Un peu d’histoire: het Afrikaans Platform
Antwerpen, Diversiteit, Intercultureel, Migratie, Afrikaans Platform, Intercultureel werk -

Un peu d’histoire: het Afrikaans Platform

dinsdag 4 februari 2014 14:26

Aan het woord : Firmin Boika Mola (59) over het ontstaan van het  Afrikaans Platform. Eén vraag was genoeg opdat deze strijder van het eerste uur in rustig verhalend Congolees Frans de hele geschiedenis van het Platform uit de doeken zou doen. Met zijn brede lach en hese vertelstem, gewend aan het overdragen van verhalen, voerde hij me van het kolonialisme naar de eerste migranten die onze contreien aandeden. Doorheen de hele tweede helft van de vorige eeuw tot daarna en nu. De eerste oorlogsvluchtelingen. De genocides. De prètres en l’Amicale. Leona Detiège en het vlaams blok. Zijn verhaal kan u in deze bijdrage lezen.

Firmin, wanneer is het allemaal begonnen ?

Om het begin te begrijpen moet ik u wat geschiedenis geven. Tijdens en na de kolonisatie kwamen er soms Afrikanen naar hier om te studeren. Na hun studies vertrokken ze terug, om in hun land te gaan werken. Diegene die hier bleven, werkten voor ambassades of zaten in de handel, maar ze vormden geen groep. Er waren er enkelen  in Antwerpen, enkelen in Gent, enkelen die getrouwd waren met Belgen.

Rond midden jaren ’60 kwamen er al meer Afrikanen omwille van politieke problemen. Zij hadden problemen met de president, of op andere politieke vlakken. Dit duurde zowat tot de jaren ’80. Toen begonnen de vluchtelingen te komen omwille van problemen bij bevrijdingsoorlogen of staatsgrepen. Ik ben hier gekomen in ’87. Onder de nieuwkomers waren ook veel Afrikaanse jongeren die hier kwamen studeren en beslisten om niet terug te keren. De groep begon te ontstaan. Ik praat over mensen van verschillende Afrikaanse naties, in verschillende aantallen.

Tussen ’80 en ’90 kwamen er veel naar hier om te werken en te studeren aan het tropisch ziekenhuis, of aan de navigatieschool. Allemaal mensen die niet terugkeerden en zich beetje bij beetje begonnen te installeren. Maar een echte vereniging om ze samen te brengen, was er niet. Voor de Congolezen was er l’Amicale. l’ Amicale des Marins Congolais, een organisatie gecreëerd door de Belgische priesters. Zij boden een kader voor particuliere Congolezen, maar ook voor de Afrikaanse mariniers die kwamen studeren of hier passeerden. Als ze langs kwamen, konden ze praten, iets drinken. l’Amicale speelde zo’n beetje de interface en bracht mariniers, Kameroenezen, Ivorianen, Congolezen samen zodat ze zich niet verloren voelden in de stad.

Maar in ’87 was het gedaan met die organisatie, die ontstaan was in de jaren ’60. De priesters  waren te oud geworden en de financiële steun van de Congolese regering was gestopt. Ook van Rome kregen ze een beetje geld, omdat het priesters waren, maar bon, l’amicale stopte en de Afrikanen vielen een beetje in een leegte, los van een aantal ‘clangebonden’ organisaties. De Congolezen, de Kameroenezen, de Ivorianen, de Nigerianen, iedereen evolueerde op zijn manier.

In het contact met de autoriteiten van de stad gaf dat problemen. Op een bepaald moment was er Leona Detiège die de Afrikanen wilde ontmoeten. Maar wie wilde de Afrikanen organiseren? Wie waren de Afrikanen?  Met wie wilde zij praten ? Het probleem had zich gelanceerd. Vandaag zou ze de Congolezen zien. Morgen die van Kameroen. “Hé, maar ik heb je gisteren gezien?” “Ah nee, dat was ik niet. Dat was die andere!” (lacht)

Men vroeg dus om ons te organiseren zodat er een gesprekspartner was die kon praten voor alle Afrikanen, over alle problemen. In de jaren ’90 zijn er veel vluchtelingen naar hier gekomen door de plunderingen. Al degene die toen naar hier kwamen, zijn gekomen met problemen. De meeste kwamen uit oorlogen, ze vluchtten,  en toen zij hier in Antwerpen kwamen, gaf dat problemen met de politie en zo. Er waren controles en dit en dat, en dat duurde tot ongeveer ’97 . Tot de moord op Semira Adamou, weet je nog ? Hoe moesten we ons organiseren ?

We hebben toen een reünie gedaan met alle Afrikaanse organisaties. We werden gesteund door Riso, dat nu samenlevingsopbouw heet, een Belgische organisatie. Zij werkten een beetje op het Coninckplein  en konden de Afrikaanse organisaties samen brengen. Ze nodigden alle Afrikaanse landelijke organisaties uit om mee na te denken over problemen die Congolezen, Senegalezen etc. aanging.

Men moet goed de context begrijpen. Het speelt zich af tegen de achtergrond van vluchtelingen, oorlogen en migraties. We hebben mekaar ontmoet, maar het was moeilijk om één persoon te kiezen die kon praten voor de hele Afrikaanse gemeenschap. Er waren veel organisaties, dus hebben we een instituut gesticht dat gesprekspartner voor en tussen de organisaties werd. Je moet bestaande organisatie niet opdoeken, maar een koepel creëren. Dat zijn we het Platform van de Afrikaanse Gemeenschappen gaan noemen. De gemeenschappen blijven in hun eigen organisatie, wij creëren een koepel. Dat was rond ’96-’97. Riso gaf ons ondersteuning in hoe ons te organiseren en hoe het te beheren. Tot de jaren 2000 zochten we hoe we erkend konden worden en in 2000 kregen we die erkenning van de Vlaamse gemeenschap. Wij werden de gesprekspartner, de stem voor de Afrikanen in heel Vlaanderen en Brussel. Vanaf 2003 zijn we dan autonoom gaan functioneren. Toen waren er ongeveer 19 vertegenwoordigde landen, nu meer dan  23.

De eerste jaren werkten we volledig vrijwillig, maar na de erkenning kregen we een budget onder voorwaarden. We moesten een structuur uitbouwen, met een administratief medewerker, een penningmeester, en een educatief medewerker. Het was een platform voor heel Vlaanderen en daarom kwam er ook een zetel in Gent en Brussel. Nu krijgen we van de Vlaamse Gemeenschap een structurele subsidie voor drie personen, maar er zijn ook personen die met projectsubsidies van de stad werken, voor één of twee jaar. In Gent en Brussel ook.

Maar Antwerpen had de hoofdzetel, daar is het allemaal begonnen. Veel mensen denken dat het enkel over Antwerpen gaat als we praten over het platform. Nee! Antwerpen heeft een geschiedenis, le siège, daar lag de basis. De strijd met het vlaams blok in de tijd is daar begonnen. Het is ook symbolisch, want het is het begin van de problemen. Daarom is de hoofdzetel hier, zo functioneren wij.  Zelf ben ik hier van in ‘t begin, 2003, als algemeen secretaris. Momenteel werk ik in projecten rond familiale en interculturele bemiddeling, met de stad en de politie en zo. Anderen werken in projecten rond armoede.

Voilà. Belangrijk die geschiedenis, anders begrijpen mensen het niet ! Ze denken dat het iets is dat daar gewoon is,  dat zo maar bestaat,  maar ze begrijpen de strijd niet die mensen hebben gestreden tot op dit niveau.    (wv)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!