Cultuur -

‘Man tegen macht’: de burger versus vuilbakdemocratie

Op vrijdag 4 april dreigt Sint-Niklaas weer een beetje op stelten te staan. Die avond gaat immers Man tegen macht in première en de dramatische documentaire van Jef Maes over de controverse die vorig jaar ontstond omtrent de reorganisatie van de stedelijke reinigingsdienst en het genegeerde referendum zorgt voor enige nervositeit in het stadhuis. Maar, “wie recht in zijn schoenen staat hoeft niet nerveus te zijn,” knipoogt de filmmaker.

dinsdag 1 april 2014 16:02

Het gaat goed met de
Vlaamse film. Ook al deelden recente releases zoals Witse en
Halfweg niet bepaald in het succes; volgens regisseur Geoffrey
Enthoven de schuld van een te zonnige maand maart. Maar toch missen
we iets in ons filmlandschap: heel eigenzinnige onafhankelijke
producties én nadrukkelijk geëngageerde films.

Af en toe duikt er een
bizarre no-budget productie zoals De maagd van Gent (of
Schellebelle 1919 drie jaar geleden) op, maar uit verontwaardiging
geboren films zoals de dramatische documentaire Man tegen macht
zijn al te zeldzaam.

Regisseur Jef Maes heeft
de status van Vlaamse Michael Moore nog niet verworven maar met The
Muffin Man
, zijn aanklacht tegen voedselverspilling, en Man
tegen macht
, dat vrijdag 4 april in première gaat (voor info zie
www.singeling.be), levert hij
wel zijn bijdrage aan de revival van de Vlaamse politiek geëngageerde
film.

Een
verhaal van privatisering en schijndemocratie

Met Man tegen macht
blikt Jef Maes terug op een voor Sint-Niklaas bewogen 2013, het jaar
waarin het stadsbestuur de privatisering van de stedelijke
reinigingsdienst aankondigde en ondanks een volksraadpleging ook (in
ijltempo) doorvoerde.

Het droge feitenrelaas
voert ons van de bekendmaking van de beslissing in februari over
stakingsacties en pro forma onderhandelingen naar een petitie die een
volksraadpleging afdwingt en het uiteindelijk met weinig enthousiasme
van de lokale bewindmakers georganiseerde referendum op 1 september.

Met voldoende opgedaagde
kiesgerechtigden (17 procent) en een ruime meerderheid die stemde voor het
behoud van de openbare reinigingsdienst (84 procent) leken de
initiatiefnemers van de volksraadpleging gewonnen spel te hebben maar
het stadsbestuur besliste nog diezelfde dag om de privatisering toch
door te voeren. Tegen december was die een feit.

Het hele gebeuren sloeg
diepe wonden. Niet enkel bij de slachtoffers van de privatisering, de
arbeiders van de stedelijke reinigingsdienst. Ook de Sint-Niklaase
bevolking voelde zich gemanipuleerd (via selectieve informatie),
tegengewerkt (alle middelen waren goed om de volksraadpleging tegen
te houden), bedrogen (de overeenkomst met MIWA om de reinigingsdienst
over te dragen naar een aanbesteding was al getekend toen het
referendum doorging), mishandeld (stemmen bij het referendum werd zo
moeilijk mogelijk gemaakt) en voorgelogen (ondanks plechtige verklaringen
dat met de uitslag van het referendum rekening zou worden gehouden
bleek het tegendeel waar).

“De stem van de burger
telt niet” was na dit weinig fraai staaltje van schijndemocratie
het overheersende gevoel. Wat leidde tot gevoelens van ontgoocheling
en woede bij alle betrokkenen. En het besef dat dit verhaal een
mijlpaal zou blijven in de strijd voor burgerparticipatie.

Een film
over vuilbakdemocratie

Als inwoner van
Sint-Niklaas maakte filmmaker Jef Maes een en ander van zeer dichtbij
mee. Via Singeling, een vzw waarin hij actief is op het vlak van film
en culturele activiteiten, kwam hij ook in contact met directe
betrokkenen. Vuilnismannen, vakbondsafgevaardigden en de indieners
van de aanvraag tot referendum.

“Op een brainstorm
tijdens het Manifiësta-weekend in Bredene kwamen er allerlei
verhalen naar boven,” aldus Maes, “het was zo’n straffe zaak die
het Waasland overstijgt dat het duidelijk was dat we dit moesten
vastleggen in een document dat ook gebruikt kon worden in andere
gemeenten”.

