Afrikaanse jongeren willen geen boer meer worden

Afrikaanse jongeren willen geen boer meer worden

Afrikaanse jongeren voelen er steeds minder voor om boer te worden. Met een baan in de stad hopen ze meer te verdienen. Zo komt de eigen Afrikaanse voedselproductie in gevaar.

zaterdag 5 april 2014 10:56

De
vader van de 19-jarige Ketsela Negatu uit Ethiopië is geitenboer.
Hij woont niet ver van de hoofdstad Addis Abeba. Ketsela weigert in
de voetsporen van zijn vader te treden. “Ik ga naar de stad en
probeer daar werk te vinden”, zegt hij. “Ik weet niet wat
ik ga doen, maar ik wil een baan die beter betaalt, zodat ik een goed
leven heb.”

Niet
alleen in Ethiopië, maar in heel Afrika zijn veel meer jongeren
zoals Ketsela. De plattelandseconomie levert weinig op en de
vooruitzichten zijn niet erg rooskleurig. Jongeren trekken daarom
naar de stad. De bezorgdheid groeit dat er niet genoeg gedaan wordt
om deze jongeren, die een groot deel van de beroepsbevolking
uitmaken, bij de voedselproductie betrokken te houden. De sector kan
namelijk niet zonder nieuwe aanwas, wil het continent honger
succesvol bestrijden en toegang krijgen tot wereldwijde
voedselmarkten.

“Afrikaanse
jongeren worden onvoldoende gestimuleerd om in de landbouw aan de
slag te gaan”, zegt Gebremedhine Birega van de ngo East and
South African Food Security Network. “Jonge boeren hebben goede
prijzen nodig voor goede producten, anders raken we ze kwijt aan de
stad.”

Het
aandeel jongeren in de beroepsbevolking is in Afrika ten zuiden van
de Sahara met ongeveer 35 procent het hoogst in de wereld. In
Noord-Afrika maken jongeren 40 procent van de beroepsbevolking uit,
in India 30 procent, in China 25 procent en in Europa 20 procent. De
Wereldbank schat dat 60 procent van de groei van de wereldwijde
beroepsbevolking tussen 2010 en 2050 voor rekening van Afrika komt.

Commerciële
landbouw

Hoewel
de economische groei in Afrika ten zuiden van de Sahara naar
verwachting 6,3 procent zal zijn in 2014, stelden experts tijdens een
regionale conferentie van de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de
VN) onlangs in Tunis, dat de snelle groei zich niet genoeg
vertaalt in werkgelegenheid voor Afrikaanse jongeren.

Volgens
Gerda Verburg, voorzitter van het Committee on World Food Security,
kan sterkere commercialisering van de landbouw werkloze jongeren op
het platteland vooruithelpen en leiden tot een productieve en
winstgevende landbouwsector. Dat komt de voedselzekerheid ten goede
en biedt jongeren werk en inkomen.

“We
moeten af van de plattelandsmentaliteit dat boeren een laatste optie
is. Om het verlies aan arbeid te voorkomen, moeten we proberen de
financiële vooruitzichten voor mensen die in de landbouw werken, te
verbeteren”, zei Verburg.

Economische
groei op het continent en de veranderende dieettrends bij de
opkomende middenklasse in Afrika bieden ook aantrekkelijke en
lucratieve waardeketens voor jonge producenten in de landbouw, zei
FAO-directeur José Graziano da Silva. “Er ontstaan nieuwe
markten, zoals aquacultuur, waar we goede groeipotentie zien. Met
extra investeringen in deze groeimarkten ontstaan er ook meer kansen
voor jongeren.”

De
groei van de elektriciteitsvoorzieningen op het platteland zal naar
verwachting ook helpen jongeren vast te houden en tegemoet te komen
aan hun behoefte aan een moderne levensstijl. Daarbij horen ook
internet en andere communicatiemogelijkheden. Momenteel heeft slechts
10 procent van de huishoudens in Afrika ten zuiden van de Sahara
elektriciteit.

Cheikh
Ly, secretaris van de regionale FAO-conferentie, noemde de slechte
elektriciteitsvoorziening als een belangrijke factor voor jongeren om
te vertrekken. “Elektriciteit is een noodzaak voor de
plattelandseconomie. Zonder betrouwbare elektriciteitsvoorziening is
geen moderne landbouwproductie mogelijk. We zullen ook jongeren
kwijtraken van het platteland als we niet zorgen voor goede netwerken
voor mobiele telefonie en internet.”

Lage
productiviteit

In
2003 beloofden Afrikaanse leiders tijdens een bijeenkomst in Maputo
al hogere investeringen in de landbouw. Minimaal 10 procent van het
nationale budget zou daaraan besteed worden. Van de 54 landen in
Afrika hielden maar 9 zich aan deze belofte: Ghana, Burkina Faso,
Malawi, Mali, Ethiopië, Niger, Senegal, Kaapverdië en Guinea.

Lage
investeringen leiden tot een lage productiviteit en hinderen de
Afrikaanse landbouw, de sector waar ongeveer 60 procent van de
Afrikaanse beroepsbevolking werkt. De sector is echter slechts goed
voor 25 procent van het totale bruto binnenlandse product van het
continent. Volgens David Adama van Action Aid International,
ontbreekt het aan politieke wil bij Afrikaanse leiders om de landbouw
naar een hoger plan te tillen.

“Holle
woorden vullen geen lege magen”, zegt hij. “Afrikaanse
regeringen moeten hun beloften houden en meer investeren in de
landbouw.” Die investeringen moet meer gericht zijn op steun aan
de miljoenen kleine boeren die het overgrote deel van het Afrikaanse
voedsel produceren, zegt hij.

De
kansen liggen volgens experts voor het oprapen. Afrika zou 50 procent
van de vruchtbare, ongebruikte landbouwgrond in de wereld bezitten,
terwijl buitenlandse investeringen in de Afrikaanse landbouw volgens
cijfers van de Wereldbank in 2020 hoger zullen zijn dan 45 miljard
dollar. De Afrikaanse jeugd voelt de aantrekkingskracht van een
nieuwe “landbouwrenaissance” op het continent echter nog
niet. “Ik zou hier blijven als het beter werd. Als dat niet
gebeurt, probeer ik echter iets beters te zoeken in de stad”,
zegt Ketsela.

Matthew
Newsome

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!