Opinie, Samenleving, België - Mark Selleslach

Waar naartoe met zorg en welzijn in Vlaanderen?

Mark Selleslach, nationaal secretaris Non-Profitsect is verontwaardigd over het Vlaamse kinderopvangbeleid. De zaak van kinderopvang "Baby-Bell" is exemplarisch. Het zette van de ene dag op de andere de kindjes en hun ouders voor een gesloten deur. Eén dag later weer open. Hip Hip Hoera!

vrijdag 4 april 2014 15:11

Open brief aan de Vlaamse
volksvertegenwoordigers

1 april 2014 was een leerrijke dag.
Niet door een aprilvis deze keer, maar door een
bikkelhard poker met
kindjes en hun ouders. Het soort nieuwsbericht waarbij je je
verslikt
in de ontbijtkoffie. Van de ene dag op de andere sluit een
groot zelfstandig kinderdagverblijf
in Roeselare (236 plaatsen) de
deuren. De opvang stopt ermee, de deur is potdicht.

Op de vooravond wel even aangekondigd
op Facebook, in een zwarte pseudo-overlijdensbrief. “Moet kunnen”
heeft de uitbaatster misschien gedacht, daarbij een heel
boos vingertje opstekend naar de
vermeende schuldigen bij Kind en Gezin en de Vlaamse
regering. Eén
dagje later is de opvang gewoon weer open. Niets meer aan de hand?

Roeselare was begrijpelijk in rep en
roer, gevolgd door alle media, en de volksmond in de
rest van
Vlaanderen. Hot News. Goed gemikt en raak geschoten. Want niets is
zo
mediageniek als kindjes op de arm van de wanhopige mama voor een
gesloten opvangdeur.

Verbazing en verontwaardiging alom,
maar waarover?

Over het feit dat het ongehoord en
ongezien is in beschaafd Vlaanderen om mensen van de
ene dag op de
andere koudweg zonder zorg te zetten, om welke reden dan ook?

Ik heb het
in de media nergens
gehoord, nergens gelezen. Niet één perscommentaar vroeg zich af of
een totale lock-out van baby’s en hun ouders voortaan een
aanvaardbaar wapen is in onze
samenleving?

Of de aanleiding ervan een dispuut
zou blijken te zijn tussen de zelfstandige
uitbaatster en Kind en
Gezin, of eerder een poging om de echte problemen in dit
kinderopvanginitiatief onder kleffe mist te bedelven, het maakt niet
veel uit. Als de mist is
verdwenen komen die problemen vanzelf
terug boven. De hamvraag is waarom we zorg
toevertrouwen aan wie de
deur van die zorg radicaal dichtslaat. Het doet er blijkbaar niet
toe. Nieuws is nieuws. Een gelanceerde raket roep je nadien niet
gemakkelijk terug.

En ziedaar de volgende ochtend van 2
april: Hip Hip Hoera! De opvang is weer open. Geen
verdere vragen
meer, alles is opgelost. De mama’s en de papa’s zijn blij. Een luttele dag later
vraagt niemand nog naar de berichten over 2
miljoen euro schulden, de 27 echt
zelfstandige personeelsleden, het
onderzoek naar dubbele subsidiëring of overtredingen van
de
arbeidswetgeving? Hip Hip Hoera! De opvang is weer open.

Stel je voor dat het door een
vakbondsactie was geweest dat je wanhopige mama’s en
kindjes voor
de gesloten deur van een kinderkribbe zou zien staan. Of je leest
dat
zorgbehoevende oudjes, aan de arm van hun zoon of dochter, plots
gestrand zijn voor de
gesloten deur van hun woonzorgcentrum, of iets
gelijkaardigs bij mensen die zorg en
opvang nodig hebben. De deur
toe, soit.

De decibels van veroordelingen in de
media zouden
in dat geval vast uw trommelvliezen beschadigen.

En waar was Karel en co op 1 april?
Het media-abonnement van Unizo ten spijt, hebben we
ze op 1 april
niet gehoord. Het kwam niet goed uit, en dan zwijgt de trom.

Dergelijke
schandelijke uitsluiting
van zorg door een zelfstandige zorgondernemer kan zich vanuit
de
werknemers niet eens voordoen. Zelfs in een situatie van staking
garanderen de
werknemers in zorg en opvang de essentiële
minimumdienstverlening voor de mensen die ze verzorgen.

Als niet de vakbond, maar een
werkgever, een zelfstandige
zorgondernemer, het wapen van een totale
lock-out
van zorg hanteert, dan zwijgt de
politieke trom. Alweer
iets bijgeleerd dus op 1 april, grappig vond ik het niet.

Alleen met praktijkvoorbeelden wordt
duidelijk dat het niet om het even is aan wie de
overheid de
verantwoordelijkheid voor zorg en opvang in handen geeft. Het is niet
om het
even aan wie zij onze solidaire centen geeft om ervoor te
zorgen dat er zorg en opvang is
voor wie die nodig heeft.

Aan wie in staat is om van de ene dag
op de andere de deur brutaal dicht te gooien en zo
alle zorg en
opvang aan mensen ontzegt, het zou minstens tot nadenken mogen
stemmen.

Aan wie wil jij je zorg en opvang
toevertrouwen? Hoeveel respect, laat staan subsidies,
verdient een
“zorgondernemer” die in staat is om zijn eigen zorgvragers
radicaal buiten te
sluiten? Zijn er echt goede redenen om dergelijke
praktijken in Vlaanderen te aanvaarden?

Volgens ons niet één. In onze
buurlanden, ook allemaal relatief rijk, is het helaas al eerder
gebeurd dat grote kinderdagverblijven ineens de deuren dichtgooiden,
of dat honderden
bejaarden hun valies moesten pakken. Paniek bij de
overheid, want ineens een oplossing
moeten vinden ligt niet voor de
hand. Onze waarschuwingen daarvoor sneerde men al eens
weg met wat
schaapachtig gelach, of “bij ons kan dat nooit gebeuren”.

De politieke overheid wil de komende
jaren de deuren verder openzetten voor commerciële
zorgondernemers. Bij “deuren open” hoort dus ook “deuren toe”.
Dat moet je aanvaarden.

Politieke woordvoerders horen dat
niet graag. De gevolgen en risico’s van beslissingen
komen terecht
bij gewone mensen die zorg en opvang nodig hebben. Dat zijn wij
allemaal. We staan erbij en kijken ernaar. Het credo dat het om het
even is wie zorg en
opvang organiseert? Iedereen gelooft wat hij
wil. Soms moet je op de blaren zitten. En
stilletjes hopen, het is
maar af en toe. Pijnlijk en schandalig blijft het wel.

Mark Selleslach

Nationaal secretaris
Non-Profitsector

LBC-NVK

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!