”

Uitlachcultuur

Wat mij zelf vooral heeft verbaasd, is hoe eenzijdig de sociale
aanvaarding van uitlachamusement is geworden. Onder het mom van een
open geest moeten we vandaag blijkbaar steeds durven zeggen waar het
op staat.

Vroeg in de voorstelling wordt de kijker zo overvallen door een
compleet foute ‘Engelse les’, waar drie migranten onder
begeleiding aan hun uitspraak moeten werken van zinnen als: optimism
is a moral duty, we brought you Lucky Strikes and washing machines,
we don’t beat our wives and children
. Een echo naar het
inburgeringsdiscours van minister Bourgeois klinkt er door.

De scène is duidelijk bewust pedant, maar toch heeft het iets van
een kwinkslag: moet kunnen, humor jongens en meisjes, lachen maar.
Maar als even later een speelse award-scène aanvangt waar
onze grote ondernemers op ludieke wijze worden gelauwerd met een
speech die nochtans hun publieke verklaringen woordelijk citeert, dan
lijkt dit plots toch wat onfatsoenlijk. Is dit er niet over? Daarmee
betrap je dus vooral jezelf, of hoe evident het vandaag is toch
vooral met de onderkant van de samenleving de spot te drijven. Lachen
met leefloners. Vrije meningsuiting, nietwaar?

@wBenjamin2014 biedt kortom veel fijn stof tot nadenken op een manier
die onze zintuigen vrij spel geeft. Om in de sfeer van de
voorstelling te blijven: wie deze recensie tweet, krijgt van
@victoriadeluxe wellicht een gratis zitje. Omdat kunst geen koopwaar
is. (smile)

Yarilien Pringels is masterstudent Vergelijkende Moderne
Letterkunde.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!