Stadslandbouw (Foto: Flickr Creative Commons, Horticulture Group)
Opinie, Nieuws, Burgerparticipatie, Crowdfunding, Participatiesamenleving, Growfunding -

Growfunding: een gieter vol ideologisch gemanipuleerde organismen?

De nieuwe trend om van uw wijk een betere wereld te maken, genaamd ‘growfunding’, is een door de overheid gesteund opwaarderingsproject om mensen aan te zetten tot crowdfunding van allerlei sociale en sympathieke doelen in het stedelijk weefsel. Dat is op zich natuurlijk positief en waardevol.

vrijdag 21 februari 2014 10:43


doc

Wie heeft er nu iets tegen gemeenschapsvorming en warmere relaties tussen mensen in de alledaagse sfeer van de buurt? Vooral als ze die opwaardering grotendeels uit eigen zak betalen.

Toch hangt er ook een problematische schaduw over het concept. Het is wellicht handiger dit te negeren en het ‘feel good-sfeertje’ niet te verstoren. Maar we weten al lang dat de weg naar de hel geplaveid ligt met goede intenties. Hier enkele kritische kanttekeningen, want debat lijkt ons onontbeerlijk in het maken van de toekomstige stad.

Crowdfunding als beleid is volksbedrog

Er is dus growfunding en crowdfunding. Daarnaast bestaat er nog een waaier aan autonome initiatieven die op dezelfde golf van ‘autonomie’ en ‘zelfzorg’ surfen. Dus wat is er nu precies waardevol genoeg om in het licht te stellen en waar bevindt zich dan de schaduwkant?

Eerst en vooral: sociale en culturele crowdfunding, als particulier initiatief, is als principe geen probleem. De autonomie van initiatieven wordt zo financieel vergroot, en daardoor ook de slagkracht en het bepalen van de specifieke missie en doelen. Op zich is crowdfunding misschien een nieuw ‘buzzword’, maar er bestaan vergelijkbare strategieën.

Denken we maar aan de vrijwilllige bijdrages bij anarchistische volxkeukens, de fondsenwerving van DeWereldMorgen, de “100 sterke schouders actie” van de Beweging Recht op Wonen voor het Housing First-project voor Slovaakse Roma in Gent, of zelfs aan straatwervers voor NGO’s die er hun autonomie mee kopen. Autonomie verzekeren is immers ook materiële ruimte creëren voor tegenspraak.

Maar het wordt wel een probleem zodra de overheid deze strategie als beleidsgereedschap gaat hanteren. Vanuit links perspectief betekent dat immers dat het hele idee van de sociale strijd voor een rechtvaardig herverdelingsbeleid wordt ingeruild voor een responsabiliseringsbeleid. Dit gaat onvermijdelijk ten koste van de middelen die nodig zijn om een democratie uit te bouwen in de alledaagse sfeer van de stad, via concrete praktijken van onderuit en basisdiensten. Deze organisaties worden immers aangezet om nu andere financiële vetpotten te zoeken bij de burgers.

De overheid schuift zo haar verantwoordelijkheid door naar de bevolking. Crowdfunding wordt dan een vorm van privatisering. Power to the people wordt dan: beste burger, red uzelf! DIY droeg ooit een punkdimensie in zich, maar dreigt hier vast te lopen in een vreemd controlediscours. De overheid bestuurt op afstand door de morele codes van zelfzorg in de hoofden van burgers te prenten.

Als de overheid ‘crowdfunders’ betaalt om fietspaden en allerhande infrastructuur als parken in ‘pop-up’ vorm’- op te zetten[i], is dat dan om te maskeren, of zelfs om mee aan te klagen dat ze zelf faalt in haar publieke aanbod? Vinden we het dan normaal dat burgers in de 19[de] eeuwse gordel van de stad niet alleen ongelijk behandeld worden in hun toegang tot diensten, gelijke kansen en publieke ruimte, maar dat ze nu ook zelf dat park maar in elkaar moeten knutselen met steun van welwillende geldschieters? Toont dit niet vooral dat het sociaaldemocratische stadsbeleid al jaren geleden zoveel meer had moeten inzetten op natuur en leefbaarheid, en vooral ook op sociale rechtvaardigheid, in deze volgebouwde autostad?

