Economie, Cultuur -

Pleidooi voor een seculiere economie

Met 'Het spook van het kapitaal' schreef Joseph Vogl, een Duitse professor in de literatuurwetenschap, een genadeloze kritiek op de hedendaagse economische theorie. Zijn boek opende een scherp debat in Duitsland en werd zodoende een bestseller. Reden te meer om de recentelijk uitgekomen Nederlandse vertaling eens onder de loep te nemen.

maandag 28 april 2014 16:12

DeWereldMorgen.be

In november vorig jaar hield Boris
Johnson een opmerkelijk pleidooi ten gunste van de ‘superrijken’.
Naast het opsommen van de kwaliteiten van de superrijken –
hardwerkend, creatief, energiek – hamerde Johnson erop dat we hen
vooral moeten bedanken: zij dragen immers via hun belastingsbijdragen
bij tot het heil van de gehele gemeenschap.

Johnsons dieperliggende boodschap is
dat de onrechtvaardige verdeling van de rijkdom uiteindelijk aan
iedereen ten goede komt. Abstracter geformuleerd: de (sociale)
onvolmaaktheden in onze samenleving staan uiteindelijk ten dienste
van een Volmaaktheid. Het lijden heeft zin, de ellende betekenis. Het
pleidooi van Johnson is feitelijk een theodicee.

In Het spook van het kapitaal laat
Joseph Vogl (1957) zien dat een dergelijke theodicee, of beter
‘oikodicee’, aan de oorsprong ligt van het klassieke economische
denken. De economische wetenschap is feitelijk een geseculariseerde
theodicee. De door Adam Smith geponeerde onzichtbare hand van de
markt bijvoorbeeld verbindt onze particularistische, egoïstische
neigingen op een positieve wijze met de notie van het algemeen
belang. De onderliggende gedachte is dat de traditionele ondeugden
uiteindelijk heilzaam zijn voor de gehele samenleving. Vogl stelt:
‘Daarom is de markt niet zomaar een schouwtoneel, maar bij uitstek
de plaats waar de sociale orde tot stand komt: een katalysator die
hartstochten in belangen omzet, maar eigenbelangen transformeert tot
een gelukkige samenhang, en daarbij een natuurwet volgt.’

Vogl toont mooi aan hoe dit soort
denken, deze oikodicee, blijft doorwerken in de hedendaagse
economische theorie. De klassieke en neoklassieke school blijft trouw
aan de idee dat de particuliere gedragingen van spelers in de markt
onder ideale omstandigheden leiden tot een evenwichtstoestand die ten
goede komt aan alle marktactoren. Die idee werd vanaf de jaren
zeventig vooral als leidend beginsel gebruikt om de financiële markten
te analyseren en coördineren. Het einde van Bretton Woods bood
immers ‘de mogelijkheid om juist in het vrije spel van de
financiële markten de ordenende rede van de zuivere marktmechanismen
te kunnen aanwijzen.’

De financialisering van alles

De liberalisering van de financiële
markten leidde tot theoretische innovatie, aldus Vogl. Door de
opkomst van geautomatiseerde optie- en futuresbeurzen trad er een
versmelting op van economische wetenschap, informatietechnologie en
wiskunde. Dit gaf aanleiding tot een hernieuwde interpretatie van de
oikodicee, die vergezeld ging van een haast grenzeloos optimisme.

De eenvoud en de schoonheid van de
formules waaraan de financiële markten schijnbaar beantwoordden
gaven aanleiding tot een wereldbeeld waarin systemen opgevat werden
als spontaan strevend naar evenwicht. Het is een wereldbeeld dat Vogl
posthistorisch noemt. Immers: als evenwichten spontaan tot stand
worden gebracht door de wetten van de markt zelf, dan doen zich niet
langer fundamentele breuken of omwentelingen voor. De toekomst
verschijnt als glad, voorspelbaar en handelbaar.

Maar de liberalisering van de
financiële markten en de opgang van het financiële kapitalisme
gedurende de laatste decennia van de twintigste eeuw hebben ook een
sociaal en maatschappelijk effect zonder weerga. Vooreerst vindt er
een breuk plaats tussen de reële economie en de financiële
economie. Die laatste gaat zijn eigen gang en genereert een proces
dat op geen enkele wijze nog terugkoppelt naar de realiteit. Het
financiële kapitalisme introduceert een grenzeloos en eindeloos
proces van accumulatie dat zijn bestaansreden enkel in zichzelf
vindt. Tegelijk zien we dat dit op zichzelf staande proces steeds
dieper doordringt in de vezels van de maatschappij. Sterker nog,
volgens Vogl reproduceert dit proces de maatschappij.

