Opinie, Politiek -

De lessen van Homans: hoe smoor je kritiek

Eergisteren waren we bevoorrechte getuigen van de uitgekiende communicatiestrategie van N-VA. Liesbeth Homans zat in Terzake aan tafel met professor-emeritus Jan Vranken, een gerenommeerd expert in armoede en sociale uitsluiting. Ico Maly analyseert hun debat.

vrijdag 25 april 2014 15:47

Liesbeth Homans heeft ons eergisteren lessen gegeven in plat en oneerlijk populisme. Ze heeft kritiek de mond gesnoerd zonder één enkel inhoudelijk element. Ze heeft ‘effect’ gegenereerd. En dat effect werd ondersteund door de journalist en het format van Terzake.

Wat aangekondigd werd als een debat over dat boek, werd een politieke afrekening die gestoeld was op slagen onder de gordel en die geen inhoudelijke argumentatie naar boven bracht. Toch moesten we blijkbaar met zijn allen de illusie hebben dat we uitstekend geïnformeerd werden. Dat we een eerlijk debat ten gronde hadden aanschouwd. Niets is minder waar.

De architectuur van Terzake

Vooraleer we naar de communicatie van Homans zelf kijken, dienen we eerst de algemene context van communicatie belichten. Homans werd immers een handje geholpen door Terzake zelf en dat op twee manieren.

Ten eerste kregen de kijkers een ‘overzicht’ geserveerd van het sociale beleid van Homans. Dat overzicht was een aaneenschakeling van voorgaande mediamomenten over dat beleid. En nogal wat van die momenten tonen ofwel Homans zelf aan het woord, of zijn door Homans en haar partij gestagede media-interventies.

We denken bijvoorbeeld aan de lessen die Homans wou trekken uit Nederlandse voorbeelden. Homans mag in dat voorfilmpje constant herhalen dat haar beleid niet asociaal is, dat werken en leren de ideale manieren zijn om uit de armoede te ontsnappen. In dat voorfilmpje figureerde geen enkele intellectueel die uitvoerig de kritiek uittekende op het beleid van Homans.

De kritiek werd samengebald in wat straffe oneliners, die daardoor meteen  ongenuanceerd overkomen, want botsend met de perceptie en met het discours van Homans zelf. Die laatste onderstreepte de stijging van de budgetten voor armoedebestrijding en het feit dat ze armoede doortastend wil aanpakken, dat er rechten en plichten nodig zijn.

Kortom, het voorfilmpje is gebaseerd op de mediarealiteit, niet op de wetenschappelijke realiteit. Het toonde niet alleen de visie van Homans op zichzelf en haar beleid, het toonde ook haar antwoorden op de ‘felle kritiek’. Homans start zo met een serieuze voorsprong aan de lijn.

Ten tweede speelt de algemene architectuur van een programma als Terzake onvermijdelijk in het voordeel van Homans. Die architectuur, of beter het format, is gericht op sensatie, niet op informatie. We zien sinds de jaren negentig een evolutie naar sneller en sneller. Informatieformats zijn in die periode sterk geïnjecteerd met entertainmentformats. Het doel is het opkrikken van de kijkcijfers.

Interviews duren daarom niet langer dan een vijftal tot maximum tien minuten en worden steeds afgewisseld met filmpjes of met interviews op locatie. De kijker moet immers geboeid blijven. Liever dan interviews wil men scherpe zwart-wit-debatten. Dergelijke algemene architectuur speelt onvermijdelijk in het voordeel van de geslepen politica, niet van de wetenschapper die wil informeren. Want in zo’n format is geen ruimte voor informatie, argumentatie of de uiteenzetting van een analyse. Er is enkel maar ruimte voor polarisatie en oneliners.

Populistische politici communiceren op maat van dergelijke formats en geraken weg met alles wat ze zeggen. Er is immers geen ruimte voor echte tegenargumentatie, enkel voor ‘tegen-oneliners’.(1)  

Nu we de context van de communicatie geschetst hebben, kunnen we inzoomen op de communicatieve tour de force van Homans.