Organiseert de overheid op deze manier niet haar eigen oppositie, om zo die oppositie naar haar hand te kunnen zetten door ze dood te knuffelen? Is deze bedrieglijk ‘warme samenleving’ dan een stap vooruit op een ‘kille, afstandelijke staat’? Waarover gaat het eigenlijk: met het warme growfundingproject trachten enkele politici zich te laten opmerken met enkele duizenden euro’s steun terwijl die kille staat intussen wel voor een veelvoud aan middelen in nieuwe riolen voorzag in de straat om de hoek, of in de bus die net passeerde.

http://vimeo.com/85448880

CANAL PARK KANAAL from MIRO on Vimeo.

 

Steun voor burgerinitiatieven, … wanneer het uitkomt

Ten tweede: dreigt ook dit growfunding initiatief, als typevoorbeeld van civiele crowdfunding, niet tegen dezelfde muren te lopen als de rest van het middenveld wanneer het (té) politiek wordt? De problemen beginnen van zodra we de beoogde relatie tussen burgerinitatieven en overheid doordenken, zeker wanneer het gaat om een politiek of sociaal-maatschappelijk project.

Zo werd er onlangs nog een dergelijk politiek initiatief vanuit de Vlaamse overheid gekelderd: het verzet tegen de Oosterweelverbinding en het alternatief Mecannotracé van Straten-Generaal en Ademloos. In een poging recht te praten wat krom staat, schreef Caroline Gennez (Sp.a) prompt een dubbeltongige column om participatieve democratie dan maar verdacht te maken, zelfs te bespotten.

Het pleidooi voor ‘deliberatieve democratie’, waarin alle belangen worden meegenomen en alle stemmen rationeel zouden moeten verstrengelen, wordt hier misbruikt om een ondemocratisch en ecologisch-destructief beleid goed te praten. Zo wordt pijnlijk duidelijk welk politiek potentieel er getolereerd wordt in de huidige politieke context in Vlaanderen: als initiatieven beleidsondersteunend zijn, worden ze doodgeknuffeld. Vormen ze een bedreiging, dan worden ze al vlug monddood gemaakt.

We zijn allemaal kleine kapitalistjes?

Ten derde: de makkelijkste repliek op kritiek is dat crowdfunding een huis met vele kamers is. Laten we één zo’n kamer van wat dichterbij bekijken. Een mooi recent voorbeeld daarvan is de oproep van minister Geens (C&DV) om jongeren via crowdfunding warm te maken om te beleggen in bedrijven. Laat spaarders investeren in starters, klonk het. “Waarom zouden jonge mensen bijvoorbeeld niet eens 300 euro van hun eindejaarspremie in een crowdfundproject steken?’”

Drie vliegen in één klap, zal de bankier in Geens gedacht hebben:

(1) Jongeren leren beleggen en dus afhankelijk maken van het casinokapitalisme. Eindelijk kunnen hun zuurverdiende extraatjes nu ook als speelgoed voor beleggers gebruikt worden, ‘zuurstof’ voor speculanten en andere vampieren.

(2) Al dat ‘slapend’ spaargeld losgewrikt krijgen voor beursgenoteerde bedrijven, die desondanks op miljarden cash zitten, maar dat niet durven investeren omdat ze de vrije markt in tijden van overproductiecrisis terecht te onvoorspelbaar en veel te risicovol vinden.

(3) De overheid kan doen alsof ze een ‘progressief’ beleid voert.

Een vooruitstrevend neoliberaal beleid weliswaar: een steunbeleid voor bank en beurs. De grootste ‘crowdfunding’ van de laatste jaren was het redden van de banken, waarbij er vooral niet geraakt werd aan de graaipathologie van decadente toplonen en bonussen.

Een crowdfundingbeleid legt de betere, bestaande crowdfunding droog

Vanuit rechts perspectief bekeken, resulteert een crowdfundingbeleid ook nog eens tot ‘een verstoring van de markt’. Dat klopt deels, want crowdfunding is al jaren in gebruik door organisaties die mensen weten te motiveren voor een goed doel. De hoeveelheid extra euro’s die een gewone burger kan vrijmaken voor een goed doel is sowieso beperkt. Door crowdfunding te promoten, komt er teveel druk op dit principe te staan.

