foto: Jonas Vincken
Interview -

|VERKIEZINGSINTERVIEW| De niet aflatende strijd tegen racisme

Samira Azabar is sociologe, activiste, feministe, jonge moeder en Antwerpenaar. Ze zet haar engagement in bij BOEH! en Motief vzw. Motief is een gespecialiseerde vormingsinstelling rond levensbeschouwing en maatschappelijke vraagstukken. BOEH! probeert de samenleving en de overheid diets te maken dat het een mensenrecht is om te kiezen voor een hoofddoek. Zoals een volwaardige job en het behalen van een diploma dat zijn.

maandag 19 mei 2014 10:58

Bijna drie uur zitten we
over elkaar aan haar keukentafel. Ik noteer driftig terwijl zij rustig maar
beslist haar verhaal doet. Aan de hand van haar eigen ervaringen legt ze
glashelder uit hoe het dominante gelijke kansendiscours sociale achterstelling
en racisme alleen maar versterkt. Het is een verhaal over de tol van het tegen
de stroom inroeien, over hoe rechtvaardigheid niet altijd zegeviert, maar ook
over doorzettingsvermogen en de niet aflatende hoop op een betere wereld. 

BOEH! werd in 2007 door
een tiental vrouwen opgericht. De aanleiding was het hoofddoekenverbod dat het
toenmalige Antwerpse stadsbestuur invoerde voor stadspersoneel met publieke
functies. Dit omwille van de neutraliteit. BOEH! argumenteerde dat dit indruist
tegen de godsdienstvrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen , dat het
moslima’s beknot in hun carrières en dat zo’n verbod uitsluiting en racisme
bevordert.  

“Daarna hebben
we ons met gelijkaardige argumenten gemengd in de discussie over hoofddoeken in
het onderwijs. We vertrekken
vanuit de idee van keuzevrijheid als vrouw: je moet zelf kiezen wat je draagt,
vanuit welk motief dan ook. Actief pluralisme betekent dat je omgaat met
verschillen in plaats van ze uit te wissen.”

NEUTRALITEIT BESTAAT NIET

“We botsen de hele tijd
op dezelfde muren. Onlangs nog gaf ik vorming aan een groep studenten uit de
derde bachelor van de lerarenopleiding. Eén van de studentes zei dat ze niet zou
willen dat haar kind les krijgt van een vrouw met een hoofddoek. Ze ging ervan
uit dat haar kleintje gebrainwasht zou worden en dat het thuis zou komen met
een hoofddoek.”  

“Zo’n ideeën hoor je
overal. Alsof leerkrachten met een baard ervoor zorgen dat alle leerlingen
plots ook een baard willen. Tegelijk heeft men geen schrik voor een leerkracht
als N-VA-politicus Peter de Roover. Hij kan blijkbaar wel neutraal zijn,
ondanks zijn politieke overtuigingen. Men lijkt vaak te vergeten dat iedereen
een bepaalde achtergrond heeft, en dat wit ook een kleur is. Iedereen heeft
ideeën en ideologieën. Vrijzinnigheid en atheïsme zijn ook levensbeschouwingen.
Niemand is neutraal, veel mensen beseffen dat niet.”  

Samira ziet in haar
naaste omgeving wat dat ‘anti-hoofddoekendiscours’ aanricht. “Heel wat vrouwen plooien
zich terug op het huishouden omdat moslima’s met de nek aangekeken worden.
Andere vrouwen worden op de werkvloer waar ze zich al jaren thuis voelden,
plots opzijgeschoven louter omwille van hun hoofddoek. Ze moeten bijvoorbeeld
in de back office gaan werken of merken dat hun collega’s hen anders
behandelen.”

BOEH! krijgt voortdurend
verhalen binnen van vrouwen en meisjes die allerlei nadelen ondervinden van het
hoofddoekenverbod. “Onlangs nog kregen we een mail van meisjes die een nul op
tien voor LO hadden gekregen omdat ze op de weg tussen de school en de
sportzaal hun hoofddoek hadden gedragen.” 

ACTIVISME ALS LEVENSPROJECT

De vrouwen van BOEH!
hadden bij de oprichting van hun organisatie nooit kunnen voorspellen wat de
tol van hun activisme zou zijn.

