Véronique Tadjo: ‘In Rwanda herkende ik mijn eigen land’
Interview, Afrika, Politiek, Cultuur -

Véronique Tadjo: ‘In Rwanda herkende ik mijn eigen land’

Op 6 april 1994 barstte in Rwanda een geweldsorgie uit waarbij honderdduizenden Tutsi's en gematigde Hutu's werden afgeslacht. Om deze genocide twintig jaar later te herdenken gaven drie Afrikaanse auteurs hun indrukken op een literaire lezing in Bozar. DeWereldMorgen.be sprak met één van hen, Véronique Tadjo.

donderdag 3 april 2014 19:47

DeWereldMorgen.be

“Ik woonde in de periode van de
genocide in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Daar stroomden toen veel
Rwandese vluchtelingen toe, die vertelden over wat er in hun land aan
het gebeuren was. Ik herinner
me nog goed mijn eerste gevoel van ongeloof. ‘Dit kan niet. Dat
doen mensen toch niet’. Ik had nooit gedacht dat dit in Afrika kon
gebeuren, zoveel haat en wreedheid. Vele Afrikaanse landen – en
zeker Rwanda en Burundi – hebben hun deel gehad van slachtpartijen en
repressie, maar deze genocide?”

“Wat brengt
mensen zover dat ze anderen in stukken
gaan hakken, vrienden en buren met wie ze enkele dagen eerder
nog over straat wandelden? Dat zat ik me voortdurend af te vragen.
Toen er een aanbod kwam om mee te werken aan een literaire workshop
in Kigali in 1998, vier jaar na de genocide, hapte ik onmiddellijk
toe.”

“Ik ging er naartoe zonder
vooroordelen, zonder stelling te nemen. We kwamen in Kigali met een
twintigtal auteurs samen. We konden daar met veel mensen praten. De
herinneringen waren toen nog zeer vers. Je zag dat de mensen het er
zeer moeilijk mee hadden. Geen enkele familie was er ongeschonden
uitgekomen.”

Conflicthaarden

“De genocide maakte op mij ook indruk
omdat ik veel van de interne conflicten in Rwanda herkende in mijn
eigen land, Ivoorkust. Kunnen ze daar ook gebeuren? Er zijn
immers al jaren spanningen tussen noord en zuid in Ivoorkust. Dat
inspireerde mij tot het schrijven van L’ombre d’Imana – voyages
jusqu’au bout du Rwanda
dat verscheen in 2000.”

“Ik ben daarna de evolutie in Rwanda en de conflicthaarden in
Afrikaanse landen blijven volgen. Meerdere auteurs van de workshop van 1998 zijn met elkaar in contact gebleven. We doen dat vanuit ons aanvoelen dat
deze gebeurtenis nooit meer mag vergeten worden.”

“Jonge
Afrikanen weten er nog nauwelijks iets van. Het is amper twintig
jaar geleden. Honderdduizenden slachtoffers die familie en vrienden
hebben verloren, maar ook vele daders leven nog. Het oude spreekwoord
‘Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd om ze te herhalen’ is
hier echt van toepassing.”

“Kunst en literatuur hebben een belangrijke rol te spelen in de bewustwording van mensen over hun verleden. Alleen met die kennis kunnen zij het heden beter begrijpen. Alleen zo kunnen zij ook werken aan een betere toekomst.”

Verantwoordelijkheid

“Aan het initiatief van Bozar doen twee deelnemers aan die
literaire workshop van 1998 mee. Dat dit in Brussel plaatsvindt is
meer dan symbolisch. Dit land draagt immers een deel van de
verantwoordelijkheid voor wat in 1994 is gebeurd. Om maar één ding
te vermelden, de identiteitskaarten die werden gebruikt om mensen te
herkennen als Tutsi of Hutu werden ooit ingevoerd door de Belgische
koloniale heerser.”

