Burgerlijke verkiezingslogica ontkracht

Met een oproep aan de jeugd (o.a. via Benny Mee, Ieders Stem Telt en Formaat) poogt men om burgerlijke waarden op te dringen aan een generatie die geen baat meer heeft bij de institutionele politiek. Het hersenspoelen van jonge mensen zorgt ervoor dat diezelfde jongeren op oudere leeftijd denken te weten wat goed is wanneer het op verkiezingen aankomt: "Stemmen is enorm belangrijk!" Was het maar zo eenvoudig...

woensdag 23 april 2014 18:51

Omdat jongeren geen boodschap hebben aan dezelfde burgerlijke nonsens die al decennialang schering en inslag zijn en hierdoor ons politieke denkvermogen in een wurggreep houden, volgt hier een andere vorm van
“educatie”. Het komt ongeveer hierop neer: u bent niet slimmer of beter
wanneer u gaat stemmen. Men zou zelfs het tegendeel kunnen opwerpen.

Laten we de puntjes eens overlopen waarmee men poogt jongeren te sensibiliseren.

01. Je mening telt. Geef ze dus.

Je mening is niet af te leiden uit een stemformulier. Stemmen gaat dan
ook niet over een mening, maar over een bolletje kleuren dat niet meer
wil zeggen dan “+1 voor partij of persoon X”. Indien politici
geïnteresseerd zouden zijn in je mening (wat uiteraard kan), is het
overigens een vreselijk moeilijke bevalling om hierover te communiceren.
Menig politicus heeft de tijd, energie of zin niet om alle meningen van potentiële
kiezers te overwegen en beantwoorden. Dat komt omdat er veel te weinig
politici zijn voor veel te veel mensen. De oplossing hiervoor is niet om meer politici aan de macht te helpen, maar om je eigen politicus zijn. Enkel jij vertegenwoordigt je belangen, niemand anders.

02. Je stem bepaalt mee het beleid van de komende jaren.

Het enige wat je stem doet, is een bepaalde partij of politicus (een)
zetel(s) bezorgen. Wat die partij of politicus dan doet, is compromissen
maken met andere partijen en politici zonder ooit echt te bekomen wat
men beloofde te doen. De kleur of koers van een beleid wordt hoofdzakelijk bepaald door
mensen, organisaties en bedrijven die achter de schermen ageren, niet
door jouw stem. Jouw stem werkt alleen maar als een excuus om alle politieke besluiten goed te praten, want onze politici zijn tenslotte legaal (namelijk door jouw stem) aan de macht
gekomen – dat geldt zowel voor de meerderheid als voor de oppositie (want ook de oppositie beschikt over macht).

03. Zo kan je jezelf niet verwijten dat je had kunnen meebeslissen.

Je had sowieso niet kunnen meebeslissen en je hoeft jezelf dan ook niets
te verwijten: je geweten is zuiver. Wat beslist wordt, staat volledig buiten jouw invloed. Je
kan jezelf beter verwijten wel gestemd te hebben, want jouw stem zal
gebruikt worden om bepaalde misstappen in jouw schoenen te schuiven: jij hebt mogelijk ingestemd met het beleid.

04. Anders geef je politici de vrijheid om te doen en laten wat ze willen.

Dat doe je hoe dan ook. Eens men een mandaat heeft, is het zeer
uitzonderlijk dat dit wordt ontnomen. Politici hebben dus gedurende vijf
of zes jaar een enorm grote vrijheid om te doen en laten wat ze willen.
Bovendien kost het heel wat tijd en energie om te achterhalen of de
partij of politicus waarop je stemde doet wat van haar/hem verwacht
wordt. De controle hierop is dan ook vrijwel onbestaande, waardoor diezelfde politici of partijen makkelijk opnieuw aan de macht kunnen komen.

05. Je wil niet om het even wie aan de macht zien.

Dat is meestal correct, ook al gaat het vaak om relatief kleine
verschillen. Een rechtse of linkse regering blijft beleid maken
binnen de instituties en verandert doorgaans niets fundamenteel. Een
belastingverschuiving hier, een kleine hervorming daar, maar grote
structuren (zoals kapitalisme, constitutioneel-parlementaire democratie,
corporatisme, economische globalisering, staatsgrenzen, milieuverontreiniging) blijven volharden. Is het overigens niet mogelijk dat je niemand aan de macht wil zien?

06. Anders verspeel je het morele recht straks te zeuren over het beleid.

Het is heel erg belangrijk om aanstoot te nemen aan
dergelijke uitspraken omdat ze een superioriteitsdenken
proberen op te dringen door in te spelen op het moreel
verantwoordelijkheidsgevoel. Wat men hier beweert, is dat je geen individu meer bent waarnaar
geluisterd moet worden wanneer je niet gaat stemmen. Dergelijke totalitaire houding kan makkelijk worden gecultiveerd omdat jongeren vatbaar zijn voor het verwijt “onverantwoordelijk” te zijn. Wanneer onverantwoordelijkheid samenvalt met “niet stemmen” en verantwoordelijkheid met “wel stemmen”, is de keuze natuurlijk snel gemaakt, want wie wil er nu bewust onverantwoordelijk zijn?