Er is immers een al een bonte verzameling aan zogenaamde liefdadigheidsinstellingen die allerhande promopakketjes opsturen – briefpapier, schrijfgerief, EHBO-rommel, sleutelhangers – om zo in te spelen op het schuldgevoel van de burger in ruil voor een beetje steun aan een of ander project. Mensen krijgen niet ten onrechte een afkeer van al dat gesjacher en vinden daarin vooral een excuus om het naast zich neer te leggen. Het merendeel van de inkomsten wordt helaas verspild aan dit soort promotioneel management.

Kortom, nu ook de overheid crowdfunding heeft ontdekt, vooral om dan zichzelf als ‘progressieve’ beleidsmaker in de kijker te zetten, kijken wij aan tegen verzadiging van de ‘markt’ waarbij de oorspronkelijke, humane initiatieven nu uit de crowdfundingsconcurrentie worden gedreven door initiatieven die een ‘return’ beloven.

Naastenliefde is nooit neutraal

Het ‘sociaalvoelende’ geld van de growfunding, wordt voorgesteld als een manier om de betrokkenheid van mensen te vergroten. Het zou de meststof zijn voor een warme samenleving. Dat geld op zich al ‘een sociale relatie’ is, wordt keurig onder de mat geveegd: geld draagt nochtans inherent ongelijke machtsrelaties in zich. Er zijn nu eenmaal de haves en de have nots.

Doen alsof dit mechanisme van nieuwe geldschieters neutraler is dan een overheid is dus onzin, al valt natuurlijk ook veel te zeggen over de positie, sturing en inmenging van ‘de overheid’. Zeker vandaag, nu politiek meer en meer ‘geprivatiseerd’ lijkt te worden, dat wil zeggen, ten dienste staat van bedrijfswereld en kapitaal.

Is crowdfunding neutraal? Het amalgaam van ‘small-scale funders’ zal sowieso zijn stempel drukken op het project. Naar wiens evenbeeld wordt de stad dan vormgegeven? Zoals bij stadsontwikkeling van bovenaf, met name het vorm geven van de stad op leest van de kapitaalkrachtige tweeverdiener, lijkt het er op dat nu ook stadsvernieuwing van onderuit, gestuwd door crowdfunding, in handen komt van één bepaalde klasse, soms ook ‘de creatieve klasse’ genoemd. En dat terwijl de sociale noden en belangen in de superdiverse stad altijd maar toenemen.

Sociaal beleid met neoliberale hefbomen?

Dat brengt ons tenslotte bij de ‘sociale’ kern van growfunding. Begin deze week verscheen een warm verhaal in de krant: Dakloze kan dankzij crowdfunding terug naar Jamaica. Het had een idee van Maggie De Block kunnen zijn. Illegaal? Naar huis, naar de gevangenis, …of zet uw hoop in op crowdfunding? 

Naast Geens, zoekt vooral Yamila Idrissi (Sp.a) de toekomst in crowdfunding. Zij ziet het eerder als ‘sociale proeftuinen’ van waaruit maatschappelijk experiment kan groeien. Ze geeft het meteen ook een ecologische toon mee, om het allemaal wat binnen het thema ‘transitie’ te kaderen. Vorige week twitterde ze dat de overheid de crowdfundingprojecten die goed lopen zou moeten subsidiëren: één euro van de overheid voor elke euro die opgehaald wordt.

Het leverde de Brusselse lijsttrekker voor het Vlaamse parlement een artikeltje in De Tijd op, waarin ze voor de gelegenheid benadrukte dat ‘growfunding’ startende ondernemers ook niet mag uitsluiten, zodat growfunding kan uitgroeien tot een volwassen onderneming. Om daar in de trend van De Tijd wat op door te gaan: laten we niet vergeten dat de decadente Tax Shelter uiteindelijk een crowdfunding voor bedrijven is, waarbij die vaak een return van 160% op hun investeringen genereren, de credits als ‘genereuze’ sponsor niet meegerekend.