Onze samenleving wordt
gefinancialiseerd en door de interacties op financiële markten ook
gereproduceerd. Wat we tegenwoordig meemaken is de financialisering
van zowat alles wat er is. Het leven zelf wordt een risico waartegen
men zich indekt en waar vervolgens op gespeculeerd wordt. Vogl
besluit: “Van de verveelvoudiging van de marktrelaties tot de
generalisatie van een ondernemerscultuur, van de vorming van
een menselijk kapitaal tot het economisch maken van elke relatie en
elk verband zien we steeds een proces waarin de ‘financialisering’
van de maatschappij zich voltrekt: een soort nieuw verbond dat
sociale en economische reproductie met elkaar verbindt en het leven
van een maatschappij coördineert met de beweging van het kapitaal.”

Een secularisering van de economie

In het laatste hoofdstuk van Het
spook van het kapitaal
fileert Vogl de economische wetenschap en
haar oikodicee genadeloos. De economische wetenschap is een
wetenschap die achter het scherm van haar eigen wetenschappelijkheid
een normatief kader oplegt aan die economische werkelijkheid. Ze is
met andere woorden performatief van aard. De politieke economie heeft
zelf de gegevenheden geschapen waarvan ze de wetenschap claimt te
zijn. Het produceert de werkelijkheid die het analyseert en doet die
werkelijkheid als norm gelden.

Maar de praktijk ziet er volgens Vogl
helemaal anders uit. Economische keuzes en oordelen zijn nooit
rationele keuzes of kennisoordelen, maar in de eerste plaats
esthetische oordelen. Financiële markten bijvoorbeeld zijn bovenal
gebaseerd op conventies die zelf geen verdere grond hebben. Het is
doxa en geen epistèmè. Vandaar ook dat de schijnbaar rationele
besluitvorming van marktactoren in de praktijk leidt tot
systematische dwaasheid.

In de lijn hiervan pleit Vogl voor een
ont-theoretiseren van de economie. De economie kan en mag niet langer
gezien worden als een homogeen systeem. Veeleer dient de pluraliteit
benadrukt te worden: het geheel van gedragingen, praktijken,
technologieën en cultuuruitingen van waaruit het economische is
opgebouwd moet belicht worden.

In feite pleit Vogl voor een meer
antropologische economische wetenschap die het positivisme achter
zich laat. De economische wetenschap moet opnieuw worden wat ze
behoort te zijn: een menswetenschap en geen exacte wetenschap. Dit
houdt onvermijdelijk ook een secularisering in van de economische
wetenschap. De economische theorie moet gezuiverd worden van de
restanten van de theodicee: noties als voorzienigheid,
zelfregulering, de onzichtbare hand, enzovoorts, dienen radicaal
geschrapt te worden.

Bestseller

In zekere zin sluit Vogl hier aan bij
een oproep die reeds enkele decennia door het intellectuele landschap
echoot. Van Pierre Rosanvallons Le Capitalisme utopique (1999) tot
Hans Achterhuis’ De utopie van de vrije markt (2010): de oikodicee
werd reeds meermaals ontmaskerd als fabel en sinds de crisis van 2007
heeft de keizer al helemaal geen kleren meer aan. De vraag die opkomt
luidt dan ook: voegt Vogls Het spook van het kapitaal nog iets
toe aan dit debat, of herkauwt het een kritiek en een oproep die we
reeds kennen?

Het is moeilijk om hier eenduidig op te
antwoorden. In de kern vertelt Vogl niet zo veel nieuws. Maar de
manier waarop Vogl zijn punt maakt, de auteurs en bronnen die hij
noemt en de stijl waarin hij zijn betoog opbouwt zijn vrij
spectaculair te noemen. De relaties die hij weet te leggen tussen
economische theorie, filosofie, geschiedenis en literatuur getuigen
van een grote eruditie, waarmee hij het debat ontegensprekelijk
verrijkt. In die zin is dit boek meer dan het lezen waard en vormt
het een niet te miskennen bijdrage aan het debat.

Toch nog één noot van kritiek. Het
spook van het kapitaal mag dan wel een boek zijn dat zich richt op
een breder publiek, Vogl schrijft allerminst gemakkelijk. Het boek is
doorspekt met neologismen en jargon, de zinsconstructies zijn soms
erg complex en de lezer wordt op momenten aan zijn lot overgelaten.
Bovendien verwacht Vogl veel voorkennis van zijn lezers, en dat op
zeer uiteenlopende terreinen. Het boek is kortom geen easy
reading. En dat is een beetje jammer, want dit euvel kon makkelijk
verholpen worden door wat redactionele ingrepen en een iets meer
didactische opbouw en uitwerking.

Maar ondanks de taaie intellectuele
brok die Het spook van het kapitaal is, werd het boek toch een
bestseller in Duitsland. Het kan gelezen worden als een extra
argument voor Vogls betoog: ook de boekenmarkt beantwoordt niet aan
rationele en vooropgestelde patronen. Moeilijke boeken kunnen ook
bestsellers zijn. En gelukkig maar.

Deze recensie verscheen eerder op de recensiewebsite www.dereactor.org 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!