De potgrond van het nationalisme

De potgrond van het nationalisme

Waarom scoren nationalistische partijen als het Vlaams Belang en N-VA de laatste decennia zo goed? De onderdrukking van de Vlamingen is toch voorbij? We leven toch in een globaliserende wereld, waarbij de landsgrenzen langzaamaan vervagen op politiek en op economisch vlak? Toch houden nationalistische partijen vast aan welomschreven regels om erbij te mogen horen. Maar zijn deze regels wel goed gekozen? En wie stelt ze op?

vrijdag 18 april 2014 14:13

‘Minder, minder, minder!’. Vijftig jaar geleden openden we
onze landgrenzen voor Turkse en voor Marokkaanse gastarbeiders. Toen luidde het
nog ‘meer, meer, meer!’. Maar wat willen we nu eigenlijk? Wel, heel simpel: we
willen een geoliede, efficiënte maatschappij. Volgens het nationalisme lukt dit
het best via het credo ‘eigen volk eerst’. Deze visie is echter even
voorbijgestreefd als de Goddelijke almacht van de ‘onzichtbare hand’.

Tweezijdige spiegel

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de boosdoener in
dit land? Vaak wijzen we met de vinger naar de ‘allochtonen’ die zich maar niet
inburgeren. Maar net zoals er voor iedere wijzende vinger drie vingers
terugwijzen, is dit een tweezijdige spiegel.

Ten eerste worden de allochtonen door deze wijzende vingers
in de hoek gezet, waardoor een self-fulfilling prophecy ontstaat. De
allochtonen gaan zich nog meer als ‘zij’ tegenover ‘wij’ gedragen. Niet zonder
toeval vertelt psycholoog en Hoogleraar Paul Verhaeghe in zijn boek Identiteit, dat de interactie met je
omgeving grotendeels bepaalt wie je bent. De cirkelredenering van het
nationalisme creëert dan ook voor een deel haar eigen problemen, en dus
eigenlijk ook een deel van haar eigen programma.

De tweede zijde van deze spiegel toont ons eigen gelaat, dé
Vlaming. Onze identiteit is echter meer dan dat. De identiteit van een Vlaamse
arbeider is waarschijnlijk anders dan deze van een rijke Vlaamse zakenman. Het
nationalisme benadrukt de breuklijnen van taal en cultuur, terwijl de
socio-economische breuklijnen grotendeels worden miskend (“rijk of arm, we zijn
toch allemaal Vlamingen”). En dat is een relatief arbitraire keuze.

Moeten we toekijken hoe een minderheid van de immigranten
misbruik maakt van onze welvaartsstaat? Nee. Moeten we daarentegen toekijken
hoe een minderheid van de Vlamingen immigranten wantrouwt en hen van hun
cultuur wil ontdoen? Nogmaals negatief.

Een goede gastheer ontvangt zijn gasten met open armen, en
laat hen toe zichzelf te zijn. Een goede gastheer is ook assertief wanneer een
gast misbruik maakt van zijn goedheid. Vlaanderen is helemaal geen goede
gastheer. Vlaanderen negeert of miskent haar gasten. Laten we nogmaals in de
spiegel kijken. Wat zou jij doen als er elders een betere toekomst lonkt voor
jou en je kinderen?

Vlaanderen biedt enerzijds een aantrekkelijk perspectief,
maar anderzijds behandelen we heel wat van de immigranten als
tweederangsburgers. Vreemder kan toch niet? Waar we naartoe moeten is een
samenleving met strikte regels voor immigratie, maar met meer respect voor de
persoon en de cultuur achter de immigrant. Dit respect
dient echter wederzijds te zijn. Het spiegelpaleis vol vervormde waarheden moet
plaats maken voor een oprechte dialoog.

De cocon van de
consumptie

Het ware probleem ligt verborgen in ons huidige wereldbeeld.
In het Westen is het economische domein binnengedrongen in alle andere
maatschappelijke domeinen. De economie beslist hoe we omgaan met het milieu en
met onze medemens. We willen steeds hoger klimmen op de bedrijfsladder. We
willen steeds meer verdienen, om steeds meer te consumeren, om aan de
buitenwereld te tonen hoe hoog we ondertussen geklommen zijn. Ook zij zonder torenhoge
ambities worden meegezogen in deze negatieve, zichzelf voedende spiraal. “Laat
mij gewoon mijn werk doen, ik heb hier geen tijd voor, ik moet vooruit”.

Sommigen – zoals Jordan Belfort, de echte ‘Wolf of Wall
Street’ – zeggen dat geld een probleem is dat opgelost moet worden, dat
voldoende geld nodig is om gelukkig te zijn. Ik ga hiermee akkoord, maar daden
zeggen meer dan woorden. Ironisch genoeg betekent ‘voldoende’ eigenlijk ‘steeds
meer’. Steeds meer verdienen en steeds meer uitgeven.

Wat Steve Stevaert ooit zei over de commotie rond het Vlaams
Belang: “als je een gat uit een haag probeert te knippen wordt het alleen maar
groter”, is ook een metafoor voor ons huidige wereldbeeld. We willen een steeds
grotere haag (lees: vermogen) omdat het gat dat we erin knippen (lees:
consumptie) steeds groter wordt. En de reusachtige hagen van sommigen – of
alleen al de ambitie op zich – zorgen ervoor dat we minder oog hebben voor onze
buurman.

In plaats van een middel werd geld een doel op zich. We
razen als gekken vooruit. De wereld om ons heen enkel is enkel van belang als
deze ons helpt in ons pijlsnelle avontuur. Voor dialoog of voor overleg is er zelden
tijd. Als je meewerkt: “OK”. Als je moeilijk doet, een volmondige “nee!”. We
kijken de mensen vooral vanuit de ooghoeken aan, anders botsen we misschien
ergens tegenaan. We willen alles vluchtig afhandelen. Zo kunnen we terug
‘vooruit’.

Het credo van het kapitalisme is ‘meer, meer, meer!’, maar
we willen meer van het verkeerde zeer. We hebben gewoon de tijd niet meer om
mensen écht te leren kennen. Behalve diegenen die ons, of onze bedrijven kunnen
verreiken… Verrijken bedoel ik.

Wanneer we enkel vluchtig bekeken worden, verliezen we
stilaan onze identiteit. En deze leegte kunnen we niet blijven opvullen met
dure kleding en met grote vervuilende auto’s. We moeten veranderen hoe we over
de wereld om ons heen nadenken. We moeten op zoek gaan naar meer Bruto Nationaal
Geluk, in plaats van naar louter meer Bruto Nationaal Product.

Spiegels gebroken en hagen gesnoeid. Hopelijk herkennen we
een stukje van onszelf, wanneer we opnieuw recht in de ogen van onze buren kunnen
kijken. Om het even welke nationaliteit deze buren ook mogen hebben.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!