“Onder meer emotioneel
weegt het zwaar. We zien veel miserie. Zelfs als ik een terrasje doe met
vriendinnen blijven die verhalen door mijn hoofd spoken. We worden langs alle
kanten bevraagd, mensen zoeken steun bij ons, willen samenwerken enzovoort.”

Zoals zoveel jonge ouders
worstelen veel BOEH!-leden met de combinatie arbeid-gezin. Alleen eet BOEH! ook
nog eens al hun vrije tijd op. “Soms voelen we ons echt moegestreden.” 

“Dat komt doordat BOEH! geen
arbitrair engagement is. Het is ons levensproject. We willen dan ook geen
compromissen sluiten rond grondrechten of gender. Maar die radicaliteit heeft
repercussies. Het kan ons parten spelen als we gaan solliciteren en de kans bestaat
dat onze kinderen erop aangesproken worden op school. Maar we blijven op de
barricaden staan.” 

Omdat ze nergens gehoor
kregen, kozen de vrouwen van BOEH! uiteindelijk voor de juridische weg. “De
gesprekken met de directie van de verschillende koepels en met de kabinetten
waren erg pijnlijk. Het gemeenschapsonderwijs reageerde vooral emotioneel: ze
hadden het bewind van de katholieken al gehad, en wilden zoiets niet opnieuw
meemaken. Minister Smet zei dan weer dat er al minder problemen zouden zijn mochten
de meisjes fleuriger gebloemde hoofddoeken dragen! Dan zakt de moed je echt in
de schoenen.”  

“We vonden het heel erg dat
we voor onze juridische strijd een financiële bijdrage moesten vragen aan
mensen die het al niet breed hebben. 50% van de mensen uit de migratie leeft
onder de armoedegrens. Onlangs kregen we ons eerste echte sprankeltje hoop
dankzij het advies van de auditeur van de Raad van State dat
oordeelt dat het hoofddoekenverbod op scholen juridisch niet houdbaar is.”

Azabar is gedegouteerd
door de reactie van Karin Heremans – openVLD-politica en directrice van het Koninklijk Atheneum in Antwerpen – op het arrest.  Heremans verklaarde immers dat ze doorgaat met
het hoofddoekenverbod op haar school.

“Ze legt het advies van
de auditeur zomaar naast zich neer. Dat ze zich zoiets kan veroorloven, vind ik
heel beangstigend.  Ze wordt totaal niet
kritisch bevraagd. Ze beweert zomaar even dat ze dankzij het verbod meer Joden op
haar school mocht verwelkomen en dat blanke leerlingen meer contact hebben met
moslims. Kom op zeg, nog even en ze vertelt doodleuk dat het hoofddoekenverbod
oorlogen kan oplossen. Ze is een liberale politica, maar niet als het gaat over
de Islam of over minderheden.” 

Samira is teleurgesteld
dat het BOEH!-verhaal zo’n eenzame strijd is gebleven. “Niemand verheft zijn of
haar stem binnen de bredere samenleving. Je hoort de kinderrechtenorganisatie
nooit, idem dito voor de liga van de mensenrechten. Ons standpunt lijkt niet
breder gedragen. Blijkbaar is de antiracismebeweging lamgeslagen.” 

Wat haar overeind houdt en
energie geeft, is het feit dat het zowel binnen BOEH! als bij Motief vzw lukt
om met een superdivers team samen te werken. “Bij Motief werken vrouwen met
uiteenlopende achtergronden en overtuigingen en het actief pluralisme wordt bij
ons echt omarmd. Idem dito voor BOEH!: onze groep telt jongere en oudere leden,
gelovigen en niet-gelovigen, vrouwen met of zonder hoefddoek. Het gegeven dat
wij zo goed samen kunnen werken maakt ons geloof sterker dat dit in de bredere
samenleving ook mogelijk is.”

HET RECHT OP DROMEN

Wie denkt dat Azabars
strijd louter neerkomt op de eis om vrouwen de vrijheid te geven een hoofddoek
te dragen, vergist zich schromelijk. Haar engagement kadert in een bredere
maatschappijvisie. 