Wat men in dergelijke manipulatieve constructie vergeet, is dat iedereen die wel gaat stemmen, willens nillens ook heeft
ingestemd met de methode van het stemmen. Dat betekent dat stemmers
ook instemden met alle hieraan verbonden risico’s: een beleid dat niet naar hun zin is, je
persoonlijke voorkeur die in de oppositie terechtkomt of een gedeelde
regering waarin compromissen gemaakt worden met een partij die je niet
aan de macht wou zien. Verlies je dus niet net zelf het “morele recht” om achteraf te zeuren? Je wist namelijk op voorhand dat een
constitutioneel-parlementaire democratie nu eenmaal zo werkt. Wie niet gaat stemmen, heeft
met andere woorden en ontegensprekelijk het “morele recht” om wél te zeuren over het beleid, meer
dan (maar uiteraard niet exclusief) zij die wel gaan stemmen. 

07. Er wordt beweerd dat jongeren tussen 18 en 25 niet geïnteresseerd zijn in politiek. Bewijs het tegendeel.

Het tegendeel kan je veel beter bewijzen door op straat te komen, door
actiecomités op te richten, door je te organiseren en gezamenlijk je
eigen toekomst uit te stippelen. Je bewijst helemaal niets door te gaan
stemmen omdat je door te stemmen niet de minste blijk van interesse
geeft. Interesse meet je niet door het aantal stemmers op te tellen
tussen 18 en 25 jaar. Velen gaan gewoon stemmen omdat het moet of omdat ze
denken op die manier aan hun politieke verantwoordelijkheid / burgerplicht tegemoet te
komen. Wie echt geïnteresseerd is in politiek,
gaat niet mee in het parlementaire en electorale spelletje van de oudere
generaties, maar brengt politiek terug naar het volk, naar de straten,
naar de werkvloer en naar culturele evenementen. Zo bewijs je het tegendeel, niet door te stemmen.

08. Jonge mensen hebben het meeste te winnen of verliezen bij
verkiezingen aangezien zij later langer moeten leven met de gevolgen
ervan.

Hoewel hier een grond van waarheid in zit, is de voorafgaande
veronderstelling manipulatief: verkiezingen zijn niet de enige politieke
macht die we hebben. Meer zelfs, ze zijn de meest zwakke en waardeloze
vorm van politieke invloed. Wie inzit met haar/zijn toekomst gaat niet
vertrouwen op het beleid dat uitgestippeld wordt, maar gaat proberen
hier zelf een rol in te spelen. Niet door jezelf verkiesbaar te stellen.
Niet door te gaan lobbyen. Niet door het eigen gewin na te streven en
in die context te doen alsof de regels niet op jou van toepassing zijn.
Zelf een rol spelen, betekent een eigen politieke verantwoordelijkheid opnemen in alles wat je doet, beslist en zegt.

09. Je mag blij zijn dat je in België mag stemmen en dat tijdens eerlijke verkiezingen. Dat is zeker niet overal evident.

Meer van hetzelfde burgerlijke superioriteitsdenken als in punt zes. Alles is relatief als
je België vergelijkt met de rest van de wereld. Wanneer je de zaken zo
bekijkt, horen wij over niets te klagen. Dat wij uitbuiting en
onderdrukking in stand houden in binnen- en buitenland, is blijkbaar
bijzaak. Nochtans gaan de zaken ook in België
niet al te goed. De zelfmoord- en depressiecijfers zijn bij ons van de
hoogste ter wereld. Ook is er een stijging van onverdraagzaamheid,
werkloosheid en economisch opportunisme waar te nemen, evenals een
groter wordende kloof tussen arm en rijk. De burgerlijke
zelfgenoegzaamheid is dan ook misplaatst en ronduit wansmakelijk. Dat we
ons pogen te sussen met “eerlijke verkiezingen” is zielig en toont het
gebrek aan inhoudelijke argumentatie. Verkiezingen zoals we die bij ons
kennen, zijn inderdaad beter dan geen of corrupte verkiezingen, maar het zijn
louter nuanceverschillen – de elites bij ons zijn gewoon “legaler”. Dat
heeft echter niets met democratie te maken en we moeten dus ook niet doen alsof België hierin te bewonderen valt.

10. Je komt nog eens buiten en kan een babbeltje doen met mensen uit de buurt.

Ga eens naar een betoging. Neem eens deel aan actiecomités of
discussiegroepen. Zet eens een lokaal project op poten met je buren. Allemaal
veel socialer dan een bolletje gaan kleuren.

Het moet gedaan zijn met dergelijk burgerlijk paternalisme op jonge
mensen los te laten wanneer het aankomt op verkiezingen. Problemen moet
je aanpakken, niet doorschuiven. Wanneer je ze niet kan aanpakken door
geld-, energie- of tijdsgebrek, moet je de mogelijkheid hebben om erover
te communiceren via rechtstreekse contacten. Politieke desinteresse is
geen probleem van Generatie Y, maar evenzeer van de babyboomers en
Generatie X. Hun politieke participatie beperkt zich tot stemmen tijdens
verkiezingen en de installatie van allerhande ondemocratische
mechanismes (van de nadruk op verdienstelijkheid en efficiëntie tot de
invloed van geld en wetenschap). Generatie Y kan zich opwerpen als een
frisse wind, zoals de babyboomers dat ooit ook deden. Wie weet effenen we een nieuw pad dat Generatie Z over een half
decennium kan gaan beoordelen en al dan niet verder verkennen. Of we kunnen gewoon gaan stemmen en onze toekomst uit handen
geven aan het grote geld, de particuliere belangen van bedrijven en
overheidsinstellingen en de grillen van de markt.

Stem dus liever niet. Denk en doe gewoon zelf.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!