 

Eén boodschap, en herhaal ze alsof het dé waarheid is

De eerste vraag van Lieven Verstraete zette meteen de lijn uit voor het verder gesprek: “Beste professor Vranken, zit hier (verwijzend naar Homans) Thatcher aan de Schelde?” Meteen moest Vranken corrigeren. Vooraleer hij effectief iets kan zeggen over wat hij in zijn boek schrijft, moet hij uitleggen wat hij niet in het boek schrijft. Dat gaat niet zozeer over de persoon Homans, het gaat over het sociale beleid dat in het laatste jaar in Antwerpen wordt gevoerd. Thatcher aan de Schelde is dan ook niet de benaming die Vranken aan Homans toeschrijft, maar een metafoor voor het algemene sociale beleid.

Die boodschap van Vranken ‘pakt’ niet bij de journalist, want ook de volgende vraag van Verstraete duwt Vranken terug in hetzelfde motief. “Maar zijn er gelijkenissen tussen mevrouw Homans haar beleid en dat van Thatcher”, wil Verstraete weer weten.

De derde vraag is voor Homans en blijft in hetzelfde motiefje hangen: ‘Voelt u zich de Thatcher van de Schelde’. Uiteraard wordt dit met ‘nee’ beantwoord. Homans vervolgt meteen met de boodschap dat als Vranken met Thatcher echter bedoelt dat er meer geld gaat naar armoedebestrijding, ze dat label wel aanvaardt.

Zo ontstaat binnen de eerste minuut het idee dat Vranken in eerste instantie een boek geschreven heeft over Homans en dat dominante motief zal dankbaar uitgespeeld worden door Homans. Bovendien benadrukt ze dat onder haar er meer geld is voor armoedebestrijding.

Nog voor Vranken één argumentatie kon uiteenzetten, maakte Homans haar twee centrale punten: (1) U weet niets over mij. U schrijft dat mijn beleid gebaseerd is op mijn persoonlijke geschiedenis, maar u kent mij niet. Dit is de eerste keer dat wij elkaar spreken. (2) We investeren meer middelen in armoedebestrijding dan de vorige beleidsmakers.

Hierdoor kan Homans vrij snel haar derde motief inbrengen. “Dit is een ideologisch pamflet, daar is niets fout mee, maar geef het dan ook gewoon toe”. Meteen wordt de emeritus professor herleid tot een ideoloog en zijn werk tot ideologie, wat in de volksmond gelijkstaat met niet-wetenschappelijk. In P-magazine ging Homans nog een stapje verder. Daar stelde ze het onomwonden voor alsof Vranken in werkelijkheid in dienst was van de PVDA.

De onderliggende suggestie is natuurlijk dat ideologie een impact zou hebben op de argumentatie en dat die impact van dien aard is dat er geen enkele tegenargumentatie meer nodig is. N-VA gebruikt die tactiek al jaren met glans: elke kritiek is ideologisch en dus moet ze niet beantwoord worden. Een doorzichtige, maar krachtige retorische truc.

 

Wat hebben we geleerd?

Het debatje op Terzake heeft ons voor de zoveelste maal duidelijk gemaakt dat de zogenaamde zender voor de meerwaardezoeker ons in feite niets informatief bijbrengt. Meer nog, we zijn uitstekend gedesinformeerd geweest. De aandacht werd getrokken op de bijzaak en die bijzaak werd vervolgens gekarikaturaliseerd en vakkundig afgemaakt. De ware boodschap van Vranken werd bedolven onder de kwinkslagen, de voorbereide oneliners en strategische aanvallen van Homans.

Gemiddeld Vlaanderen denkt nu, met steun van talloze andere media die het debat reproduceren, dat Vranken een boek geschreven heeft over Homans zelf en over de relatie tussen haar persoonlijk verleden en haar beleid. En dat dit een ideologisch pamflet zou zijn in plaats van een gedegen analyse.