“Omdat ik niet gefilmd
had tijdens de gebeurtenissen van maart tot september nam ik contact
op met TV Oost en de VRT om te zien of we beeldmateriaal te pakken
konden krijgen. Zij stelden hun archiefbeelden ter beschikking
waardoor het mogelijk werd de film te maken”.

Daarmee overdrijft Maes
niet want een van de sterkste momenten van deze dramatische
documentaire is het contrast tussen het optreden van sp.a-schepen
Christel Geerts in De zevende dag (waar ze verklaart dat er rekening
zal worden gehouden met de uitslag van het referendum) en de ijzige
persconferentie in de stadhuis (waar de bewindvoerders enkele uren
later verklaren unaniem beslist te hebben door te gaan met de
privatisering).

Met dank dus aan het
historisch materiaal. Maar de regisseur heeft ook een stevige eigen
inbreng. Vooral de interviews met de ‘mannen van de vuilkar’, met
vakbondsafgevaardigden, met de indieners van het referendum en met
politieke commentatoren zijn informatief en emotioneel sterk. Het
verhaal en zijn impact wordt helder en krachtig verteld.

De ingelaste
geënsceneerde fragmenten zijn soms leuk (een vuilnisman die zijn
buurvrouw met de brommer naar het verre stemlokaal rijdt) en soms
stuntelig (de verhoogde werkdruk bij privatisering velt een
vuilnisman). Ze geven aan dat het niet evident is om zich met
beperkte middelen te ontpoppen tot Vlaamse Michael Moore.

Brechtiaans
vervreemdingseffect

Maes besloot ook om Man
tegen macht
te laten balanceren op de grens tussen fictie en
realiteit door de film te doorspekken met scènes waarin acteurs Daan
Hugaert, Marijke Pinoy en Dirk Tuypens ‘de burgemeesters’ spelen en
de standpunten van het beleid vertolken.

Dit
vervreemdingseffect is zowat de achilleshiel van een verder
overtuigende film. Het opzet is satire te brengen maar de weinig
subtiele en overnadrukkelijke manier waarop dit gebeurt schaadt de
boodschap die reeds in de interviews meer dan duidelijk gebracht
wordt.

Zich
aan overacting bezondigende acteurs met champagneglas in de hand de
spot laten drijven met de burger komt geforceerd, kunstmatig en
karikaturaal over waardoor de uitspraken ongeloofwaardig dreigen te
worden voor een publiek dat ruimer is dan politiek overtuigden en
lokale betrokkenen.

En
dat is is jammer omdat Maes benadrukt dat “90 procent van wat er door de
burgemeesters wordt gezegd ook effectief gezegd is. Wanneer je alles
op een rijtje zet is het te gek om los te lopen”.

Te gek
voor woorden

De bedoeling van Maes met
deze brechtiaanse scènes was goed: de kijker tot nadenken aanzetten.
“Aan de ene kant wilden we duidelijk maken wat de visie van de
macht eigenlijk inhoudt zonder dat het de bedoeling was hen aan het
woord te laten, als ze al zouden willen meewerken aan de film”, zegt
de regisseur.

“Anderzijds was er ook
het gevoel dat het een tragi-komisch gebeuren was, je zat met de
vraag of het nu om te lachen of om te huilen was”. Tijdens research
naar de visie van het stadsbestuur bleken “al deze dingen tijdens
onderhandelingen, interviews en publieke debatten gezegd te zijn”.

Maes
voorziet verschillende reactie: “Mensen van Sint-Niklaas herkennen
de figuren en weten wie er wat heeft gezegd. Anderen niet maar dat is
bijzaak want het gaat om een algemene mentaliteit van de
machtshebbers”.

“De
redenering ‘jullie hebben de kans gehad ons te verkiezen, wij zijn
verkozen, wij bepalen het beleid en jullie hebben daarbij niets meer
in de pap te brokken’. Die houding leeft bij zoveel besturen dat we
dit op een ludieke manier wilden aanklagen”.

Filmmaker
tegen macht

Dat
Maes van het sociaal-artistieke project
Man
tegen macht
een
aanklacht kon maken dankt hij aan zijn onafhankelijkheid. En aan zijn
houding die een mengeling is van respect voor de mannen van de
vuilkar en wantrouwen ten opzichte van de macht.