“De kwetsbaarste mensen –
of beter de kwetsbaar gemaakte – hebben het hard te verduren in onze
samenleving. Het idee heerst dat alles wat je overkomt je eigen
verantwoordelijkheid is. Het gevolg is dat men alleen maar extra eisen stelt
aan mensen die het sowieso al moeilijk hebben. Een concreet voorbeeld is dat
zelfs linkse politici nu vinden dat je leeflonen van anderstaligen mag schorsen
als ze niet naar de Nederlandse les komen. Beleidsmakers vinden namelijk dat ze
louter hun werk doen door de lessen aan te bieden. Wie er vervolgens niet
geraakt doet volgens hen te weinig moeite. Nochtans zijn er factoren genoeg die
het lastig kunnen maken om in die lessen te geraken. Denk maar aan
alleenstaande ouders die geen opvang vinden.”

“Het erge is dat die
groep die het zo moeilijk heeft dat discours internaliseert. Ze hebben niet het
gevoel dat het systeem faalt, maar wel dat zij
falen. Je hoort mensen die het niet breed hebben ook daadwerkelijk verzuchten
dat ze beter hun best hadden moeten doen of dat ze hadden moeten studeren. In
mijn kringen zie ik dat heel vaak bij de eerste generatie migranten. Ze voelen
zich minderwaardig. Nochtans neem ik mijn petje voor hen af. Ik zou het zelf
niet kunnen. Ze lieten familie en vrienden achter om te verhuizen naar een land
waar ze vaak zwaar werk kwamen doen. Velen onder hen sukkelen met hun
gezondheid omdat ze hier in België ongezonde jobs gedaan hebben.” 

“Door de overtuiging dat
ze hun lot in eigen handen hebben, komen ze niet op voor fundamentele rechten
als het recht op werk, het recht op onderwijs of het recht op wonen. Mensen
raken letterlijk gedepolitiseerd door het neoliberale gedachtegoed. Het werkt
als opium van het volk. Het beperkt hun capaciteit om te dromen. Ze kunnen zich
geen andere en betere wereld meer voorstellen.” 

Azabar wijst erop dat
werklozen vandaag de schuld krijgen van een mismatch tussen vraag en aanbod wat
jobs betreft. “Er is helemaal niet genoeg werk om iedereen aan een job te helpen,
maar toch heet het dat het je eigen schuld is als je geen werk vindt. De
overheid zorgt voor een databank van de VDAB en daar stopt het. Ze sluit bovendien
kantoren omdat ze te veel kosten, en dat
precies in de armste wijken. Men verwacht vervolgens dat je van thuis uit
solliciteert, maar ze vergeten dat niet iedereen een computer heeft of daarmee
kan werken. De last die we leggen op de schouders van de meest kwetsbaren is
onverantwoord. En dat gebeurt dan door partijen die zeggen dichtbij de burgers
te staan.” 

RACISME

Wat racisme betreft kan
Samira het ene na het andere treurige voorbeeld opsommen. Dat omstanders op
straat niet ingrijpen, vindt ze de hardste noot om te kraken. 

“Ik ben geboren in
Mechelen en later verhuisd naar Antwerpen, maar mensen vragen me constant waar
ik écht vandaan kom. Maar ik ben helemaal niet “naar hier” gekomen! Laatst was
er nog een dame die maar bleef vragen waar ik vandaan kwam, totdat ik
uiteindelijk zei dat mijn ouders uit Marokko komen. Ze draaide zich om naar
haar vriendinnen en zei: ‘t is een Marokkaanse’. Een vrouw die ik ken en die
zich tot de Islam bekeerde, krijgt trouwens ook heel vaak die vraag. Moslima’s
moeten duidelijk van elders komen.”  

“Racisme is een taboe, er
wordt heel heftig op dat woord gereageerd. Nochtans is het simpel: racisme is
het toewijzen van bepaalde inferieure eigenschappen aan groepen, enkel en
alleen omwille van de etnische afkomst van die groepen. En dat gebeurt helaas
om de haverklap. Het culturaliserende discours is heel dominant. Er is een
grote groep die het zo geïnternaliseerd heeft dat ze het zelf niet eens meer
merken. Ze herkennen het niet als racisme en beseffen niet wat ze ermee
aanrichten.”  

