Nieuws, Cultuur, Crisis, Recensie, Misdaadkomedie, David O; Russell, Bedriegers -

‘American Hustle’: Overleven in crisistijden

In de chaotische psyche van kleurrijke personages duiken is het handelsmerk van David O. Russell, regisseur van 'Three Kings', 'I Heart Huckabees', 'The Fighter', 'Silver Linings Playbook' en nu dus het onder filmprijzen bedolven 'American Hustle'. Een misdaadkomedie met als centraal thema het overleven in crisistijden, die helaas een uitgelezen kans mist om uit te groeien tot een kritische satire.

woensdag 12 februari 2014 12:52

Humor en pijn zijn de ingrediënten waarmee de briljante opening van American Hustle de toon zet. Na de aankondiging “Some of this actually happened” volgen we vijf lange minuten hoe een met overgewicht en kaalheid kampende Irving Rosenfeld (Christian Bale) zijn kapsel goed tracht te leggen met lijm, haarstukjes en een kam. Het is hilarisch, maar door de duur van de scène ook intriest.

Op deze pijnlijk-komische wijze worden illusie, bedrog en overlevingsdrang als thema’s geïntroduceerd. Even later wijst de con artist met het valse haar de ambitieuze FBI-agent-met-fake-krullen, Richie DiMaso (Bradley Cooper), op een valse Rembrandt die “zo goed is dat het echt wordt voor iedereen. Wie is de meester: de schilder of de vervalser?”.

De kunst van overleven

Wat volgt is een verhaal van bedriegers dat eindigt in de conclusie dat “The art of survival is a continuing story”. Die kunst van het overleven blijkt de motor achter dit oplichtersverhaal dat losjes is gebaseerd op de Abscam-operatie van de FBI, een onderzoek naar in omkooppraktijken verwikkelde politici van eind jaren 70, begin jaren 80.

American Hustle is de zevende film van David O. Russell en net zoals Three Kings, I Heart Huckabees, The Fighter en Silver Linings Playbook is het een brok vitale cinema die bijzonder kleurrijke personages in tragikomische situaties plaatst en hen doet worstelen met eenzaamheid, vervreemding, dysfunctionele emoties en overlevingsdrang.

Gevoel voor humor, observatievermogen, een kritische kijk op instituties (leger, bedrijfsleven, overheid) en een liefdevol omarmen van diversiteit gaan daarbij samen. Iedereen heeft zijn redenen en zijn waarde voor deze humanistische filmmaker.

Net zoals Martin Scorsese zelf (met The Wolf of Wall Street) lijken regisseur David O. Russell en scenarist Eric Singer een komische versie van een Scorsese-gangsterfilm te beogen. Het is een energieke gangsterkomedie met Christian Bales Rosenfeld als arbeidersversie van Leonardo DiCaprio’s Jordan Belfort: de bedrieger die geld verdient aan het oplichten van gewone mensen op zoek naar een lening (en een toekomst).

Anders dan Belfort loopt Rosenfeld tegen de lamp, waardoor hij met de FBI moet samenwerken. Hij blijkt bovendien toch niet zo cynisch en emotieloos. Een en ander heeft te maken met de gevoelens voor zijn partner Sydney – met wie hij overlevingstechnieken en liefde voor Duke Ellington deelt -, zijn onevenwichtige vrouw Rosalyn (“the Picasso of passive-aggressive karate. I was her mark”) en zijn sympathie voor Carmine Polito (Jeremey Renner), de burgemeester-met-maffialook die Atlantic City uit het economische moeras wil halen. Toneel en bedrog spelen een grote rol, maar uiteindelijk besluiten Irving, Sydney (Amy Adams) en Rosalyn (Jennifer Lawrence) zich niet meer voor elkaar te verbergen, al blijven ze con artists en overlevers.

De impact van een malaise

David O. Russells kracht is dat hij erin slaagt energieke verhalen te vertellen via personages die tegelijk karikaturaal en authentiek, sterk en fragiel zijn. Het leidt tot nu eens hilarische en dan weer ontroerende scènes.

Bovendien drukt hij de look en de feel van een tijdperk perfect uit via kledij, fotografie en muziek (de songs ‘Delilah’ en ‘Live and let die’ zijn emotionele splinterbommen). De tijdsgeest blijkt bovendien brandend actueel: je voelt de economische malaise en de druk om te overleven in moeilijke omstandigheden.

“Mijn droom was iemand anders worden dan wie ik was”; zo formuleert Sydney haar oplossing. “De economie was er toen slecht aan toe,” zegt Russell, “de intrest was torenhoog en dat creëert een sfeer waarin men ‘investeerders’ wil geloven. Wie word je wanneer je tracht te overleven in zo’n tijden?”

Hustling wordt daardoor een way of survival en dat is ook de achilleshiel van American Hustle. Daar waar The Wolf of Wall Street de hustling uitvergroot om walging op te wekken, wordt er hier met begrip en sympathie naar gekeken, terwijl de praktijk van de antihelden die fungeren als protagonisten (criminelen, corrupte politici, gangsters) wordt uitgebreid tot ‘iedereen’.

Een wereld vol bedriegers

De gewone dromenjager – die via een ‘ordinaire’ (lees: niet coole) job tracht te overleven – blijft buiten beeld. Wanneer je focust op een universum met enkel bedriegers – ook de FBI-agent blijkt een opportunistische bedrieger met een eigen agenda en zonder een grijntje moraliteit – is het logisch dat iedereen elkaar oplicht, maar dat maakt het nog geen ruimer, algemeen verschijnsel, zeker niet ‘normaal’ en evenmin een verdienste. Aan het slot geeft Russell via een tekst aan dat the big money people vrijuit gingen bij deze operatie. De politiek-economische context onderbouwen is echter niet zijn ding: een absurde context ligt hem beter.

American Hustle is fun, maar doordat sociaal onrecht en structurele corruptie van het politieke establishment niet aan bod komen, schetst de film geen kritisch beeld van een ontspoorde samenleving waarin een droom verandert in een nachtmerrie.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!