“Ik heb niet de indruk dat men
daarmee in België in het reine is gekomen. Ik lees vooral analyses
van de rol van België (en Frankrijk) in de weken en maanden juist
voor de genocide, maar niets over de tientallen jaren ervoor. Dat is
nochtans essentieel om de genocide te kunnen vatten. Dat inzicht is
ook nodig om de genocide nooit te vergeten. Ik merk bij de Afrikaanse
jeugd amper enige belangstelling voor die periode. Dat is
gevaarlijk.”

Als men er zich hier iets van herinnert is het de
moord op tien Belgische paracommando’s en de film Hotel Rwanda. De
dimensie van de genocide ontgaat de meeste mensen echter. Bovendien
gaan buitenlandreportages meer en meer over
‘Belgen in het buitenland’, de bevolking ter plaatse dient als
decor.

“Ik ken die tragedie. De moord op die
tien soldaten was – voor alle duidelijkheid – een vreselijke
misdaad. Ik merk zelf ook de tendens om het internationale nieuws
steeds meer te bekijken vanuit een lokale binnenlandse bril. Wat vond
die en die Belg of Fransman over de gebeurtenissen? Welke impact had
dat op hem of haar? Het lijkt wel of men de lokale bevolking in
Rwanda en Afrika niet vertrouwt. Alleen Belgen kunnen blijkbaar
objectief zijn. Ondertussen blijven al die verhalen van zoveel
Afrikanen ongebruikt.”

Ontkrachten

“De diepere oorzaken van de genocide
zijn bekend. Het verontrust me dat ook in Europa het racisme blijft
toenemen. De oorzaken zijn complex, maar onwetendheid over het eigen
verleden en over de geschiedenis van conflicten is zeker een
onderdeel van het fenomeen. Racisten zijn mensen die niet willen
worden geconfronteerd met feiten die hun ideeën tegenspreken of
ontkrachten. Het zijn ook mensen die niet nieuwsgierig willen zijn.
Het zijn mensen die ‘niet willen weten’.”

“Je kan hier honderden rapporten en
analyses over lezen. Die hebben zeker hun belang. Om mensen te raken
moet je echter meer doen. Ik geloof rotsvast dat kunstenaars,
schrijvers daar een belangrijke rol in hebben te spelen.
Bovendien, literatuur met een maatschappelijke context is zoveel
boeiender om lezen. Wat is er beter dan een goed boek, dat aangenaam
is om lezen, en je ook nog iets bijbrengt?”

“Wel gaat het in de praktijk vervolgens zo aan toe dat mensen bewust of onbewust informatie selecteren die hun ideeën
bevestigt. Jammer genoeg is het dat gedrag dat maakt dat er geen
lessen worden getrokken uit het verleden. In Frankrijk zijn nog veel mensen er rotsvast van overtuigd dat het kolonialisme nog zo slecht niet was.”

“De dingen zijn misgelopen
zonder dat wij daar iets aan konden doen’. ‘Het stond in de sterren
geschreven’ of iets dergelijks. ‘Zoveel goede bedoelingen zijn verkeerd toegepast’. Ik vind dat je minstens moet proberen te erkennen
dat je die vooroordelen hebt en dat je moet open staan voor informatie
die je niet bevalt. Probeer zo te begrijpen waarom dingen gebeuren.”

Véronique Tadjo (1955) is romanschrijver, dichter en kunstenares uit Ivoorkust. Zij leefde in meerdere Afrikaanse landen, in Frankrijk en Groot-Brittannië. In haar werk toont zij haar liefde voor Afrika en voor het pan-Afrikanisme, het verlangen naar één gemeenschappelijk Afrika voor alle Afrikaanse volkeren. Zij publiceert ook kinderboeken die ze zelf illustreert en organiseert workshops voor het schrijven en illustreren van kinderboeken. Haar kinderboek Mamy Wata et le Monstre werd in 1993 opgenomen in de lijst van 100 beste Afrikaanse boeken van de 20ste eeuw. Momenteel is zij hoofd van de faculteit Franse Studies aan de universiteit van Witwatersrand in Zuid-Afrika.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!