“Onlangs modereerde ik
een debat in Mechelen. In de zaal zat een dame die vertelde dat haar man lesgeeft aan de universiteit. Zij begreep niet waarom er zo weinig Marokkaanse
jongeren in zijn les zitten. Ze vroeg zich af of zijn vak te moeilijk is voor
hen. Toen we antwoordden dat er sprake is van institutioneel racisme in het
onderwijs en wezen op de kloof tussen socio-economisch sterke en zwakke
leerlingen, begon ze heftig met haar hoofd te schudden. Geen enkel antwoord
volstond.” 

“En dan is er nog die
obsessie met taal. Het Nederlands is geen middel meer, het is een doel op zich
geworden. Toen mijn zoontje drie maanden oud was, vroegen ze bij Kind &
Gezin of ik wel Nederlands met hem sprak. Dat was goed bedoeld hoor, maar
onderzoek toont net aan dat het gunstig kan zijn om je moedertaal te spreken
met je kind. Dat soort onderzoek wordt genegeerd omdat het niet past binnen het
dominante discours.”  

ONDERWIJS

“Je ziet hetzelfde
gebeuren in de discussie rond onderwijs. Er is voldoende onderzoek dat aantoont
dat ons onderwijs de sterksten bevordert en in het nadeel werkt van leerlingen
die socio-economisch zwakker staan. Daarin moet dringend geïnvesteerd worden,
maar men wil daar niet van horen. Het beleid neemt dus mee wie het wil
meenemen.” 

“Als je mijn
etnisch-culturele achtergrond hebt, dan gelooft men in het onderwijs vaak bij
voorbaat niet dat je ver zal raken op school. Om je een voorbeeld te geven:
als je als blank kind aarzelt om voor de klas te gaan staan voor een
spreekbeurt, heet het dat je verlegen bent. Bij kinderen uit de migratie wordt
dat direct geïnterpreteerd als een gevolg van hun etnische afkomst.”

In het zesde leerjaar oriënteerde
de test van het PMS Samira richting ASO. Haar leerkrachten dachten eerder aan
snit en naad. “Nochtans heb ik nooit problemen gehad op school. Hun advies was
louter gebaseerd op mijn etnisch-culturele achtergrond. Mijn ouders zijn
migranten van de eerste generatie en wisten niet wat ze met die adviezen
moesten doen. Gelukkig ben ik naar het ASO gegaan en heb ik verder kunnen
studeren.”

“Eigenlijk ben ik geraakt
waar ik nu sta ondanks in plaats van dankzij het systeem. Ik ben door allerlei
toevalsfactoren door de mazen van het net geglipt.”

“Ik wilde dolgraag
studeren, ik was ook al activiste voor ik naar de universiteit ging. En ik kon
natuurlijk niet veel doen met mijn diploma Latijn. Studeren was ook belangrijk
voor mij om religieuze redenen. Onderwijs is belangrijk in de Islam. Ik heb
veel morele steun gekregen van mijn ouders. Ze konden mijn papers niet nalezen,
maar ik herinner me nog goed hoe ze me altijd koffie brachten in de
blokperiode.”  

MEDIA

Omgaan met de media is
voor de leden van BOEH! een heel leerproces geweest. Ze weten nu dat ze
interviews best nalezen voor publicatie en willen ook duidelijke afspraken rond
de aanpak en framing van hun mediaoptredens. Maar dat is ooit anders geweest.  

“Aanvankelijk waren we
blij dat we een platform aangeboden kregen. We wisten wel dat het dominante
discours over de Islam door de media versterkt wordt, maar we hoopten toch dat
we ons zegje zouden kunnen doen en dat we goede vragen zouden krijgen.”

“Ik
moet zeggen dat dat nogal tegenviel,” zegt ze droog. Azabar heeft als
sociologe en feministe vanalles te vertellen over pakweg de loonkloof, het
glazen plafond, de pornoficatie van de samenleving of de vrouw die een soort
van supervrouw moet zijn. Maar telkens is er die focus op de Islam en de koran.
“We krijgen enkel clichévragen en moeten ons voortdurend distantiëren van extremisten.”