Op een debat in de Beurschouwburg vorige vrijdag verklaarde ze dan weer wel ‘kritisch’ te zijn ten aanzien van crowdfunding, maar ‘growfunding’ was toch een uitgelezen middel om mensen te motiveren tot gemeenschapswerking en politieke actie. Het zou zelfs een goede manier zijn om te testen welke sociale initiatieven ‘succesvol’ zijn en kunnen uitgroeien.

Los van het feit dat het uitermate problematisch is te veronderstellen dat iets maar maatschappelijk relevant kan zijn als er geld voor opgehaald wordt, zijn burgerinitiatieven op zich natuurlijk wel zinvol. De overheid is immers nooit de perfecte hefboom geweest, of noem het de emancipatorische ontwikkelingsmotor, die er soms ideaaltypisch van gemaakt wordt.

In de permanente dynamiek die samenleven nu eenmaal is, zijn er altijd tekorten en onbeantwoorde noden die moeten worden aangeklaagd en aangepakt door initiatief van onderuit. Denk maar aan de wijkgezondheidscentra of kringloopwinkels die vanuit de marges met creatieve middelen uitgroeiden tot belangrijke, structurele partners in onze verzorgingsstaat en de voorzieningen van diensten.

Het is die doorgroei, zeg maar ‘het gelijkmakende proces’, dat zo belangrijk is als we solidariteit willen verdiepen en verruimen naar nieuwe groepen, naar de eisen en claims die opduiken overal in de stad. Onontbeerlijk in dat proces van ‘gelijkheid’ is de overheid. Precies de plaats, functie en rol van de overheid maakt het verschil in een links versus rechts participatieverhaal.

Ideologische zwaartekrachtpanne

De kern van onze bezorgdheid is dat het ideologisch kompas hier ook makkelijk kan tilt slaan, of erger: omslaan in een rechts-conservatief project van zelfhulp. Voor de duidelijkheid: een rechts beleid kunnen we als volgt samenvatten: responsabilisering (‘voor wat, hoort wat’), geen sociale zekerheid maar de voorwaardelijke naastenliefde (crowdfunding), en verder toenemende opvoedkundige repressie (bijv. GAS-boetes en ‘ouderstages’). Daartegenover staat een links beleid dat ook een universele rechtendimensie in zich moet dragen. Een links beleid staat dan voor een emancipatie- en herverdelingsbeleid. Dat betekent (1) een beleid dat voor iedereen is, (2) door en dus van iedereen, en (3) verplicht. Om samen vrijheid en gelijkheid mogelijk te maken.

 Onze bezorgdheid is niet onterecht, want het gevaar loert om onze eigen hoek: ‘The Big society’, alsook ‘participatiemaatschappij’, zoals we die in het vooruitstrevende Nederland al een tijdje kennen. Kort samengevat: de overheid trekt zich terug in een nachtwakersfunctie of waakstand als het gaat om het sociale, terwijl de bevolking en vooral kwetsbare groepen geactiveerd worden om zelf de handen uit de mouwen te steken en verantwoordelijkheid op te nemen. ‘Hup, uit uw hangmat!’.

Als je echter alleen de wilde weldoener laat beslissen, dan zijn de aberraties voorspelbaar.

Alleen wie geld heeft, kan dan beslissen voor welke projecten er steun wordt gegeven, doorgaans die projecten waarbij de weldoener er volgens de eigen waarden en belangen het beste uitkomt. De meest noodzakelijke en meest emanciperende initiatieven hoeven zo helemaal geen voorrang te krijgen, wel ‘de leukste’. ‘Vind ik leuk’-wedstrijdjes, zeg maar.

De steun is volledig afhankelijk van de willekeur van de naastenliefdemarkt. Ludwig Forest, adviseur bij het Centrum voor Filantropie van de Koning Boudewijn stichting, bewandelde dit pad op het Growfundingdebat in de Beursschouwburg kritiekloos: “Filantropie is niet voorbehouden voor erg grote vermogens. We kunnen ons allemaal voor het algemeen belang inzetten“. Maar bij de minste recessie is het meteen gedaan met de solidariteit. Dan is het weer ieder voor zich.

