Aanklacht tegen een tekort aan hulp en begeleiding van slachtoffers van verkrachting
Verkrachting + verkrachting + hulp -

Aanklacht tegen een tekort aan hulp en begeleiding van slachtoffers van verkrachting

maandag 17 februari 2014 16:07

Open brief aan Annemie Turtelboom, minister van Justitie, Laurette Onkelinx, minister van Volksgezondheid en Joëlle Milquet, minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Beste dames ministers

Wat maakt dat er zo stiefmoederlijk met verkrachting wordt omgegaan? Dat deze misdaad zo vaak wordt miskend, gebanaliseerd? Dat de slachtoffers zo vaak geen erkenning krijgen, laat staan de troost, hulp en steun die ze zo hard nodig hebben. Dat de gevolgen voor het slachtoffer zo zwaar worden onderschat? Wat doet dat met een mens? En met een mensenleven?

Ik ben verkracht geweest. Gebruikt ter ‘bevrediging’ van een ander zijn behoeften. Herleid tot een onpersoon, een ding. Hoe dat voelt? Walgelijk. En bijzonder pijnlijk, allesvernietigend.

Het was geen onbekende in een donker steegje, nee, ik kende hem, vertrouwde hem, had hem lief, hij was mijn lief.

Trauma’s zorgen voor verdringing, vertraging. Het concrete besef en de concrete woorden ‘ik ben verkracht’ dringen pas veel later tot mij door. Dit is stap één: het doordringen en daadwerkelijk onder ogen durven zien van wat er gebeurd is. En dit gebeurt alleen nog maar in mijn hoofd.

De volgende mentale stap is: ‘Ik moet hier iets mee doen’. Een jaar na de feiten stoot ik de woorden voor het eerst uit bij een therapeut. Erg moeizaam, met veel pijn, tranen, aarzeling en gebrokenheid. Haar reactie: “Ik merk dat je het er erg moeilijk mee hebt. Zullen we de volgende sessie pas binnen twee weken houden in plaats van volgende week?”. Ik, nog murw van de onthulling die ik net heb gedaan, betaal en ga weg. Volgende sessie kom ik op het onderwerp terug maar er wordt niet op ingegaan. Einde therapie.

Pech, zou je kunnen zeggen, maar die kan vermeden worden wanneer een slachtoffer weet waar het terechtkan voor een specifieke begeleiding. Dat ze niet wist hoe ze ermee moest omgaan is duidelijk. Maar ook een kleine doorverwijzing naar bijvoorbeeld Slachtofferhulp zat er niet in.

Hiermee was de kwaadheid en vechtlust bij mij wel losgekomen. Ik was me er nu volledig van bewust dat ik dit moest en wilde aangeven bij de politie. Maar hoe? Hier zit een groot pijnpunt!!!

Zomaar het eerste het beste politiekantoor binnenstappen en mijn verhaal gaan doen aan de eerste de beste politieagent die ongetwijfeld erg lomp met de kwestie zou omgaan? Dat is het beeld dat ik voor ogen heb en ik vrees dat het niet onterecht is. Niet met mij dus. Daarvoor voelde ik me nog veel te kwetsbaar. Maar hoe bij de juiste persoon en juiste instantie terechtkomen?

Via mijn huisdokter kwam ik terecht bij Slachtofferhulp waar ik voor het eerst mijn hele verhaal heb gedaan. Een eerste positieve ervaring. Ik word er gesterkt en gesteund om het aan te geven bij de politie, ook al is de kans op een gevolg klein wegens geen bewijzen. Toch word ik aangemoedigd om het te doen, voor mezelf, als een vorm van terugvechten en eerherstel.

Slachtofferhulp gaat met mij mee naar het juiste politiekantoor en de juiste politie-inspecteur.

De aangifte zelf is oké. Er wordt geluisterd en uitgebreid de tijd genomen, er worden me goede vragen gesteld. Het doet mij deugd. Ik ben opgekomen voor mezelf, heb mijn verkrachter op deze manier duidelijk gemaakt dat dit niet kan, en hoop hiermee eventuele volgende slachtoffers te voorkomen. Een echt juridisch proces wens ik niet, daar geloof ik niet in.