“Zo was er een uitzending
op VTM met Filip Dewinter. De gemaakte afspraken zijn toen totaal niet
nagekomen. We werden enkel afgeschilderd als moslima’s, onze meningen kwamen
nauwelijks aan bod en er werd zelfs een muziekje van Tarkan onder gemonteerd. De
tussenkomsten van andere vrouwen die geen moslim waren, werden geknipt. Zo kwam
BOEH! onterecht over als een collectief van enkel moslima’s. We hebben daar
achteraf enorm veel spijt van gehad.” 

“De opmerkingen die we
krijgen gaan soms heel ver. Journalisten vragen ons bijvoorbeeld om onze zinnen
anders te formuleren omdat het publiek anders teveel zal schrikken. Ze vinden
het al baanbrekend dat we als gesluierde vrouwen Nederlands spreken. We passen
niet in het beeld dat het brede publiek heeft van moslima’s en dus moeten wij ons aanpassen. Dat is er voor ons
echt te veel aan.” 

Voor Samira is het
duidelijk: de media zijn er niet voor minderheden. “Nochtans werkt de VRT ook
met mijn belastingsgeld.” Haar geloof in de zender is gekraakt toen ze
uitgenodigd werd om met Etienne Vermeersch in debat te gaan over
Sharia4Belgium. 

“Allereerst bleef
Vermeersch me maar als fundamentalist bestempelen louter en alleen omdat ik een
hoofddoek draag. De moderator liet dat gewoon gebeuren. Ik moest mezelf
voortdurend verdedigen.” 

“Je moet weten dat ikzelf
wél werd teruggefloten toen ik Vermeersch enkele weken later als extremist
bestempelde omwille van zijn extreme standpunten en Islambashing. Toen vond men
dat dat toch wel harde woorden waren.” 

“Maar goed, na die
uitzending rond Sharia4Belgium werd ik in de foyer aangepakt door Martine
Tanghe en Tim Pauwels. Mijn punt in het debat met Vermeersch was dat als je
vrijheid van mening toestaat aan een racistische partij als het Vlaams Belang,
dat je dan ook moet verdragen dat Sharia4Belgium zegt dat ongelovigen gestraft
zullen worden. Als dat recht zo absoluut is, moeten andere groepen zich er ook
op kunnen beroepen.”

“Maar dat was dus niet
wat ze wilden horen. ‘Nu geven we je eindelijk een kans om je te distantiëren
en je imago op te krikken, en dan grijp je ze niet,’ riep Tanghe uit. Maar ik ben
helemaal geen vertegenwoordiger van ‘de moslimgemeenschap’ en bovendien is die
gemeenschap bijlange geen monolitisch blok. Ik antwoordde dus dat ik haar ook
nooit had horen zeggen dat ze niet homofoob is en tegen polygamie is. ‘Maar jij
bent een moslima’, was haar repliek.” 

Samira zucht. “Ik werd
ingeschakeld om de samenleving gerust te stellen. Ze wilden me niet als burger,
activiste of sociologe. Ik moest vertellen wat zij wilden horen. Ik heb daarvoor
excuses gevraagd aan de VRT, maar heb die nooit gekregen. Sindsdien weiger ik
er te komen.” 

“Weet je, ik wil gerust begrip opbrengen voor hun
context en ik weet dat ze zich niet per se bewust zijn van de repercussies van
hun discours. Maar ik heb het er heel moeilijk mee dat ze zich niet kritisch
laten bevragen en daardoor de typische machtsverhoudingen in stand houden. De
VRT vindt echt dat ze goed bezig is en dat ze moeite doet om kleur te brengen
op het scherm. Nochtans is de samenleving veel diverser dan wat je op het
scherm te zien krijgt. En àls er dan mensen met een migratie-achtergrond aan bod komen, dan is dat vaak binnen
een negatieve context. Denk maar aan de steeds weerkerende discussies rond het
ritueel slachten bij het offerfeest, of de gezondheidseffecten van het vasten
tijdens de ramadan.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!