Problematisch is ook dat de weldoener geniet van een ‘geefwinst’. Ook al is dat niet per definitie fout, er zit al vlug een geurtje aan. Het gaat bijvoorbeeld ook over bedrijven die er de kantjes creatief af lopen inzake fiscaliteit, maar ter compensatie en in het belang van een sympathiek imago wel prat gaan op hun generositeit. De minder vermogende medemens daarentegen, is ook inzake crowdfunding ‘nutteloos’, tenzij aan ontvangstzijde.

Het probleem met growfunding is dus niet alleen dat er veel energie moet gaan naar het genereren van middelen (zijn de huidige subsidies voor het promoten van het idee ‘growfunding’ bijvoorbeeld wel in verhouding met de opbrengst?), maar dat de overheid de zorg afwentelt op een markt aan initiatieven, die via onderlinge competitie een goed doel moeten verkopen. Dat moet dan ‘empowerment’ worden genoemd, het steunen van de burger om zelf het heft in eigen handen te nemen, niet te wachten op die ‘verdomde’ oubollige overheid en het juk van die kille verzorgingsstaat af te schudden.

Maar ‘bien étonnés de se trouver ensemble’, kunnen neoliberalen deze ‘derde weg’ alleen maar aanmoedigen: politici die een geefcultuur promoten en in tijden van sociale afbraak hun energie richten op crowdfunding-spielerei om wat te werken aan het gemeenschapsgevoel (met nadruk op ‘gevoel’). De civiele maatschappij zorgt zo zelf voor de zorg, waardoor de overheid afgebouwd kan worden, of meer middelen vrij kan maken voor ‘veiligheid’ en ‘economische groei’.

Paradoxaal is dat de minimale nachtwakersstaat toeneemt op sociaal en cultureel vlak, terwijl ‘the Big State’ springlevend is wanneer het gaat om economische regulatie (bedrijven redden, bonussen en banken rechtop houden).

Recht op de Stad als toekomstdroom

Om even vooruit te lopen: de reacties op deze bedenkingen zijn voorspelbaar. De ‘nettowinst’ van ‘growfunding’ is toch positief? ‘Die mensen’ worden nu toch ten minste geholpen? Die woordenkramerij van die linkse cultuurpessimisten alweer, wat stellen zij dan voor misschien? Niets doen en wachten op de revolutie? Haha, utopisten, pfft, oubollige linkse kerk, emoticon, etc.

Voor alle duidelijkheid en nogmaals: het is positief dat de civiele maatschappij zich organiseert. Maar de overheid mag zich hier niet achter verstoppen. Het is duidelijk geen ‘en-en’ verhaal voor de overheid, om de eenvoudige reden dat de energie en middelen die nu naar een crowdfundingbeleid gaan, niet aan een sociaal herverdelingsbeleid besteed kunnen worden, dat in principe wel in de eerste plaats precaire groepen vooruit moet helpen.

Een sociale overheid daarentegen, moet zich op haar kerntaak richten en niet, om zich electoraal interessant te maken en haar eigen falen te camoufleren, zichzelf gaan wentelen in het engagement ‘van onderuit’, in de hoop op een sociaal imago bij een middenklasse kiespubliek.

Burgerinitiatieven moeten uitgaan van “het Recht op de Stad” zoals Henri Lefebvre dat in de geest van mei ’68 bedoelde. Volgens Lefebvre moet er gestreefd wordt naar radicale verandering van machtsrelaties, waar het sociaal samenleven het voor het zeggen heeft tegen de allesomvattende commodificatie en autoritaire politiek in. Elke inwoner heeft recht op rechtstreekse participatie in stadsontwikkeling en toe-eigening van de stedelijke ruimte.

Door de nadruk te leggen op begrippen als ‘autogestion’ en concrete ‘utopie’ (‘an illuminating virtuality’), formuleert Lefebvre zijn geloof dat burgers in ‘het hier en nu’ zelf de toekomstige ‘horizon’ van de stad mee kunnen bepalen. Volgens hem dienen er tegenruimtes gecreëerd te worden, waar zich autonome praktijken en projecten van stadsbewoners kunnen ontvouwen. De sociale productie van de stedelijke ruimte is een ‘wordingsproces’: een zich-ontvouwende toekomstige horizon die onbepaald is. Vanuit deze inspiratie kunnen wij zelforganisatie alleen maar toejuichen en ondersteunen. 

[i] https://www.growfunding.be/bxl/canalpark

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!