Bij een tweede oproep tot verhoor loopt het echter heel anders: “Mevrouw, beseft u welke zware beschuldiging u hebt geuit?”. “Meneer weet van niets, zat hier in tranen”. Het ongeloof, de beschuldiging haast en deze keer amper tot geen steun van Slachtofferhulp. Geen continuïteit in mijn dossier. Telkens bij een andere hulpverlener terechtkomen. Telkens opnieuw mijn verhaal moeten doen. Geen gehoor meer voor wat er in me omgaat. Uitgeput geef ik het op.

Mijn vrienden/omgeving? De meesten weten niet hoe ermee om te gaan, doen alsof ik het nooit verteld heb, alsof het niet bestaat. Niet één heeft ooit nog gevraagd hoe het nu met me gaat. Er wordt over gezwegen.

Het taboe is groot, erg groot! Het is alsof je tegen de hele wereld staat te roepen, maar niemand hoort je of ziet je roepen, je bestaat niet, en zeker het probleem niet. Gewoon door doen, verdergaan.

In het hele proces was dat de hardste en meest vernietigende dobber: het stilzwijgen, het taboe, het ongeloof, de twijfel, het wantrouwen, nergens nog terechtkunnen.

En toen werd het donker. Een gigantische kwaadheid en agressiviteit palmden mijn hele wezen in, vermoedelijk uit onmacht, en dit gedurende een hele lange periode: drie lange, eenzame jaren.

De angst om buiten te komen op plaatsen en gelegenheden waar de kans bestaat dat je hem daar zal tegenkomen (omdat je intussen al weet uit ondervinding dat niemand je zal steunen).

Merken dat sommigen anders met je beginnen om te gaan en afstand nemen. Zelf het vertrouwen verliezen en niet weten of het te maken heeft met het verhaal over de verkrachting of niet. Je durft er zelf niet meer over te beginnen vanwege de alom gekende reactie: stilte.

Plots begreep ik, voelde ik in elke vezel van mijn lijf waarom mensen zelfmoord plegen. Zelfs mensen met kinderen. Ik denk dat het de kwaadheid is die me in leven heeft gehouden en mijn kracht, vanwaar ze ook moge komen. Gelukkig maar, want in diezelfde drie jaren heb ik ook mijn kinderen grootgebracht tot twee flinke kleuters nu! Dit had heel anders kunnen lopen.

Beste dames ministers

Ik vraag u om hulp, om een beleid! Een beleid voor betere hulp, opvang en begeleiding voor slachtoffers van verkrachting.

  1. Bijvoorbeeld een one-stop centrum. Zodat je maar één keer een stap moet zetten en je meteen wordt opgevangen en opgevolgd op medisch, psychologisch en juridisch vlak. Zodat het voor iedereen duidelijk is waar je als slachtoffer terechtkan. Een dergelijk opvang- en begeleidingscentrum bestaat in Engeland al 15 jaar (St. Mary in Manchester, zie Panoramauitzending van 2 januari 2014, ‘Raped’ – BBC, 2013).
     
    Zodra je op de spoed terechtkomt gaat alles toch ook vanzelf? Een verkrachte vrouw moet helaas zelf haar eigen hulp bij elkaar harken en organiseren. Steeds zichzelf bij de haren uit het moeras trekkend om weer eens een stap te zetten naar misschien ergens een beetje hulp of begrip.
       
  2. Er moet gewerkt worden aan het doorbreken van het taboe rond verkrachting. Er kan amper over gesproken worden wanneer je het hebt meegemaakt zonder daarbij achteraf met een stigma te moeten rondlopen.
     
  3. Werken aan de beeldvorming rond verkrachting. De gevolgen voor het slachtoffer worden onderschat, zelfs weggelachen. Het moet duidelijk worden wat dit met een mensenleven doet!
     
  4. Een goede samenwerking met I.T.E.R., een centrum dat de daders begeleidt. Dat bestaat wél. Daders blijven niet in de kou staan.

En ja, ik blijf liever anoniem. Als het taboe al te groot blijkt voor mijn directe omgeving, waarom zou ik het dan nog eens op grote schaal wagen?

Naam bekend bij de Vrouwenraad – www.vrouwenraad.bewww.ikzwijgnietmeer.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!