“Vanuit
het stadsbestuur is er heel wat druk uitgeoefend op mensen van de
vuilkar en de vakbonden”, stelt Maes, “er is geprobeerd om deze
film zoveel mogelijk af te remmen maar dankzij mijn vrijheid en
onafhankelijkheid kon ik doen wat ik gedaan heb”.

“Ik volgde een
filmopleiding maar gelukkig moet ik niet van mijn filmwerk leven.
Films maak ik in mijn vrije tijd. Het feit dat ik niet
afhankelijk ben van subsidies geeft me een zekere vrijheid”.

Bovendien
kiest hij bewust voor ultra-lowbudgetproducties. Wat mogelijk is
omdat eigen kosten niet in rekening werden gebracht, componist Koen
De Gendt gratis werkte en er op heel wat vrijwilliggers kon worden
gerekend.

Toch
spreken we volgens Maes nog “over een budget van een 5.000 euro. Je
hebt immers materiaalkosten, je moet postproductie doen,
archiefbeelden aankopen,…” Maar “we trachten zelfbedruipend te
zijn en niet afhankelijk te worden van subsidies”.

De
vzw Singeling stond borg voor het financieel risico maar kon
ondertusssen “de helft van de kosten al recupereren via sponsoring
door de vakbonden ACV en ABVV. Voor de andere helft mikken we op de
verkoop van de dvd”.

Een
gok? Misschien, maar “ik vind het wel de moeite waard want anders
kan je zulke films nooit maken. En met
The Muffin Man

zijn we op een zelfde manier uit de kosten geraakt. Het kan dus”.

De
première is maar een begin

De voorverkoop voor de
première van vrijdag 4 april loopt als een trein en met de
aanwezigheid van heel wat betrokkenen verwacht Maes een bewogen
vertoning, “voor hen is dat een heel emotioneel gegeven. Voor de
mensen van het Waasland wordt een stuk geschiedenis vereeuwigd maar
ik verwacht ook behoorlijk wat mensen van buitenaf”.

“Daarom hoop ik dat de
film geen eindpunt is van een periode in het Waasland maar een
vertrekpunt om een debat op gang te brengen over privatisering en
over hoe je omgaat met democratie”.

“Ik hoop dat Man
tegen macht
door heel veel mensen in vakbonden, bedrijven en
verenigingen zal vertoond worden. Mensen van de vuilkar en de
vakbonden die meewerkten zijn ook bereid toelichting te komen geven”.

Dat er voor de eerste
vertoning in Sint-Niklaas spanning in de lucht hangt is duidelijk. In
en rond het stadhuis loopt men op de toppen van de tenen. “De
verantwoordelijke voor de reinigingsdienst en de MIWA, sp.a schepen-Christel Geerts, is natuurlijk het meest zenuwachtig,” aldus Maes,
“haar uitspraak tijdens De zevende dag achtervolgt haar. Daar zei
ze de volksraadpleging te zullen volgen terwijl ze vijf uur later
unaniem met het schepencollege het tegendeel besloot”.

Los van de commotie is
Man tegen macht een film die gemaakt moest worden. Omwille van
het historisch belang van het gebeuren en het aansnijden van
relevante thema’s zoals privatisering, burgerparticipatie,
basissyndicalisme en democratie.

Maar ook omdat aangetoond
wordt dat achter elke principekwestie mensen en emoties schuilgaan.
De optredens van ‘de burgemeesters’ mogen dan mislukte agitproptoneeltjes zijn, de getuigenissen van de betrokkenen zijn dat niet.

Wat bijblijft zijn
reacties zoals die van de syndicaliste bij het ontdekken van een
nieuwe actie-tool (“de ijskar kreeg een zeer warme reactie”) en
de indiener van de referendumaanvraag die spreekt over “het meest
emotionele uit mijn leven. Maar we hebben het niet gehaald en dat is
pijnlijk”.

Op een beperkte en
bescheiden manier knopen films zoals The Muffin Man en Man
tegen macht
aan bij de uit de jaren ’60 en ’70 daterende traditie
van verzetsfilms, van een geëngageerde cinema die de kijker een
geweten wou schoppen en de strijd tegen onrecht trachtte aan te
binden.

“Ik zou graag hebben
dat dergelijke films opnieuw gemaakt werden,” zegt Jef Maes, “het
probleem is dat de financiële middelen om dat spoor te volgen
ontbreken. Ik ken mensen die graag meer geëngageerde films zouden
maken maar wanneer je ervan moet leven is het bijna geen haalbare
kaart”.

Trailer:

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!