Daarom even enkele feitelijke gegevens. Het boek van Vranken telt 232 pagina’s. De ‘persoonlijke geschiedenis’ van Homans komt aan bod op pagina 15, 16 en 17. Het betreft een lang uitgerekt citaat van 1,5 pagina van Homans zelf, een halve pagina inleiding van Vranken en 1 pagina problematisering van het citaat. Het citaat zelf is een opstapje naar de ware inhoud van het boek van Vranken.

Thatcher van de Schelde gaat over sociaal beleid, over armoede en sociale uitsluiting, over (dis)continuïteit van het beleid over de jaren heen, over de rol van het OCMW in het armoedebeleid, over het middenveld, over verdeel- en heersbeleid, over gezondheid in de stad, over racisme, over de arbeidsmarkt, over flexibilisering, enz. Het boek geeft cijfers, het heeft 150 voetnoten naar rapporten, beleidsplannen, wetenschappelijke boeken enz. Het is een onderbouwd boek dat verdient gelezen te worden en dat een ernstig maatschappelijk debat vraagt.

En waar gaat het boek niet over? Dat wordt in de eerste alinea zo geduid:

“Een catchy titel kan de lezer(es) op het verkeerde been zetten. Dat een boek met ‘Thatcher’ in de titel over een persoon gaat bijvoorbeeld. Natuurlijk is een verwijzing naar de ‘IJzeren Dame’ nooit ver weg. Maar de reikwijdte van dit verhaal is heel wat breder. Het gaat over het opduiken in het Antwerpse stadsbeleid van een visie op mens en samenleving die voor eeuwig en een dag met de naam van de voormalige Britse premier zal verbonden blijven: het Thatcherisme. Een correctere titel zou dus zijn: Thatcherisme aan de Schelde. Maar dat klinkt niet zo goed.”

Homans heeft ons eergisteren lessen gegeven in plat en oneerlijk populisme. Ze heeft kritiek de mond gesnoerd zonder één enkel inhoudelijk element. Ze heeft ‘effect’ gegenereerd. En dat effect werd ondersteund door de journalist en het format van Terzake. Niet de informatie hebben we onthouden, maar de spinning. En die spinning doet ons het omgekeerde geloven van wat de feiten uitwijzen. De spinning laat ons naast de feiten kijken: ze produceert dus desinformatie.

In plaats van de lessen van Homans te onthouden, zouden we beter die van Bourdieu tot ons nemen. In zijn boekje Over televisie, dat door menig journalist, ook in ons land, verketterd werd als onrealistisch en – daar gaan we weer – ideologisch, stelde hij dat er pas kan geïnformeerd worden als de architectuur van het programma zich daartoe leent. En net daar zit het probleem vandaag. De formats zijn geënt op kijkcijfers genereren, niet op het informeren van mensen. En daarbij winnen slechts één soort spelers: demagogische populisten.

 

Bronnen:

(1) Wie hier meer over wil lezen raad ik o.a. het boekje Ik stel vast aan, van Jan Blommaert, nu gratis te downloaden op zijn blog: http://jmeblommaert.wordpress.com/2014/04/24/ik-stel-vast-politiek-taalg…,. Verder is er het werk van John B. Thompson, zoals The media and modernity, Ideology and modern culture of Political Scandal. En natuurlijk kan Over televisie van Pierre Bourdieu hier niet ontbreken.

 

Ico Maly (1978) is doctor in de cultuurwetenschappen. Hij is coördinator van Kif Kif en gastprofessor Politiek en Cultuur aan het Rits. Hij schreef o.a. N-VA | Analyse van een politieke ideologie (EPO, 2012) en De beschavingsmachine. Wij en de islam (EPO, 2009). Samen met Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub schreef hij het boek Superdiversiteit en Democratie (EPO, 2014) . 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!