De kuststrook waar de gelekte olie van de Exxon Valdez in 1989 op terechtkwam, lijken nu schoon. De ecologische gevolgen zijn echter nog altijd groot. (Flicker CC / ARLIS reference)
Nieuws, Wereld, Milieu -

Gevolgen ramp Exxon Valdez nog zichtbaar 25 jaar na datum

Op 24 maart 2014 werd één van de zwaarste door de mens veroorzaakte milieurampen herdacht. 25 jaar geleden liep de olietanker Exxon Valdez vast op het Bligh Reef in de Prince William zee-engte aan de kust van Alaska. Na een kwarteeuw zijn de ecologische en economische gevolgen nog steeds catastrofaal.

woensdag 26 maart 2014 16:54
Spread the love

De 300 meter lange olietanker van het bedrijf dat nu ExxonMobil heet, vervoerde op 24 maart 1989 54 miljoen liter olie en was daarmee op weg naar California. Er bestaat nog altijd onduidelijkheid over hoeveel olie precies in zee terecht kwam. De officiële
cijfers spreken van 11 miljoen vaten maar volgens andere bronnen zou het totaal kunnen oplopen tot 38
miljoen
.Waar wel zekerheid over bestaat, is het feit dat er olie
aanspoelde op ongeveer 2000 kilometer kust van de Amerikaanse staat Alaska.

De ramp met de Exxon Valdez bleef de grootste olieramp ooit, tot de
problemen met het Deepwater Horizon-boorplatform van BP in de Golf
van Mexico op 20 april 2010. De ramp van 1989 had een verwoestend effect op het
ecosyteem. De gevolgen zijn vandaag nog steeds zichtbaar.

Nog steeds olie aanwezig

Richard
Steiner
 is marien bioloog en professor aan de
Universiteit van Alaska tijdens de ramp. Op
zijn blog
schrijft hij dat het opruimen van gelekte olie
praktisch onmogelijk is. “Het is uitzonderlijk dat meer dan 10
procent van de olie kan worden opgeruimd. Exxon gaf meer dan 2
miljard dollar uit en kon amper 7 procent opruimen.”

Waar is alle resterende olie dan naartoe? Volgens verschillende
studies, zoals door de Amerikaanse National Ocean and Atmosphere Administration (NOAA)(zie bijlage), is het merendeel van de olie doorgedrongen in de diepere grondlagen. Door de aanwezigheid van olieresten in de bodem, verloopt het herstel van fauna en flora zeer traag.

Dierenbestand nog niet hersteld

Het na de ramp opgerichte Exxon
Valdez Oil Spill Trustee Council
 stelde een lijst op met 32 getroffen diersoorten(zie bijlage). Daarvan
zijn slechts dertien soorten ‘hersteld’ of ‘vermoedelijk
herstellend’. Sommige dieren die tot dan in grote getallen voorkwamen,
zoals de haring, zeekoeten en orka’s, staan nog steeds in de lijst ‘niet herstellend’.

De organisatie stelt in zijn rapport echter ook dat het steeds
moeilijker wordt om het directe verband tussen de ramp en het verdwijnen
van bepaalde diersoorten aan te tonen. Vaak zijn die gevolgen
indirect (door de verdunning van schadelijke stoffen of door het
verdwijnen van natuurlijke voedselbronnen). 

Voor de lokale economie en gemeenschappen zijn de gevolgen van het
afnemende visbestand ingrijpend. De visserij is altijd een
belangrijk onderdeel van de economie geweest in Alaska. Vooral twee
vissoorten waren belangrijk, zalm en haring. De zalm stond pas in
2009 terug op het niveau van voor de ramp. De haringpopulatie brengt
het er minder goed vanaf. Twintig jaar na datum stond die op slechts
15 procent van het niveau voor 1989.

Naast de impact op de directe economie is het verdwijnen van
bepaalde diersoorten ook zeer nadelig voor het ecosysteem in zijn
geheel. Daarom zijn volgens verschillende studies de langetermijngevolgen nog niet helemaal zichtbaar (studie in bijlage).

Wetgevend kader schiet tekort

Voor de directe opruimactie na de ramp trok het toenmalige Exxon 2
miljard dollar uit. In 1991 bereikte Exxon een akkoord met de
Amerikaanse overheid waarin het zich verbond om naast een boete ook
schadevergoedingen te betalen. In totaal ging het om meer
dan 1 miljard dollar
.Tot op heden heeft het bedrijf, dat nuExxonMobil heet, deze schadevergoeding nog niet uitbetaald.

ExxonMobil is in een juridische strijd verwikkeld met de staat Alaska.
Het bedrijf vindt dat het door in te staan voor het opruimen van de
gelekte olie zijn schuld heeft ingelost. Door die
onenigheid over het betalen van 100 miljoen dollar voor ‘ecologische
herstellingskosten’, werden tot op heden ook de 900 miljoen dollar
aan burgerlijke schadevergoedingen niet uitbetaald.

In 1991 werd de ‘Olievervuilingswet
in de Verenigde Staten ingevoerd. Deze wet stelt dat bedrijven een
tweeledig veiligheidsplan moeten hebben. Enerzijds moeten ze een plan
hebben om rampen te voorkomen. Anderzijds moeten ze een
gedetailleerd actieplan hebben, om rampen zo snel mogelijk in te
dijken en op te ruimen.

Dat er nog hiaten in de wetgeving en de opvolging ervan zitten,
werd duidelijk bij het lekken van olie uit het Deepwater
Horizon-boorplatform in de Golf van Mexico in 2010. In
het actieplan van BP
 waren uitgebreide rapporten terug te
vinden voor de bescherming van zeeleeuwen en walrussen, diersoorten die echter helemaal niet leven in de
Golf van Mexico. Daarnaast stond er een te contacteren expert in het actieplan, die
reeds vijf jaar geleden overleden bleek te zijn.

Robert Steiner sluit zijn blog af met de conclusie dat zolang er
olie wordt vervoerd, er rampen zullen plaatsvinden. “Sinds de ramp
met de Exxon Valdez is er in de wereld twee keer zoveel olie gebruikt
als alle jaren daarvoor, 700 miljard vaten per jaar tegenover 300 miljard. Als
we echt geven om het milieu en de planeet moeten we zoeken naar een
meer duurzame manier van leven.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!